Het verschil (deel 3)

Print Friendly, PDF & Email

Kevin was weg. Ik zat alleen in de bank en keek naar buiten. Ik voelde me verlaten. Ik voelde me alleen en dat zorgde ervoor dat ik een paniekaanval kreeg. Ik zoog mijn longen vol lucht en zuchtte. Ik dacht terug aan ons gesprek. We praatten terwijl we allebei naar de brief van de rederij keken. Hij twijfelde of hij wel wilde gaan. Nu het zo dichtbij kwam werd hij onzeker. Zoals zo vaak met dit soort dingen. Zijn onverschilligheid was meestal een masker, een rookgordijn. Ik dacht dat ik hem al kende, maar toen hij bij mij in huis kwam wonen heeft hij me nog vaak genoeg verbaasd. Het had er voor gezorgd dat ik nog meer van hem ging houden. Hij praatte nooit veel over zijn twijfels, probeerde alles zelf te verwerken. Ineens kwam het er dan uit, als donderslag bij heldere hemel. Zoals dit. In die tijd dat we elkaar kenden had hij nooit laten merken dat die droom van vroeger nog steeds knaagde. Als een duivel uit een doosje sprong het voor me op. Ik kon er weinig meer aan doen, het zat veel te diep. Hij had nog een paar dagen heen en weer geslingerd tussen de beslissing om te blijven of om daadwerkelijk te gaan. Ik had hem gesmeekt te blijven. Dat werkte in het begin, maar ging al snel averechts werken. We hebben ruzie gehad. Hij vond dat hij mijn bezit niet was, hij vond dat hij moest kunnen gaan en staan waar hij wilde. Absurd natuurlijk, dat kon hij ook altijd. Dat besefte hij zich ook wel, maar het was zijn manier om me los te kunnen laten. En dat ging hij dan ook doen. Hij had de contracten getekend. Onomkeerbaar.

Ik pakte de telefoon en belde Bart.
‘Ben je thuis?’ vroeg ik toen hij had opgenomen.
‘Kom maar jongen,’ zei hij.
Hij begreep me wel. Sinds de bom was gebarsten had ik al veel met hem en Marion gepraat. Kevin was er zelfs een keer alleen naar toe geweest om zijn hart te luchten. Ik hing op en zocht mijn jas. Ik sprong in de auto en reed naar Bart. Ik werd gek alleen thuis. Bart keek me bezorgd aan toen hij de deur voor me open deed.
‘Kom binnen. Iets drinken? Je ziet er niet uit Marcel.’
‘Zo voel ik me ook,’ zuchtte ik.
‘Koffie?’
‘Sterke.’
‘Je hebt toch niet gedronken voor je de auto in stapte he?’
Ik glimlachte en schudde mijn hoofd. Marion kwam de kamer binnen en aaide een keer over mijn rug.
‘He, Marcel. Even je ei kwijt?’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Effe stuk?’ vroeg Bart toen hij voor mij een kop op tafel zette.
‘Ik zat even stuk ja, ik zat alleen thuis en alles kwam op me af.’
‘Is Kevin niet thuis?’
‘Nee,’ schudde ik, ‘hij is vliegtickets regelen om naar Amerika te gaan.’
‘Het komt allemaal zo wel erg dichtbij he?’
Ik slikte en knikte een keer.
‘Het was zo stil in huis en het idee dat hij weg was om dat ticket te regelen….. Ik raakte even in paniek.’
‘Hier is altijd koffie, Marcel.’
‘Dank je,’ fluisterde ik. ‘Maar ik zal het toch ook alleen moeten klaren, ik kan moeilijk hier bij jullie komen wonen.’
‘Och,’ lachte Bart. ‘Kun je stofzuigen?’
‘Bart!’ Marion reageerde kwaad.
Ik lachte. Dat was mijn manier van relativeren. Bart kende dat van mij, Marion had af en toe wat moeite met dit soort wrange humor. Ze kende ons al jaren, maar ze kon er de lol nog niet altijd van inzien.
‘Strijken kan ik ook,’ zei ik tegen haar, ‘je zegt het maar.’
Ze schudde een keer haar hoofd. ‘Ziek zijn jullie.’
‘En Marcel heeft geld,’ ging Bart verder. ‘Kunnen we eindelijk die serre aanbouwen.’
‘Serre?’
‘Ja,’ zei hij, ‘die muur uitbreken, serre bouwen, wordt de huiskamer een stuk groter en lichter.’
We stonden op en liepen naar de achterkant van de kamer. We hadden het over de mogelijkheden, maakten plannen waar mijn computer zou komen te staan, het was mijn geld tenslotte. Buiten keken we nog of het een glazen dak moest worden of dat we er een balkon op zouden maken. Ik wilde dan wel de slaapkamer hebben met dat balkon, beetje privacy kon geen kwaad. We lachten. Bart sloeg een arm om me heen.
‘Het komt allemaal wel goed,’ zei hij.
‘Zou je denken?’
‘Tuurlijk. Jullie kunnen toch contact houden?’
‘Jawel, maar dat is niet hetzelfde. Hij gaat weg met het idee dat hij nooit meer terug komt. Dat zegt ook iets over hoe hij over ons denkt, of niet?’
‘Jawel, maar ga niet als vijanden uit elkaar, Marcel, daar krijg je spijt van.’
‘Dat wil ik ook niet. Het is misschien gek, ik wil hem niet kwijt maar nu ik weet dat hij echt weggaat, wil ik eigenlijk ook dat hij maar meteen gaat.’
‘Geen uitstel, het er tegenaan hikken dat het gaat gebeuren is nog veel erger bedoel je?’
Ik knikte.
‘Hoe lang nog?’
‘Iets meer dan twee weken,’ zei ik zacht.
Bart hield me even vast toen hij mijn ogen rood zag worden.

