Terence (deel 6)

Ik glimlachte nadat ze wat te drinken hadden gepakt en weer naar boven waren gegaan. Ik kon niet wachten tot Luc thuis zou komen. Ik was nieuwsgierig naar zijn gezicht als hij dit zag. Na een half uur kwam hij binnen en gaf me een kus.
‘Hoe was jouw dag?’ vroeg hij veelbetekenend.
‘De mijne goed, maar aan jouw stem te horen…’
‘Hou op,’ zuchtte hij. ‘Puinhoop.’
‘Het is weekend,’ kuste ik hem.
Hij lachte en stak triomfantelijk zijn armen omhoog. ‘Lekker!’ Hij keek naar de keuken en keek me even aan. ‘Bier?’
‘Lekker,’ zei ik.
Even later kwam hij terug met twee flesjes en gaf er een aan mij. Hij nam zelf een flinke slok en kwam naast me zitten.
‘Wie is Yannick?’ vroeg ik zo gewoon mogelijk.
‘Een jongen uit het team, hoezo? Heeft hij gebeld?’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Als je goed luistert, kun je hem boven horen lachen, samen met Terence.’
Luc was even stil, luisterde en keek me breed glimlachend aan. ‘Meen je niet.’
Ik knikte glunderend. ‘Ik kwam thuis en er lag een briefje dat hij was gaan voetballen, hier op de hoek op het veldje. Ik heb even wat boodschappen gedaan en toen zaten ze boven.’
Luc gaf me een kus.
‘Ze lagen helemaal in een deuk. Even later kwamen ze naar beneden om wat te drinken te halen.’
Luc kuste me weer. ‘Mooi dit.’
Ik kuste hem terug.
‘Maar niet te vroeg juichen,’ zei hij er meteen achteraan.
‘Aardige jongen, die Yannick?’
Luc knikte en nam nog een slok van zijn flesje.
‘Zeker. Beetje stil.’
We hoorden een lachbui van boven komen.
‘Beetje stil?’ vroeg ik spottend.
Luc keek even naar het plafond, waar het geluid vandaan kwam. ‘Muziek in mijn oren dit.’
‘Vertel verder.’
‘Erik zou beginnen met “middelmatige voetballer”, maar hij is de rust in het team, in de kleedkamer. Beetje serieus. Sociale gast, dat wel. Aan zijn houding en zijn manier van kijken wist ik dat hij een van de eersten was die door had dat er iets speciaals met Terence was.’
‘Hoe bedoel je?’
‘De rest keek alleen maar alsof het een jongen was die naar hun stond te kijken bij de wedstrijd, hij had door dat hij niet zomaar bij ons woonde. Ik weet niet, ging gewoon wat voorzichtiger met hem om. Niet ontwijkend, maar voorzichtiger.’ Hij maakte een gebaar met zijn armen. ‘Weet ik veel.’
‘Niet omdat hij bang voor hem was, maar voorzichtig om hem niet te kwetsen met iets?’
‘Dank je,’ zei Luc, ‘jij kunt het beter omschrijven dan ik.’
‘Misschien precies wat Terence nodig heeft?’
‘Ik hoop het,’ zei Luc en gaf me een kus.
Er klonk gestommel op de trap. De deur ging open en Terence kwam binnen met Yannick achter hem aan. Hij keek even op toen hij Luc zag zitten.
‘Ha, Yannick,’ zei Luc ze gewoon mogelijk.
‘Hoi, Luc.’ Hij keek een beetje verlegen.
‘Hallo Terence,’ zei Luc naar de keuken, ‘ik heb een fijne dag gehad, dank je. Jij ook?’
Ik hoorde twee glazen die in de vaatwasser gezet werden. Yannick lachte.
‘Ow, hoi Luc,’ grinnikte Terence toen hij de keuken weer uit kwam.
Hij was er duidelijk niet bij met zijn gedachten.
‘Yannick gaat weer naar huis,’ zei hij tegen ons.
‘Tot ziens,’ zei Yannick.
‘Tot morgen,’ zei Luc lachend.
Ze verdwenen naar de gang. Ik hoorde Yannick zijn schoenen weer aantrekken. Ze praatten wat, lachten. Even later hoorde ik de voordeur weer dichtgaan. Terence kwam de huiskamer weer binnen. Vrolijk gezicht.
‘Nog even wat tactische dingen doorgenomen voor de wedstrijd van morgen?’ lachte Luc.
