Geheim (deel 4)

Print Friendly, PDF & Email

‘Waarom niet?’ vroeg ik een beetje verbaasd en geërgerd tegelijk. ‘Wordt vast gezellig.’
‘Gewoon…’
‘Gewoon?’
‘Ruben… Mijn ouders weten van niets. Wat nou als ze elkaar blijken te kennen? Mijn vader is een redelijk bekend figuur doordat hij voorzitter is van de vereniging, en hij doet meer van dat soort dingen. Hoe kunnen we dat dan uitleggen?’
‘Die kennen elkaar niet. Je moet niet overal problemen in gaan zoeken, Friso.’
‘Maar…’
‘En al kennen ze hem. Dat kunnen we wel uitleggen hoor.’
Friso haalde zijn schouders op.
‘Je gaat gewoon mee.’
‘Waarom wil je me dan mee hebben?’
Ik zuchtte. ‘Ik ben blij met je. Gelukkig. Mag ik? Daarom heb ik ook over je verteld. En dat vinden ze leuk. Zijn nieuwsgierig naar je. Dat is toch niet gek?’
‘Nee,’ zei hij twijfelend.
‘Friso,’ zei ik terwijl ik hem vastpakte, ‘ik snap jouw situatie, wil ik ook rekening mee houden. Maar daar moeten we niet alleen maar mee bezig zijn. Af en toe moet je ook een keer jezelf zijn. Bij mij thuis kan dat. Geniet daar van. Geloof me, het wordt heel gezellig.’
Friso knikte maar een keer. Hij was er nog niet van overtuigd.

‘Friso er niet bij?’ vroeg mijn moeder toen ik binnen kwam.
‘Nee,’ zei ik. ‘Die had verplichtingen bij zijn eigen familie.’
‘Jammer.’
‘Je ziet hem binnenkort wel een keer,’ knipoogde ik.
Ik feliciteerde mijn vader, gaf hem zijn cadeau. ‘Ook namens Friso.’ Ik had het samen met hem gekocht.
‘Ruben, kijk eens!’ Het zoontje van mijn zus trok aan mijn arm. Hij nam me mee naar zijn broertje, ze hadden samen een huis gebouwd van Lego, op de grond, achter in de kamer.
‘Mooi man,’ lachte ik op mijn knieën.
Hij hing even tegen me aan. Altijd schooien om een knuffel. Ik glimlachte, hield hem stevig tegen me aan waarop hij begon te lachen. Hij wist wat dat betekende. Twee tellen later hing hij ondersteboven. Nu schaterde hij.
‘Hij wordt eigenlijk te zwaar voor die onzin,’ zei ik even later tegen mijn zwager.
Mijn zus knipoogde. ‘Je doet het zelf.’
‘Zolang het nog kan,’ lachte ik.
‘Jammer dat hij er niet bij is.’
‘Volgende keer. Hij kon echt niet weg thuis.’
Dat kon hij ook niet. Niet zonder wat uit te leggen, zo had hij me keer op keer verteld. Ik baalde er van. Dat hij er niet was, dat hij niet het lef had om mee te gaan. Dat ik er zo gemakkelijk om kon liegen. Dat stak me misschien nog wel het meeste. Ik kon er omheen praten, zonder na te denken bijna. Lekker makkelijk, geen vragen, geen bemoeienis. Ik kreeg een hekel aan mezelf op deze manier. Liegen was niet de mooiste kant die ik van mezelf wilde zien.
‘Maar het gaat wel goed tussen jullie?’’ vroeg ze toen we even buiten gehoorsafstand van de rest waren.
‘Ja hoor.’
Ze keek me aan met een blik die verraadde dat ze me niet helemaal geloofde. ‘Ik ben jouw oudere zus, Ruben. Je kunt geen geheimen voor me hebben. Al zou je nog zo graag willen.’
Ik grijnsde. ‘Het is me al eens gelukt.’
‘Ik wist dat er toen iets was. Alleen niet wat.’
Ik keek strak voor me uit.
‘Ruben, als ik je kan helpen dan moet je het zeggen.’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Dat kun je niet.’
‘Erover praten helpt ook,’ zei ze zo onschuldig mogelijk.
Ik lachte. ‘Wat ben jij erg.’
Ze lachte, gaf me een knuffel.
‘Oké. Jij je zin. Friso zit nog in de kast. Heel erg in de kast. Zijn ouders weten van niets. Helemaal niets. Hij durfde niet te komen. Bang dat mijn ouders die van hem zouden kennen, zoiets. Belachelijk, maar hij is erg op zijn hoede.’
‘Kwestie van geduld, tot hij zo ver is dat hij het thuis kan vertellen?’
‘Als ik de verhalen zo hoor kan dat nog wel even duren.’
‘Ouderwets?’
Ik knikte. ‘En streng en overbezorgd bovendien.’
‘En jij wil verder?’
‘Ja. Nou ja… Ik kan er best rekening mee houden hoor, vind ik geen probleem. Maar aan de andere kant… Als het inhoudt dat hij ook niet mee naar hier gaat, zoals vandaag, wat moet ik er dan mee? Ik snap hem ook niet. Jullie weten het, accepteren het volkomen, dat moet hem toch goed doen? Dat hij gewoon zichzelf kan zijn? Laatst zijn we bij Simon thuis geweest, hij genóót. Waarom nu dan niet?’
‘Vrienden van het klimmen is wat anders dan bij de ouders van je vriend op bezoek, Ruben.’
‘Weet ik ook wel.’
Mijn telefoon piepte in mijn broekzak. Ik bekeek het berichtje.
Bel me even als je naar huis gaat. Maakt niet uit hoe laat.
Mijn zus zag me verbaasd kijken en glimlachen.
‘Friso?’
Ik knikte.
‘Lief. Hij denkt aan je.’
Dat toverde een verlegen glimlach op mijn gezicht. Ze had ook wel gelijk. Ze pakte mijn arm.
‘Komt wel goed, broertje. Hij ontdooit wel. Hij is nog jong.’

