Jeumig (deel 27)

Ik had het kunnen weten, ik had dus niet veel geslapen. Ik zat chagrijnig achter in de auto, zei niet veel. De oversteek naar Engeland, waar ik naar uitgekeken had, kon me niet interesseren. Ik vond het maar een domme boot. Oké, hij ging hard. Voor een boot dan. Verder in Engeland probeerde ik weer te slapen achter in de auto. Dat lukte me ook nog zelfs. Voor even dan. Niet veel later maakte mijn moeder me wakker. We waren er, tijd om te helpen met de tent. Zwijgend hielp ik mijn vader, toen de grote tent stond zette ik mijn eigen tentje op. De herinneringen aan het weekje met Auke kwamen meteen weer boven. Toen ik mijn luchtbed had opgeblazen en alles naar binnen had gesleept kwam ik een verpakt condoom tegen in het vakje dat in het tentdoek zat. Ik glimlachte en miste hem. Ik pakte mijn telefoon en stuurde hem een berichtje dat we er waren. Hij stuurde meteen een vrolijk berichtje terug. Dat gaf me een zuur gevoel, hij moest eens weten wat er allemaal aan de hand was. Het was al wat later in de middag, mijn moeder riep me dat we gingen eten. Ik zat zwijgend voor me uit te kauwen. Ik vroeg me af wanneer ze vragen gingen stellen. Dat deden ze dus niet. Ik zag mijn moeder kijken, maar ze hield zich stil. Ik was moe toen ik mijn slaapzak in kroop. Ik dwaalde met mijn gedachten weer af naar een week eerder. De tent leek groot, zo in mijn eentje. Leeg. Beetje eenzaam. Ik sloot mijn ogen, draaide me op mijn zij en kroop diep weg.

De tweede dag voelde ik me niet veel anders. Vlak bij ons op de camping stond een ander gezin met kinderen van ongeveer onze leeftijd. Evelyn had het meteen naar haar zin, ik bleef onderuit in mijn stoel zitten. Toen Evelyn een eindje weg was keek mijn moeder me bestraffend aan.
‘Mogen wij even weten wat er aan de hand is?’
Ik haalde mijn schouders op, ik wist niet wat ik moest zeggen. Toneelspelen had geen zin, ik snapte ook wel dat aan mij te merken was dat me iets dwars zat.
‘Problemen met Auke?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Wil je vertellen wat er dan wel is?’
‘Vrijdag in de schuur maakte iemand opmerkingen tegen mij over mij en Auke. Ze hebben ons gezien op vakantie.’
‘Wat hebben ze gezien dan?’
‘Hetzelfde als tante Patricia,’ mokte ik.
‘Het was ook wel een beetje dom om hand in hand te lopen over straat.’
‘Ja,’ zei ik zuchtend.
Ik had geen zin in belerende praat, dat had ik zelf ook wel kunnen verzinnen. Het maakte me ook kwaad. Het moest toch ook gewoon kunnen?
‘Wie was het?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Wie heeft je in de schuur aangesproken?’
‘Een jongen uit de vriendenkring van Auke.’
Mijn moeder keek me aan en schudde haar hoofd. ‘Dat weet dus binnenkort iedereen?’
‘Ja,’ zuchtte ik weer. ‘Dat kan niet missen.’
Ze staarde even voor zich uit, met af en toe een schuine blik naar mijn vader. Ik volgde haar blik, mijn vader keek bijna dwars door me heen, diep in gedachten.
‘Ben je daar klaar voor?’ vroeg mijn moeder toen.
‘Zal wel moeten.’
‘Dat vroeg je moeder niet,’ zei mijn vader. ‘Kunnen jullie het aan?’
‘Weet ik niet. Maar ze moeten niet denken dat ik er daarom maar mee op zal houden, als ze moeilijk doen.’
Ik keek naar mijn vader. Hij glimlachte terug.
‘Wat lach je nou?’ vroeg ik geërgerd.
‘Je klinkt vastberaden. Dat is goed.’
Ik dacht na over zijn opmerking.
‘Hou er rekening mee dat jullie het moeilijk gaan krijgen.’
Dat was typisch een opmerking van mijn moeder. Ik werd onrustig in mijn benen, ik wilde weg uit mijn stoel. In ieder geval weg van die twee. Konden ze nou nooit eens een keer onvoorwaardelijk achter mij gaan staan? Achter ons?
‘Ja, jongen…’ zei ze alsof ze mijn gedachten kon lezen.