‘Hebben wij niet nodig,’ spotte Terence.
‘Je weet tegen wie we moeten morgen?’ Het klonk uitdagend van Luc.
‘Eitje.’
Luc lachte nog harder. ‘Ze staan bovenaan!’
Terence haalde zijn schouders op. Even keek hij naar Luc. Ik zag aan zijn gezicht dat hij ook wel wist dat ze weinig kans maakten morgen. Hij had gewoon geen zin om zich daar zorgen over te maken. Nu niet. Niet na deze middag.

Het lachen was hem wel vergaan tijdens de wedstrijd. Niet helemaal kansloos, maar toch verloren. Luc vertelde het me toen hij thuis kwam. Kort na hem kwam Terence binnen. Met Yannick achter hem aan. Ze zeiden hallo en verdwenen naar zijn kamer.
‘Ze hebben elkaar wel gevonden, geloof ik?’
Luc glimlachte. ‘Het lijkt er wel op.’
‘Het zal wel protesten opleveren, maar ik moet straks met Terence toch echt even weg.’
‘Cadeautje voor morgen?’
Ik knikte. Terence ging de volgende dag naar zijn moeder. Ze was jarig. Ik liep naar boven en klopte op zijn deur. Ze zaten samen achter zijn computer.
‘Terence? Denk je nog aan het cadeau voor morgen?’
‘Shit.’
Ik glimlachte. Dat was hij dus duidelijk vergeten.
‘Kan Yannick niet even mee naar de winkel?’
‘Mij best,’ zei ik. ‘Nu meteen maar even gaan?’
‘We komen zo.’
Dat “zo” werd een half uur en twee keer roepen van mijn kant. Hij wilde er zo snel mogelijk weer vanaf. Hij had bij het vorige bezoek al een beetje gevraagd wat ze graag wilde hebben, dus het was niet helemaal onmogelijk om iets voor haar te gaan kopen. Op een of andere manier wilde hij wel dat ik even meeging. Geen idee waarom. Ik had net zo goed thuis kunnen blijven. Hij en Yannick hadden snel gevonden wat hij zocht. Een vaas. Yannick had zich er mee bemoeid en ik moest zeggen, hij had smaak.
‘Moet nog wel een bos bloemen in,’ zei ik.
Terence keek me even aan.
‘Die betaal ik,’ zei ik geruststellend.
Hij keek meteen opgelucht. Met vaas en bloemen reden we terug naar huis. Kort daarna belde Marieke.
‘Denkt Terence nog wel aan de verjaardag van zijn moeder morgen?’
Ik lachte. ‘We zij net terug, hij heeft een cadeau gekocht.’
‘Mooi zo.’
‘Een vaas,’ zei ik.
Het was even stil aan de andere kant van de lijn.
‘Mooi gebaar,’ zei ze toen.
‘Hoezo?’
‘Die heeft hij bij zijn vorige bezoek eentje kapot gegooid.’
‘Hij vertelt weer niet alles hier,’ zei ik.
Ze lachte. ‘Laat hem maar doen. Ik vind het mooi dat hij het zo goed wil maken. Ik hoorde van Esther dat hij vrienden aan het maken is?’
‘Ja,’ zei ik, ‘en je weet niet half hoe blij Luc en ik er mee zijn. Hij is echt een stuk vrolijker nu.’
‘Hou dat vast, jongen.’
Dat deden we zeker. We hingen op. Ik hoorde weer gelach boven. Ik werd er zelf vrolijk van.

Het was goed gegaan, de verjaardag.
‘Ik moest jullie bedanken voor de bloemen,’ zei Terence.
Ik glimlachte. Dat had hij er dus wel bij gezegd, dat ik ze betaald had.
‘Hoe vond ze de vaas?’
‘Mooi.’ Er klonk iets van opluchting in zijn stem.
‘Hij was ook mooi,’ zei ik.
Terence glimlachte nog een keer. Samen met Luc keek hij naar voetbal. Vanuit mijn ooghoek bekeek ik hem. Hij was ontspannen, op zijn gemak. Ondertussen dwaalde mijn gedachten af naar mijn afspraak de volgende dag op school. Ik gaf bijna toe aan de verleiding om het af te zeggen. Niet meer praten over die vechtpartij. Het ging nu net zo lekker. Maar het moest. Die lont moest eens uit dat kruitvat.

Ik werd afwachtend ontvangen door zijn klassenleraar. Ik legde uit wie ik was.