Kevin was er nog niet toen ik weer thuis kwam. Ik schopte net mijn schoenen uit toen ik de voordeur hoorde. Hij kwam vrolijk de huiskamer binnen. Hij hield enthousiast de tickets omhoog. Ik bleef strak kijken. Voelde me meteen ook schuldig dat ik niet blij voor hem kon zijn. Hij zag mijn gezicht en keek weer serieus.
‘Sorry,’ mompelde hij.
‘Nee, geeft niet. Ik moet sorry zeggen.’
Hij ging tegenover me zitten.
‘Wanneer vlieg je?’
‘Op maandag.’
Ik rekende in mijn hoofd. Nog twee weken.
‘Beetje normale tijden, of mag je midden in de nacht?’
‘Vroeg in de ochtend.’
‘Dat is dan weer een voordeel.’
Hij bekeek zijn ticket nog een keer en knikte.
‘Ik heb eens na zitten denken,’ zei hij. ‘Als ik vertrek zullen een hoop mensen me uit willen zwaaien.’
‘Dat denk ik ook, ja.’
Ik had daar al over na zitten denken. Ik keek er nu al tegenop. Ik baalde van het idee dat zijn moeder er ook bij zou zijn. Die had meteen enthousiast gereageerd dat hij zijn plannen ging doorzetten. Of dat nou was omdat hij zijn dromen najaagde, omdat ze trots was dat haar zoon de wijde wereld introk of omdat het betekende dat Kevin en ik uit elkaar zouden gaan, ik had geen idee. Ik had er nu al geen zin in dat ze er bij zou zijn als ik Kevin succes zou wensen, hem voor de laatste keer vast zou houden, hem voor de laatste keer zou kussen.
‘Ik heb nog iets gedaan vandaag.’
‘Wat?’
Kevin haalde nog wat papieren uit zijn tas en stak zijn hand naar me uit. Ik stond op, pakte zijn hand en ging naast hem zitten.
‘Ik ga de vrijdag ervoor al weg.’
Ik keek hem verbaasd aan.
‘En jij gaat mee.’
Ik snapte er niets meer van. Hij glimlachte, liet me twee tickets zien.
‘We gaan vrijdag vanaf Schiphol naar Parijs. Daar blijven we twee dagen en ik vertrek vanaf Parijs naar Amerika. Ik wil er niemand bij hebben als wij afscheid nemen. Zeker mijn moeder niet.’
Hij wapperde met een grijns op zijn gezicht met een aantal tickets voor mijn neus. Inclusief mijn terugreis naar Nederland en reserveringen voor een hotel. Ik glimlachte en kuste hem. Het gaf me een goed gevoel. Omdat ik alleen met hem zou zijn als hij echt in het vliegtuig naar Amerika zou stappen maar vooral ook omdat hij zijn moeder een hak had gezet.
‘Dank je wel,’ fluisterde ik.
‘Ik ben net nog even bij mijn ouders geweest. Ze kon er niet om lachen.’
Hij lachte en pakte me stevig vast.
‘Ik ben je dankbaar,’ zei hij toen zacht.
‘Waarom?’
‘Dat je me begrijpt. Dat ik je als vriend kan herinneren straks.’
‘Dat je me maar nooit vergeet.’
‘Nooit, Marcel,’ kuste hij, ‘nooit.’