‘Ik heb er schijt aan,’ zei ik dwars.
‘Mark…’
‘Nee. Ik meen het. Ik laat me niet tegenhouden door dat bekrompen kutdorp.’
‘Mark!’
‘Je snap best wat ik bedoel. Als zij er niet mee om kunnen gaan, dan is dat hun probleem. Ik leef zoals ik dat wil.’
Mijn vader knikte.
‘Dat is ook jouw goed recht, jongen,’ ging mijn moeder door, ‘ik zeg ook alleen maar dat je er rekening mee moet houden.’
‘Hoe dan? Maar net doen alsof er niets aan de hand is? Alsof het niet waar is? Echt niet.’
Mijn moeder zuchtte, wilde nog wat zeggen maar ik was sneller.
‘Ik weet dat Kjeld en Jelle en de rest achter ons staan. Ik hoop dat jullie dat ook doen.’
‘Maar natuurlijk jongen,’ zei mijn moeder snel.
‘Mooi,’ zei ik.
Daarna stond ik op, ter afsluiting. Genoeg gezegd. Geen “maar” meer, al had ze die vast op het puntje van haar tong liggen. Ik liep naar de toiletten, zette bij de douches mijn handen op een wastafel en staarde in de spiegel. Ik staarde in mijn eigen ogen. Ik keek kwaad, vond ik. Ik was het ook. Misschien nog wel het meeste op mijzelf. Ik knipperde een keer en zuchtte. Waarschijnlijk ging het hele verhaal rond nu in het dorp. Ik kon me niet voostellen dat het snel zou gaan, maar na een paar weken was het wel bekend bij iedereen Daar konden we zeker van zijn en we konden er niets aan doen. Wat er ook gebeurde, ik wilde het mijn vakantie niet laten verknallen. No way.

De rest van de vakantie hield ik me op de achtergrond. Ik had weinig zin om iets te gaan doen met andere jongens die op de camping rondliepen. Ik had een paar boeken meegenomen en die kwamen me goed van pas. Af en toe ging ik met Evelyn naar het zwembad waardoor ik wel wat anderen leerde kennen, maar daar bleef het bij. Auke en ik stuurden elkaar af en toe berichtjes, maar niet teveel. Dat hadden we vooraf al afgesproken, anders ging het een vermogen kosten. Het waren vrolijke berichtjes, niets wees er op dat hij wist wat er gebeurd was. Ik had het me nog afgevraagd, het was goed mogelijk dat hij door een vriend van hem gebeld zou zijn. Maar voor zover ik het kon inschatten wist hij nog helemaal van niets. Gelukkig maar.

Dat overdekte zwembad werd nog een plek waar we vaak kwamen, Evelyn en ik. Ik geloof niet dat we ooit zo’n klote weer hebben gehad. Niet dat het niet gezellig was. Ik kreeg het er steeds beter naar mijn zin. De broer van een vakantievriendinnetje van Evelyn was een leuke gast. Typisch Engels, bleek gezicht, zwart haar. Hij lachte leuk, op een lieve manier. Op een om-van-weg-te-smelten manier. Hij had ook een mooie naam. Kyran was open, vrolijk. In het begin hield hij nog een beetje afstand, maar binnen twee dagen begon hij een stuk vrijer te worden. Hij stoeide met me, probeerde me regelmatig onder water te duwen. Samen gleden en stuiterden we tegelijk van de glijbaan af. Het was leuk met z’n vieren, maar ik besefte me al snel dat ik een beetje afstand moest houden. Hij begon een beetje te leuk te worden eigenlijk. Toen hij aan het einde van een middag samen in een omkleedhokje wilde omdat de rest bezet was ben ik maar even blijven wachten tot er een ander vrij kwam. Hij lachte me er om uit. Hij moest eens weten. Ik hoefde er niet aan te twijfelen of hij homo was of niet. Hij was zo hetero als het maar zijn kon, iedere keer bekeken we de meisjes die in het zwembad waren en gaven punten. Geen idee waarom, maar ik kreeg er goede zin van en vermaakte me er prima mee. Het was veilig op een of andere manier. Wat nog veiliger was, hij durfde er niet op af te gaan. Hij was een jaar jonger dan ik en dat was misschien wel een reden. Maar het voordeel was dat ik gewoon lol kon hebben