Het verschil (deel 10)

Print Friendly, PDF & Email

Mijn telefoon ging. Ik zag op het schermpje dat het Jonas was en twijfelde. Kevin had gelijk. Dit moest uitgepraat worden. Ik zuchtte en nam op.
‘Goh, ben je daar?’
‘Ja,’ zei ik kort.
‘Hoe gaat het?’ vroeg hij onnozel.
‘Gaat wel.’
‘Het spijt me wat ik gedaan heb, Marcel.’
‘Dat is je maar geraden ook.’
‘Kunnen we er niet een keer over praten?’
Ik zweeg even.
‘Marcel, alsjeblieft. Ik wil met je praten. Het spijt me.’
‘Is goed,’ zei ik kort.
‘Zal ik naar je toe komen?’
‘Nee, ik ben moe. Ik ga zo naar bed.’
‘Morgen dan?’
‘Ik kom zaterdag wel naar je toe,’ zei ik. ‘Goed?’
‘Fijn.’
‘Zie ik je zaterdag wel,’ zei ik en hing op.
Ik legde de telefoon voor me op tafel en staarde voor me uit. Hij toonde berouw. Dat was al iets. Maar zou hij ooit veranderen? Ik geloofde er niet in.

‘Dus je gaat morgenavond naar hem toe?’ vroeg Bart.
Marion zat naast hem bij mij thuis in de bank. Ze keek me vragend aan. Ik knikte.
‘Spannend,’ zei Marion.
Ik haalde mijn schouders op. ‘Valt wel mee.’
‘Niet dan?’
‘Waarom? Het zal de laatste keer zijn dat ik hem zie.’
‘Maar als hij nou spijt heeft?’
‘Voor hoelang?’ vroeg ik fel.
‘Gooi nou niet meteen de handdoek in de ring, Marcel. Kijk eerst eens wat hij te zeggen heeft. Gooi nou niet alles meteen overboord.’
‘Je lijkt Kevin wel,’ lachte ik schamper.
‘Is toch ook zo. Jullie hebben lang genoeg iets met elkaar gehad, geef het een beetje de ruimte. Kijk eerst eens wat hij te zeggen heeft. Je hebt hem duidelijk genoeg laten merken dat hij moet veranderen, hij is nu aan zet.’
‘Ik zie wel,’ zei ik, moe van het onderwerp.
Bart glimlachte.
‘Kevin krijg je er niet mee terug,’ zei Marion ineens.
Au. Die was onder de gordel.
‘Is dat een reden om bij Jonas te blijven?’ Ik reageerde fel.
‘Nee,’ zei ze voorzichtig, zich bewust van haar eerdere opmerking.
‘Dat staat er los van,’ zei ik beslist en stond op om nog wat te drinken te gaan halen.
‘Sorry,’ mompelde ze toen ik terug de kamer in kwam lopen.
‘Je hebt wel een beetje gelijk,’ zei ik grijnzend en verontschuldigend tegelijk.
Ik draaide het gesprek een andere kant op, ik wilde het er niet meer over hebben. Ze bekeken het maar met zijn allen. Ik moest het zelf oplossen.

Ik zocht alles van Jonas bij elkaar en propte het in een paar plastic tassen. Ik gooide alles achter in mijn auto en reed naar hem toe. Hij opende de deur met overdreven vrolijkheid. Ik liep achter hem aan naar binnen en hij ruimde snel twee glazen op van tafel. Had ik het toch goed gezien, de auto van zijn zus die net wegreed toen ik de hoek omdraaide. Ik glimlachte een keer en ging zitten.
‘Hoe gaat het?’ vroeg hij overdreven vriendelijk.
‘Goed hoor,’ antwoordde ik net zo overdreven. ‘Met jou?’
‘Gaat wel,’ zei hij zacht.
Jonas keek me strak aan. Stuurs. Hij had een mooi gezicht als hij serieus keek.
‘Het spijt me,’ zei hij toen.
‘Wat?’ vroeg ik. ‘Die twee glazen of het hele verhaal er omheen?’
‘Ik had ze nooit kapot moeten gooien,’ zei hij en pakte iets naast de bank.
Hij gaf het aan mij en ik pakte het uit. Twee wijnglazen.
‘Had je niet hoeven doen,’ zei ik zacht.
‘Je hebt die andere er niet mee terug, maar ik vond dat ik die voor je moest kopen.’
Ik glimlachte. ‘Dank je wel.’
‘Kun je het me vergeven?’
Ik haalde mijn schouders op. Jonas stond op en kwam naast me zitten. Hij drukte een kus op mijn wang.
‘Het spijt me allemaal, Marcel, echt waar. Kun je me nog een kans geven?’
‘Je hebt me diep geraakt, Jonas, echt. Ik weet het niet. Zolang jij Kevin niet kunt accepteren als een goede vriend van mij, blijft dat een probleem.’
Jonas zei niets, staarde voor zich uit. Van binnen lachte ik. Hij moest er nog over nadenken ook! Hij snapte het nog steeds niet. Zijn hand gleed over mijn been en hij gaf me nog een kus.
‘Geef eens antwoord,’ zei ik.
Jonas zweeg. Nog een kus.
‘Marcel, alsjeblieft, geef me nog een kans.’
‘Heeft het nut, Jonas? Lopen we niet binnen de kortste keren weer tegen dezelfde problemen aan?’
‘Dat hoeft toch niet?’
‘Nee?’
‘Nee.’
‘Dus ik kan gewoon met Kevin blijven mailen, blijven bellen, hem thuis uitnodigen als hij een keer naar huis komt?’
Jonas zweeg weer.
‘Je geeft weer geen antwoord.’
Ik voelde weer een kus tegen mijn wang. Ik kreeg er langzamerhand genoeg van. Ik duwde hem van me af en keek hem aan.
‘Je ontwijkt mijn vraag.’
‘Marcel…’
‘Jij denkt nog steeds dat je mij daarin kan veranderen he?’
‘…’ Mond open zonder geluid.
‘Jonas, dit gaat niet werken, en dat weet je.’
‘We kunnen het toch proberen?’
Dit keer zweeg ik. Ik dacht na. Konden we dat? Hield ik niet teveel mijn poot stijf? Had iedereen dan toch gelijk? Moest ik het toch nog een keer proberen?
‘Je twijfelt, Marcel, ik zie het.’
Ik keek naar mijn schoenen. Jonas had nieuwe aan, zag ik.
‘We kunnen alles wat we gehad hebben toch niet zomaar weggooien?’ fluisterde hij.
‘Die tip kreeg ik van Kevin ook al,’ zei ik droog.
Ik zag zijn gezicht vertrekken. ‘Heb je hem nog gesproken?’
‘Tuurlijk.’
‘Heb je hem van ons verteld?’
‘Ja, wat moet ik anders als hij in een mail vraagt hoe het gaat?’
Jonas keek voor zich uit. Die blik in zijn ogen beviel me helemaal niet. Ik wist genoeg. Ik schoof wat in de bank en zorgde dat ik wat verder van hem af kwam te zitten.
‘Heb je hem vaak gesproken?’
‘Nadat ik heb gemaild wat er gebeurd was heeft hij me een paar keer gebeld.’
Jonas zei niets. Ik kon wel raden wat hij dacht.
‘Dit heeft geen nut, Jonas.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat jij Kevin nooit zult accepteren, omdat jij altijd jaloers en bezitterig zult blijven. En daar heb ik geen zin meer in. Daar kan ik niet tegen. Daar ga ik heel ongelukkig van worden en jij ook. Dit moet jij zelf helemaal niet willen zelfs.’
‘Ik zal mijn best doen.’
Ik lachte. ‘Hoe vaak heb je me dat al beloofd? Dat lukt je nooit. Zo zit jij niet in elkaar.’
‘Marcel…’
‘Jonas, ik ga zo weer. Dit komt nooit meer goed.’
‘Dus je gaat gewoon, je geeft het geen kans meer?’
‘Nee,’ zei ik beslist.
Ik dacht na. Deed ik hier goed aan? Diep in mijn achterhoofd wist ik dat dit de enige goede beslissing was. Maar hij kon ook lief zijn. We hebben toch ook goede tijden gehad? Ik schudde met mijn hoofd. Doorzetten nu. Dit kwam nooit meer goed.
‘Dan moet je ook maar gaan,’ zei hij kwaad.
‘Ja,’ zei ik en stond op.
‘Wat ga je doen?’
‘Mijn spullen bij elkaar zoeken,’ zei ik en liep naar de slaapkamer. Ik trok een kast open en pakte wat kleren van mij die er lagen. Via de badkamer liep ik met mijn spullen weer naar beneden en gooide alles in een stoel. Ik zocht in het cd rek naar mijn cd’s en gooide ze op de kleren. Ik dacht systematisch na, had ik alles? Ik moest zeker weten dat ik niets zou vergeten. Dit was het wel zo’n beetje. Jonas keek kwaad voor zich uit.
‘Ik pak even een tas uit mijn auto,’ zei ik.
‘Wanneer kan ik mijn spullen bij jou op komen halen?’
Ik reageerde niet en liep naar buiten. Ik pakte zijn spullen uit de auto en ging zijn huis weer binnen.
‘Hoeft niet,’ zei ik en zette alles naast de stoel. Ik haalde zijn kleren uit een tas en stopte mijn spullen er in. De twee nieuwe glazen liet ik op tafel staan.
‘Je wist van tevoren al dat je niet bij me terug wilde komen,’ zei hij kwaad.
‘Die kans was groot, ja.’
‘Dan ga ook maar,’ zei hij dwars.
Ik pakte mijn tas en liep naar de deur. Ik liep de hal in en wilde net de voordeur open doen toen hij me achterna kwam. Hij huilde.
‘Marcel, alsjeblieft, geef me nog één kans.’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Dat gaat niet werken, Jonas, dat weet je zelf ook wel.’
Hij pakte mijn hand. Ik trok hem zachtjes los en opende de voordeur. Ik stapte naar buiten en liep zonder om te kijken naar mijn auto. Ik gooide de tas op de achterbank en stapte in. Jonas stond in de deuropening te kijken hoe ik weg reed. Ik hoopte maar dat hij niet kon zien dat de tranen over mijn gezicht liepen.

Ik kon niet slapen. Ik had nog een fles wijn opengetrokken toen ik thuis was gekomen en lag twee uur later op bed de duisternis in te staren. Ik wist dat ik een goede beslissing genomen had maar twijfelde. Langzaam verdween Jonas en kwam Kevin in mijn gedachten. Ik besefte dat ik dat uit mijn hoofd moest zetten. Vanaf dat moment kon ik de slaap helemaal vergeten. Wat had ik gedaan?

De volgende ochtend ben ik mijn bed uit gegaan en had ik een opgeruimd gevoel in mijn hoofd. Alsof er een zware last van mijn schouders was gevallen. Ik kreeg er zelfs goede zin van. Ik had er goed aan gedaan. Punt er achter. Bart belde me halverwege de dag op en vroeg hoe het was gegaan. Hij had cynisch op mijn vrolijke humeur gereageerd, maar tijdens het gesprek had hij me wel gelijk gegeven. Gelukkig maar. Ik vond het zelf tenminste het beste wat ik had kunnen doen, maar het gaf een goed gevoel dat hij er achter stond. Ik zuchtte een keer na het telefoontje van Bart en keek naar buiten. Ik was weer alleen. Dat was ik al een paar weken, maar nu helemaal. Ik kon weer gaan en staan waar ik wilde. Er stroomde iets van onrust door mijn lichaam. Ik moest iets gaan doen. Ik pakte mijn autosleutels en reed naar de kust. Uitwaaien. En flink ook. Ik zat twee uur later aan hetzelfde tafeltje waar Kevin en ik de eerste keer hadden gezeten. Ik bestelde een groentesoep en twee tosti’s. Ik staarde naar buiten en had goede zin. Op mijn gemak at ik alles op en liep daarna het zand op. Voor ik er erg in had was ik al een eind weg gelopen en besefte me dat ik ook nog terug moest. Ik draaide me om en slenterde op mijn gemak terug naar de auto. Ik dacht aan Kevin. Waar zou hij nu zijn? Zou hij slapen? Zou hij werken? Waar zou hij nu ongeveer varen? Er dreef een melancholieke waas door mijn hoofd. Niet te ontkennen, ik miste hem, ik miste de mooie tijd die ik met hem had gehad. Ongemerkt ging ik langzamer lopen langs de vloedlijn. Het water kon net niet bij mijn schoenen komen. Ik liep weg van het water en plofte bij de duinen in het zand. Ik staarde wat voor me uit. Kevin. Niet aan denken. Hij was ver weg, met Phil. Laten zo, blij voor hem zijn. Ik glimlachte om mijn eigen belachelijke gedachtes. Laten zo. Gewoon alleen verder. Vaker gedaan, geen probleem. Toch?

Op een ochtend las ik op mijn gemak de krant en schrok. Ik herkende de naam bij de overlijdensadvertenties meteen. Ik las er snel nog een keer overheen. …onverwacht… zorgzame moeder… de namen van Kevin en zijn zus. Ik slikte. Wist even niet wat ik moest doen. Ik dacht even na en pakte mijn telefoon. Ik zocht het nummer van zijn zus en belde. Ze nam niet op en ik sprak in op haar voicemail. Wenste haar sterkte. Bood hulp aan als er iets was wat ik kon doen voor ze. Ik keek daarna nog een keer naar de advertentie. 58 jaar. Ik heb het altijd een tang van een vrouw gevonden, maar dit gun je niemand. Ik was er oprecht van slag van. Meteen maakte ik me ook zorgen. Kon Kevin wel op tijd terug zijn? Waar zat hij nu? Gelukkig toevallig in een haven? Zat hij op volle zee? Ik werd er onrustig van. Kon verder ook niets doen. Ik hoopte maar dat het goed zou komen. De dag erna belde zijn zus me terug.
‘Gecondoleerd,’ zei ik onnozel.
‘Dank je,’ antwoordde ze timide.
‘Hoe is het gebeurd?’
‘Zomaar ineens. Ze lagen al op bed, mijn vader werd wakker van haar, ze ging naar de badkamer. Hij hoorde een bonk, ging kijken en daar lag ze.’
Ik hoorde haar stem breken.
‘Kan ik iets voor je doen?’
‘Dank je. Alles is op zich wel geregeld. Het is alleen zo onwerkelijk.’
‘Kan ik me voorstellen. Weet Kevin het al?’
‘Ja, die hebben we meteen gebeld.’
‘Kan hij op tijd terug komen?’
‘Net. We hebben de begrafenis nog wat uit kunnen stellen zo ver het kon, hij komt die ochtend met het vliegtuig aan op schiphol. Als het meezit.’ Ze zuchtte.
‘Als ik iets kan doen, moet je me bellen.’
‘Zal ik doen, Marcel, maar we redden het wel. Ik hoop alleen dat Kevin op tijd terug is. Hij zit nu nog op volle zee, als ze aanmeren staat er een taxi klaar die hem meteen naar het vliegveld brengt. Hij moet nog een keer overstappen op een andere vlucht. Het gaat allemaal maar net. Als er iets vertraging heeft komt hij een dag later en mist hij de uitvaart. Ik hoop maar dat ze goed weer houden op zee, dan komt alles goed.’
‘Ik zal er zijn bij de begrafenis.’
‘Dat is fijn, Marcel. Ik zie je daar.’
We hingen op en ik liep wat onrustig door mijn huis. Mijn telefoon ging weer. Bart.
‘Las ik dat goed in de krant?’
‘Dat is de moeder van Kevin, ja,’ zei ik.
‘Ga je er naar toe?’
‘Zeker ga ik er naar toe.’
‘Ik zag aan de datum dat ze het even uitstellen. Doen ze dat voor Kevin?’
‘Ja. Als alles goed gaat haalt hij het allemaal net.’
‘Marion en ik zitten er aan te denken om ook te gaan.’
‘Zullen ze zeker kunnen waarderen, Bart.’
‘Spreek jij Kevin nog van tevoren?’
‘Dat denk ik niet. Ik ga hem straks nog een mail sturen, maar die zal wel redelijk in paniek zijn of hij het allemaal haalt om op tijd terug te zijn.’
‘Mocht je nog contact hebben, wens hem maar sterkte. We bellen nog om af te spreken hoe we er naar toe gaan.’
‘Is goed,’ zei ik, ‘spreek je later.’
We hingen op. Ik dacht aan Kevin, wat zou er nu allemaal door zijn hoofd gaan? Ik dacht aan zijn vader. Wat moest die wel niet doormaken?

Bart, Marion en ik liepen samen de kerk in. De voorste bank was nog leeg. Ik keek een keer om en zag de vader van Kevin en zijn zus achter in de kerk staan. Geen Kevin. Ik maakte me zorgen. Het zou toch niet? Even later kwamen ze naar voren. Met Kevin achter hen aan. Ik zuchtte. Godzijdank. Hij was er. Hij had het gehaald. Ik zag even zijn strakke gezicht. Hij zag er moe uit. De dienst begon. Af en toe kneep ik mijn tenen bij elkaar. Over de doden niets dan goeds, ik weet het. Ik maakte het allemaal in een roes mee. Mijn gedachten dwaalden steeds af naar zijn moeder, hoe ze op me reageerde altijd, ik hield Kevin en zijn zus in de gaten, hun houding, probeerde me in te beelden wat ze nu zouden denken, nu zouden voelen. De dienst was voorbij voor ik er erg in had. Met zijn drieën liepen ze achter de kist naar buiten. Even kruisten de blikken van Kevin en mij elkaar. Meteen keek hij weer strak voor zich uit. Marion pakte mijn hand en kneep. Langzaam liep de kerk leeg. Iemand van de familie pakte een tas op, die ik herkende als de tas van Kevin. Hij was recht vanuit het vliegveld naar de kerk gekomen. Ik slikte, het viel me zwaarder dan ik had gedacht.

Na de ceremonie op het kerkhof kwamen we bij elkaar voor een kop koffie en een plak cake. Zoals het hoort. We sloten aan in de rij om te condoleren. Langzaam kwamen we dichterbij. Bart stond voor me, Marion achter me. Ik zag zijn tas achter hem staan. Ik condoleerde zijn vader die blij was om me te zien, gaf zijn zus een knuffel, condoleerde haar man en stond oog in oog met Kevin. Zijn lip trilde. Ik pakte zijn hand, hij trok me naar zich toe. We sloegen de armen om elkaar heen.
‘Dank je dat je er bent,’ fluisterde hij.
‘Wat dacht je dan,’ zei ik.
Marion legde haar hand op mijn rug. Langzaam liet ik hem los. Rode ogen. Hij en ik.
‘Ik spreek je zo nog,’ zei hij zacht.
Ik knikte en liep door. Met de hand van Marion op mijn rug liep ik naar een tafel en ging zitten. Ik keek een keer rond en herkende familie die ik wel eens had gezien bij verjaardagen. Aan sommigen kon ik zien dat ze mij ook herkenden. Sommigen knikten. Ik knikte beleefd terug. Langzaam ontdooide de beladen sfeer. Bruiloften en begrafenissen, de momenten waar je iedereen weer eens ziet en bij kunt praten. De stilte maakte plaats voor rumoer, er werd veel gepraat. Kevin stond op, pakte een stoel en kwam bij ons zitten.
‘Fijn dat jullie er zijn,’ zei hij meer tegen Bart en Marion dan tegen mij.
‘Vanzelfsprekend, Kevin,’ zei Bart.
‘Ik was al plannen aan het maken om jullie weer eens te bezoeken, maar dit is wat sneller,’ probeerde hij te lachen.
‘Net op tijd?’ vroeg Marion.
‘Hou op,’ zei Kevin met een zucht. ‘De boot was op tijd, taxi stond klaar, alleen de eerste vlucht had vertraging dus miste ik mijn aansluiting. De vlucht erna zat vol, maar voor mij hebben ze een uitzondering gemaakt. Ik heb bij de stewardessen op een soort klapstoeltje gezeten. Ik ben van schiphol met een noodgang met een taxi naar de kerk gereden. Ik had het niet meer.’
‘Phil er niet bij?’ probeerde Bart voorzichtig.
‘Nee, dat was niet meer te regelen.’
‘Jammer,’ zei Marion.
Kevin haalde zijn schouders op. ‘Het is niet anders. Ik ben al lang blij dat ik het heb kunnen halen.’
Zijn zus kwam er bij staan en gaf me een kus.
‘Kom je,’ zei ze tegen Kevin, ‘er willen mensen handen schudden.’
‘Ben je morgen thuis?’ vroeg hij aan mij.
‘Zorg ik voor,’ zei ik.
‘Kom ik morgen even bij je langs,’ zei hij en legde even zijn hand op mijn schouder.
‘Zie maar, ik ben gewoon thuis.’
Hij glimlachte en liep terug naar de tafel waar zijn vader zat. Ik had medelijden met die man. Hij keek een beetje wezenloos rond. Alsof hij alles maar half meemaakte. Deden we dat allemaal niet?

Ik had wat opgeruimd en zat zenuwachtig te wachten tot Kevin zou komen. Wat later dan ik verwachtte belde hij aan. Hij leunde tegen het deurkozijn toen ik open deed, met een schuin hoofd glimlachte hij. Ik glimlachte terug en liet hem binnen. Hij sloeg zijn armen om me heen en we knuffelden. Wat zeg je op zo’n moment? Ik wist het niet.
‘Kom binnen,’ zei ik.
Hij gniffelde en liep met me naar de woonkamer.
‘Koffie?’
‘Lekker.’
Ik stond in de keuken en hij kwam er bij staan, leunend tegen het aanrechtblad.
‘Ik weet niet wat ik moet zeggen,’ zei ik.
‘Hoeft ook niet, Marcel.’
‘Hoe is het nu?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Onwerkelijk.’
‘Hoe gaat het met je vader nu?’
‘Die houdt zich groot. Hij is heel nuchter op zich.’
‘Knap.’
Hij glimlachte. ‘Hij is zelfs een beetje balorig.’
‘Meen je niet?’
‘Eerlijk blijven, Mars, zo makkelijk was ze niet. Pa komt binnen een jaar helemaal los, let op mijn woorden.’
Ik lachte. ‘Misschien heb je wel gelijk.’
‘Maar het blijft zwaar,’ zuchtte hij.
‘Het blijft toch je moeder,’ zei ik.
‘Ja,’ antwoordde hij met trillende stem.
Ik keek hem even aan. Hij staarde naar de grond.
‘En je zus?’
‘Gaat wel. Ook over de rooie natuurlijk, zoiets verwacht je gewoon niet. Zij heeft alles moeten regelen, Pa op moeten vangen. Mijn zwager heeft haar natuurlijk geholpen, maar op zich stond ze er mooi alleen voor. Ik hoefde alleen maar te zorgen om op tijd hier te zijn.’
‘Ik vraag me af wat erger is.’
‘Ik werd gek toen we daar op de startbaan stonden en bleven staan. Op een gegeven moment wist ik dat het fout ging. Ik heb de stewardess er bij gehaald en uitgelegd wat mijn probleem was. Die kon uiteraard ook niets doen, maar later kwam ze terug dat de gezagvoerder bezig was wat voor me te regelen.’
‘Een klapstoeltje.’
Kevin lachte. ‘Klapstoeltje, ja. Maar je wilt niet weten hoe blij ik daar mee was.’
‘Ik kan het me voorstellen,’ zei ik en schonk de koffie in. ‘Nog steeds zwart?’
Hij knikte en nam zijn mok aan. Hij volgde me naar de kamer en ging zitten.
‘Hoe lang blijf je?’
‘Twee weken, dan ga ik weer terug.’
‘Dat is een mooie tijd.’
‘Eerder kan ik toch niet aan boord, maar ik ben er ook wel blij mee. Even zeker weten dat alles een beetje geregeld is als ik terug ga.’
‘Vergeet jezelf niet, Kevin.’
‘Nee, maak je maar geen zorgen. Maar hoe gaat het met jou?’
‘Goed,’ zei ik, ‘echt goed.’
‘Vrijheid?’
Ik grijnsde. ‘Ook.’
‘Jonas nog gezien?’
‘Nee. Ik heb mijn spullen daar opgehaald, zijn zooi daar gedumpt en dat was het dan. Exit. Einde verhaal.’
‘Geen spijt van?’
‘Nog geen moment. Als was het zwarte gat groter dan ik had verwacht. Maar ik heb alles weer onder controle.’
‘Good for you.’
‘Dat juk van zijn bezitterigheid eindelijk van mijn schouders. Ik had het veel eerder moeten doen.’
‘Toch zag het er leuk uit toen jullie aan boord waren.’
‘Toen was ik ook echt gelukkig. Ik dacht toen echt dat hij me eindelijk in mijn waarde liet, dat hij alles accepteerde. Dus niet.’
‘Zo zie je maar.’
‘Hoe gaat het aan boord? Met Phil en Hugo ook alles goed?’
‘Zeker. Ik heb alleen het vermoeden dat Hugo niet lang meer blijft. Hij laat niets los, maar volgens mij is hij bezig met een andere baan.’
‘Dat zou jammer zijn.’
‘Die ga ik echt missen als die gaat, ja.’
‘Jullie nog wilde plannen?’
‘Phil en ik? Nee, niet echt. Af en toe denken we er wel eens over na hoe lang we dit nog willen blijven doen, maar niets concreets.’
Ik keek hem glimlachend aan. Kevin rekte zich een keer uit.
‘Moe?’
‘Gaat wel,’ gaapte hij en lachte.
‘Waar slaap je nu?’
‘Bij mijn vader.’
We zwegen en keken een beetje voor ons uit.
‘Volgende week gaan we een weekje weg,’ zei Kevin. ‘Met zijn vieren.’
‘Even er uit?’
Hij knikte. ‘Even niet in dat huis, even de boel de boel laten. Bovendien ga ik daarna ook weer terug, dus daar moeten we wel iets mee doen.’
‘Wanneer gaan jullie?’
‘Maandag, vrijdag komen we weer terug.’
Ik dacht na en wist niet of ik het voor kon stellen, of ik het wel kon vragen. Hij had nu zijn tijd thuis nodig.
‘Zin in een dagje uitwaaien?’ vroeg ik toch maar.
Zijn gezicht klaarde helemaal op. ‘Ik dacht dat je het nooit zou vragen.’
‘Doen zaterdag?’
‘Afgesproken,’ zei hij en lachte.

Echt laat is het niet geworden die avond. Kevin was moe, hij wilde op tijd gaan slapen en bovendien moest ik de dag erna weer gewoon werken. Het dagje strand vloog voorbij. Zorgeloos middagje, we meden moeilijke onderwerpen. Op een of andere manier hing er een soort spanning, maar ik kon er niet achter komen waar dat nou door kwam. Ik heb er van genoten, maar voor ik het wist had ik hem weer bij het huis van zijn vader afgezet. Ik had er een dubbel gevoel over. Had ik gehoopt op een herhaling van Engeland? Samen slapen? Ik voelde me schuldig, natuurlijk had ik dat gehoopt maar Kevin hield bewust afstand en ik durfde geen aanzet te geven. Geen misbruik maken van de situatie. Misschien maar beter zo. Na dat dagje strand zag ik hem niet meer, totdat hij afscheid kwam nemen de avond voor zijn vertrek. Hij had gebeld vlak ervoor, of ik thuis was. Natuurlijk was ik dat. Lang is hij niet gebleven, hij wilde nog zoveel mogelijk thuis zijn bij zijn zus en zijn vader. Begrijpelijk, ik snapte het helemaal. Na twee koffie ging hij ook weer. Hij beloofde dat hij snel een keer terug zou komen, maar dan langer. Bij de deur bleef hij wat drentelen. Ik had de deur al open toen hij die weer dicht duwde en me vastpakte. Hij kuste me en kneep me bijna fijn. Ik smolt, ik draaide. Ik kon niet anders dan me overgeven aan zijn kus. Alsof ik dat zou willen weigeren.
‘Zorg goed voor jezelf,’ fluisterde hij toen hij me losliet.
‘Jij ook,’ stamelde ik.
Hij glimlachte op een rare manier, gaf me nog een kus en draaide zich toen om. Hij opende de deur weer en liep naar buiten. Bij de auto lachte hij weer naar me.
‘Ik mail je als ik weer aan boord ben.’
Ik stak mijn duim op en kuste de lucht. Hij knipoogde en stapte in. Pas toen de auto de hoek om draaide ging ik weer naar binnen. Ik baalde. Kon ik hem ooit loslaten?

Ik moest wel. Alles was weer zoals het was. Af en toe een mail heen en weer, dat was het. Kon ik er tegen? Niet echt. Bart en Marion hadden me vaak op bezoek, dat zei genoeg. Ik miste hem, wilde dat hij dichter bij me in de buurt was. Ik werd er langzaam gek van. Er moest iets gebeuren. Ik besloot te proberen hem los te laten, stuurde minder vaak een mail, wachtte expres met antwoorden als hij weer eens iets stuurde. Langzaam wende dat, en kon ik weer gewoon verder. Gelukkig. Ja, ik was gelukkig.

De wind sneed in mijn gezicht. Het was een heldere lucht, met af en toe een klein wolkje. Niet verkeerd voor een dag in november. Maar koud was het wel. Ik had mijn auto op de vaste plek aan de kust geparkeerd. Ik genoot. Bijna leeg strand, hier en daar wat mensen die dit soort weer ook konden waarderen. Dikke jas, sjaal hoog opgetrokken. Dit mocht van mij iedere dag wel. Nogmaals, ik genoot. Opgeruimd in mijn hoofd, goede zin. Alles onder controle. Van Jonas hoorde ik niets meer en dat vond ik al lang best. Weg met dat gedoe, geen gezeur. Van Kevin hoorde ik ook heel weinig maar dat zat me niet dwars. Het was goed zo. Ik kwam op een punt dat ik eigenlijk wel weer iemand zou willen tegenkomen, stiekem hoopte ik toch op die ene vent in mijn leven. Zonder gezeur, uiteraard. Gewoon iemand die niet moeilijk deed, lief was, attent, romantisch op zijn tijd… Ik glimlachte. Bestond zoiets wel? Mijn telefoon trilde in mijn jaszak, ik hoorde hem niet overgaan. Ik keek op het schermpje en zag dat het Bart was. Ik trok mijn jas een stukje open en nam op. De telefoon hield ik dicht tegen mijn oor, mijn jas half over mijn hoofd getrokken om het een beetje uit de wind te houden.
‘Waar ben je?’ hoorde ik hem lachen.
‘Dat heb ik je gisteravond toch verteld?’
‘Je zou naar het strand gaan zei je, niet naar een windtunnel.’
Ik lachte. ‘Ik word ook bijna gezandstraald.’
‘Tsja, dode huidcellen hè? Die moeten er af. Ouderdomskwaal.’
‘En bedankt.’
‘Hoe laat kom je terug?’
‘Geen idee, eind van de dag, denk ik. Restaurantje zoeken, wat eten en dan terug.’
‘Hmm, ik wilde vragen of je zin had om hier te komen eten.’
‘Is ook een goed idee. Hoe laat moet ik er zijn?’
‘Ligt er aan hoe laat je daar wegrijdt.’
‘Dat ligt er weer aan hoe laat jullie ongeveer willen eten, sukkel.’
‘Als je rond een uur of 7 nou eens hier bent.’
‘Is goed, rij ik hier op tijd weg, zodat ik dan bij jullie kan zijn.’
‘Waar ben je nu?’
‘Vaste plek. Ik ga zo even wat eten, het is bijna 12 uur en ik krijg trek. Daarna ga ik richting de Oosterscheldedam lopen denk ik. Wind in de rug.’
‘Nou, ik zie je vanavond. Waai niet weg.’
‘Ik zal kijken wat ik kan doen,’ lachte ik en hing op.
Ik deed de telefoon weer in mijn jaszak en trok de rits dicht. Ik slenterde door het mulle zand naar een duinovergang. Daarachter lag een restaurantje, wist ik. Ik nam het er van. Mijn gezicht gloeide, bestelde wat te eten en wist dat ik hier het komende uur niet meer weg zou gaan. Ik pakte een krant van de bar en begon te lezen. Niet veel nieuws. De soep en een broodje werden voor me neergezet en ik at op mijn gemak. Ik las nog wat in de krant en keek op mijn horloge. Tijd om weer eens op te stappen. Ik rekende af, deed mijn sjaal om en mijn jas dicht. Het voelde koud aan buiten, na de warmte van het restaurantje. Ik volgde het pad naar boven en liep over de dijk. Beneden zag ik mijn auto staan. Met lichte pas door de wind in mijn rug liep ik door. Ik liep tot aan de dam en bleef even kijken naar de schuimende golven. Toen vond ik het wel genoeg. Ik draaide om en liep schuin voorover terug. Het was harder gaan waaien. Iemand liep me tegemoet maar ik lette er verder niet zo op.
‘Marcel!’ hoorde ik naast me.
Ik had toen pas door dat de ander was blijven staan en stopte. Ik draaide me om en keek in het lachende gezicht van mijn ex van lang geleden.
‘Simon?’
Hij lachte.
‘Dat is lang geleden, hoe gaat het met je?’
‘Goed,’ zei hij, ‘met jou?’
‘Goed,’ zei ik, ‘ik mag niet klagen.’
‘Zullen we ergens iets gaan drinken, heb je tijd?’
‘Natuurlijk,’ zei ik en keek op mijn horloge, ‘ik heb tijd genoeg.’
We liepen samen verder en zaten even later in hetzelfde restaurantje waar ik een paar uur eerder had gezeten. Het werd een gezellig gesprek. Jaren gelden waren we uit elkaar gegaan, het was een sleur geworden, maar ruzie hebben we nooit echt gehad. Ik keek naar hem toen hij tegenover me zat. Er kwamen een hoop herinneringen boven. In mijn hoofd, in ons gesprek.
‘Hoe staat het met je liefdesleven?’ vroeg hij ineens.
‘Leeg,’ zei ik. ‘Al een tijdje.’
‘Nog steeds de ware niet gevonden?’ Hij grijnsde.
‘Klinkt alsof het je bekend voor komt.’
Hij lachte. ‘Inderdaad.’
‘Bestaat ie wel?’ zuchtte ik gespeeld.
‘Ergens, vast wel. Maar waar?’
‘Blijven zoeken, Simon.’
‘Waar is het bij jou fout gegaan?’
‘Er is er eentje gaan varen, ik heb nog steeds contact met hem als goede vrienden. Degene die daarna kwam kon daar weer niet tegen. Even kort samengevat.’
‘Gaan varen?’
Ik knikte. Oude droom, de wereld rond. Hij was een stukje jonger dan ik. Dat verschil brak toch op. Hij had andere dromen. En jij? Ik kan me niet voorstellen dat je na mij stil bent blijven zitten.’
Hij glimlachte. ‘Het bekende verhaal denk ik. Sleur, jeuk, verveling. Ik ben er niet voor gemaakt, lijkt het wel.’
‘Daar meen je niets van.’
‘Heb je gelijk in. Maar de ander moet ook willen.’
We bestelden nog een glas. Het was gezellig. Er hing een lekkere spanning tussen ons in. Voor ik er erg in had liep het al tegen de avond.
‘Zullen we hier blijven eten?’
Ik keek op mijn horloge en schrok.
‘Ik moet zo eens weg. Ik heb afgesproken om ergens te gaan eten.’
Geen zin om te vertellen dat het bij Bart en Marion was. Ik was ook liever gebleven, maar ik vond dat ik me aan mijn afspraak moest houden. Ik stond op en pakte mijn jas. Simon verliet samen met mij het restaurant en liep met mij naar de parkeerplaats. Zijn auto stond niet ver bij die van mij vandaan. Bij mijn auto bleven we staan. Hij gaf me een kaartje.
‘Bel me nog eens,’ zei hij.
‘Doe ik,’ zei ik glimlachend en keek naar het kaartje. ‘Werk je daar nog steeds?’
Hij schoot in de lach. ‘Daar kom ik nooit meer weg.’
Ik gaf hem een hand. We kusten elkaar.
‘We moeten snel nog een keer afspreken,’ zei hij.
‘Doen we.’ Het kwam er verlegen uit bij mij.
Hij gaf me nog een kus en legde zijn hand op mijn schouder. Ik kuste zijn wang en opende mijn auto. Ik stapte in en zwaaide toen ik weg reed. Goh, Simon.

Ik reed flink door. Ik wist dat ik te laat ging komen. Dat haalde ik nooit op tijd. Ik belde Bart vanuit mijn auto.
‘Ik ben wat later.’
‘Veel?’
‘Half uurtje ongeveer.’
‘O, dat is geen probleem.’
‘Ik kwam iemand tegen, ben te lang blijven hangen.’
‘Is geen probleem, als je maar komt.’
Ik bespeurde een rare toon in zijn stem.
‘Tuurlijk kom ik,’ zei ik.
‘Dat is je geraden ook, jongen.’
‘Bart, is er iets?’
‘Nee,’ zei hij net iets te snel.
‘Bart?’
‘Kom nou maar gewoon, er is verder niets.’
Ik hing op en dacht er verder niet meer over na. Ik dacht aan Simon. Het maakte me vrolijk dat ik hem was tegen gekomen. Geen oude zeer meer, gewoon gezellig. Ik stuurde de auto een parkeervak in bij Bart in de straat en stapte uit. Ik glimlachte. Dat moest ik Bart zo wel vertellen, dat ik Simon weer was tegen gekomen. Ik belde aan en wachtte tot Bart open deed. Ik glimlachte en liep naar binnen.
‘Beetje tijd vergeten,’ zei ik. ‘Ik kwam Simon tegen.’
‘Simon? Op het strand?’
Ik glimlachte.
‘Die lach van jou bevalt me niets, Marcel.’
Ik zette een onschuldig gezicht op.
‘Toch niets raars gebeurd, hoop ik?’
‘Nee, dat niet.’
‘Mooi zo.’
Ik keek hem verbaasd aan. Het was de manier waarop hij het zei.
‘Wat verberg jij voor mij?’ vroeg ik toen we de kamer in liepen.
‘Niets, niets,’ antwoordde hij snel.
Hij zag dat ik naar de tafel keek waar vier borden gedekt stonden.
‘Oké, we hebben nog iemand uitgenodigd.’
‘Bart?’ vroeg ik dringend.
Marion kwam de kamer in lopen en gaf me een kus.
‘Wat zijn jullie van plan?’
‘Er komt nog een kennis van ons,’ zei Bart voorzichtig.
‘Jullie gaan me hier niet zitten koppelen he? Want dan ben ik nou nog weg.’
Marion sloeg een arm om me heen.
‘Welnee, maar een keer voorstellen kan geen kwaad toch?’
Ik glimlachte, maar aan de andere kant baalde ik. Hier had ik geen zin in. Ze zagen het aan me.
‘Komt helemaal goed, Marcel, maak je geen zorgen. Gewoon een gezellig etentje. Verder niets, geen verplichtingen.’
‘Maar we willen naderhand wel weten wat je van hem vond,’ plaagde Marion en lachte.
‘Jullie zijn erg,’ mopperde ik.
De deurbel ging en Bart liep naar de gang.
‘Wil je nog even je haar kammen voor ik hem binnen laat?’ Hij grijnsde.
‘Flikker op.’
Ik ging zitten en hoorde dat Bart de deur open deed. Ik hoorde verder niets, er werd niet veel gezegd in de gang. Op een of andere manier was ik toch een beetje nerveus. En nieuwsgierig. Ik stond op en liep de keuken in.
‘Nog ergens mee helpen?’ vroeg ik aan Marion.
‘Nee, het lukt wel.’
‘Ik kan hier eigenlijk niet om lachen. Hadden jullie kunnen weten.’
‘Wordt gewoon gezellig Marcel, maak je nou maar niet druk.’
‘Onverbeterlijk,’ zei ik en stond naast haar.
Ze gaf me een mes en een snijplank en ik sneed wat stukjes stokbrood. Ik hoorde Bart en de kennis de kamer in komen.
‘Ruikt lekker,’ zei ik. ‘Wat is het?’
Ze sloeg op mijn vingers toen ik een deksel op wilde tillen.
‘Afblijven jij, is een verrassing.’
‘O nee, hij helpt mee in de keuken, hadden we beter toch de afhaalchinees kunnen bellen vanavond,’ hoorde ik achter me. Het was niet Bart die dat zei. Ik stond verstijfd, Marion naast me keek me glimlachend aan. Ik wist niet wat ik moest zeggen, kon ook niets uitbrengen.
‘Draai je je nog om en zeg je nog hallo, of hoe zit het,’ hoorde ik lachend.
‘Kevin,’ draaide ik me om met een zucht.
Hij keek me lachend aan en strekte zijn armen. Ik grijnsde en pakte zijn handen vast. We kusten elkaar.
‘Sinds wanneer ben je weer terug?’
‘Gisteren.’
‘Had je me niet kunnen laten weten dat je zou komen?’
‘Ik wou je verrassen, maar zag jouw auto niet staan. Wist ik veel dat je met dat takkeweer zo nodig naar het strand moest gaan.’
‘Juist met dit weer, je kent me toch.’
‘Ik had het kunnen weten ja,’ lachte hij. ‘Ik ben daarna naar hier gegaan om hallo te zeggen en zij kwamen op het idee om je te bellen en te verrassen vanavond.’
Ik knuffelde hem nog een keer.
‘Kom,’ zei Bart, ‘aan tafel. Glaasje wijn, heren?’
We hielpen nog even mee in de keuken en even later zaten we aan tafel te eten.
‘Hoe gaat het verder?’ vroeg ik.
‘Wel goed,’ zei hij.
‘En met Phil?’
‘Goed. Denk ik.’
Met een ruk keek ik hem aan.
‘Hij heeft een restaurant in Miami. Wat hij altijd al wilde. Ik heb besloten te blijven varen, maar dat zag hij niet zitten. Hij heeft zich er bij neergelegd, maar de eerste keer dat ik met de boot weer in de haven was heeft hij me duidelijk gemaakt dat hij zo niet verder wilde. Hij wilde dat ik bij hem bleef. Ik heb er best lang over nagedacht, ook tijdens de volgende reis, maar ik kon maar één conclusie trekken. Geen Miami voor mij.’
‘En nu?’
‘Vrijgezel,’ zuchtte hij.
Ik streek een keer over zijn rug.
‘Jammer,’ zei ik.
‘Het is zo,’ zei hij en nam nog een hap. ‘Lekker,’ zei hij tegen Marion.
Ik was er even stil van. Kevin stootte tegen mijn arm.
‘Hé, het is goed zo. Maak je geen zorgen.’
‘Toch schrik ik er wel even van, Kevin.’
Kevin glimlachte. ‘Ik heb er langzaam aan kunnen wennen. Ik zag het al aankomen een tijdje.’
Ik at stil verder. Langzaam kwam het gesprek weer op gang. Daar zorgde Bart wel voor. Dank je wel, Bart. Ik was te verbaasd om iets te zeggen. Op een of andere manier maakte het me onrustig. Kevin weer vrijgezel. Weer beschikbaar, kon ik beter zeggen. Hij zat naast me met zijn lachende gezicht. Ik zag iets aan hem, wist alleen niet wat. Het was me te gemaakt, die lach. Ik mengde me weer in het gesprek en lachte mee over de anekdotes die Kevin vertelde over de dingen die hij meemaakte aan boord.
‘Paar weken geleden was dat Amerikaanse stel weer aan boord, weet je nog?’ vroeg hij lachend aan mij.
Ik grinnikte. ‘Nog net zo erg?’
Hij knikte. We vertelden Bart en Marion de verhalen over de vrouw en haar man die alles maar goed vond, of goed moest vinden. We lachten. Ik schakelde over op frisdrank.
‘Doe mij ook maar, mijn zus wil haar auto graag heel terug,’ lachte Kevin.
We bleven de rest van de avond aan tafel zitten. Tegen twaalf uur wilde Kevin naar huis. Hij was moe. Ik verliet samen met hem het huis van Bart en Marion. Bij de auto stonden we nog wat te praten.
‘Ik kijk er wel van op dat jullie uit elkaar zijn,’ zei ik.
‘Ik niet. Is een heel verhaal, het gebeurde niet van de een op andere dag.’
‘Dan nog.’
‘Het was ook geen toeval dat hij niet bij de begrafenis was, Marcel.’
‘Dat is een half jaar geleden, Kevin. Toen al?’
‘Het is steenkoud hier buiten,’ zei hij. ‘Te lang verhaal om nu te vertellen. Mag ik mezelf bij jou thuis uitnodigen?’
‘Nu?’
Hij haalde zijn schouders op.
‘Ik dacht dat je moe was.’
‘Och….’ Hij grijnsde.
Ik glimlachte en deed de deur van mijn auto open. ‘Je weet de weg nog, hoop ik?’
‘Ik volg.’
We reden achter elkaar aan naar mijn huis en even later zaten we in mijn bank. Ik een glas wijn, hij wat fris.
‘Vertel op,’ zei ik.
‘Hij was achter mijn rug om bezig met een pand in de haven van Miami. Tijdens een stop daar nam hij me mee, liep het restaurant binnen en vroeg ineens wat ik er van vond. Ik snapte meteen wat hij bedoelde. Vanaf dat moment was het wat koeler tussen ons, en dan druk ik me nog zacht uit. Hij hoopte dat hij me over kon halen, ik was kwaad dat hij achter mijn rug om toch bezig was met een tent in Miami. Tijdens de volgende trip zou hij nadenken wat hij zou gaan doen, alles nog een keer doorrekenen. Hij bleef maar op me inpraten. Ik bleef me verzetten, ik zag Miami echt niet zitten. Hij had de knoop doorgehakt, hij ging het restaurant beginnen, en ik zou blijven varen. Op zich had ik me daar al een beetje bij neergelegd, als hij dan zo nodig dat restaurant wilde beginnen dan moest hij dat maar doen. Maar dan bleef ik wel varen. Ik besloot het een kans te geven. Misschien werkte het wel. Vanaf de boot heeft hij toen een hoop geregeld, bij de volgende stop zou hij twee weken van boord blijven om alles te regelen. En toen overleed mijn moeder.’
Kevin zuchtte. Ik schonk zijn glas nog een keer vol.
‘Paniek,’ ging hij verder. ‘In Miami ben ik meteen de taxi ingesprongen, hij moest daar dingen regelen. Ik baalde. Van alles. Toen ik weer terug was zijn we samen weer aan boord gegaan. Het zou zijn laatste reis zijn. Alles was geregeld, alles getekend. We hebben veel gepraat die tijd aan boord. Eerlijk, ik zag het zelfs wel zitten. We komen vaak genoeg in die kutstad, ik zou hem vaak genoeg zien. Ik ben daarna voor twee weken mee van boord gegaan om hem te helpen de eerste weken. Jongen, je wilt niet weten hoe blij ik was dat ik weer aan boord kon gaan. Ik werd gek daar in die haven.’
Ik glimlachte. Hij had zijn glas al weer leeg.
‘Nog eentje?’
‘Kan ik blijven slapen? Ik lust wel een glas wijn.’
‘En jouw zus dan?’
‘Ik heb gezegd dat ik waarschijnlijk zou blijven slapen,’ grijnsde hij. ‘Die verwacht me morgen pas weer een keer.’
‘Sneaky guy,’ lachte ik. ‘Had dat dan meteen gezegd.’
‘Ik wist niet of ik dat kon maken. Ik kom ook zo maar ineens binnen vallen.’
‘Dat kan altijd, gek.’
‘Ik wou het eerst even aftasten.’
Met een nieuw glas ging hij verder.
‘Goed, het was een leuk idee, maar hij bleek het toch maar niets te vinden. Hij had gedacht dat ik toch wel aan de wal zou blijven. Hij heeft me, overmoedig en overtuigd van zijn gelijk, voor het blok gezet. Blijven, of nooit meer terug komen. Dat was voor mij de genadeklap. Ik heb mijn tas gepakt en ben meteen weer naar de boot gegaan. Ik heb hem sindsdien niet meer gezien of gesproken.’
‘Jezus, Kevin.’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Het is zo.’
‘Maar je had het toch wel op een andere manier kunnen doen? Dit is zo wel erg abrupt.’
‘Moet je bij hem zijn,’ zij hij. ‘Hij schopte me nog net niet buiten.’
Hij zuchtte.
‘Wat zei Hugo er van?’
‘Die werd gek van ons,’ lachte hij. ‘Hij heeft het van dichtbij meegemaakt, dan praatte ik met hem, daarna Phil weer. Hij zat er mooi tussenin. Hij geeft me trouwens groot gelijk. Hij heeft op Phil in zitten praten maar dat heeft niet echt mogen baten. Toen hij me terug zag komen aan boord is hij naar Phil gegaan en hem helemaal verrot gescholden.’
‘Hoe is het met Hugo verder?’
‘Goed. Ik ga hem volgende week opzoeken.’
‘Opzoeken?’
Kevin glimlachte. ‘Hij is vlak na die ontploffing tussen Phil en mij van boord gegaan. Niet door ons hoor. Dat stond toen al vast. Hij is weer terug in België. Heeft een baan gevonden in Antwerpen. Hij blijft zo’n beetje hetzelfde doen, maar dan in de haven op schepen die binnenlopen.’
‘Dus toch.’
‘Hij was al bezig met sollicitaties toen ik hier was de vorige keer.’
Ik rekte me uit. ‘Als je het niet erg vindt wou ik zo gaan slapen.’
‘Is goed,’ gaapte hij.
We schoten in de lach. We stonden op en liepen mijn slaapkamer in.
‘Ik ga geen apart bed voor je maken, je slaapt gewoon hier,’ zei ik.
‘Gelukkig,’ zei hij.
In bed praatten we nog wat, maar hielden afstand. Hij lag op zijn zij, steunde met zijn hoofd op zijn hand.
‘Ik ben niet helemaal eerlijk tegen jullie geweest vandaag,’ zei hij ineens serieus.
‘Hoe bedoel je?’
Hij draaide zich op zijn rug en staarde zuchtend naar het plafond.
‘Ik ga niet meer terug,’ zei hij naar boven zonder me aan te kijken.
‘Niet meer terug?’
‘Ik stop met varen.’
‘Maar…’
Hij draaide weer op zijn zij.
‘Ik ben aan het solliciteren geweest.’
‘Heb je al weer werk dan?’
Hij knikte trots lachend. ‘Je raad nooit waar.’
‘Gefeliciteerd,’ zei ik en gaf hem een kus op zijn lippen. ‘Vertel op, waar?’
Hij keek me aan en kuste me terug. Zijn hand gleed naar mijn achterhoofd en trok me dichter tegen hem aan. Ik zuchtte en liet het maar al te graag toe. Mijn mond opende zich een beetje en liet gretig zijn tong binnen. Dit was wat ik wilde. Zoenend draaide hij zich op me. Hij grinnikte en kuste me weer. Ik sloeg mijn benen om hem heen en zoende.
‘Ik laat je niet meer los vannacht,’ fluisterde hij.
‘Krijg je ook de kans niet voor.’
Hij draaide ons rond en kneep zijn vingers in mijn rug.
‘Nou weet ik nog niet waar je werk hebt gevonden.’
Kevin lachte. ‘Mijn oude werk. Ik had een mail gestuurd naar een oude collega van mij. Er zijn daar wat dingen veranderd. Maar dat vertel ik je morgen wel.’
Hij kuste me weer en kroop dicht tegen me aan.
‘Ik wil nu slapen,’ zuchtte hij zacht.
We kropen dicht tegen elkaar en sloten onze ogen. Slapen.

Toen ik wakker werd lag ik alleen. Kevin was weg. Ik keek geschrokken naast het bed en zag zijn kleren nog liggen. Ik zuchtte gerustgesteld, hij kon niet ver weg zijn. Ik lag op mijn rug en maakte me zorgen. Kevin had weer zijn oude baan terug. Hij ging niet meer weg. Zou alles weer bij het oude zijn? Wilde ik dat wel? Ik heb altijd gedacht dat ik dat wilde, maar nu het zo dichtbij kwam twijfelde ik toch even. Ik stond op uit bed, trok een boxershort aan en liep naar beneden. Ik hoorde Kevin in de keuken. Ik keek om de hoek van de deur en zag hem aan het aanrecht staan, boxershort aan, verder niets. Ik glimlachte, hij was nog steeds mooi om naar te kijken. Ik leunde tegen de deur toen hij me ineens zag staan.
‘He, je hoort nog te slapen. Je verpest mijn verrassingsontbijtje op bed.’
Ik glimlachte en liep naar hem toe. Ik stond achter hem en kuste zijn nek.
‘Is zo ook verrassing genoeg hoor.’
Hij glimlachte en raakte even met zijn hoofd die van mij aan. We pakten alles op en liepen de kamer in.
‘Op bed of hier?’ lachte Kevin.
‘Hier,’ zei ik en schoof wat aan de kant op tafel.
We zaten tegenover elkaar en aten.
‘Vertel op,’ zei ik.
‘Wat wil je weten?’
‘Jouw baan.’
Hij glimlachte. ‘Ik heb een tijdje geleden mijn oude collega een mail gestuurd. Alles loopt een stuk beter nu, die irritante vent op inkoop is weg. Die hebben ze buiten gezet. Ineens ging alles beter daar. Hij vertelde me dat ze nog wel iemand zochten.’
‘En toen kon jij het niet laten?’
‘Ik hoefde niet lang na te denken nee. Ik heb op een dag met mijn oude chef zitten bellen en toen was het, op afstand snel geregeld. Ik begin over een week. Ik moet eerst nog wat dingen regelen. En op zoek naar woonruimte, ik kan niet altijd bij mijn zus blijven.’
‘Moet voor jou toch niet zo moeilijk zijn? Home is where your heart is’
‘Zo is het maar net,’ zei hij en knipoogde.
‘Waarom wou je stoppen met varen?’
‘Ik had het gehad,’ zei hij schouderophalend.
‘Omdat het gedaan was met Phil?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Dat maakte het wel makkelijker. Zal ik niet ontkennen. Toen Hugo ook nog van boord ging wou ik ook zo snel mogelijk weg.’
‘Je bent veranderd,’ zei ik.
‘Ik?’
‘Groot verschil met een paar jaar geleden.’
‘Ik word ouder,’ grinnikte hij.
‘Serieuzer.’
Hij staarde voor zich uit. Ik zag hem nadenken.
‘Zeg het maar,’ zei ik.
‘Weet je,’ begon hij, ‘toen mijn moeder ineens overleed kreeg ik een hekel aan die boot. Ik had haar zolang niet gezien en toen kon het zomaar niet meer. Ik was ineens bang om weer te gaan, stel nou dat er weer iets zou gebeuren, met mijn vader, of mijn zus, of met jou….’
Ik keek hem aan, verbaasd.
‘Is dat gek?’
‘Weet ik niet,’ zei ik, ‘ik snap het wel.’
Kevin was stil. Hij haalde een keer zijn schouders op, alsof hij het verder ook niet uit kon leggen en zweeg.
‘Waarom heb je me niets laten weten toen je wist dat je die baan had?’
‘Mijn zus wist het. Ik wilde je verrassen. Bovendien wist ik niet wat er aan de hand was. We hadden zo weinig contact de laatste tijd. Ik had het vermoeden dat je een nieuwe vriend had. Of Jonas was weer terug, wist ik veel.’
‘Alsjeblieft zeg!’
‘Kon toch?’
‘Nee, dat kan niet,’ lachte ik.
‘Heb je wel iemand anders dan?’
‘Nee,’ zei ik. ‘Vrij als een vogel.’
‘Ik wilde eigenlijk wel meteen vragen of ik kon blijven slapen, maar ik wilde eerst zeker weten dat je hier alleen was vannacht.’
Ik lachte. ‘Gek dat je bent.’
Hij glimlachte verlegen en keek op de klok.
‘Ik moet zo gaan. Mijn zus verwacht haar auto terug.’
‘Is goed.’
Hij stond op en pakte snel even een douche. Fris en aangekleed kwam hij weer beneden. Hij trok zijn schoenen aan en pakte zijn jas. Hij kuste me.
‘Ik ben blij dat ik weer terug ben,’ zei hij zacht.
‘Ik ook,’ stamelde ik.
Toen was hij weg.