‘Terence is tijdelijk bij u in huis geplaatst.’
‘Ja,’ gaf ik antwoord. ‘Ik wilde eens praten over hoe het nu met hem gaat hier de laatste tijd.’
Zijn klassenleraar ging eens achterover hangen in zijn stoel en zuchtte. ‘Ups en downs.’
‘Zoals?’
‘Er zijn wat leraren die een grote mond van hem krijgen, hij werkt totaal niet mee.’
‘Enig idee hoe dat komt?’
‘Gebrek aan respect voor autoriteit. Terence kan daar maar moeilijk mee omgaan. Als je hem zijn gang laat gaan, gaat het prima. Zul je hem niet horen.’
‘Maar dat kan niet altijd.’
‘Nee,’ zei hij veelbetekenend.
‘Hoe is het contact met andere leerlingen?’
‘Slecht. Hij is echt een einzelgänger.’
‘Ik heb hem nu al twee keer thuis zien komen nadat er gevochten is,’ ging ik verder.
Zijn wenkbrauwen gingen omhoog. ‘O? Hier valt dat de laatste tijd wel mee. Gebeurt het tegenwoordig buiten de poort?’
‘Valt het wel mee de laatste tijd? Dat was ooit wel anders?’
‘Er is een tijd geweest dat het iedere week raak was. Kort lontje, hij sloeg er op als het hem niet naar de zin was.’
‘Enig idee hoe dat komt?’
‘Geen idee. Er is niets uit te krijgen. Van andere leerlingen hoor ik dat hij een grote bek heeft, als hij wat terug te horen krijgt dan slaat hij er op.’
‘Een paar weken geleden kwam hij thuis en zat zijn hele rug onder de blauwe plekken geschopt. Dat lijkt me niet zomaar een opstootje.’
‘U bedoelt?’
‘Dat het niet een 1 op 1 gevecht is geweest. Ik ben wel eens benieuwd wie die jongens zijn waar hij het mee aan de stok heeft.’ Voor hij iets terug kon zeggen ging ik verder. ‘Volgens mij is niemand zo dom om een grote bek op te zetten als hij een paar man tegenover zich heeft staan. Zeker niet als hij alleen bij de bushalte staat.’
‘Wat wilt u zeggen?’
‘Ik weet dat Terence een kort lontje heeft. Maar ik vraag me af of er niet een paar jongens zijn die dat weten en daar misbruik van maken. Hem uit de tent lokken. En u moet het toch met me eens zijn dat, als dat zo is, zij ook niet helemaal vrij uit gaan.’
Zijn klassenleraar knikte alleen maar zuinig.
‘Praten doet hij niet. Maar ik zou willen vragen of u een beetje een oogje in het zeil zou willen houden. En aan mijn visie denken als er weer eens wat is. Ik heb geen zin om hem weer met een kapotte jas thuis te krijgen.’
Vragende blik.
‘Afgelopen week. Hij was zijn afspraak niet nagekomen met zijn psycholoog. Nadat ik de scheuren in zijn jas zag kwam er uit dat hij die afspraak gemist had omdat ze hem lastig vielen bij de bushalte.’
‘Als het bij de bushalte is, dan kan ik er weinig aan doen.’
‘Maar als het andere leerlingen van deze school zijn, hebt u er wel mee te maken.’
Hij knikte weer.
‘Wij vinden dat Terence de laatste tijd vorderingen maakt in zijn gedrag. Het zou fijn zijn als ze hem hier die kans ook gaven.’
Ik zag aan zijn gezicht dat ik te ver ging met mijn opmerking, maar hij zei er niets van. Er kwam een afronding aan het gesprek. Hij bedankte me dat ik was gekomen.
‘Ik ben blij dat ik deze kant van het verhaal ook eens hoor,’ maakte hij er een positief eind aan.
‘Ik ben blij het te hebben kunnen vertellen.’
We gaven elkaar een hand bij de deur en met een “we houden contact” ging ik naar buiten. Ik wist niet wat ik er van moest denken.

Echt vrolijk had het me niet gemaakt. Terug thuis zag ik de jas van Yannick hangen.
‘Hoi!’ riep ik onder aan de trap.
‘Hoi!’ klonk het vrolijk terug.
Ik glimlachte. Ik rekte me een keer uit en keek naar de klok. Tijd genoeg. Luc zou pas over een uur thuiskomen. Ik schonk wat te drinken in en ging onderuit in de bank zitten. Voetstappen op de trap. Terence.