met hem, zonder dat ik ook maar iets over mezelf hoefde te verraden. Overdag had ik gewoon vakantie, ’s avonds miste ik Auke. Raar gevoel. Op de paar droge dagen gingen we weg, dorpen en steden bekijken. In de auto had ik tijd om na te denken. Teveel tijd naar mijn zin. Hoe langer de vakantie duurde, hoe meer ik eigenlijk weer gewoon naar huis wilde. Dat was me nog nooit eerder overkomen. Langzaam werd het weer slechter, mijn ouders kregen er echt genoeg van. Ik ook, nadat de grote tent al een keer blank had gestaan, was twee dagen later mijn tentje aan de beurt. Niet veel gelukkig, maar alles was klam, vochtig. Op een avond stelde mijn vader voor om eerder te vertrekken, om gewoon terug naar huis te gaan. Evelyn protesteerde, maar ik knikte alleen maar. Hij had nog wat te regelen voor de boot, maar de dag erna zou onze laatste dag worden. Kyran liet merken dat hij het jammer vond, maar hij begreep het allemaal wel. Hij zat in een grote caravan en had al eens gevraagd hoe het ging bij ons in de tent met dit weer. Toen het tijd werd om uit het zwembad weg te gaan voelde het toch raar. Zoals elk einde van een vakantie. Buiten, nadat we weer apart van elkaar hadden omgekleed, sloegen we even een arm om elkaar heen. Briefje met adressen heen en weer, vuisten een keer tegen elkaar. Dat was het. Op tijd mijn klamme bed in, op tijd weer opstaan. Terug naar Auke.

We waren al vroeg op weg. Ik had Auke een berichtje gestuurd, ik kreeg een vrolijke terug. Hij had nog een dag, ik zou eerder thuis zijn. Eigenlijk nog beter ook, dacht ik bij mezelf. Ik was nieuwsgierig over hoe het nou zou zijn. Of er nog iets gebeurd zou zijn. Ik was nerveus, maar ik had zin om naar huis te gaan. Wat er ook zou gebeuren.

Toen we ons dorp in reden zag ik Jelle fietsen. Hij zwaaide met een verbaasde blik op zijn gezicht. Die belde ik straks wel. Eerst moest de auto leeg. Een uur later zaten we te eten.
‘Dat gaat een stuk sneller dan vanuit Zwitserland,’ zei mijn moeder.
Mijn vader glimlachte. ‘Moeten we vaker doen, met de boot.’
Ik glimlachte.
‘Wanneer komt Auke thuis?’ vroeg mijn moeder.
‘Morgen, laat waarschijnlijk.’
Ik zag haar even denken.
‘Ik ga straks nog even naar Jelle, denk ik.’
‘Ben je niet moe dan?’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Gaat wel.’
Al was ik wel moe geweest, ik wilde hem gewoon zien. Ik wilde weten wat er de afgelopen dagen gebeurd was. Hij was al weer een paar dagen thuis, als er iets raar aan de hand was zou hij het vast wel weten. Linda was niet weg geweest, wist ik, dus die heeft alles goed in de gaten kunnen houden. Meteen nadat we gegeten hadden belde ik hem op.
‘Alweer terug, zag ik?’
‘We zijn bijna weg geregend,’ lachte ik, ‘echt niet normaal.’
‘Jeumig.’
‘Twee en een halve week was lang genoeg,’ lachte ik. ‘Ey, ben je thuis?’
‘Ik wel. Kom je nog even hierheen?’
‘Doe ik. Half uurtje?’
‘Ik zie je,’ sloot hij af.

‘Linda er niet?’ vroeg ik toen ik binnen was.
Jelle schudde zijn hoofd. ‘Ik zie haar morgen weer.’
‘Hoe was jouw vakantie?’
‘Gaaf. Veel gedaan en gezien. En de jouwe?’
‘Beetje nat,’ grijnsde ik, ‘maar wel leuk.’
‘Weer een geheime vakantieliefde opgedaan?’ vroeg Jelle spottend.
‘Ga ik jou een beetje vertellen,’ lachte ik.
Jelle lachte.
‘Been there, done that, got the T-shirt,’ grijnsde ik. ‘Eén keer was genoeg.’
‘Joh, echt?’
Ik lachte. ‘Hij komt morgen thuis,’ staarde ik voor me uit.
Jelle glimlachte en keek naar me.
‘Nog nieuws hier uit het dorp?’
Jelle schudde zijn hoofd. ‘Het was een van de eerste dingen die ik aan Linda vroeg toen ik terug kwam. Maar helemaal niets. Nou ja, weinig in ieder geval.’
‘Weinig?’