Het werden twee rare weken. Kevin was klaar met zijn baan, hij had nog een aantal dagen alleen thuis. Hij was aan het opruimen. Een paar dingen die hij had vanuit zijn jeugd had hij opgeslagen bij zijn zus. Twee dozen vol. Dat was het. De rest liet hij achter. Zijn CD’s, zijn boeken, ik mocht ze houden. Hij had er een paar uitgekozen die meegingen op zijn reis. Zijn tas stond een week voor zijn vertrek al klaar. Ik had er stiekem een keer in zitten neuzen. Met betraand gezicht had ik dingen gevonden die hij ooit van mij gekregen had als cadeautje, een CD, een knuffelbeestje. Het gaf me een melancholiek gevoel, de herinneringen aan de momenten toen ik ze gegeven had kwamen weer boven. Maar hij nam ze wel mee en dat maakte me ook wel weer vrolijk. Onvermijdelijk kwam de dag dat hij voor het laatst mijn huis zou verlaten dichterbij. Alle plannen waren gemaakt, de afspraken stonden vast. Het zou nog een hele stoet auto’s worden naar Schiphol. Wonderbaarlijk genoeg hebben we die laatste nacht goed geslapen. De wekker ging al vroeg. Met koppijn stonden we op. We hadden flink aan de wijn gezeten, gelachen, gehuild, nog een fles opengetrokken. De twee tassen stonden in de gang. Die van hem klaar voor het grote avontuur, die van mij kleiner voor een weekendje Parijs. Om de paar minuten keek hij op de klok. Het werd tijd om te gaan. Hij ging op de bank zitten om zijn schoenen aan te trekken. Hij was stil, net zoals ik. Op de parkeerplaats van de benzinepomp zouden we iedereen treffen. Hij wilde heel bewust met mij alleen het huis uit. Bij de deuropening, zijn jas al aan, keek hij nog een keer om en huilde.
‘Je kunt nog terug,’ probeerde ik door mijn tranen heen te grinniken.
Hij zuchtte.
‘Nee, ik moet gaan.’
‘Jij zegt het.’
‘Home is where my heart is.’
‘Daarom is dit jouw huis,’ dacht ik maar hield mijn mond. Ik klopte een keer op zijn schouder en sloot de deur achter me. Samen liepen we naar de auto en gooiden de tassen achterin. Zwijgend reden we weg. Op de hoek van de straat keek hij nog een keer achterom. Ik draaide de snelweg op en gaf gas.

‘Dag jongen,’ zei zijn moeder lachend, ‘klaar voor alles?’
Ze pakte hem meteen vast toen hij op de parkeerplaats uitstapte.
‘Tuurlijk,’ zei hij lachend.
Iedereen was er al. Familie, vrienden, iedereen in een uitgelaten stemming. Het werkte aanstekelijk, zelfs ik kon alweer lachen. Bart bekeek me onderzoekend. Hij had vrijgenomen die dag, samen met Marion. Willem en Corina waren een paar dagen ervoor handen komen schudden. Ik knipoogde een keer naar Bart en knikte. Hij snapte wel hoe ik me voelde. Het hele gebeuren was draaglijk omdat ik nog een paar dagen met Kevin alleen had. Ik vroeg me af of ik er anders wel bij had willen zijn. Waarschijnlijk had ik thuis afscheid van hem genomen en hem zo laten gaan, een flinke fles wijn binnen handbereik. Het vrolijke sfeertje had zijn weerslag op mij. Ik kon lachen, Kevin trouwens ook. Af en toe keek ik naar hem en vroeg me af wat hij nu dacht, hoe hij zich voelde. Het werd tijd om verder te gaan. Iedereen stapte in de auto’s en in een rij reden we door. Ik parkeerde mijn auto op de parkeerplaats voor langparkeerders en haalde de tassen achter uit de kofferbak. Kevin kwam uit de auto en gooide de deur dicht. Ik sloot de auto af en liep samen met hem richting de shuttle die ons naar de terminal zou brengen. Daar zagen we iedereen weer. Bij de incheckbalie werd het me allemaal een beetje teveel. Zijn moeder had tranen en een cadeau, zijn zus gaf hem en mij een hele dikke knuffel.
‘Zorg goed voor hem de laatste paar dagen,’ fluisterde ze in mijn oor. ‘En bel als je weer terug bent. Laat Ma gerust links liggen, als je met mij maar contact houdt.’
Ik beloofde het. Bart gaf Kevin een ferme hand, en zei dat hij hem op zou komen zoeken om in elkaar te meppen als hij het lef had nooit meer iets van zich te laten horen. Ze lachten in elkaars armen. Marion kuste hem.
‘Lul,’ snifte ze grinnikend met rode ogen.
‘Zorg goed voor Marcel,’ hoorde ik hem nog tegen haar zeggen.
Bart, Marion en Kevin’s zus waren de enige die me sterkte wensten en tegelijkertijd veel plezier. Zijn moeder gaf me vrij koel een hand. ‘Laatste keer dat ik jou zie,’ flitste door me heen. Het maakte me balorig waardoor ik toch redelijk lachend met Kevin door de incheckbalie kon gaan. Bij de paspoortcontrole draaiden we ons nog een keer om en zwaaiden naar iedereen. De hele groep zwaaide wild terug en riepen nog van alles wat we niet konden verstaan. Kevin draaide om met rode ogen en liet het poortje van de metaaldetector zijn werk doen. Na een tel stilstaan liep hij door zonder om te kijken. Hij zat even stuk.

Na een rustige vlucht reden we met de metro naar ons hotel. Hij had een hotel geboekt in de buurt van het uitgaansgebied. Ik keek een keer rond in de kamer en keek hem verwijtend aan.
‘Dit moet je een vermogen gekost hebben.’
Hij haalde een keer zijn schouders op en grijnsde.
‘Op de boot is alles inclusief kost en inwoning, waarom zou ik veel geld meenemen?’
‘Je bent en blijft een rare.’
‘Dat je daar na ruim twee jaar pas achter komt,’ lachte hij en kuste me.
Zoenend vielen we op bed. Al snel liet hij me weer los.
‘We gaan Parijs in,’ zei hij en trok me los van het matras.
Samen struinden we alle belangrijke dingen die je in Parijs moet zien af die twee dagen. Hij was er al vaker geweest dan ik. Hij nam me mee naar plaatsten waar ik het bestaan nooit van geweten zou hebben. Voor ik weg was had ik al het besluit genomen om er snel weer naar terug te gaan. Door het besef van het afscheid van Kevin was Parijs voor mij een speciale plaats geworden. De laatste avond op zondag zaten we op een terras en dronken flink door. Foute manier van afreageren. Het was de enige manier om het draaglijk te houden. Hoe dichter het bij de maandag kwam, hoe groter het besef dat het op ging houden.
‘Morgen ga ik,’ zuchtte hij.
‘Hoeft niet,’ zei ik grijnzend.
Hij glimlachte terug.
‘Weet ik. Maar ik moet het toch doen.’
‘Ik zal je missen.’
‘Ik jou ook.’
‘Waarom blijf je dan niet?’
‘De drang om dit te doen is groter. Zeg maar de angst om spijt te hebben de rest van mijn leven dat ik het niet gedaan heb.’
‘Als het niet bevalt, kun je altijd nog terug.’
‘Zo is het.’
‘Ik zal op je wachten.’
‘Niet doen. Je verdient beter dan dit warhoofd.’
‘Doe normaal, Kevin.’
‘Ik meen het, Marcel. Niet op mij wachten.’
Ik zuchtte en bestelde nog twee nieuwe glazen.
‘Wat maakte mijn moeder er toch weer een mooi toneelstuk van,’ zei hij ineens.
‘Hoezo?’ vroeg ik sarcastisch.
‘Jij had het toch ook door.’
‘Ze gaf me wel heel koel een hand, moet ik zeggen.’
‘Ik zag het.’
‘Laatste keer dat ik jou zie, dacht ik toen. Sorry, het is jouw moeder, maar ik zal haar niet missen.’
‘Ik ook niet.’
Dat kwam er wel erg beslist uit. Ik keek hem vragend aan.
‘Ze heeft het nooit geaccepteerd, mijn relatie met jou. Nou had ze al moeite met mijn mannelijke relaties, maar dan ook nog eens zo’n oude zak als jij…’
‘Heb je me nooit verteld, dat het zo diep zat.’
‘Ze zeurt maar een eind raak. Ik beslis zelf wel waar ik een relatie mee heb. Misschien is zij wel de grootste reden dat ik wegga.’
‘Dat meen je niet.’
‘Je moest eens weten. Ze had altijd commentaar op wat ik deed. Relaties, werk… noem maar op. En nou ben ik weg. Het enige waar ze altijd weer opnieuw over begon. Mijn droom om de wereld te gaan bekijken.’
‘En daar baalt ze dan volgens mij toch ook weer van.’
‘Ha, ik weet het wel zeker. Kan ze zich niet meer met me bemoeien.’
‘Ik kijk hier een beetje van op.’
‘Ze begon er ook alleen maar over als jij er niet bij was, zo is ze dan ook wel weer. Ik vond het niet de moeite om het je te vertellen. Had jouw verstandhouding met haar ook alleen maar nog slechter gemaakt.’
Hij goot de rest van zijn glas in zijn keel en wenkte de ober. Het plein waar we op zaten begon al een beetje te draaien.
‘Als zij er niet was geweest, was je dan niet gegaan?’
Kevin keek voor zich uit.
‘Je denkt te lang na,’ grijnsde ik.
Van binnen kookte ik. Het zou toch niet waar zijn dat zijn moeder de oorzaak was dat Kevin nu bij me wegging?
‘Jawel,’ verstoorde hij mijn gedachten, ‘dan was ik ook gegaan.’
‘Zeker weten?’
Hij lachte en knikte.
‘Zeker weten,’ zei hij. ‘Zoveel macht heeft ze nou ook weer niet. Al zou ze dat wel willen.’
Hij tilde zijn glas op naar me. Ik pakte die van mij en tikte er mee tegen zijn glas.
‘Op jouw vrijheid,’ zei ik.
Hij knikte alleen maar.
‘En op die van jou,’ zei hij toen.
‘Dat bepaal ik zelf wel,’ zei ik wrang.
‘Sorry,’ zei hij. ‘Ik waardeer het dat je op die van mij toost.’
Ik boog voorover en gaf hem over de tafel een kus.
‘Laatste glas,’ zei ik glimlachend, ‘anders haal ik het hotel niet meer.’

Kevin douchte en kroop tegen me aan in bed.
‘Zul je me missen?’ fluisterde hij.
‘Iedere dag,’ zei ik zacht.
‘Ik jou ook.’ Hij snikte.
In het donker van de kamer zocht ik zijn mond met mijn lippen en zoende hem. Hij trok me dicht tegen hem aan en zoende terug. Hij draaide zich op me en verborg zijn hoofd in mijn hals. Hij huilde.
‘En als het nou niet goed gaat, als het nou niet is wat ik hoop?’
‘Dan zeg ik hetzelfde als ik toen over die baan van je heb gezegd.’
‘Je bent te goed voor me.’
‘Kevin, ik meen het. Als het niet lukt sta ik voor je klaar. Beloof me dat je dan terug komt. Ga dan niet de eigenwijze trotse lul uithangen.’
‘Ik hou van je,’ zuchtte hij en kuste me weer.
We konden niet in slaap vallen. Strelend en zoenend zijn we de nacht doorgekomen. Voor we er erg in hadden ging de telefoon van de receptie. Wake up call. Het was half 6. Kevin zuchtte en kuste me weer. Zijn lippen gleden naar mijn nek en kuste mijn borst. Zijn tong gleed naar mijn buik en kietelde. Ik grinnikte. Ik voelde zijn lippen tegen het puntje van mijn eikel. Traag zoog hij me naar binnen. Ik kreunde. Dat was al weer een tijd geleden. Ik had er ook niet meer op gerekend. Hij overviel me, zoals ook mijn orgasme me overviel. Binnen een paar tellen voelde ik mezelf ontladen in zijn warme, zachte mond. Hij kreunde toen ik kwam. Hij kwam weer onder de dekens vandaan en kuste mijn lippen.
‘Ik neem je mee,’ zei hij en klopte op zijn borst. ‘Hier.’
Mijn ogen waren rood toen ik hem van me afduwde en uit bed stapte.
‘We moeten zo gaan,’ zei ik.
Hij stond met tegenzin op. Samen doken we onder de douche. Zijn kruis hing tegen mijn been. Nog één keer wilde ik hem vasthouden. Nog één keer hem hard voelen worden in mijn hand. Hij zuchtte in mijn oor. Langzaam trok ik hem af. Hij stootte mee in mijn hand. Zijn ademhaling ging steeds sneller. Ik draaide mijn hoofd voor zijn gezicht en keek hem diep in zijn ogen toen hij kwam. We keken dwars door elkaar heen. Het was goed zo.

Hand in hand zaten we in de taxi naar het vliegveld. Het was er drukker dan ik had gedacht. Samen checkten we in en zetten onze bagage op de lopende band.
‘Nou hoop ik wel dat ze de labels voor Amerika aan mijn tas hebben gehangen en niet andersom,’ lachte hij vlak achter mij in de rij bij de paspoortcontrole.
Ik voelde me niet lekker. De wijn van de avond ervoor deed zijn werk en het naderende afscheid maakte me erg nerveus. Mijn vliegtuig vertrok een uur later dan die van hem. We dronken samen nog een kop koffie zonder veel te zeggen.

Het was tijd. Kevin en ik liepen naar de gate waar hij zijn vliegtuig in zou stappen. Hand in hand stonden we stil, vlak bij het poortje waar hij doorheen moest. Ik voelde mijn tranen dringen. Kevin zijn stem sloeg over.
‘Ik moet nu echt gaan,’ zei hij onnozel.
‘Bedankt voor de laatste dagen,’ zei ik, ‘heeft me echt goed gedaan.’
‘Mij ook,’ zei hij.
‘Nou ga,’ probeerde ik te lachen en duwde hem weg.
Hij gaf me een kus en liet mijn hand uit die van hem glijden. Ik huilde. Hij ook. Hij zette twee stappen weg en draaide zich toen weer om. Hij pakte me weer vast en omhelsde me. Ik kneep mijn armen om hem heen.
‘Beloof me één ding,’ zei hij snikkend.
‘Ik vergeet je nooit, Kevin.’
‘Als je iemand anders tegenkomt moet je er voor gaan, oké?’
‘Ik wil er niet aan denken, Kevin.’
Hij liet me weer los en zette een stap achteruit.
‘Blijf niet alleen, Marcel. Niet voor mij. Dat verdien je niet.’
Ik kon niets meer zeggen. Ik liet alles maar gaan. We kusten elkaar nog een keer en daarna was hij weg. Ik zag hem zijn instapkaart pakken en afgeven aan de dame achter de balie. Hij draaide nog een keer om. Door mijn waterige blik zag ik hem een kushandje geven. Ik blies er een terug. Hij wees naar me en een keer naar zijn jaszak. Ik maakte een gebaar dat ik het niet snapte. Hij probeerde te lachen en draaide zich om. Daarna verdween hij om de hoek.

Ontredderd heb ik staan wachten tot zijn vliegtuig naar de taxibaan vertrok en ben toen richting mijn gate gelopen. Het werd voor mij ook tijd om in te checken. Moedeloos slenterde ik door de brede gangen en gaf lusteloos mijn instapkaart af. Ze bekeek me een keer onderzoekend maar zei niets. Ik zat bij het raam, gelukkig was het toestel niet vol en kwam er niemand naast me zitten. Ik trok mijn riem strak en keek hoe de startbaan onder me verdween. Ik wilde niets meer. Ik wilde alleen maar naar huis. Tijdens de vlucht kwam ik weer een beetje tot rust. Ik zocht een zakdoek en graaide in verschillende zakken. In mijn linker jaszak voelde ik iets zitten waarvan ik niet wist wat het was. Het was zacht. Ik haalde het er uit en glimlachte terwijl een weer een traan over mijn wang liep. Het was een pluche olifantje, wat we samen hadden gezien de middag ervoor. Ik had niet gezien dat hij het gekocht had. Ik kneep mijn hand er omheen en staarde naar buiten. Ik schrok van de hand op mijn schouder. Ik keek met een ruk om in het vriendelijke gezicht van de stewardess.
‘Coffee or tea, Sir?’ vroeg ze met een Frans accent.
‘Coffee,’ mompelde ik.
‘Ça va? Are you all right, Sir?’
Ik knikte.
Ik snifte een keer en nam een slok. Even later tikte ze weer op mijn schouder en gaf me een pakje met papieren zakdoekjes en een glimlach. Ik glimlachte een keer terug en knikte weer.

De aankomsthal van Schiphol was druk. Om me heen werden mensen vrolijk begroet. Er vloeiden tranen, er werd gelachen. Mensen die blij waren elkaar na lange tijd weer te zien. Ik liep alleen verder. Ik ben nog even naar boven gelopen en liep langs de balie waar we een paar dagen eerder vertrokken waren. Nieuwe mensen, nieuw afscheid. Ik kocht een kop koffie en een grote koek. Kijken of ik mijn maag weer wat op orde kon krijgen. Ik dacht aan Kevin, die nu ergens boven de oceaan vloog. Zou hij zich net zo voelen als ik? Met een zucht stond ik op en verliet de hal. Mijn maag was weer wat tot rust gekomen. Met de afstandsbediening liet ik de lampen van mijn auto knipperen en gooide mijn tas achterin. Ik trok de deur open en stak de sleutel in het slot. In mijn ooghoek zag ik een CD liggen op de passagiersstoel. Ik pakte het en keek ernaar. Een witte kaft met onmiskenbaar Kevin’s handschrift.

HITS OM NIET IN TE KAKKEN OP EENZAME MOMENTEN.

Ik glimlachte en keek er in. Hij had een Cd gebrand met nummers die we allebei goed vonden. Nickelback, Queen, Live, Pearl Jam, K’s Choice, hij had er zelfs een nummer van de Beastie Boys tussen gezet. Ik stopte de CD in de autoradio en startte de motor. Met het olifantje op het dashboard reed ik de parkeerplaats af. Op een of andere gekke manier maakte de CD me nog vrolijk ook. Aan veel nummers zat een herinnering maar dat deed geen zeer. Het voelde goed. Op de snelweg zong ik mee met Pearl Jam. Samen met Eddie Vedder schreeuwde ik mezelf vooruit over de A2 naar huis.

Hear my name, take a good look
This could be the day
Hold my hand, lie beside me
I just need to say
I could not take a-just one day
I know when I would not ever touch you
Hold you…feel you…ever hold…never again…

Bij de laatste zin had ik pas door wat de tekst betekende. Terwijl Eddie doorschreeuwde kon ik geen geluid meer uitbrengen. Nog net op tijd kon ik de richtingaanwijzer aanzetten en de uitvoegstrook opschieten. A27. Ik ging niet naar huis. Ik wilde naar het strand.

Daar zat ik. In het zand, tussen mijn benen een fles wijn die ik onderweg nog snel gekocht had met een kurkentrekker. Met een plop opende de fles zich en ik nam een flinke slok. Alles kon wat mij betreft kapot vallen. Het begon te regenen. Ook dat nog. Prima weer voor deze dag. Het werd steeds donkerder. Halverwege de fles piepte mijn telefoon in mijn jaszak. Ik keek op het schermpje, een bericht van Bart.
‘Al weer geland?’
Ik stuurde een berichtje terug.
‘Allang.’
Hij ging over. Bart. Ik nam op.
‘Kom je even hierheen of blijf je liever alleen?’
‘Ik heb gedronken,’ zei ik.
‘Dat hoor ik, ja. Zal ik naar jou toe komen?’
‘Gezellig. Moet je wel een eindje rijden.’
‘Waar ben je?’
‘Op het strand.’
‘Regent het bij jou dan niet? Hier komt het met bakken naar beneden.’
‘Hier ook,’ zei ik en nam nog een slok uit de fles.
‘Heb je een hotel geboekt of zo?’
‘Nee.’
‘Waar blijf je dan?’
‘Weet ik nog niet.’
‘Marcel? Gaat alles wel goed daar?’
Met rood doorlopen ogen haalde ik mijn neus op. Toen barstte ik.
‘Nee,’ snikte ik.
‘Ik kom je halen. Waar zit je?’
‘Mijn vaste stek, waar anders?’
‘Blijf waar je bent, ga alsjeblieft in de auto zitten.’
‘Waarom?’
‘Omdat het zo donker wordt en omdat het regent, gek.’
‘Nou en?’
‘Marcel, alsjeblieft. Doe nou maar.’
‘Kevin is weg, Bart,’ huilde ik.
De wijn en slaapgebrek begonnen hun tol te eisen.
‘Geen paniek, Marcel, ik kom er aan.’
We hingen op. Ik dronk de laatste slok uit de fles en keek naar boven. De regen kletterde op mijn gezicht en waste mijn tranen weg. Ik viel achterover in het zand en zag de avond over me heen komen.
© 2005 Oliver Kjelsson