‘Ik pak even wat te drinken.’
‘Is goed jongen. Over een uur komt Luc thuis en kunnen we eten.’
Hij knikte een keer en was weer weg. Ik glimlachte. Was dit nou de jongen die zoveel problemen veroorzaakte? Ik kon het me nog steeds niet voorstellen. Een half uurtje later weer voetstappen. Meer deze keer. Terence en Yannick kwamen binnen. Terence zette de glazen in de keuken, Yannick zei gedag. Ik groette hem vrolijk terug. Ik hoorde ze in de hal nog praten en lachen. Minstens een kwartier.
‘Tot morgen,’ hoorde ik.

Luc was balorig. De hele avond. Terence zag het van een afstandje aan, kon er wel om lachen geloof ik. Hij ging op tijd naar bed. Luc kroop op de bank dicht tegen me aan.
‘Als wij dat ook eens deden?’
Ik grinnikte. ‘Moeten we toch minimaal nog een half uurtje wachten, vrees ik.’
‘We hoeven toch geen geluid te maken?’
Nog meer gegrinnik van mijn kant. Hij had zijn hand achter me gewurmd en drukte zijn vingers in mijn rug. Ik trok zijn gezicht naar me toe en kuste hem. Hij drukte zijn lippen vast op die van mij. Zijn tong likte langs mijn lippen. Ik likte terug en liet hem toe. Ik zakte verder onderuit, Luc kwam op mijn liggen. Ik voelde zijn heupen drukken. Ik gniffelde, streek met mijn neus langs zijn wang. Mijn hand verdween onder zijn kleren en streelde zijn huid. Hier kreeg ik nooit genoeg van.
‘Naar boven,’ mompelde Luc.
‘Snel dan,’ zuchtte ik.
Terence moet ons gehoord hebben. Het licht op zijn kamer was nog aan toen wij naar boven gingen. Luc deed de deur van onze kamer zachtjes dicht en kroop bij mij op bed. Ik was mijn kleren vrij snel kwijt, dankzij hem. Hij kroop onder het dekbed en hield me stevig tegen zich aan. Hij zoende me, lang. Hij draaide me op mijn rug, hield mij handen boven mijn hoofd vast en ging op me zitten. Trage kus, hij strekte zijn benen en lag helemaal op me. Ik liet het gebeuren. Hij ademde zwaar. Zijn grip op mijn handen verslapte, ik trok mijn hand terug en zocht tussen ons in. Ik vond hem al snel en trok hem langzaam. Zijn gezicht lag naast me in het kussen. Hij kreunde. Lang duurde het niet. Bij hem niet, bij mij niet. Met een laatste zucht kroop hij dicht tegen me aan en deed het licht uit. Bij Terence brandde nog steeds licht. Luc sloot zijn ogen en sliep binnen een paar minuten.

Ik zag het aan het gezicht van hem de volgende ochtend aan het ontbijt dat hij wat gehoord moest hebben. In het begin dat hij bij ons was zou het een verlegen blik zijn geweest, nu grijnsde hij meer. Ik liet het maar zo. Ik kon er eigenlijk ook wel om lachen. Luc was nog niet helemaal wakker toen hij aan tafel kwam zitten.
‘Morgen,’ mompelde hij.
‘Nog niet wakker?’ grinnikte ik.
Hij schudde zijn hoofd. Er stroomde een gloed door me heen. Hij zag er lief uit. Beetje hulpeloos ook. Het liefst had ik hem vastgepakt en dicht tegen me aan gehouden. Hij gaapte een keer. Terence grijnsde nu echt terwijl hij naar Luc keek. Daarna keek hij even naar mij. Ik grijnsde terug en knipoogde. Het gaf me een brede glimlach en dronk zijn laatste beetje melk. Hij zocht zijn schoenen en zijn jas en vertrok.
‘Hé, gaper,’ lachte ik tegen Luc.
Hij glimlachte slaperig terug. Ik stond op, sloeg mijn armen om hem heen en kuste zijn kruin. Hij gooide zijn hoofd achterover en liet mij zijn voorhoofd kussen. Zijn handen grepen achter hem naar mijn benen.
‘Wakker worden, jij,’ plaagde ik hem, ‘ik moet zo gaan werken.’
‘Jammer.’