‘Ik reed gisteren door het dorp, en ik zag iemand de hele tijd kijken. Maar dat kan ook verbeelding zijn geweest.’
‘Zou die paar weken rust goed zijn geweest?’
‘Misschien wel. De schuur gaat pas over een week weer open, dus die confrontatie komt later.’
Ik keek naar hem.
‘Nou ja, confrontatie…’ krabbelde hij terug. ‘Je snapt wat ik bedoel. Ik weet niet.’
‘Als we ze meteen de week daarna weer waren tegen gekomen was het erger geweest bedoel je?’
‘Zoiets. Auke weet nog steeds van niets hè?’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Volgens mij niet.’
‘Kjeld is nog kwaad geweest, dat wil je niet weten.’
‘Kjeld?’
‘Linda vertelde het me. Hij heeft zich echt op staan te winden daarover.’
‘Tegen wie?’
‘Niemand. Gewoon, toen hij en Lilian het er met Linda over hadden.’
Ik glimlachte. Mijn maatje. ‘Is ook niet gek,’ zei ik toen.
‘Nee,’ zei Jelle, ‘inderdaad. Ik schrok wel van die littekens op vakantie.’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Belachelijk gewoon. Auke schrok er ook van.’
‘Volgens mij weet niemand waar hij allemaal doorheen heeft moeten gaan.’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, niemand.’
Waarom dacht ik meteen aan mezelf? Ik voelde me er schuldig over. Wat Kjeld heeft door moeten maken stond in geen verhouding met waar Auke en ik voor stonden. Tenminste, dat hoopte ik. Ik maakte me zorgen. Ik moest er niet aan denken dat het zo uit de hand zou lopen. De grote proef zou snel komen, als de schuur weer open zou gaan. Maar eerst moest Auke thuis komen. Ik kon er niet op wachten. Ik wilde hem zien, vasthouden. Voorbereiden op wat er aan zat te komen.

Hij belde me laat in de avond, tegen middernacht. Hij gaapte en was thuis. Ik lachte. De volgende middag was hij bij mij. Ouders weg, Evelyn weg, alleen wij twee. Auke pakte me meteen vast, kuste me lang. Zijn hand verdween onder mijn shirt, zijn gezicht grijnsde.
‘Ik heb je gemist,’ fluisterde hij in mijn oor, ‘zullen we naar boven gaan?’
Ik mompelde wat terug. Auke hield me vast en keek me bezorgd aan.
‘Is er iets?’
‘Ze hebben ons gezien.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Op vakantie, hand in hand. Mijn oom en tante waren niet de enige.’
‘Wie waren het?’
‘Ik ken zijn naam niet. Iemand uit die vriendenkring van jou. Blond haar, stukje langer dan ik?’
Auke dacht na, wist niet wie ik bedoelde.
‘Hij begon er over op de laatste avond in de schuur. Maakte grapjes over jou en mij.’
‘Midden in de schuur?’
‘Nee, tegen mij. Jelle stond er bij. Maar de hele groep stond te kijken. Ze weten het gewoon allemaal.’
Auke trok nog net niet wit weg. ‘Godverdomme.’
Ik knikte. Auke liet me los, leunde tegen de tafel en keek naar me.
‘Dat wist jij de hele vakantie al?’
‘Ja.’
‘Waarom heb je me niks verteld?’
‘Je was op vakantie. Ik wilde die niet verknallen. Bovendien, wat kon je doen terwijl je daar was?’
‘Niets waarschijnlijk.’
‘Precies.’
‘Was Marloes er ook bij?’
‘Ja, maar die moest ook haar mond houden van mij. Ik wilde het je zelf vertellen.’
Auke zuchtte. ‘Bedankt.’
‘Bedankt?’
‘Dat je me niets verteld hebt. Dat zou inderdaad mijn vakantie verknald hebben.’ Hij keek even naar me. ‘Maar hoe was die van jou dan?’
‘Ging wel. Ik heb er met mijn ouders over gepraat. Die hadden meteen door dat er wat was.’
‘Hoe reageerden ze?’
‘Zoals ik verwacht had,’ antwoordde ik schamper, ‘bang voor de problemen die het op zou leveren.’
‘Alsof wij dat niet zijn.’
Ik knikte, liep naar hem toe en pakte hem vast. ‘Mijn vader zei nog wel iets.’
‘Wat?’
‘Ik zei dat ze me toch niet tegen konden houden, wat ze er ook over zouden zeggen in het dorp. Hij vond dat ik vastberaden klonk. Vond dat het een goed teken was.’
