Jacht (deel 3)

Print Friendly, PDF & Email

23:35 Ik lag in bed en had hoofdpijn. Voelde me beroerd. Marco met Irene. Waarom zou hij dat nou weer gedaan hebben? Het voelde als een messteek in mijn rug. Ik draaide me nog een keer om. 00:10 Ik had ook mijn computer niet meer aangezet. Ik had even geen zin om Dwayne te spreken. Leuk voor hem hoor, en hij had eigenlijk ook wel gelijk. We woonden ook te ver uit elkaar. Toch had ik gehoopt dat ik meer voor hem zou betekenen. Hij stapte er wel heel erg snel overheen. 00:32 Ik voelde een traan over mijn gezicht lopen. Ik draaide mijn hoofd in mijn kussen. Ik wilde gewoon slapen, nergens meer aan denken.

Het was zondagavond en ik besloot toch nog maar even achter mijn computer te gaan zitten. Ik kon het niet maken om helemaal niets meer van me te laten zien. Dwayne was al online.
‘Hey, weggeweest gisteravond?’
‘Nee, geen zin.’
‘Toch kwaad dus.’
‘Weet niet. Ben gistermiddag die ene vriend nog tegen gekomen, je weet wel.’
‘Zei hij nog iets?’
‘Nee. Ik reed voorbij, hij zat daar met zijn vriendin.’
‘Heeft ie een vriendin dan?’
‘Blijkbaar. Zal wel ergens in mijn vakantie gebeurd zijn.’
‘Au?’
‘Heel erg au, ja. Eerst jij, daarna hij nog, ik had het even gehad gisteren.’
‘Kan ik me voorstellen. Sorry.’
‘Hoef je niet te zeggen. Ik begrijp het wel.’
‘Dank je.’
Het bleef daarna even stil. Hij had hem online en ik snapte dat hij weinig tijd voor me had. Ik voelde me een beetje overbodig. Ik dwaalde wat rond op het forum en meldde me aan op de chatbox die ik bij Dwayne had gezien. Ik zag dat Martijn er ook was. Ik zuchtte een keer en logde weer uit. Ik had er geen zin in. Ik speelde nog een spelletje en gaf Dwayne af en toe antwoord als hij weer wat zei. Ik sloot vroeg af, de volgende dag moest ik weer naar school. In bed draaide ik nog lang na. Ik maakte me zorgen om hoe het zou gaan. Ik zou Marco weer tegen komen samen met Irene. Eigenlijk had ik daar helemaal geen zin in.