Meteen toen ik in de auto zat belde ik hem.
‘Hey,’ zei hij.
Ik hoorde een hoop lawaai op de achtergrond. Ik zag hem al voor me, iets weg van de groep, hoofd naar beneden, telefoon tegen zijn oor gedrukt, een vinger in het andere.
‘Hey,’ lachte ik. ‘Waar ben je?’
‘Feestje van studiegenoot.’
‘Had je me niets over verteld.’
‘Nee, ze belden me vanmiddag op, of ik zin had om ook te komen.’
‘Gezellig.’ Ik hoopte maar dat mijn lichte jaloersheid niet door klonk in mijn stem.
‘Ben je nu op weg naar huis?’
‘Ik zit net in de auto.’
‘Wat?’ Hij had duidelijk last van het lawaai om hem heen.
‘Ik zit net in de auto, Kwartiertje rijden nog.’
‘Rij voorzichtig,’ zei hij wat zachter. ‘Slaap lekker straks.’
‘Jij veel plezier nog.’
Hij lachte. Die had gedronken. Hij zei nog iets wat ik niet kon verstaan, daarna hing hij op. Ik zuchtte en reed de straat van mijn ouders uit.

Ik parkeerde mijn auto, stapte uit en liep naar de ingang van het gebouw. Een eind verderop hoorde ik een fietsbel. Onbewust keek ik. Hij zwaaide. Ik lachte verbaasd. Friso remde en kwam met een schok naast me tot stilstand. Ik keek naar zijn breed lachende gezicht.
‘Wat doe jij hier?’
Hij kuste me. ‘Ik wilde je nog even zien.’
‘Gek,’ grinnikte ik.
Zijn hand gleed langs mijn arm en pakte de sleutels die ik vast had.
‘Ik zet even mijn fiets binnen,’ grinnikte hij.
Hij liep voor mij de hal in, ik keek hem verbaasd na. Het raakte me, het gloeide van binnen. Hij hielde me vast toen de lift naar boven ging, toen de voordeur achter ons dicht viel trok hij me tegen zich aan en kuste me.
‘Mooie verrassing,’ zei ik zachtjes.
‘Ik moest je nog zien. Ik wilde wat goedmaken.’
‘Goedmaken?’
Friso trok me mee de kamer in, meteen door naar mijn slaapkamer. Zijn jas viel onderweg naast zijn rugzakje op de grond. Op bed keek hij me aan.
‘Sorry, dat ik er niet bij was vandaag. Sorry.’
‘Is al goed,’ zei ik.
‘Nee, sorry.’ Hij zei het vol spijt, ondertussen mijn nek kussend.
‘Weer een hekel aan jezelf?’
Hij lag op me, leunde op zijn handen. Hij staarde in mijn ogen en knikte.
‘Niet doen, Friso. Het is goed. Komt allemaal nog wel.’
‘Ik ga het goedmaken.’
‘Komt allemaal wel, geen haast.’
‘Nee. Nu.’
Ik grijnsde.
‘Ik heb thuis gezegd dat ik naar dat feestje was en dat het laat ging worden. En ik heb gezegd dat ik kon blijven slapen.’
Mijn mond viel open. Friso zat op me, kleedde me uit. Daarna verdwenen zijn eigen kleren. Naakt lag hij naast me, drukte zijn hele lichaam tegen me aan.
‘Ik blijf bij je vannacht. Ik wil niet naar huis. Ik wil bij jou zijn, met jou slapen, met jou wakker worden.’ Hij zei het zuchtend. Hij duwde zijn gezicht in mijn nek. ‘Ik hou van je, Ruben.’
‘Ik ook van jou, Friso.’
‘Het spijt me dat ik af en toe zo moeilijk doe.’
Ik streek door zijn haar, kuste zijn voorhoofd. Huilde hij nou?
‘Hey, rustig nou maar.’
‘Ik wil je niet kwijt, Ruben. Wat heb jij nou aan mij?’
‘Veel, Friso. Veel. Je maakt me vrolijk, gelukkig. Je raakt me niet zo maar kwijt.’
Hij zuchtte. Langzaam ontspande hij weer, nestelde zich in mijn armen. Zijn erectie was alweer verdwenen. Ik speelde er mee met twee vingers.
‘Slapen,’ fluisterde ik. ‘Wij tweeën.’
Friso sloot zijn ogen. Maar slapen kon hij niet. Traag kroop zijn nieuwe erectie langs mijn been omhoog. Met mijn hand tegen zijn bil duwde ik die tegen me aan. Hij bewoog langzaam heen en weer. Hij kuste me.
‘Geen wekker zetten,’ grinnikte hij.

Dit maakte zijn hele afwezigheid op de verjaardag van mijn vader goed. Hij zat tegenover me aan tafel, slaperige kop, zijn blik op oneindig. Hij keek even naar me alsof hij me pas net opmerkte en glimlachte. De kamer rook naar vers afgebakken broodjes.
‘Jij bent nog niet wakker,’ grapte ik.
‘Jawel, ik ben wel wakker,’ klonk het twijfelend, ‘maar mijn hoofd ligt nog in bed.’
Ik lachte, streelde zijn voet met die van mij.
‘Bij jou,’ zei hij er achteraan.
Dat deed me glimlachen. Ook ik genoot nog na van de hele nacht samen liggen en slapen. Zijn lichaam ontspannen tegen dat van mij, zijn langzame ademhaling toen hij sliep nadat hij kreunend klaar was gekomen en mij voerde met zijn zaad door mijn tong te strelen met zijn ontlading. Die tevreden blik op zijn gezicht, eindelijk na al die twijfels en excuses dat hij er niet bij was geweest. Heel even lag hij bij me zonder een hekel te hebben aan zichzelf. Alles volmaakt. Alles zo compleet.
‘Je staart,’ hoorde ik ineens. ‘Waar denk je aan?’
‘Aan vannacht, net zoals jij,’ glimlachte ik.
Hij bloosde.