Auke glimlachte.
‘Hij vroeg of we klaar waren voor de confrontatie.’
Auke zuchtte. ‘En zijn we dat?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Weet ik veel. We zullen wel moeten.’
Auke verborg zijn hoofd in mijn nek. ‘Ik ben bang,’ zei hij zachtjes.
‘Ik ook Auke, maar ik laat me niet gek maken.’
Hij keek even naar me met een spottende blik. ‘Alsof we dat zelf in de hand hebben.’
Ik schonk wat te drinken in, we bleven aan tafel zitten de rest van de middag.

Marloes kwam weer thuis, tot grote vreugde van Martijn. Kjeld was er weer, met Lilian. Auke en ik hadden het dorp een beetje gemeden; niet veel in het centrum blijven hangen, zo min mogelijk mensen zien. Dat werkte wel, maar het bleef geen oplossing. Het was lekker weer, we wisten dat de rest bij elkaar zou komen in het centrum. Even op het terras hangen bij de cafetaria, kijken of er nog meer bekenden zouden zijn. Auke en ik moesten wel, we konden er niet bij weg blijven. We hadden er geen zin in. Nou ja, op zich hadden we er wel zin in, maar we durfden niet. Ontwijken had geen zin, daar waren we het wel over eens, dus gingen we, als laatste, met lood in onze schoenen. De rest was er al, en verder was het leeg. Af en toe had dit slaapdorp wel zijn voordelen. Er gebeurde niet veel. De spanning viel na een paar minuten van onze schouders af. Er kwam wel iemand voorbij gefietst, maar die keek nog niet eens. De mensen van de cafetaria hielpen ons gewoon, niets bijzonders. We keken elkaar een keer aan en glimlachten. Waar hadden we ons zorgen om gemaakt? We zakten steeds meer ontspannen onderuit in de rieten terrasstoelen. Kjeld vertelde over zijn vakantie, Jelle zat vol sterke verhalen. We lachten, vergaten de tijd. Dezelfde sfeer als de week samen aan het meer. Een oude vriend van Auke reed voorbij. Auke stak zijn hand op, de jongen zwaaide snel terug en keek weer voor zich. Auke keek even verbaasd en haalde toen zijn schouders op. Niks aan de hand. De sfeer bleef, tot een kwartier daarna. Er kwamen twee jongen uit het dorp langs gereden, oude vrienden van Hendrik. Ze keken, grijnsden.
‘Homo’s,’ zei één van de twee toen ze voorbij kwamen.
Ik keek om, keek ze na. Zij keken terug, remden af en draaiden om.
‘Problemen?’ vroeg één van de twee.
‘Wat mij betreft niet,’ zei ik.
Ik probeerde rustig te klinken, maar ik had het idee dat alles aan mij trilde, mijn handen, mijn stem.
‘Mooi,’ zei de ander.
Mijn blik schoot naar Kjeld, die zat het te volgen met een gespannen gezicht. Ze keken even naar hem en reden toen weer verder. Lachend, spottend. Iedereen keek elkaar aan, iedereen zweeg.
‘Eikels,’ zei Jelle.
Martijn staarde voor zich uit.
‘Vrienden van Hendrik, ik had niet anders verwacht,’ zei ik.
‘Zoals ik al zei; eikels,’ zei Jelle.
Auke stond op. ‘Ik ga nog een blikje cola halen. Nog iemand?’
Ik liep met hem mee naar binnen. Auke keek naar me.
‘Mooie zooi,’ zei hij toen we binnen waren.
‘Ik vind het moeilijk. Ik weet niet hoe ik daar mee om moet gaan.’
‘Ik ook niet.’
Auke bestelde en keek weer naar me. ‘Toch kan ik me niet voorstellen dat iedereen er zo over denkt. Martijn, Jelle en Kjeld doen er toch ook normaal over?’
Achter hem werden twee blikjes neergezet. Hij draaide zich weer om en gaf zijn geld.
‘Ik hoop het maar,’ zei ik.
Auke kreeg zijn wisselgeld. ‘Het zal wel moeten,’ zei hij over zijn schouder tegen me.
‘Zo is het ook,’ zei de man achter de balie.
We keken hem verbaasd aan.
‘Je kent die eikels van de groep van Hendrik toch wel onderhand? Gewoon laten lullen, jongens.’
Ik keek nog verbaasder.
‘Ik hoor wel eens wat,’ grijnsde hij. ‘Afgelopen week werd een vergelijking gemaakt met die vriend van jullie, die Kjeld. Daar praat ook niemand meer over. Geef het tijd, jongens.’
We glimlachten een keer, bedankten hem en liepen weer terug naar de rest. We zeiden niets meer. Aan het eind van de middag reden Auke en ik samen terug naar huis.
‘Leuk wat hij zei,’ begon ik, ‘maar ik hoop toch niet dat het eerst net zo uit de hand moet lopen zoals bij Kjeld, voordat alles weer een beetje normaal wordt.’
‘Het zal toch niet?’
We waren aangekomen bij mijn schuur thuis. Auke pakte me vast, kuste me op een aparte manier. Hij keek me daarna meteen serieus aan.
‘Wat heb jij?’ vroeg ik.
‘Wij gaan hier samen uit komen. Jij, ik, met de rest.’
Achter me ging ineens de deur open, met een beetje geschrokken gezicht keek ik in die van mijn moeder.
‘In de keuken is het warmer hoor,’ zei ze, ‘kun je nog wat te drinken inschenken ook.’
Ze lachte.

Meteen toen ik de schuur in liep merkte ik dat er een rare sfeer hing. Auke kwam achter mij aan. Ik keek even naar hem en zag aan zijn gezicht dat hij het ook merkte. We liepen naar de bar en kregen twee flesjes van Jeroen.
‘Hoe was de vakantie, heren?’ lachte hij.
‘Super,’ zei Auke.
‘Leuk,’ zei ik, ‘maar een beetje nat.’
Jeroen glimlachte. ‘Ik hoorde het van Jelle.’
‘Is die er al?’ vroeg ik terwijl ik rond keek.
‘Nee, ik sprak hem deze week.’
Ik keek even naar Jeroen, hij zei het wel erg snel, ontwijkend bijna.
‘En jouw vakantie?’ vroeg Auke. Die had dus niets in de gaten.
‘Gaaf,’ zei Jeroen. ‘Het zag er even naar uit dat ik jou ging imiteren, Mark.’
‘Regen?’
Hij schudde zijn hoofd en bloosde. Ik begon te lachen.
‘Vakantieliefde? Ik raad het je af, jongen.’
‘Ik hoorde toen anders alleen maar enthousiaste verhalen van je.’
Ik grijnsde. ‘Je was nieuwsgierig en vond dat je mijn voorbeeld maar moest volgen?’
‘Yep. Nou ja, met een meisje dan.’
Ik keek hem aan, hij schrok van zichzelf.
‘Goed, het nieuws gaat snel,’ zei ik droog.
‘Sorry, het was niet zo bedoeld.’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Jij mag het wel weten. Hoe ben jij er achter gekomen?’
‘We zaten met een stel bij elkaar. Ik wist niet wat ik hoorde.’
‘Tsja,’ zei ik maar.
‘Ik geloofde er eigenlijk niets van. Maar ze bleven zo volhouden dat het waar was… Ik heb Jelle gebeld.’
‘Volgende keer gewoon ons bellen,’ zei Auke een beetje dwars.
‘Sorry, ik wist ook niet wat ik er mee moest.’
‘Ja,’ spotte Auke, ‘het is ook wel iets aparts voor dit dorp. Je maakt nog eens wat mee op deze manier.’
Jeroen grijnsde. ‘Het maakt mij allemaal niet uit hoor. Ik had het alleen nooit achter jullie gezocht.’
Auke glimlachte weer. Ik verslikte me bijna in een slok door een klap achter op mijn rug.
‘Hé, Mark,’ hoorde ik meteen daarna Jelle zeggen met een onschuldige stem.
‘Zak.’
Jelle lachte. Ik zag andere mensen kijken in de schuur. Erg druk was het nog niet. Ze keken even, gingen daarna verder met waar ze mee bezig waren. Langzaam liep het vol. Martijn en Marloes kwamen binnen, daarna Kjeld en Lilian. Niet veel later kwamen wat oude vrienden van Hendrik binnen. Opmerkelijk, zo vaak kwamen die niet, en zeker niet allemaal tegelijk. Ik zag Jeroen een keer kijken. Er waren wat vrienden van Auke. Hoe drukker het werd, hoe meer ik het idee kreeg dat mensen naar ons stonden te kijken. Alsof iedereen door de drukte zich vrijer voelde om het te doen omdat het minder zou opvallen. Ik werd paranoïde, vond ik, ik zag dingen die er misschien niet waren. Ik probeerde er niet op te letten, maar op mijn gemak voelde ik me niet. Ook Auke was niet zichzelf. Normaal raakten we elkaar regelmatig aan, ook in de schuur, maar nu iedereen wist wat er aan de hand was deden we dat juist niet meer. Wist iedereen het wel? Maakte ik het niet erger dan het misschien was? Machteld stootte me aan terwijl ze wat bestelde bij Jeroen.