Yannick werd een vaste gast in ons huis. Regelmatig zag ik zijn jas hangen als ik thuis kwam en hoorde ik gelach boven. Regelmatig ook kreeg ik in de middag een sms van Terence dat hij na school naar Yannick ging. Waren we er blij mee? Natuurlijk. Terence werd er vrolijker van. Maar dat was dan wel het enige. Hij bleef verder net zo gesloten. We lieten het maar doorgaan, als het ons niet lukte dan lukte het Yannick misschien wel, onbewust. Ongemerkt hield ik ze in de gaten, probeerde veranderingen te ontdekken bij Terence. Gewoon in huis, na de thuiswedstrijden waar ik altijd ging kijken. Hij ging steeds beter in het team passen. Maar de enige die echt tot hem door kon dringen was Yannick. Ik kreeg het idee dat voor hem het team bestond uit Yannick en nog een aantal rugnummers, om de woorden van Erik te gebruiken. Hij stelde zich op een of andere manier sociaal op in het team, maar daar bleef het bij. Buiten het veld niet teveel contacten. Erik vond het jammer, die dacht meteen aan de teamgeest. Vanaf het terras bij de kantine hield ik hem in de gaten na de wedstrijden. Vaak zat hij in het gras met Yannick te kijken naar de volgende wedstrijd, flesje cola in de hand. Twee geconcentreerde gezichten die niets misten van wat er op het veld gebeurde. Ondertussen pratend, af en toe lachende gezichten. Twee van de meisjes uit die hele groep kwamen er wel eens bij zitten. Ze gaven ze nog aandacht ook. Yannick meer dan Terence. Maar hij accepteerde ze, waarschijnlijk alleen omdat Yannick dat deed. Ik vond het mooi om te zien, komisch ook. De rollen waren goed verdeeld, het ene meisje zat altijd in de buurt van Yannick, de ander in de buurt van Terence. Respect voor de dames, ik zou zelf allang afgehaakt hebben. Hoewel, ze zaten dan wel de wedstrijd te volgen, aan de bewegingen van de vier te zien praatten ze wel, ze lachten met zijn vieren, keken af en toe even lachend naar elkaar. Maar de blik van de twee jongens bleven vooral op het veld gericht. Ik herkende veel van mezelf vroeger, te verlegen in die dingen. Het was helemaal aan hun lichaamstaal af te lezen.

Op een zondagmiddag zaten Erik en Esther bij ons in de tuin. Het was lekker, al een aantal weken, al wist je het nooit met het weer. Terence was op zijn kamer. We zaten lekker onderuit, drankje erbij, praten over niets. De meisjes kwamen ter sprake, waar Erik alleen maar om kon lachen.
‘Goede herinneringen aan vroeger?’ vroeg Esther spottend.
‘Ik kan niet ontkennen dat je er beter van gaat spelen,’ ontweek hij grinnikend.
‘Nooit last van gehad,’ zei Luc droog voor zich uit.
Esther lachte, Luc keek haar spottend aan.
‘Nou,’ zei Erik, ‘wel eerlijk blijven.’
Luc keek hem verbaasd aan.
‘Ik kan me dat meisje nog herinneren.’
‘Jezus, Erik, dat was nog voor Maarten.’
Ik ging er eens goed voor zitten.
‘Hij stond zich altijd voor haar uit te sloven, Lau, geloof me.’
Ik keek een keer lachend naar Luc.
‘Heb ik je toen toch wel eens verteld, dat ik een vriendinnetje heb gehad?’
Ik kon het me herinneren. ‘Maar ik wist niet dat het zo diep zat.’
‘Zat het ook niet.’
Ik lachte. Luc nam dit weer veel te serieus. Hij lachte wel, maar hij had er altijd moeite mee om over zijn andere relaties te praten waar ik bij zat. Dat kwam waarschijnlijk vooral omdat één van die relaties het einde van die van ons betekende toen. Ergens zat daar nog steeds een schuldgevoel over. Ik stond op, kuste zijn hoofd, en haalde nog wat uit de keuken. Terence kwam naar beneden, pakte wat te drinken.
‘Kom er zo even bij zitten,’ zei ik.
Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik ga zo nog weg, vanmiddag.’
‘Oké,’ zei ik en liet hem alleen.
Ik hoefde niet te vragen waar hij heen zou gaan. Buiten zaten ze nog te lachen om de meisjes die bij de wedstrijden kwamen kijken.
‘Ik vind het mooi om te zien hoe ze zo om elkaar heen draaien,’ zei ik toen ik weer zat.
‘Nee, jij was direct vroeger,’ spotte Esther.
Ze had me klem. Erik lachte, Luc nog harder.