Hij belde me twee dagen later weer op. Hij wilde even op bezoek komen. Daar maakte ik tijd voor. Ik kon het helaas niet laat maken, ik moest de volgende dag weer vroeg mijn bed uit. We praatten wat gezellig bij, waren het er over eens dat ik snel weer eens een keer met hem naar zijn zus moest gaan.
‘Net zoals vroeger,’ lachte hij.
‘Zou je dat willen?’ vroeg ik serieus.
Hij keek me een beetje geschrokken aan. Betrapt.
‘Misschien,’ zei hij voorzichtig. ‘En jij?’
‘Weet ik niet,’ zei ik eerlijk.
Hij trok zijn wenkbrauwen op. ‘Je hebt nagedacht, vertel op.’
‘Ik weet niet of het zal werken, Kevin. We hebben een goede band zo en dat wil ik niet op het spel zetten.’
‘Heb je gelijk in,’ zei hij.
‘Stel nou dat, dan zou er toch wel wat tijd overheen moeten gaan.’
‘Lijkt me wel verstandig,’ zei hij en staarde wat voor zich uit.
‘Af en toe ben ik dat wel eens,’ lachte ik.
Traag kabbelde de avond verder. We zaten allebei na te denken, dat was goed te merken maar we hadden het er niet meer over. Hij vertrok op tijd, gewoon als een goede vriend. Met een kus als afscheid. Voor ik naar bed ging pakte ik de twee wijnglazen van de verborgen plek in de kast en zette ze weer achter het glazen deurtje.

Wat moest ik? Wat wilde ik? Waarom twijfelde ik? Twijfelde ik wel? Ik moest het maar aan mezelf toegeven, ik wilde niets liever dan dat hij bij me terug zou komen, de draad weer oppakken waar we die jaren geleden hadden laten vallen. Wilde hij dat ook? Natuurlijk wilde hij dat, dat was aan alles te merken. Het was een kwestie van wachten tot één van ons twee de eerste stap durfde te zetten. We zagen elkaar regelmatig. Zijn werk was begonnen en hij was er enthousiast over. Na een film in de bioscoop zaten we bij mij thuis nog wat te drinken. We zaten dicht tegen elkaar. Dat was tijdens de film al begonnen. Hij hing tegen mij aan en vertelde over een huis dat hij gezien had wat hij kon huren. Het was een oud pand, er moest veel aan gebeuren maar dat interesseerde hem geen bal. Ik kuste zijn hoofd.
‘Als het je niet bevalt, kun je altijd weer wat anders zoeken.’
‘Precies. Ik wil niet langer mijn zus tot last zijn.’
‘Ga je het doen?’
‘Ik denk het wel, komende week het huurcontract tekenen.’
Met de afstandsbediening zette hij de stereo wat harder. De verzamel-cd draaide.
‘Die heb ik vaak gedraaid aan boord,’ glimlachte hij.
‘Heerlijke muziek,’ grijnsde ik. ‘Was toen echt een leuke verrassing.’
Ik kuste zijn oor.
‘Ik wil naar bed,’ fluisterde ik.
Hij gniffelde en stond op. Hij trok me uit de bank en nam me mee naar mijn slaapkamer. Naast het bed kuste hij me en kleedde me langzaam uit. Naakt vielen we op bed en lieten elkaar niet meer los. Hij nam me, zoals jaren geleden. Ik kon alleen nog maar ademen. Geen woorden meer. Dit had ik al die jaren gemist. De volgende ochtend werden we samen wakker. Ik deed bij hem wat hij bij mij gedaan had de avond er voor. Ik bleef de hele tijd in zijn ogen kijken terwijl ik me langzaam naar een hoogtepunt bracht. Zijn glimlach op zijn gezicht zei me meer dan genoeg. Dit mocht nooit meer overgaan. Het verschil van jaren was helemaal weg.

Wanneer ga je tekenen?’ vroeg ik toen we later aan een verlaat ontbijtje zaten.
Hij haalde zijn schouders op. ‘Dinsdag denk ik. Moet nog even bellen.’
‘En dan klussen?’ lachte ik.
‘Dat zal wel nodig zijn,’ glimlachte hij.
‘Ik help wel. Wat doet de huur trouwens?’
‘Die is laag. Het pand is ook niet veel, maar het is een huis. Home is where my heart is.’ Hij glimlachte.
Ik keek hem een keer aan en wist wat hij dacht maar niet wilde zeggen.
‘Maar waar ligt jouw hart dan eigenlijk echt? Zou je daar dan ook niet gewoon gaan wonen?’
‘Je bedoelt toch niet…?’
Ik knikte. ‘Kom alsjeblieft gewoon hier wonen, Kevin.’
Hij glimlachte, zijn ogen werden waterig. Daarna pakten we elkaar vast en kusten elkaar.

Het contract heeft hij nooit getekend. Heel even hebben we overlegd of het wel een goed idee was, maar daar waren we snel uit. We wilden diep van binnen ook niet anders.

Zijn zus was blij voor ons. Zijn vader ook. Hij was blij me weer te zien, en blij dat we weer bij elkaar waren. “Jullie hadden nooit uit elkaar moeten gaan”, had hij gezegd. Kevin had verlegen naar de grond gekeken toen zijn vader dat zei. We hadden op een avond in het weekend Kevin’s spullen in mijn auto geladen en naar mij huis gebracht. Niet dat het zoveel was. Een paar dozen en een grote tas met kleren. We lieten alles staan en reden naar Bart en Marion. We waren uitgenodigd, Willem en Corina waren er ook. Die hadden het grote nieuws al van Marion vernomen. Ik voelde me gelukkig, gezellige avond met zijn allen, alles weer zoals het was, zoals het gewoon hoorde te zijn. Bart en ik stonden in de keuken te klooien met een frituurpan.
‘Gelukkig zo?’ vroeg hij spottend.
‘Wat dacht je?’ Ik grijnsde.
‘Het straalt er af,’ zei hij, ‘en niet alleen bij jou.’
Ik glimlachte.
‘Ik heb het je gezegd, jaren geleden al.’
‘Wat?’ vroeg ik verbaasd.
‘Vlak voor Kevin vertrok. Dat je als vrienden uit elkaar moest gaan. Dat het allemaal wel goed zou komen.’
‘Je hebt helemaal gelijk gehad.’
‘Gebeurt wel vaker,’ zei hij droog.
We lachten en liepen met een dampend bord vol hapjes de kamer weer in. Kort daarna zijn Kevin en ik vertrokken. We wilden naar huis, Kevin’s eerste officiële nacht terug. We lagen net in bed toen Kevin ineens weer uit bed stapte.
‘Wat ga je doen?’
‘Momentje, zie je zo wel,’ zei hij geheimzinnig.
Binnen een minuut was hij terug. Hij pakte het olifantje van het kastje naast mijn bed en zette het naast de tv op de tafel tegenover mijn bed. Ons bed, sorry. Hij glimlachte naar me en zette zijn olifantje er dicht tegen aan. Hij kroop weer naast me onder het dekbed en kuste me. Hij trok me dicht tegen zich aan en keek een keer naar de olifantjes.
‘Zouden ze elkaar gemist hebben?’ fluisterde hij.
© 2005 Oliver Kjelsson