‘Lekker weer gehad, hoorde ik?’ Ze lachte.
‘Hou op, schei uit. Maar wij vermaken ons toch wel.’
Ze glimlachte. ‘Ik had niet anders verwacht.’ Ze keek even naar me, onderzoekend. ‘Ik vertel je niets nieuws als ik zeg dat er verhalen rond gaan?’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, dat weet ik al ja.’
‘Is het waar?’
Ik knikte.
‘Pff, ben je klaar mee. Er blijft ook niets geheim hier in dit kutdorp.’
‘Weet jij alles van.’
Ze zuchtte. ‘Weet je wat het ergste is, ik weet nog steeds niet hoe dat verhaal van mij uitgelekt is, maar iedereen schijnt het te weten.’
‘Niets blijft geheim.’
‘Zelfs dat rare mens van van Heumen keek me vies aan in de winkel.’
Ik glimlachte.
‘Weten jouw ouders het al?’
Ik knikte. ‘Ik dacht dat je dat wel wist.’
‘Mij vertellen ze nooit wat.’
‘Ze wisten het al voor we op vakantie gingen. Jouw ouders hadden Auke en mij samen gezien.’
‘Je gaat me toch niet vertellen dat mijn ouders het verraden hebben?’
Ik knikte.
‘Godver. Sorry, Mark. Je weet hoe ze zijn.’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Wat dan weer wel netjes is, is dat ze verder niemand iets verteld hebben. Jou dus ook niet, blijkbaar.’
Ze glimlachte. ‘Jij weet ook overal iets positiefs in te zien hè?’
‘Hebben we een andere keus?’
‘Nee,’ lachte ze. ‘Zeker Auke niet, met zo’n supervriendje zoals jij.’
‘Doe effe normaal.’
Ze pakte de flesjes van de bar. ‘Ik ga weer terug, anders gaat John zeuren dat hij zo’n dorst heeft,’ knipoogde ze.
Ik lachte en legde even mijn hand tegen haar rug terwijl ze wegliep. Ze keek nog even een keer lachend om. Langs haar heen zag ik weer mensen kijken. Ik herkende Wim, de jongen uit de vriendenkring van Auke die een keer gevochten had in de schuur met een van de vrienden van Hendrik. Hij keek dwars door me heen. Ik voelde even een rilling over mijn rug en draaide me om. Meteen keek ik in de ogen van Auke.
‘Ligt het aan mij of staat iedereen te kijken?’
‘Weet ik niet. Ik heb hetzelfde,’ zei ik.
‘Ik sta hier niet op mijn gemak.’
‘Ik ook niet.’
‘Eigenlijk wil ik gewoon naar huis.’
‘Ik laat me niet wegjagen, Auke.’
‘Ik hoop dat we dat kunnen volhouden.’
Kjeld was er bij komen staan. Ik zag zijn gezicht en wist genoeg. Ik wilde het er niet meer over hebben. Hij wist wat het was. Hoe het voelde. Auke zette zijn lege flesje op de bar. Er kwam iemand naast hem staan. Ik kende hem wel, al had ik er nooit contact mee. Auke wilde wat bestellen, maar de jongen praatte gewoon over hem heen. Jeroen had het niet in de gaten en gaf de jongen zijn flesje. Hij keek grijnzend naar Auke, triomfantelijk, uitdagend. Auke reageerde niet, stak zijn hand op naar Jeroen, de bekende beweging voor een flesje.
‘Niet te zat worden hè, mietje,’ zei de jongen vlak voor hij weg liep.
‘Pardon?’ Auke vroeg het hard, dwingend.
De jongen keek alleen maar een keer spottend om en liep door. Auke wilde nog wat zeggen, maar Kjeld hield hem tegen.
‘Laat je niet uit de tent lokken,’ siste hij. ‘Gewoon laten lullen.’
Auke keek kwaad, keek even naar Jeroen.
‘Laat maar zitten, Jeroen. Ik ga er vandoor.’
‘O nee,’ zei Jeroen. ‘Jij blijft gewoon.’
‘Jeroen,’ zei Auke, ‘dit gaat niet goed. Nog zo’n opmerking en ik ga mijn bek niet meer houden. Dat loopt uit de hand en dan kun jij de tent wel sluiten.’
‘Als dit soort dingen er voor zorgen dat sommige mensen niet meer willen komen dan sluit ik de hele toko toch wel. Doe even normaal zeg.’ Jeroen keek kwaad. ‘Je laat je niet wegjagen door dat soort eikels, want als je dat doet dan heb ik er ook geen zin meer in. Dan is dit de laatste avond geweest.’
Auke zuchtte.
‘Bovendien, ik had het flesje al voor je open getrokken. Betalen doe je toch. Besteld is besteld.’ Hij schoof het flesje nu recht voor Auke’s neus. ‘Opzuipen. Hop.’
Auke kon er maar net om lachen. Kjeld knikte alleen maar. Auke dronk. Snel. Ik wist waarom. Hij wilde echt weg. Hij kon het niet meer volhouden. Martijn en Jelle protesteerden.
‘Blijf nou man,’ zei zijn broer.
‘Martijn, het is leuk geweest voor vandaag. Laat me nou maar.’
‘Als jij gaat, ga ik ook,’ zei Kjeld achter ons.
Hij probeerde Auke te chanteren, maar dat lukte niet.
‘Zelf weten,’ zei Auke. ‘Pak je jas dan maar.’
Ik ging er niet tegen in. Ik wilde zelf ook weg. Samen vertrokken we, met de rest.
‘Tot volgende week,’ zei Jeroen. ‘En waag het niet om weg te blijven.’
Auke knikte en ging als eerste naar buiten, samen met mij. Nagestaard door de rest van de schuur.

We waren de straat nog niet uit of hij barstte los.
‘Stelletje klootzakken,’ brieste hij. ‘Gek zijn ze. Lomp. Bekrompen.’
Ik reed naast hem, probeerde hem over zijn rug te wrijven. Hij keek naar me, zocht naar een antwoord wat ik ook niet had. Achter ons reed de rest. Auke trapte stug door totdat we vlak bij zijn huis waren. Aan het begin van de straat stopte hij. Hij bleef staan, ging op zijn bagagedrager zitten en staarde kwaad voor zich uit.
‘Ik kan hier slecht mee omgaan,’ zuchtte hij.
‘Dat kan waarschijnlijk niemand,’ zei ik.
‘Er is maar één manier,’ zei hij, ‘ik ga gewoon geen contact meer hebben met de rest van dit dorp. Ze doen maar. Ik ga niet meer naar die schuur.’
‘Auke…’ zei Jelle.
‘Wat moet ik dan? Iedereen maar een beetje laten staren? Het maar goed vinden dat er lullige opmerkingen gemaakt worden? Moet ik dat dan maar gewoon goed vinden?’
Jelle schrok. Auke was kwaad, en dat was aan zijn stem te horen.
‘Het heeft tijd nodig,’ zei ik.
‘Dan kom ik daarna wel weer een keer terug,’ mokte hij.
‘Auke, doe normaal. Heb je dan geen trots meer?’ vroeg Martijn.
‘Trots? Trots? Flikker toch op.’
Marloes schudde haar hoofd.
‘Wat?’ zei Auke spottend. ‘Heb jij wel een oplossing?’
Marloes bleef stil. Net zoals ik. Mijn hoofd gonsde van de verschillende gedachtes. Ik maakte me zorgen om Auke, maar aan de andere kant voelde ik me precies zoals hij. Gaf ik hem helemaal gelijk. Moest ik me nu ook zorgen maken om mezelf?
‘Jullie hebben gelijk Auke,’ zei Linda, ‘niet zij.’
‘Fijn, bedankt Linda. En wat hebben we daar nu aan?’ Auke keek haar strak aan. Daarna ontspande zijn gezicht. ‘Sorry. Ik weet het ook gewoon even niet meer.’
Ze liep naar hem toe en sloeg haar armen om hem heen. Ze kuste zijn voorhoofd. Auke liet het even over zich heenkomen en zuchtte.
‘Ik weet niet meer hoe ik me moet gedragen als ik anderen tegenkom,’ zuchtte hij.
Kjeld kuchte een keer. Ik keek naar hem, zag Auke ook kijken.
‘Heb jij nog tips?’ vroeg hij toen zachtjes aan hem.

© 2007/2008 Oliver Kjelsson