Het zou maar een kort dagje worden. Rooster ophalen en nog wat meer informatie. Met een beetje geluk was ik binnen een uur weer weg. Ik zette mijn fiets in de stalling en liep naar het gebouw. Ik zag Marco staan, met Irene vlak bij hem in de buurt. Even kruisten onze blikken elkaar. Ik liep door naar binnen en kwam Maaike tegen.
‘He, Kas, leuke vakantie gehad?’
‘Ja hoor, jij ook?’
Ze begon enthousiast te vertellen over haar vakantie. Ik hoorde maar de helft, dacht terug aan mijn vakantie met Dwayne.
‘He, alles goed?’ Ze keek me onderzoekend aan.
‘Jawel,’ antwoordde ik kort.
‘Nog steeds problemen met Marco?’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Moeten jullie niet eens praten dan?’
‘Ha,’ lachte ik sarcastisch, ‘moet je tegen hem zeggen.’
‘Ik vind dat Irene en ik daar voor moeten zorgen.’
‘Je laat het, he? Sinds wanneer hebben die twee iets met elkaar trouwens?’
‘Wat?’ Ze keek me aan met grote ogen.
‘Niets, laat maar.’
‘Vertel jij eens door, Kas. Wat weet jij wat ik niet weet?’
‘Ik heb ze samen zien zitten zaterdag. Volgens mij is er meer aan de hand.’
‘Waarom zou ze me dat niet vertellen?’ Ze keek kwaad.
‘He, Maaike, laat nou maar, ik zal het wel verkeerd gezien hebben.’
Ik draaide me om en liep door naar binnen. Ik begon vaste klant te worden bij de toiletten. Even onderduiken. Ik hoorde de bel gaan en liep de gang op. Ik volgde de rest en keek het lokaal rond. Marco was er nog niet. Ik ging op mijn vaste plekje zitten en liet het aan hem over waar hij wou zitten. Niemand kwam naast me zitten omdat ze verwachtten dat die plek door Marco ingenomen zou worden. Vast ritueel. Marco kwam binnen en keek naar me. Hij nam de eerste lege stoel die hij tegenkwam en ging zitten. Ik zag wat verbaasde gezichten naar me kijken en deed net of het me niet raakte. Als laatste kwam een jongen binnen die ik nog niet eerder gezien had, samen met de leraar die onze mentor zou zijn voor dit jaar. Langzaam werd het wat stiller in de klas en de leraar ging midden voor de klas staan met de jongen.
‘Welkom allemaal,’ begon hij, ‘iedereen weer vol frisse zin in een vol schooljaar na een lange vakantie?’ Hij lachte gespeeld gemeen.
Iedereen protesteerde lachend en keek met onderzoekende blik naar de jongen.
‘Ik wil jullie voorstellen aan Arnoud. Hij is nieuw op deze school en komt bij jullie in de klas.’
Arnoud keek wat onwennig rond en knikte een keer. De leraar keek even rond en zag dat de stoel naast mij de enige lege was. Hij keek nog even verder rond en ik zag hem naar Marco kijken. Ik zag hem nadenken maar hij herstelde zich snel.
‘Arnoud, ik denk dat Kas jouw buurman zal zijn het komende jaar.’
Hij wees naar de stoel naast me en Arnoud liep naar me toe. Hij lachte een keer naar me en ging zitten. Ik knikte een keer lachend terug. Er volgde een hoop informatie en er werden roosters uitgedeeld. Na een uur konden we weer gaan. De lessen zouden de volgende dag pas beginnen. Arnoud liep naast me naar buiten en begon een gesprek.
‘Beetje leuke school hier?’
‘Best wel,’ zei ik kort.
Verderop stond Marco met Irene en Maaike en keek met een schuin oog naar me. Arnoud volgde me naar de fietsenstalling.
‘Ben je hier nieuw komen wonen?’ vroeg ik.
Hij knikte.
‘Waar kom je vandaan?’
‘Zuid Holland. Mijn ouders wilden weg uit de drukte en hebben hier een huis gekocht.’
‘Dat lijkt me raar, verhuizen naar een plek waar je niemand kent.’
Hij glimlachte een keer. Hij zat op de bagagedrager van zijn fiets en keek schuin naar me omhoog.
‘We zijn al zo vaak verhuisd, ik ben het gewend.’
‘Ik zou er niet aan moeten denken.’
‘Zijn hier leuke dingen te doen?’
‘Van alles, al moet je wel goed zoeken,’ grapte ik, ‘en als je van fietsen houdt heb je hier de ruimte.’
‘Dat had ik al gezien, ja. Veel rustiger dan waar ik vandaan kom. Wat dat betreft ben ik wel blij dat we daar gegaan zijn.’
Marco kwam de stalling inlopen met Irene en Maaike. Marco en Irene knikten een keer en liepen door. Maaike kwam bij ons staan en gaf Arnoud een hand. Marco en Irene fietsten achter ons door zonder iets te zeggen. Maaike keek ze na. Vrolijk was haar blik niet. Arnoud stapte op.
‘Ik moet weer gaan,’ zei hij, ‘leuk jullie te leren kennen.’
‘Hetzelfde. Ik zie je morgen.’
‘Morgen,’ zei hij.
‘Dag,’ zei Maaike en keek hem na.
Ik pakte mijn fiets en haalde hem van het slot.
‘Dat zag er net gezellig uit met jou en Irene,’ zei ik terwijl het slot open klikte.
‘Niet echt he?’ Ze keek strak voor zich uit.
‘Wat is er gebeurd?’
‘Ik heb gevraagd of het waar was.’
‘En?’
‘Het is waar. Met zo’n rode kop kun je niet ontkennen. Ik heb gevraagd waarom ze het me niet verteld had.’
‘Wat zei ze?’
‘Niet veel. Het maakte haar ook niet zoveel uit dat ik het wist geloof ik. Ze waren wel pissig dat jij het me verteld had.’
‘Ja, hallo, hadden ze zo maar niet op dat bankje moeten gaan zitten.’
‘Zo is het maar net, Kas.’
Ik zat ondertussen al op mijn fiets en wilde wegrijden.
‘Wacht even, fiets ik met je mee.’
Samen fietsten we terug naar huis en praatten over de vakantie, het nieuwe schooljaar en Arnoud.
‘Ik vind het een beetje een rare,’ giechelde ze.
‘Hoezo? Hij lijkt me wel aardig.’
‘O, jawel, maar er is iets. Ik weet niet wat.’
‘Hij komt niet van hier. Dat is natuurlijk eng voor de bekrompen gemeente hier.’
Ze lachte. ‘Dat zal het wel zijn. Maar hij is wel aardig.’
Ze sloeg een straat in, ik moest rechtdoor. We zwaaiden en ik fietste glimlachend door. Ik had het gevoel dat Arnoud mijn dag gered had. Even zag ik het gebeuren dat ik alleen zou zitten in de klas, maar nu heb ik hem tenminste naast me. Ik had Marco helemaal niet nodig.

De volgende ochtend was ik al op tijd op school. Ik zat buiten op een muurtje toen Arnoud aan kwam lopen. Hij groette en kwam naast me zitten.
‘Kort dagje vandaag.’
Ik knikte glimlachend. Het was een gunstig rooster. Iedere dinsdag waren we al om twee uur klaar. Arnoud brak een reep chocola in tweeën en gaf me een stuk. Maaike kwam aanlopen en ging bij ons zitten, naast mij. Ik brak mijn stuk door de helft en gaf haar een stukje.
‘Dank je,’ zei ze.
‘Bedank Arnoud maar, het is van hem.’
Arnoud keek verlegen en glimlachte. ‘Ik heb nog meer hoor, als je lust.’
Maaike schudde haar hoofd. Arnoud keek nog steeds verlegen en ik zag dat hij een rode gloed kreeg op zijn gezicht. Ik grijnsde.

De eerste twee lessen vlogen voorbij en voor we er erg in hadden zaten we al weer buiten voor een korte pauze. We zaten weer samen op het muurtje, Maaike zat nu naast Arnoud. Die voelde zich niet helemaal op zijn gemak, dat zag ik wel. Ik liet ze maar. In de verte zag ik Irene naar me kijken. Toen de pauze voorbij was en ik weer naar binnen liep voelde ik mensen naar me kijken. Ik had het maar half in de gaten. Ik zat al in het lokaal toen Arnoud binnen kwam.
‘Zit je daar goed, Arnoud?’ hoorde ik iemand spottend vragen.
‘Ik zou maar niet bukken als Kas in de buurt is,’ hoorde ik iemand anders lachend zeggen.
Iedereen schoot in de lach. Het bloed steeg me naar mijn kop. Ik keek naar Marco maar die zat met zijn rug naar me toe. Ik zag Irene grijnzend kijken. Voor er nog iets gezegd kon worden kwam de lerares binnen en begon de les. Arnoud keek me een keer verbaasd aan. Ik probeerde verbaasd terug te kijken maar ik wist goed wat er aan de hand was. Marco had gepraat. Paniek vloog door mijn lichaam. Ik volgde de les maar half. Ik zag Maaike met een vragend gezicht over haar schouder naar me kijken. Ik haalde mijn schouders op en ze draaide zich weer om. Ik zat met mijn handen onder mijn loodzware hoofd. Alles stortte in. Na de les vielen er nog wat snerende opmerkingen toen we van lokaal wisselden. De les kon me niet snel genoeg beginnen. Ik probeerde de blik van Marco te vangen maar die ontweek me op alle mogelijke manieren. Vlak voor de les begon voelde ik ogen mijn kant op kijken. Arnoud zei niets. Ik zag hem denken.

In de pauze liep in een rechte lijn naar het muurtje buiten. Arnoud volgde en even later kwam Maaike naast me zitten.
‘Wat was dat daarnet?’ vroeg ze fel.
Ik haalde mijn schouders op. ‘Geen idee.’
Ik keek een keer naar het gebouw en zag een hoop mensen onze kant op kijken. Het verhaal deed goed de ronde, niet alleen in onze klas.
‘Waar halen ze het verhaal vandaan?’ Maaike klonk oprecht kwaad.
‘Weet ik veel,’ zuchtte ik.
Arnoud keek me onderzoekend aan. Ik keek snel een andere kant op. Mijn hoofd draaide overuren. Waarom zou Marco het verteld hebben? Dit viel me erg van hem tegen. Ik voelde een traan opkomen maar kon me inhouden. Er kwamen een paar jongen voorbij lopen. Ze hadden het over mij, dat begreep ik wel, al kon ik niet precies verstaan wat ze zeiden. Maaike hoorde het ook. Ze keek ze aan met een dodelijke blik.
‘Wat kijk je nou?’ vroeg een van de jongens lachend.
‘Wat lopen jullie nou te doen?’ antwoordde ze fel.
Ik keek naar de grond en had gehoopt dat ze haar mond zou houden.
‘Is het gezellig met de homo?’ vroeg een andere jongen spottend.
‘Waar haal je dat nou weer vandaan? Waar slaat dat op?’ Maaike werd kwaad.
Het verbaasde me. Dat had ik niet van haar verwacht. Ik kende haar nog van het verlegen fietstochtje naar de bioscoop.
‘Hij is toch stiekem verliefd op Marco, of niet dan?’
Mijn maag kromp ineen.
‘Wie zegt dat?’ vroeg Maaike.
‘Iedereen. Hebben ze van Irene geloof ik.’
Irene dus. Niet Marco. Dat viel me dan weer mee. Hij moet het haar verteld hebben. Ze zal wel gevraagd hebben wat er aan de hand was tussen ons.
Ik keek op en keek de jongens aan.
‘Irene moet niet zo ouwehoeren,’ zei ik kort.
De jongens lachten en liepen door.
‘Kijk maar uit Arnoud,’ lachte er nog een voor ze weg waren.
Arnoud zei niets en keek voor zich uit. Maaike stond op.
‘Wat ga je doen?’ vroeg ik.
‘Naar Irene. Ik wil weten waar dit op slaat.’
‘Maaike, alsjeblieft, laat nou maar.’
‘Nee. Ik wil weten waarom ze dit doet.’
Ik probeerde haar nog over te halen maar ze liep toch weg. Ik staarde voor me uit en zuchtte. Arnoud zweeg en keek met me mee de verte in.
‘Het is waar he?’ vroeg hij ineens kalm.
Ik keek hem verschrikt aan. Hij keek terug en glimlachte.
‘Niet?’
‘Waar baseer je dat op?’
‘Ik zag het aan je toen ze het zeiden. Je kneep je ogen samen en dook even ineen toen ze over Marco begonnen.’
Ik haalde mijn schouders op en zei niets. Arnoud stond op en keek me aan.
‘Kom, we gaan binnen een kop soep halen.’
Ik stond op en liep met hem mee naar binnen. Ik was hem dankbaar. Even schrok ik dat hij me door had, maar was blij dat hij zo reageerde. De weg naar de kantine leek een uur te duren. Ik had het idee of iedereen me aankeek. Arnoud had een blik op zijn gezicht alsof het hem helemaal niets deed. Ik was jaloers. Ik wou dat ik dat kon.

Na de pauze had ik nog één les. Er hing een rare sfeer in de klas. En hoop schuine blikken, gegrinnik en de rug van Marco. Hij ontweek me. Arnoud had een blik op zijn gezicht alsof hij niet doorhad wat er gebeurde. Het liet hem helemaal koud. