Het verschil (deel 1)

Print Friendly, PDF & Email

Wat er allemaal aan vooraf ging………

Het begon allemaal een jaar of twee geleden. Ik had een feestje waar ik eigenlijk helemaal geen zin in had. Verjaardag van Willem, een vriend van mij. Veel mensen, kleine woonkamer, het ene sterke verhaal na het andere. Vreselijk. Maar het zou wel loslopen. Meestal werd het vanzelf toch wel gezellig, met de juiste mensen om je heen. De rest van de vriendenkring was er al toen ik binnen kwam lopen. Ik grijnsde naar Bart, die stond me met opgetrokken wenkbrauwen aan te kijken toen ik de kamer in kwam. Naast hem stond een collega van Willem vreselijk op te scheppen over zijn carrière. Ik kende hem nog van de vorige feestjes bij Willem. Ik kon me helemaal voorstellen hoe Bart zich voelde. Ik sloeg hem een keer op zijn schouder en probeerde het gesprek over te nemen. Bart praatte gretig terug. De collega vond aan de andere kant van hem een nieuw slachtoffer en Bart zuchtte lachend.
‘Ik dacht al, waar blijf je nou?’
Ik grinnikte. ‘Eerst wat moed verzamelen. Waarom nodigt hij ook altijd collega’s uit?’
‘Dat zal me altijd wel een raadsel blijven, Marcel.’
Er kwamen nog wat andere vrienden bij staan en het gesprek ging al snel over de dingen die we de laatste tijd hadden meegemaakt. Zo vaak zagen we elkaar niet meer. Iedereen druk met zijn eigen leven. De collega stond tegen een jongen aan te praten, ik kon aan zijn gezicht zien dat hij zich vreselijk verveelde met die verhalen. Onze blikken kruisten elkaar even en ik kon het niet nalaten om te glimlachen. Hij glimlachte terug met een blik van herkenning.

Even later was de irritante collega verdwenen. De jongen kwam de keuken uit gelopen met een nieuwe fles bier. We keken elkaar even aan en lachten naar elkaar. Hij kwam naar ons toe gelopen.
‘Mooie verhalen?’ vroeg ik spottend.
‘Pfft,’ zuchtte hij. ‘Op het werk is het best een leuke vent, maar ik wist niet dat hij zo vervelend kon zijn.’
‘Je werkt bij Willem op de zaak?’
‘Nog wel. Ik ga er over een paar weken weer weg. Was even een noodsprong, ik had niets anders. Volgende maand ga ik ergens anders beginnen.’
Hij raakte me. Zijn manier van kijken, zijn manier van praten. Hij had iets. Hij was leuk. En duidelijk te jong. Ik schatte hem begin 20. Ikzelf was 37.

De avond was snel voorbij gegaan. Die jongen was al op tijd weg, ikzelf ging weer eens als een van de laatste de deur uit. Ik was hem alweer half vergeten eigenlijk toen ik naar huis reed. Dat werd anders toen ik alleen thuis in bed lag. Ik zag hem ineens weer voor me en dreef langzaam weg in een diepe slaap. De volgende ochtend werd ik onrustig wakker. Vanaf het moment dat ik me bewust werd van de kamer om me heen zat hij weer in mijn gedachten. Ik baalde. Baalde omdat ik niet wist wie hij verder was. Maar daar kon ik makkelijk achter komen natuurlijk, hij was een collega van Willem. Maar het meest baalde ik nog dat hij een stuk jonger was dan ik. Ik besefte meteen dat ik Willem niets moest vragen. Als ik Willem zou vragen hoe hij heette zouden hij en zijn vriendin meteen weten wat ik bedoelde. Daar had ik geen zin in. Dat ging meteen rond. Vergeten dan maar. En snel. Dat lukte me wonderwel. Ik ging weer gewoon door met waar ik mee bezig was, en had hem binnen een paar dagen uit mijn systeem. Tot een maand of wat daarna. Ik weet niet wie toeval heeft uitgevonden, maar die ben ik nog altijd dankbaar.

Twee maanden later ging bij mij de telefoon. Het was de eerste warme dag van het jaar. Willem was aan het rondbellen. Het was zaterdagmiddag, hij had zin om naar een terras te gaan en met zijn allen van de zon te gaan genieten onder het genot van een goed glas. Ik was er wel voor te porren. Genoeg binnen gezeten de afgelopen tijd, en deze kans konden we niet laten liggen. Twee uur later zaten we met zijn allen onderuit in rieten stoeltjes aan een tafel. De zon scheen in mijn gezicht. Het was weer eens ouderwets gezellig. De zon deed zijn werk, iedereen had goede zin. Willem keek rond en stak zijn hand op naar iemand die voorbij kwam fietsen.
‘Hé, Kevin!’ riep hij lachend. ‘Ook wat drinken?’
Achter mij hoorde ik iemand een fiets tegen een lantarenpaal zetten.
‘Dat sla ik niet af,’ hoorde ik achter me, ‘hoe is het, Willem?’
Ik herkende zijn stem meteen. Ik draaide me om en keek in zijn lachende gezicht.
‘Hey,’ lachte hij naar mij.
Hij pakte een stoel en ik schoof die van mij wat opzij.
‘Hoe gaat het bij je nieuwe baan?’ vroeg Willem.
‘Goed,’ zei Kevin. ‘Heb het er wel naar mijn zin, leuke collega’s ook.’
‘Dan ben je er op vooruit gegaan,’ lachte ik en knikte naar Willem.
Kevin grijnsde. ‘Een heel stuk ja.’
‘En bedankt, Marcel,’ lachte Willem en stak zijn hand op naar de ober die een rondje maakte op het terras.
‘Wat doe je daar eigenlijk?’ vroeg ik.
‘Logistiek, inkomende en uitgaande goederen. Niet interessant.’
‘Niet?’
Hij haalde een keer lachend zijn schouders op. ‘Jawel hoor, maar niet om over te vertellen.’
Ik knikte een keer naar de ober die een nieuw glas voor me neer zette. Kevin tilde zijn glas op en tikte er mee tegen die van mij.
‘Proost. Op het goeie weer.’
‘Op de zomer,’ lachte ik.
‘Nog naar het strand geweest, Marcel?’ vroeg Marion, de vriendin van Bart.
‘Nee, dit jaar nog niet.’
‘Nee?’ Ze keek verbaasd. ‘Het is al maart.’
‘Ik weet het, maar het is er nog niet van gekomen.’
‘Da’s niet normaal, Marcel,’ lachte ze. ‘Als jij in maart nog niet naar het strand bent geweest.’
Ik grijnsde.
‘Ga jij zo vaak naar de kust dan?’ vroeg Kevin.
‘Redelijk veel, heerlijk om uit te waaien.’
‘Het valt me nog mee dat je vandaag niet bent gegaan,’ zei Corina. ‘Toen Willem rond ging bellen zei ik nog tegen hem dat jij wel niet thuis zou zijn.’
‘Ben je ziek, Marcel?’ lachte Bart.
Ik grijnsde. ‘Ik ga morgen.’
‘Gelukkig, we maakten ons al ongerust.’
‘Zullen we met zijn allen gaan?’ vroeg Corina.
Marion keek me aan en moest gezien hebben dat ik schrok. Dat was niet mijn bedoeling. Ik had gepland om lekker alleen te gaan, even mijn gedachten verzetten. Ze glimlachte naar me.
‘Bart en ik kunnen niet morgen, we kunnen het beter voor volgende week plannen.’
‘Mij ook best,’ zei Corina, ‘als het volgende week tenminste lekker weer is.’
Kevin keek me even schuin aan maar zei niets. Ik dronk mijn glas verder leeg. Corina en Willem stonden op.
‘We gaan weer verder, vanavond moeten we nog bij haar ouders langs,’ zei Willem.
Hij sloeg Kevin een keer op zijn schouders.
‘Succes met jouw baan, en kom nog eens een keer bij ons binnen vallen.’
‘Doe ik,’ zei Kevin, ‘doe ze de groeten.’
‘Zal ik zeker doen. Mazzel.’
Bart stak zijn hand nog een keer op naar Willem en Corina en keek me aan.
‘Drinken wij er nog eentje?’
Ik knikte.
‘Jij ook nog, Kevin?’
‘Lekker.’
‘Ik had al zo’n idee dat je alleen naar het strand wilde morgen,’ grijnsde Marion.
‘Goed geraden.’
‘Zorgen?’
Ik lachte. ‘Nee hoor. Maar als zij meegaan wordt dat een klein stukje strand en voor de rest van de middag ergens bij een strandtent op het terras hangen. Ik wil uitwaaien morgen.’
Bart glimlachte naar me. ‘Groot gelijk.’
Kevin keek me een keer aan maar zei er verder niets over. Hij pakte zijn nieuwe glas op en nam een slok.
‘Mis je die ene fijne collega niet,’ vroeg Bart hem ineens.
Kevin verslikte zich bijna en schoot in de lach. ‘Nee, niet echt.’
‘Willem nodigt hem iedere keer weer uit, en iedereen wordt doodmoe van die vent.’
‘Op het werk was het op zich een gezellige gozer hoor, ik keek er die avond ook van op. Zo kende ik hem niet.’
‘Ik probeer hem altijd zoveel mogelijk te mijden, maar dat lukt me nooit,’ zuchtte Bart.
We lachten en dronken onze glazen verder leeg. Marion en Bart schoven hun stoelen achteruit en stonden op om te gaan. Ik pakte mijn jas van de rugleuning.
‘We bellen volgende week om naar het strand te gaan,’ zei Bart.
‘Prima,’ zei ik.
‘Veel plezier morgen,’ zei Marion en samen liepen ze weg.
Kevin maakte zijn fiets los en keek me nog even aan. Het gevoel was weer helemaal terug. Ik vroeg me af of ik er wel blij mee moest zijn.
‘Veel plezier morgen,’ zei hij.
‘Dat zal wel lukken,’ glimlachte ik.
‘Vind je dat niet saai, zo in je eentje?’
‘Nee, heerlijk juist. Geen gezeur aan je kop. Gewoon de kant op lopen die je wilt.’
Hij glimlachte. ‘Misschien heb je wel gelijk. Ik kom er eigenlijk nooit.’
‘Zin om mee te gaan?’
Hij keek me vragend aan.
‘Gewoon lekker uitwaaien.’
Ik zag hem nadenken. Hij keek even voor zich uit en draaide zijn hoofd weer naar me toe.
‘Maar je wilde toch alleen gaan?’
‘Eentje er bij kan geen kwaad. Je moet het een keer meegemaakt hebben.’
‘Waar ga je dan naar toe?’
‘Zeeland, ergens waar niet veel mensen zijn.’
‘Lekker.’
‘Afgesproken dan. Ik kom je om 10 uur ophalen.’
‘Is goed.’ Hij glimlachte.
‘Waar woon je?’
Kevin gaf me zijn adres en onderhandelde over de tijd dat ik hem op zou komen halen. Hij vond 10 uur wel erg vroeg.

Om half 11 belde ik bij hem aan. Hij deed open met een slaperig gezicht.
‘Kom binnen, ik ben bijna zo ver.’
Ik volgde hem naar zijn woonkamer en keek rond in zijn kleine appartement. Hij woonde leuk, al was het niet groot.
‘Je woont leuk,’ zei ik.
‘Home is where my heart is,’ lachte hij. ‘Ik heb een dak boven mijn hoofd, een bed en een douche. Dat is voor mij het belangrijkste. Verder interesseert het me niet zo veel.’
Kevin zocht zijn schoenen en ging op de bank zitten om ze aan te doen. Hij stond op, pakte zijn sleutels van tafel en trok zijn jas aan die in een stoel lag.
‘Zullen we?’
Ik knikte. Ik liep zijn appartement uit en wachtte tot hij de voordeur op slot had gedraaid. Hij volgde me naar mijn auto. Binnen een paar minuten reden we op de snelweg naar de kust. Kevin zei niet veel. Hij zat een beetje onderuit gezakt naast me, zijn ogen half dicht.
‘Laat geworden vannacht?’
‘Nee, viel wel mee, ik heb een film zitten kijken gisteravond.’
Hij ging wat rechter zitten en gaapte.
‘Sorry.’
Ik lachte. ‘Je wordt straks vanzelf wel wakker. Er staat een stevig windje vandaag.’
‘Ja, het valt een beetje tegen vergeleken met gisteren.’
‘Maakt niet uit. Het is droog, de zon schijnt af en toe. Die wind is ook wel lekker hoor.’
Het gesprek viel stil in de auto. Ik wist ook niet meer wat ik moest zeggen. Had ik hier wel goed aan gedaan? Nog een uur.

Ik parkeerde mijn auto op een parkeerplaats bij de dijk van het Veerse meer. Kevin rechtte zijn rug en stapte uit. We liepen de trap op, namen de brug over de weg en liepen aan de andere kant van de dijk het strand op. Hier en daar liepen wat mensen maar het was lekker rustig. Kevin trok zijn kraag omhoog en ploegde naast me door het losse zand. We liepen in de richting van een strandpaviljoen.
‘Kop koffie?’
‘Kan ik wel gebruiken, ja.’
‘Wakker worden?’ grapte ik.
Kevin glimlachte.
Mijn gezicht gloeide toen ik binnen was. We zochten een tafeltje en deden onze jassen uit. Kevin bekeek de kaart.
‘Ik lus er nog wel wat bij om eerlijk te zijn.’
‘Goed idee.’
‘Geen koffie maar soep,’ zei Kevin en gaf de kaart aan mij.
De ober kwam langs en ik maakte een gebaar dat Kevin als eerste moest bestellen.
‘De groentesoep en twee tosti’s alstublieft.’
Ik bestelde een warme appelflap en een koffie. Ik keek hem lachend aan en trok mijn wenkbrauwen omhoog.
‘Ja ik heb honger,’ lachte hij, ‘is toch niet gek?’
‘Nee hoor, ga je gang.’
‘Ik ontbijt altijd slecht. Maar na anderhalf uur auto begint het wel te knorren.’
Buiten liepen mensen met jassen dicht over het strand. Kevin staarde naar buiten.
‘Je hebt gelijk,’ zei hij, ‘het strand is mooi als het zo leeg is.’
Ik glimlachte.
‘De keren dat ik hier kom is het hoog zomer, minstens 25 graden. De hele dag plat liggen. Dit is veel leuker.’
‘Heerlijk dit. Als het zomer is kom ik hier bijna nooit.’
‘Ga je zo vaak eigenlijk? Ik hoorde gisteren zoiets.’
‘Redelijk veel.’
Kevin leunde achterover toen zijn soep en tosti’s voor hem werden neer gezet.
‘Smakelijk,’ lachte ik.
‘Dank je.’ Hij glimlachte.
Ik nam een slok van mijn koffie en keek naar buiten. Ik voelde me op een of andere manier schuldig. Ik vond hem leuk. Dat stond als een paal boven water. Dat was ook de reden dat ik hem had meegenomen. Geen idee hoe oud hij was, maar dat verschil kon rustig 15 jaar zijn. En hij wist van niets. Ik voelde me er ongemakkelijk bij. Het kon gewoon niet, en toch had ik hem mee genomen. Ik had het beter niet kunnen doen. Ik moest hem eigenlijk, net als na die verjaardag, zo snel mogelijk vergeten. Ik was al vaker op mijn bek gegaan, dat hoefde voor mij niet nog een keer. En dat ging met hem zeker gebeuren. Te groot verschil in leeftijd. Maar mijn god, wat was hij mooi. En schop tegen mijn been haalde mij weer terug naar de tafel en de appelflap.
‘Waar denk je aan?’
‘Niets.’
Hij lachte spottend. ‘Maak dat een ander wijs.’
‘Nee, er is niets.’
‘Gisteren vroeg die vriendin ook nog of er problemen waren. En nu zit je zo naar buiten te staren. Ik zag aan je gezicht dat je na zat te denken.’
Betrapt. Ik glimlachte maar wat en nam nog een slok van mijn koffie.
‘Ik zie aan je kop dat ik goed geraden heb.’
Ik trok een keer met mijn schouders en zette mijn onschuldige gezicht op.
‘Vertel op. Ik kan goed luisteren.’
‘Laat maar. Het is niets.’
Hij had de laatste hap op en leunde achterover.
‘Nog een koffie?’
‘Lekker,’ zei ik.
‘Iets er bij? Nog een appelflap?’
Ik lachte. ‘Nee, dank je. Maar hou je niet in als jij nog wat wilt.’
Kevin liep naar de bar en kwam terug met twee koppen koffie. Ik hield de kop met twee handen vast en nam een slok.
‘Eet jij dat koekje op of laat je het liggen?’
Ik schoot in de lach en gooide het in plastic verpakte koekje voor hem op tafel.
‘Lintworm?’
‘Nee, gewoon gezonde eetlust.’ Hij grijnsde en trok het cellofaan open.
Ik keek nog een keer naar buiten. Niet te lang, anders ging hij weer vragen stellen. Te laat.
‘Problemen op je werk of in de liefde?’
‘Wat is dat nou weer voor vraag?’
‘Ik vraag maar.’
‘Op mijn werk gaat alles lekker.’
‘De liefde dus.’
‘Jij geeft ook niet snel op, geloof ik.’
‘Jouw vrienden mogen het volgens mij niet weten, anders had je niet naar het strand hoeven te gaan, had je het ook met hun kunnen bespreken. Mij zie je na vandaag misschien nooit meer, en ik kan mijn mond houden, als ik Willem nog eens tegen kom. Nou, vertel op, lucht je hart.’
‘Het stelt allemaal helemaal niets voor.’
‘Toch genoeg om er voor naar buiten te staren.’
Ik zuchtte glimlachend. ‘Jij geeft echt niet op he?
‘Nee,’ zei hij overdreven onschuldig, ‘je kunt het maar beter vertellen, anders blijf ik zeuren.’
Ik ging verzitten en keek hem even aan.
‘Gewoon last van een onmogelijke liefde,’ zei ik. ‘Gaat vanzelf weer over.’
‘O jee, afgewezen?’
‘Nee, dat niet.’
‘Waarom dan?’
‘Te groot leeftijdsverschil.’
‘Wat is groot?’
‘Een jaar of 15 denk ik.’
‘Denk je? Weet je dus niet zeker?’
‘Nee, is een schatting.’
‘Jonger of ouder?’
‘Jonger.’
‘Hoe oud ben jij eigenlijk?’
’37.’
‘Is toch geen probleem, zo’n leeftijdsverschil?’
‘Nou…’
‘Als ik nou iemand zou tegenkomen van 15 jaar jonger wel, maar jij toch niet.’
‘Hoe oud ben je?’
’23, dan zou ik een relatie moeten hebben met iemand de 8 jaar is. Dat gaat te ver.’ Hij lachte.
‘Zou je denken?’ Ik keek gespeeld verbaasd.
‘Ik dacht het wel, ja. Maar goed, wat maakt het onmogelijk? Afwijzing gehad?’
‘Nee, niets laten merken zelfs.’
‘Gemiste kans.’
‘Ja het is goed met je,’ zuchtte ik en stond op.
Ik liep naar de bar om af te rekenen maar Kevin hield me tegen.
‘Jij hebt gereden, ik betaal.’

We liepen samen over het strand, het gesprek ging over werk en dat soort dingen. Ik voelde me weer wat meer op mijn gemak, er vielen nauwelijks dodelijke stiltes. Zijn opmerking over dat leeftijdsverschil had me wel aan het denken gezet. Hem maakte het niet uit blijkbaar. Ik wilde meer weten.
‘Nou heb ik net van alles zitten vertellen, maar hoe staat het met jouw liefdesleven?’
Hij keek me even lachend aan. ‘Leeg. Helemaal leeg.’
‘Hoe komt het?’
‘Weet ik veel. Dat is gewoon zo. Waarschijnlijk de ware nog niet gevonden.’
‘Dat komt er serieus uit.’
‘Ik weet niet. Ik zou het wel leuk vinden, maar het is nou eenmaal zo.’
‘Ahhh,’ grapte ik en legde even mijn hand op zijn rug.
Hij glimlachte verlegen. Dat zorgde ervoor dat ik nog meer smolt. Hij keek me een keer aan en staarde toen weer voor zich uit. Ik had hem geraakt.

Een eind verderop zocht ik een beschutte plek en ging uit de wind in het zand zitten. Kevin plofte naast me neer in het zand. Hij had weinig meer gezegd.
‘Zit het je zo dwars?’
‘Nee, niet echt hoor, ik heb het niet slecht.’
‘Sorry.’
Hij keek me verbaasd aan. ‘Hoezo?’
‘Dat ik er over begon.’
‘Ben je gek, ik zat jou ook uit te horen.’
‘Toch sorry.’
‘Je hebt wel gelijk.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Je gaat nadenken op het strand.’
‘Is wel eens goed, toch?’
‘Jawel.’
‘Vertel, waar pieker je over?’
‘Ik pieker niet.’
‘Vooruit, waar denk je aan dan?’
‘Waar we het net over hadden.’
‘Relaties?’
‘Hm-m. Jij wel eens vast gezeten aan iemand?’
‘Een keer vier jaar. Jij?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Hooguit een paar maanden.’
‘Je bent nog jong, komt vanzelf wel een keer.’
‘Jawel, maar van mij mag het wel eens een keer.’
Ik lachte en sloeg even mijn arm om hem heen. ‘Toch niet wanhopig op zoek?’
‘Nee, dat niet. Alsjeblieft zeg. Maar het lijkt me wel eens lekker.’
Hij had, nadat ik mijn arm weer had terug getrokken, even tegen me aan gehangen. Het voelde goed. Geen idee wat hij dacht, wat hij voelde.
‘Is dat lang geleden, die relatie van jou?’
‘Twee jaar ondertussen.’
‘Zou je weer iets nieuws willen?’
‘Als de juiste voorbij komt wel ja.’
‘Dat probleem heb ik nou ook.’
‘Wie niet?’
Hij lachte weer. ‘Het is goed praten met je.’
‘Met jou ook,’ zei ik en keek hem even in zijn ogen aan.
Hij draaide verlegen zijn hoofd weg en keek naar het water.
‘Lotgenoten,’ grinnikte hij, ‘twee gefrustreerde vrijgezellen.’
Ik lachte en legde mijn hand op zijn schouder.
‘Zo erg is het toch niet?’
Hij keek me weer aan en klopte met zijn hand op mijn been.
‘Nee, valt wel mee.’
Hij lachte. Zijn hand bleef wat langer op mijn been liggen, ik liet mijn hand op zijn schouder rusten. Zijn hoofd draaide langzaam weer naar me toe. Zijn blauwe ogen staarde naar die van mij, ik staarde terug. Ik werd overmoedig. Het kon me gen bal meer schelen wat er verder zou gebeuren en wat het voor gevolgen zou hebben. Als ik niets zou proberen zou ik daar de rest van mijn leven spijt van hebben. Ik kneep een keer zachtjes in zijn schouder, zijn hand kneep zachtjes in mijn been. Hij duwde even met zijn schouder tegen mij aan terwijl zijn blauwe ogen in die van mij bleven kijken. Ik sloot ze even en keek hem daarna weer glimlachend aan. Hij kneep weer een keer in mijn been. Ik voelde de spanning tussen ons in en gaf er aan toe. Langzaam boog ik mijn gezicht naar die van hem. Hij kwam me tegemoet. Halverwege raakten onze voorhoofden elkaar. Mijn lippen beroerden die van hem. Een voorzichtige kus. Hij zuchtte. Ik kuste hem weer. Hij hield zijn lippen tegen mijn mond. Mijn hand gleed van zijn schouder door zijn nek en trok hem dichter tegen me aan. Hij kuste me nog een keer. Ik liet me op mijn rug vallen in het zand, zijn hand liet mijn been los en pakte me bij mijn middel weer vast. Zoenend rolden we door het zand.

Een half uur later zijn we weer gaan lopen. Kevin liet me los en stond op. Hij trok me uit het zand en sloeg zijn armen om me heen. Hij kuste me en glimlachte.
‘Kom, we gaan lopen. Daar ging je tenslotte voor.’
‘Da’s waar.’
Kevin vertelde over zijn laatste vriend die hij had. Het zat hem nog altijd dwars dat hij hem betrapt had met een ander. Hij klonk nog steeds kwaad als hij er over praatte, al was het al bijna een jaar geleden.
‘Ik had na twee maanden echt het idee dat ik hem had gevonden, Mister Right. Echt waar. Het klikte gewoon. Alleen nam hij het met de trouw niet zo serieus, kwam ik achter. En jij? Waarom ging het bij jou na 4 jaar kapot?’
‘Hij vond dat de rek eruit was na 4 jaar.’
‘Was het zo’n sleur dan?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Beetje wel ja. Maar hij deed er ook geen moeite voor. Had nergens zin in, ondernam ook helemaal niets. Lag iedere avond maar een beetje op de bank. Aan mij heeft het niet gelegen.’
‘Woonden jullie samen?’
‘Twee jaar. Daarvoor was alles te gek. Echt waar. Vanaf het moment dat we samen gingen wonen zakte hij helemaal in. Geen reet meer aan. Achteraf gezien dan he? Op dat moment had ik het nog niet eens zo in de gaten. Ik was wel gelukkig.’
‘Lijkt me raar, om dan weer uit elkaar te moeten gaan. Meubels verdelen, andere dingen.’
‘Ik ben ook ergens anders gaan wonen. Ik had geen zin in een huis met al die herinneringen.’
‘Kan ik me voorstellen.’
Kevin pakte mijn hand en trok me naar zich toe. Ik sloeg mijn armen om hem heen en liet me kussen. Zijn hand streek door mijn haar.
‘Mag ik een gekke vraag stellen?’
Ik keek hem lachend in zijn ogen.
‘Ben ik die onmogelijke liefde waar je vanmorgen over vertelde?’
Ik kuste hem. ‘Zo onmogelijk blijk je niet te zijn.’

Halverwege de avond waren we thuis. Ik zette mijn auto bij hem voor de deur en gaf hem een kus.
‘Ik wil je heel snel weer zien,’ fluisterde ik.
‘Ik jou ook.’
Hij kuste me en wilde uitstappen. Hij dacht even na en gaf me nog een lange zoen.
‘Kom je nog even mee naar binnen, iets drinken?’
‘Graag,’ zuchtte ik.
We stapten uit en haastten ons naar binnen. Toen de voordeur achter me sloot voelde ik twee armen me vast pakken en dicht tegen zich aantrekken. Zijn hal draaide, mijn hoofd draaide mee. Zijn tong draaide om die van mij. Zijn schoen wreef langs mijn been, mijn hand graaide door zijn blonde haar.
‘Blijf slapen,’ zuchtte hij.

Daarna is het heel snel gegaan. Ik ben blijven slapen en genoot de volgende ochtend van het ontbijtje samen voor we allebei naar ons werk moesten gaan. Dezelfde avond was ik weer bij hem terug. Ik was na mijn werk even thuis geweest om wat andere kleren te halen. Al zouden we het willen, we konden elkaar niet loslaten. Het volgende weekend is hij meegegaan naar het strand. Willem reageerde heel verbaasd, Marion en Bart grijnsden alleen maar naar me. Marion had het al wel verwacht had ze gezegd. Kevin en ik deden vanaf dat moment bijna alles samen. Binnen een half jaar woonde hij bij mij. Hij had de huur van zijn appartementje opgezegd. Zonde van het geld, zoals hij had gezegd. We woonden toch altijd bij de een of de ander. Hij had zijn meubels van de hand gedaan en kwam met een paar spullen in mijn huis. Ik vroeg hem nog of hij daar geen moeite mee had, om alles weg te doen. Hij had er geen band mee vond hij. ‘Home is where my heart is,’ had hij gelachen.

‘Anderhalf jaar woon ik hier alweer,’ had hij laatst gezegd. Het ging inderdaad snel. De tijd vloog. Hij voelde vertrouwd om me heen, meteen vanaf het begin, wat me een beetje verbaasde. Normaal bond ik me niet zo snel. Maar met hem was het meteen een goede klik geweest. Hij hoorde bij mij.

Het voelde gewoon goed. Het voelde vertrouwd. Alsof we elkaar al jaren kenden, langer dan de twee jaar die het nu waren. Van een verschil in leeftijd merkten we niets.

Ik was gelukkig, voor het eerst weer sinds jaren.
© 2005 Oliver Kjelsson