‘Ik wordt altijd verlegen van mooie vrouwen,’ zei ik zo serieus mogelijk.
‘Ah, gadverdamme, Lau,’ lachte Esther. ‘Dan heb ik liever helemaal geen compliment.’
‘Had ie het over jou dan?’ Erik grijnsde toen hij het zei.
Esther sloeg hem tegen zijn arm. ‘Van jou krijg ik ze in ieder geval helemaal nooit.’
We lachten.
‘Mooie tijd,’ zei Luc voor zich uit.
Ik glimlachte. Luc werd weer eens melancholisch.
‘Nu toch ook?’ zei Erik.
‘O, jawel, maar het was toen toch anders. Weet ik veel, zorgeloos.’
‘Daar gaan we weer,’ lachte Esther, ‘toen waren we nog jong en onbedorven.’
Luc lachte. ‘Ik word een oude lul, geloof ik.’
‘Die kunnen ook lekker zijn.’
‘Heb je gelijk in, Erik.’ Luc grijnsde.
Esther sloeg op zijn been. ‘Maar je hebt gelijk hoor Luc, het was een te gekke tijd.’
‘Ik vond jullie het leukste stel wat er rond liep,’ zei Erik. ‘Mooi ook dat jullie nog steeds bij elkaar zijn.’
‘Weer bij elkaar zijn,’ verbeterde Luc.
Erik knikte een keer. ‘Af en toe wat domme dingen tussendoor moet kunnen.’
Luc keek serieus. ‘Tsja.’
‘Hoe is dat toen eigenlijk afgelopen?’ vroeg Erik ineens.
‘Wat?’
‘Met die muts die ineens een ander bleek te hebben. Jullie hadden een huis toen samen. Was nog een hoop juridisch getouwtrek, weet ik nog wel. Zij bleef toen in dat huis zitten.’
‘Slepende kwestie was dat.’ Luc staarde wat voor zich uit.
Het was smerig gegaan toen. Zij bleef dat huis claimen omdat het van haar ouders was geweest. Het is opgelopen tot een rechtszaak. Ik heb Luc ouder zien worden in die tijd.
‘Je hebt toen toch uiteindelijk je gelijk gekregen, of niet?’
Luc keek Erik even aan. ‘Kijk eens achter je.’
Erik keek even verbaasd om.
‘Denk je nou echt dat we dit huis anders zo hadden kunnen verbouwen, als dat geld niet was losgekomen?’
Ze grijnsden naar elkaar.
‘Dat is gelukkig helemaal afgehandeld,’ zei Luc. ‘Ik moet er niet aan denken die ooit nog eens tegen te komen.’
‘Kan ik me voorstellen,’ zei Esther.
Ik keek even naar Luc. Hij zag er weer ontspannen uit. Dat was wel eens anders geweest als dit onderwerp ter sprake kwam. Hij heeft er echt slapeloze nachten van gehad. Haar ouders hadden zich er ook nog mee bemoeid. Het was hun huis geweest tenslotte en het zag er wel naar uit dat als Luc zou winnen, hun dochter het huis zou moeten verkopen. ‘Moet die lul maar meebetalen,’ had Luc toen gezegd, doelend op die goede vriend die hem bedrogen had met zijn vriendin. Geen idee hoe dat verder is afgelopen. Luc wist het ook niet. Hij had zijn deel gekregen en daarmee was het voor hem afgehandeld. Verder was het haar probleem. Marleen speelde in het gras, had absoluut niet door waar we het over hadden. Gelukkig maar. Esther volgde mijn blik en glimlachte een keer naar me.
‘Die hoeft zich daar gelukkig nog geen zorgen om te maken.’
Ik knikte. ‘Daar wacht ze nog maar even mee.’
‘Ik vraag me af hoe ik zou reageren als ze met haar eerste vriendje thuis komt.’
We lachten om Erik’s opmerking.
‘Jij?’ Luc grinnikte. ‘Jij gaat overbezorgd zijn. Nog erger dan Esther’s ouders toen.’
Hij lachte en knikte. ‘Die gaat het niet makkelijk hebben, wie het dan ook gaat zijn.’
‘Als ie maar voetbalt, hè schat?’
‘Als hij dat niet doet, komt ie al helemaal niet binnen.’
Marleen keek naar ons en lachte.
‘Terrens!’
Ik keek om en zag hem achter me staan, in de opening van de schuifdeur.
‘Hallo,’ zei hij verlegen tegen Esther en Erik.
‘Hey, Terence. Was een mooie wedstrijd gisteren, of niet?’
Hij knikte naar Erik.
‘Ik ga zo,’ zei hij tegen ons.
‘Die je wel even andere schoenen aan als je gaat voetballen,’ zei ik.
‘We gaan niet voetballen.’
Ik knikte een keer spottend. ‘Dat ken ik. Jullie voetballen nooit. Jullie trappen alleen maar heel toevallig tegen een bal aan. Doe nou maar gewoon andere schoenen aan.’
‘We gaan naar de film vanmiddag.’
Ik keek hem verrast aan. ‘Leuk.’
‘Daar kunnen ze er niet om lachen als er ineens een bal door de zaal vliegt hoor.’
Terence keek lachend naar Luc. ‘Nee?’
Ik genoot. Hij begon grappen terug te maken de laatste tijd.
‘Met wie ga je?’
‘Met Yannick.’
‘Op de fiets?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘We pakken de bus.’
‘Hoe laat ben je terug?’
Hij haalde zijn schouders op.
‘Maakt niet uit, we zien je wel. Laat even weten als het echt laat wordt, ik wil wel op een beetje fatsoenlijke tijd eten.’
‘Is goed.’
‘Veel plezier, jongen.’
‘Dag,’ zei hij tegen iedereen.
‘Doe die twee meisjes de groeten van ons,’ zei Luc droog.
Terence zuchtte. ‘Die gaan helemaal niet mee hoor.’
‘Veel plezier, jongen,’ zei Luc spottend.
Terence verdween. Ik keek Luc een keer grijnzend aan.
‘Geloof jij het?’
‘Die gaan gewoon met zijn vieren.’
‘Dat zijn onze vraagstukken als ouders,’ lachte ik naar Esther en Erik.
‘Ja,’ reageerde Erik droog.
‘Ik vraag me af wanneer hij thuiskomt met het verhaal dat hij een vriendinnetje heeft.’
‘Zou ie durven?’ vroeg Luc.
‘Yannick eerder,’ zei ik. ‘Ik denk dat die ineens iets heeft met dat ene meisje en dat Terence niet wil achter blijven.’
‘Terence vindt haar leuk, dat zie je zo.’
Erik volgde ons gesprek en keek even naar Esther. Ze lachte naar hem.

Marleen was even boos dat Terence meteen weer weg ging, maar was dat ook weer snel vergeten.
‘Ook een mail van Maarten ontvangen?’ vroeg Erik.
Ik knikte. ‘Gisteren.’
‘Vond je er van?’
Ik glimlachte. ‘Heb jij de ondertoon ook tussen de regels door gevoeld?’
Erik knikte. ‘Ik zeg je dat hij binnen een jaar weer hier woont.’
‘Hij is gek,’ zei Luc.
‘Waarom?’
‘Hij woont daar zo mooi. We zijn er vorig jaar geweest met zijn allen, toen hij trouwde. Goede baan, mooi huis.’
‘En een vrouw met heimwee,’ vulde Erik aan.
Luc zweeg even.
‘En dan ga je terug,’ zei ik.
‘Is ook wel zo,’ zei Luc.
‘Volgens mij is het ook niet alleen zij,’ zei Erik. ‘Sinds hij een Nederlandse heeft leren kennen daar, is hij veranderd.’
Esther viel hem bij. ‘Het maakt hem weinig uit waar hij woont, volgens mij.’
Ik glimlachte. ‘Van mij mag hij. Marieke weet dit ook allang natuurlijk.’
‘Eerder dan wij,’ lachte Esther. ‘Had jij anders verwacht?’
Ik schudde lachend mijn hoofd, Luc stond op en ging naar binnen. De telefoon ging.

Luc kwam grijnzend weer naar buiten.
‘Terence. Ze eten in de stad wat.’
Ik lachte. ‘Gaat goed. Ze nemen ze ook al mee uit eten.’
‘Onze zoon heeft een vriendinnetje.’
Luc lachte en gaf me een kus op mijn hoofd toen hij het zei. Erik keek nog een keer naar Esther.
‘Het valt me een beetje tegen van jullie,’ zei hij. ‘Vooral van jullie.’
‘Wat?’ Luc keek verbaasd.
‘Hebben jullie nou echt niets door?’
Ik was net zo verbaasd. Zo keek ik ook.
‘Ah, kom op Lau, je gaat me toch niet vertellen dat…’
Hij maakte zijn zin niet af.
‘Wat?’
Hij zuchtte een keer. ‘Ik zeg nou misschien teveel, maar ik zou als ik jullie was niet verbaasd opkijken als zijn vriendinnetje ineens Yannick blijkt te heten.’
‘Schei uit,’ zei Luc. ‘Echt niet.’
Ik zei niks meer. Twijfelde.
Esther keek me glimlachend aan. ‘Als ik de verhalen van Erik zo hoor.’
‘Zou het echt?’ vroeg ik me hardop af.
‘Dan zou hij het juist ons toch wel kunnen vertellen,’ zei Luc verbaasd.
Erik zuchtte nog een keer. ‘Jongens, kom op. Het straalt er bij hem vanaf. Hij doet me zo aan jou denken, Lau, toen. En maar kijken. In zijn buurt willen zijn. Ik zeg het je, Terence ziet hem helemaal zitten.’
‘Dus die twee hebben iets met elkaar?’ Luc geloofde het nog steeds niet.
‘Dat zeg ik niet.’
‘Volgens mij zie je dingen die er niet zijn,’ zei Luc resoluut.
Erik zuchtte nog een keer. ‘Oké, ik ga even eerlijk zijn met jullie. Ik heb bewijs.’
Luc en ik zetten grote ogen op. Esther ook. Erik schudde een keer met zijn hoofd.
‘Ik kan het net zo goed vertellen, als je er bij was geweest dan had je het ook gehoord. Vorige week was er die vergadering van teams in de regio.’
‘Had je verteld ja.’
‘Na de vergadering nog wat zitten praten met een andere trainer, je kent het wel. We hadden het over splitsingen in de groep en wat je daar nou mee moet. Weet je nog dat wet het een keer over jou gehad hebben bij een van die vergaderingen, over dat akkefietje met die Laurens toen, toen ze er achter waren gekomen dat je iets met Lau had?’
‘Eén van die trainers had toen op dat moment zoiets in zijn team.’
‘Precies,’ zei Erik. ‘Ik sprak hem weer vorige week. Een jongen bij hem in het team was verliefd geworden op een andere jongen. Dat was uitgekomen weet je nog? Nu hoorde ik dat hij is weggepest uit het team.’
‘Jezus,’ zei Luc. ‘Hebben ze die andere er toen niet uit geflikkerd?’
Erik schudde zijn hoofd. ‘Die jongen wilde zelf echt niet meer. Hij vond het erg jammer trouwens, het was een erg goede voetballer.’
‘Ik kan me herinneren dat het daar toen net gebeurd was. Was dat niet bij die ene club uit de stad, hoe heten ze ook alweer?’
‘TVV,’ zei Erik, ‘blauwe shirts.’
Luc knikte, ik kreeg een warme gloed door me heen. Dat had ik meer gehoord.
‘Ik had al af en toe naar Terence gekeken, maar wist ik veel. Toen begon er bij mij een lampje te branden. Ik heb hem gevraagd hoe die jongen heette.’
‘En?’ vroeg Luc, maar hij wist het antwoord al.
‘Terence,’ knikte Erik.
‘Dus toch,’ zei Luc. ‘We hadden het er samen nog over pas geleden, toen de jongens het er over hadden dat ze Terence wel eens gezien hadden bij een ander team.’
‘Precies,’ zei Erik. ‘Ons voorgevoel was dus toch juist.’
‘Hoe lang is dat geleden?’ vroeg ik.
‘Anderhalf jaar of zoiets.’
Ik schudde mijn hoofd. Ineens werd me een hoop duidelijk maar ik zat ook tegelijk met een hoop nieuwe vragen.
‘Weet Yannick hier van?’ hoorde ik Luc vragen.
‘Ik heb geen idee,’ zei Erik. ‘Geen idee of Terence hem dat heeft verteld.’
‘Weet Yannick überhaupt wel wat Terence voor hem voelt?’ vroeg ik voor me uit starend.
Erik haalde zijn schouders op. Luc schudde zijn hoofd.
‘Ik vraag het me af,’ zei hij, ‘als hij dat bij TVV heeft meegemaakt, dan kan ik me niet voorstellen dat hij ook maar iets tegen Yannick durft te zeggen.’
Ik knikte. ‘Als dat ooit iets gaat worden, zal het van Yannick uit moeten gaan.’
‘Het zou wel mooi zijn,’ zei Esther.

© 2006 Oliver Kjelsson.