Hij nam de tijd voor het ontbijt, bleef in de bank hangen in zijn boxer en T-shirt. Geen zin om te gaan. Ik vroeg er niet naar, zolang hij bleef was ik tevreden. Hij kuste me.
‘Dit mag van mij ieder weekend.’
‘Dan doe je dat toch?’
Hij kroop nog dichter tegen me aan. ‘Dat kan niet, dat weet je.’
‘Weet ik ook wel. Maar af en toe dromen moet toch kunnen?’
Hij kreunde tevreden. ‘Dit voelt zo goed.’
‘Wat ga je deze zomer doen?’
‘Hoezo?’
‘Als we samen op vakantie gaan dan kan dit twee of drie weken iedere dag. Gewoon jij en ik, niemand die ons stoort.’
‘Dat krijg ik thuis niet uitgelegd.’
‘Ik wil met je weg voor een tijdje,’ zei ik. ‘Maakt niet uit hoe we dat regelen.’
‘Wanneer dan?’
‘Als jij vakantie hebt. In juli of augustus. Maakt me niet uit waar naar toe.’
‘Zou wel gaaf zijn.’
‘Dan gaan we dat doen,’ zei ik resoluut.
Hij zuchtte. ‘Ruben…’
‘Wat nou? We hebben nog tijd genoeg om dat te regelen. Bedenken hoe we dat kunnen doen.’
‘Mijn ouders worden gek als ze daar achter komen.’
‘Dan zorgen we er voor dat ze dat niet doen.’
‘Dat krijgen we nooit voor elkaar,’ zei hij neergeslagen.
‘We verzinnen wel iets. Let maar op.’
Friso wilde nog iets zeggen maar zijn telefoon ging. Hij keek op het schermpje.
‘Shit,’ zei hij en nam op. ‘Hoi.’ ‘Ik ben net wakker.’ ‘Ja, dat weet ik.’ ‘Wat?’ ‘Waarom?’ ‘Ik kan toch wel een keertje weg blijven?’ ‘Ik heb daar toch ook helemaal niks aan? Waarom moet ik naar die wedstrijd komen kijken?’ ‘Jahaa,’ klonk het verveeld. Hij hing op en keek me aan.
‘Moeder?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Vader. Ik moet nú naar het hockeyveld komen. De wedstrijd begint zo.’
‘Dat snap ik nou echt niet. Wat moet jij daar nog?’
Hij zuchtte. ‘Hij is de voorzitter en dan ben je verplicht om te komen. Wij als gezin moeten daar bij zijn, wij moeten interesse tonen in het team voor de moraal van de spelers,’ dreunde hij op alsof hij zijn vader was die dit voor de zoveelste keer uit moest leggen.
Ik keek hem spottend aan.
‘Ruben, zo is hij nou eenmaal.’
‘Dat Jort gaat kijken omdat hij in de A1 speelt, dat snap ik nog, maar jij?’
Friso stond op en liep naar de slaapkamer om zich verder aan te kleden.
‘Het slaat gewoon nergens op. Je bent 19,’ zei ik. ‘Dan bepaal je dat zelf toch?’
Friso keek even om. ‘Maak jij het ze duidelijk?’
Ik keek zuchtend hoe hij mijn slaapkamer in verdween. Hier was niets tegen te beginnen. Niet veel later kwam hij terug, zijn schoenen al aan. Zijn gezicht stond strak. Hij trok zwijgend zijn jas aan, gooide zijn rugzakje over zijn schouders.
‘Ik ben weg.’
Ik pakte zijn arm zachtjes vast en gaf hem een kus.
‘Sorry,’ zei hij, ‘het was echt gaaf vannacht.’
‘Verzet je dan.’
‘Dat gaat niet, niet zolang ik daar woon.’
‘Wel eens geprobeerd?’
Hij keek me strak aan. ‘Wat denk je zelf?’
Ik liet hem los, rommelde in een la van de kast. Ik viste er een paar reservesleutels uit.
‘Hier,’ zei ik, ‘kun je de schuur in.’
Hij kuste me.
‘Dank je. Ik ga nu maar.’
‘Jouw keus,’ zei ik bot.
Friso gaf me nog een kus en verdween. Zonder nog iets te zeggen. Zonder een lange zoen of knuffel. Hij was boos. Op mij, op zijn ouders en de hele situatie. Ik ook. Vooral op mezelf.

Er werd niet gebeld, geen berichtjes gestuurd. Bij het klimmen zag ik hem pas weer. Hij keek nog steeds strak, maar hij stond wel buiten op me te wachten. Hij gaf me mijn sleutels terug.
‘Die zul je wel terug willen hebben.’
Ik drukte ze terug in zijn hand. ‘Hou maar.’
‘Waarom?’
‘Is handig. Bovendien kun je dan binnen wanneer je maar wilt.’
Dat raakte hem. ‘Dank je. Ruben, sorry voor zondag.’
Ik zweeg, haalde mijn schouders op. ‘Ik wil je gewoon zien, dat je blijft slapen, gewoon samen door de dag heen. Niet even snel tussendoor. Geen druk, alles met een schuin oog op de klok omdat je weer weg moet.’
‘Ik ook. Ik weet het, ik heb geen ruggengraat, moet me meer verzetten. Maar je weet niet hoe ze zijn. Leg ik je nog wel eens uit. Maar ik kan nu even niet anders. Ik heb ze nodig. Anders kan ik die studie niet betalen.’
Ik zuchtte en kuste zijn voorhoofd. ‘Sorry. Maar probeer mij ook een beetje te begrijpen.’
‘Doe ik.’
‘Kom, we gaan klimmen.’
Hessel en Simon hadden niets in de gaten, Friso en ik waren weer vrolijk. Al zakte die bui bij mij weer toen we naar huis gingen. Friso had een feest vrijdagavond, zou dus niet naar mij toe komen. Met een kus maakte hij het goed.
‘Ik kom zaterdag naar je toe.’
‘Als je op tijd komt dan kook ik iets lekkers voor je.’
Ik kreeg weer een kus. ‘Lekker.’
‘Waar heb je zin in?’
‘Verras me.’
Ik grinnikte. ‘Doe ik.’

Ik verveelde me. Het was vrijdagavond en ik had geen bal te doen. Friso was naar dat feest en ik zat alleen thuis. Ik wilde er niet van balen, ik gunde hem dat feest, maar stiekem deed ik het wel een beetje. Dat kon ik ook niet helemaal verbergen toen ik een sms-je van hem kreeg halverwege de avond.
Ik mis je. Wat ben je aan het doen? xxx
Ik zuchtte.
Ik jou ook. Verveel me. Ik ga maar eens vroeg slapen denk ik. xxx
Gapend zapte ik door de programma’s op tv, niets kon me boeien. Ik was ook gewoon moe. Drukke week achter de rug op mijn werk. Tegen een uur of 11 had ik het gezien en ging naar bed. Ik lag op mijn rug en probeerde te ontspannen. Dat lukte me. Met Friso in mijn hoofd viel ik in slaap. Hij zou naar me toe komen de volgende dag. Dat ging mooi worden.

Ergens halverwege de nacht werd ik even half wakker maar zakte meteen ook weer in slaap. Ik had nog niet eens de energie om te kijken hoe laat het was. Ik draaide me onbewust op mijn andere zij en sliep gewoon verder. Ineens schrok ik wakker. Ik voelde iets tegen me aan. In een schrikreactie zat ik rechtop en zocht de lichtschakelaar.
‘Ssst, rustig, ik ben het,’ fluisterde Friso.
‘Gek! Ik schrik me kapot. Wat doe jij hier?’
‘Feestje, blijven slapen.’
‘Dit had jij vooraf al gepland?’
‘Ik wou je verrassen.’
‘Dat is je gelukt,’ kuste ik hem.
‘Toen je sms’te dat je op tijd ging slapen wist ik dat mijn plan ging lukken,’ fluisterde hij balorig.
‘Lul.’
Hij kuste me, zijn zoen verdreef het laatste stukje slaap uit me. Hij was weer onstuimig, mijn boxer vloog over zijn schouder. Hij grinnikte.
‘Je hebt gedronken.’
‘Ja,’ zei hij kort en lachend.
‘Kom hier.’
Hij kwam loom op me liggen, toen ik zijn rug streelde.
‘Lekker,’ kreunde hij.
‘Weet ik.’
Zijn bekken reed tegen me aan. Mijn tong speelde met die van hem. Traag. Alle tijd. Geen wekker. Hij duwde zijn lichaam omhoog.
‘Draai je eens om.’
Ik vroeg niet waarom, deed het. Hij ging op mijn benen zitten en begon me te masseren. Hij boog voorover en kuste mijn nek met zijn knedende handen op mijn schouders.
‘Je bent gespannen.’
‘Hm,’ kreunde ik, ‘drukke week gehad.’
‘Ontspan.’
Ik lachte zachtjes. ‘Nadat je me net de stuipen op het lijf hebt gejaagd door ineens naakt tegen me aan te kruipen?’
‘Sinds wanneer schrik jij van mijn naakte lichaam?’
‘Niet. Maar wel als ik er van overtuigd ben alleen in huis te zijn, lulhannes.’
Hij kneep hard in mijn schouders. Ik kreunde. Zijn greep verslapte weer meteen, zijn handen gleden over mijn hele rug. Zijn duimen drukten onderaan op mijn ruggengraat en gingen in cirkeltjes omhoog. Dit voelde goed, de spanning zakte langzaam uit mijn rug. Hij boog voorover, kuste mijn nek en liet zijn handen over mijn armen glijden. Ik kneep mij billen bij elkaar en greep zo zijn harde lid. Hij begon heen en weer te bewegen waardoor ik nog harder kneep. Onder me duwde mijn erectie in de lakens. We kreunden tegelijk. Zijn handen leunden zwaar op mijn schouders. Ik keek achterom en zag hem met half open mond kijken naar hoe hij tussen mijn billen heen en weer gleed. Door zijn voorvocht gleed hij steeds makkelijker en sneller. Hij werd harder. Met hetzelfde ritme ging hij door, totdat hij ineens doorstootte en naar adem hapte. Ik voelde zijn zaad op mijn rug. Zijn armen knikten, hij kwam op me liggen. Hij zuchtte in mijn oor. Even bleef hij stil liggen, daarna kwam hij in beweging. Zijn handen wreven over mijn heupen en wurmden zich er daarna onder. Ik tilde me iets op, meteen grepen zijn handen me vast. Hij trok me langzaam af voor zover dat kon. Langzaam kwam ik omhoog, Ik probeerde op mijn knieën te gaan zitten. Hij ging mee omhoog, zonder me los te laten. Zijn lichaam drukte tegen mijn rug, ik hing tegen hem aan. Traag trok hij me af.
‘Sneller,’ kreunde ik zachtjes.
Ik had geen zin meer om het uit te stellen. Zijn hand bewerkte me, hij wist ondertussen wel wat ik lekker vond. Zijn lippen beten in mijn schouder, hij likte mijn nek. Ik voelde het tintelen en liet dat merken door sneller te ademen. Zijn zaad plakte tussen ons in, toen ik klaarkwam trok hij me verder achterover en liet het op mijn buik terecht komen. Ik ontspande en hing tegen hem aan. Zijn handen wreven over mijn borst, kneedden me af en toe. Hij duwde zijn bekken tegen me aan, ik voelde dat hij half hard was. Hij liet me niet los, met zijn handen op mijn borst ging ik weer voorover liggen, met hem op me. Ik wilde me omdraaien, hem aankijken. Ik wurmde me onder hem uit, draaide me om en trok hem weer op me. Ik keek in zijn glunderende ogen. Hij grinnikte.
‘Nog steeds dronken?’
‘Niet echt.’
Ik lachte. Weer grinnikte hij. Ik duwde mijn vingers in zijn rug. Zijn mond drukte zich op mijn lippen. We zoenden totdat we in slaap vielen.

Hij was redelijk vroeg wakker. Ik ook, maar dat alles kwam waarschijnlijk door zijn telefoon. Even dacht ik dat hij weer gebeld werd door zijn ouders, maar hij had een alarmtijd ingesteld.
‘Ik moet tussendoor wel even naar huis,’ verklaarde hij met een krakende stem.
‘Even je gezicht laten zien?’
‘Zoiets. Ik heb gezegd dat ik op tijd thuis zou zijn.’
‘Eet je wel mee vanavond?’
Hij knikte. ‘Reken daar maar op. Ik wil op tijd weer terug zijn.’
Ik keek hem aan.
‘Ze doen vast niet moeilijk.’
‘Maar?’
‘Je weet maar nooit. Ik begin er straks thuis wel over. Als het teveel gedoe geeft dan bel ik je nog wel.’
Ik kuste hem. ‘Ik reken op je.’
Friso kuste me terug.
‘Douchen?’
‘Goed idee,’ glimlachte hij.

Een uur later ging hij weer. Hij had duidelijk geen zin om te gaan. Hij bleef hangen bij de deur, trok me naar zich toe. We zoenden.
‘Ga nou,’ zei ik, ‘ik zie je vanavond weer.’
‘Vanmiddag misschien al.’
‘Zie maar wanneer je kunt ontsnappen.’
Hij grinnikte en kuste me. ‘Ik doe mijn best.’
Met een laatste kus verdween hij. Ik rekte me uit en ging languit op de bank liggen. Ik was tevreden. Hij wist steeds meer mogelijkheden te ontdekken om bij me te zijn. Langzaam zou alles goed komen.

Ik had alles klaar staan. De tafel gedekt, kaarsje er bij. Het enige wat ik nog moest doen was alles in de oven schuiven. Dat kon als hij er zou zijn. Dan hadden we nog een half uurtje voor een glaasje wijn. Ik had zin in een glas, maar wilde de fles pas open maken als hij er was. Ik keek een keer op de klok. 6 uur. Hij kon er ieder moment zijn. Ik maakte nog een mok thee voor mezelf. Half 7. Friso was er nog niet. Ik begon me een beetje zorgen te maken. Achter in mijn hoofd was de rust er nog. Hij zou er zo wel zijn. Tegen 7 uur stuurde ik een sms. Daar kwam geen antwoord op. Ik begon te ijsberen door mijn kamer, keek af en toe naar buiten. Het werd later en later, maar geen Friso. Ik besloot hem te bellen, maar ik kreeg meteen een voicemail. Hij had zijn telefoon uit staan! Waar was hij? Toch thuis? Problemen? Dat kon best, maar dan kon hij me toch wel wat laten weten? Even na achten schoof ik kwaad het eten in de oven. Er waren ondertussen al twee glazen uit de fles. Het belletje van de oven maakte me er op attent dat het al half negen was geweest. Nog geen teken van Friso. Ik belde hem nog een keer maar kreeg meteen zijn voicemail weer. Kwaad stuurde ik hem een berichtje, dat kon hij dan lezen als hij het weer eens nodig vond zijn telefoon aan te zetten.

Smakelijk eten. Het is een beetje veel in mijn eentje. Hoop dat jij ook lekker gegeten hebt.

Ik stak de kaars aan en staarde voor me uit. Veel zin in eten had ik niet meer. Traag begon ik te eten. Hij bekeek het maar. Misschien zat hij klem thuis, daar kon ik nog wel begrip voor opbrengen. Maar om helemaal niets van zich te laten horen? Dat kon hij me nooit uitleggen, dat kon hij niet meer goed maken. Daar kon geen goede verklaring voor zijn. Ik vroeg me af waar hij het lef vandaan haalde om dit van mij te vragen. Alles moest maar om hem draaien, zonder rekening te houden met mijn gevoelens. Alles moest zich maar automatisch aanpassen aan zijn situatie. Ik nam nog een hap. Het was wel lekker ondanks dat ik niet veel zin meer had. Het was goed gelukt, het recept. Ik had me er dan ook voor uitgesloofd. Voor hem. Ik wilde dat hij een leuke avond zou hebben. En dan bleef hij gewoon weg. Zonder iets te zeggen. Zonder er rekening mee te houden dat er nog andere mensen om hem heen waren die moeite voor hem deden, die op hem rekenden. Hij zocht het maar uit. Dit was wat mij betreft voorbij. Hier kon ik niet tegen. Ik werd al gek van dat geheime gedoe, maar dit was een stap te ver. Dit trok ik niet. Ik blies de kaars uit, schoof al het eten van mijn bord in de afvalbak en kletterde de hele zooi in de vaatwasser. Mijn avond was naar de klote. Daar kon niets meer aan veranderen. Tussendoor belde ik nog een paar keer, zonder resultaat. Zijn telefoon stond uit en bleef uit.

Na de tweede fles wijn wankelde ik naar mijn bed. Ik liet mijn kleren op de grond vallen en viel naakt op mijn bed. Ik trok het dekbed over me heen en sloot mijn ogen. Friso. Lul. Waar ben je nou? Waarom liet je niet even iets weten? Zou hij ruzie hebben gehad thuis? Heeft hij misschien meer verteld? Zijn z’n ouders door het lint gegaan? Wat zou er gebeurd zijn? Dit was niet normaal. Iets in mijn achterhoofd zei me dat Friso zo niet was. Er moest iets scheef gegaan zijn thuis, en flink ook. Anders had hij zijn telefoon niet uitgezet. Durfde hij het me niet te vertellen? Voelde hij zich zo schuldig dat hij bang was dat ik kwaad zou zijn geworden? Ligt hij nu thuis in bed aan mij te denken? Ik wist ook wel dat ik hem niet zomaar los kon laten. Ik wilde hem zo snel mogelijk zien. Ik wilde weten wat er aan de hand was. Ik draaide me op mijn andere zij. Ik sloot mijn ogen. Even flitste door mij heen dat hij nog zou komen. Daar hoopte ik op. Dat ik wakker zou worden van zijn naakte lichaam tegen me aan. Dat hij sorry in mijn oor zou fluisteren, me zou kussen. Dat alles weer goed zou zijn. Ik kende mezelf. Ik kon niet kwaad blijven. Maar dan moest hij wel iets van zich laten horen.

De volgende ochtend werd ik wakker door het licht buiten. Ik lag alleen. Geen Friso. Natuurlijk niet, waarom had ik daar ook op liggen hopen? Gek die ik was. Natuurlijk kwam hij niet, zeker niet als hij problemen thuis had gehad. Ik sprong mijn bed uit, zocht in de woonkamer naar mijn telefoon. Niemand had me gebeld. Geen berichtjes. Lag hij bij zijn ouders op de kamer of zo? Hij kon midden in de nacht toch wel even iets sturen? Ik probeerde zijn nummer weer, maar dat gaf me meteen weer de ondertussen bekende stem van zijn voicemail. Lul. Nu ging hij echt te ver. Al ging hij maar even op het toilet zitten om me een berichtje te sturen. Daar zouden ze hem toch niet controleren? Ik douchte, met de telefoon op de wastafel. Die liet ik niet meer alleen. Ik was weer nuchter en dat was niet goed voor mijn rust. Toen ik naar bed ging, de lakens tegen mijn huid voelde miste ik hem, dacht ik weer terug aan de avond ervoor, waar hij me verraste door ineens bij mij in bed te kruipen. Dat gaf hoop. Nu wis ik dat dat niet ging gebeuren. Ik kon me ook niet voorstellen dat hij nu nog zou komen. Het was zondag, er was een wedstrijd. Daar kon hij niet onderuit. Ik besloot hem nog een berichtje te sturen.

Sorry voor mijn berichtje gisteren. Ik mis je. xxx

Toch weer die hoop. Stiekem een beetje. Zijn ouders zouden toch zijn telefoon niet ingepikt hebben? Ze zouden die toch niet controleren? Het gaf me een onrustig gevoel nadat ik dat berichtje had gestuurd. Hoe stond ik in zijn telefoon? Gewoon met mijn naam? Ze zouden wel raar opkijken als ene “Ruben” een berichtje stuurde waarin hij zei dat hij Friso miste inclusief drie kusjes. Waarom was dit zo moeilijk? Ik wist niets van wat er aan de hand was. Ik keek op de klok. 11 uur. Zou hij al wakker zijn? Misschien wel, misschien niet. Lang kon het in ieder geval niet meer duren. Hij moest tenslotte naar de wedstrijd. Ik dacht er even over na om ook te gaan kijken. Ik kende Marnick tenslotte, goede smoes op zich. Die zou het wel begrijpen. Dat idee zette ik al snel weer opzij. Geen idee wat zijn ouders al wisten. Jort wist wie ik was. Die zou me herkennen, dat kon vreselijk uit de hand lopen. Ik zat machteloos thuis. Ik werd er gek van, wilde de stad in, Hessel bellen voor een terrasje. Dat deed ik maar niet. Ik moest thuis blijven, voor het geval dat hij weg kon en naar me toe wilde komen. Aan de andere kant, dan had hij maar moeten bellen, of iets van zich laten horen. Hij voelde het maar, dat niet iedereen 24 uur voor hem klaar kon staan. Dat hij ook rekening met anderen moest houden. Zeker met mij. Ik liet niet met mij spelen. Ik keek naar de telefoon in mijn hand. En belde niet. Ik bleef thuis. Stille hoop. Meer was het niet. En frustratie. Flink wat frustratie.

Hessel belde mij zelf een half uurtje later, alsof hij het gevoeld had.
‘Zin in een lekker terrasje? Het is heerlijk weer.’
‘Nee, ik blijf thuis denk ik.’
Hij moet het aan mijn stem gehoord hebben.
‘Alles goed, Ruben?’ vroeg hij bezorgd.
‘Nee,’ zei ik kortaf. Daarna gooide ik er alles uit, vanaf het moment dat hij vrijdag toch als een verrassing langs kwam, tot aan het moment dat ik alleen wakker werd vanmorgen. ‘Dus blijf ik maar even thuis. Geen idee of hij nog iets van zich laat horen.’
‘Raar dit,’ zei Hessel nadenkend. ‘had ik niet van hem verwacht.’
‘Nee,’ zei ik, ‘maar hij doet het wel.’
‘Toch niet even naar buiten? Even de frisse lucht in? Als hij langs wil komen belt hij je vast wel. Ik laat je meteen gaan, dat beloof ik je.’
‘Nee, laat maar. Ik heb ook gewoon geen zin.’
‘Laat je niet gek maken, Ruben. Ik waarschuw je. Als hij niet met een goed excuus komt dan moet je nog eens heel goed nadenken.’
‘Weet ik, weet ik. Ik zie wel. Eerst maar eens van hem horen.’
‘Hou je haaks jongen.’
Ik bedankte hem en liet me in de bank vallen. Waar zou hij nu zijn? Ik startte mijn computer op en zocht naar de website van de hockeyclub. Ik wilde weten hoe laat die wedstrijd afgelopen was, misschien kwam hij daarna nog even. De pagina opende zich, ik zocht naar het speelschema. Op de beginpagina bleef ik hangen. Alle lucht kneep uit mijn longen. Met open mond zat ik te lezen. Ik greep naar mijn telefoon en stuurde een berichtje naar Marnick dat hij me zo snel mogelijk moest bellen als de wedstrijd klaar was. Ik keek nog een keer naar het scherm, las het ondertussen voor de derde keer. Het stond er toch echt. Het verklaarde ook alles.

Vanmiddag speelt Heren 1 zonder de steun van onze voorzitter. Gistermiddag is zijn zoon zwaar gewond geraakt bij een ernstig ongeval met zijn fiets. Onze gedachten zijn bij hem en zijn familie in het ziekenhuis. We gaan deze wedstrijd winnen voor Friso.
© 2009 Oliver Kjelsson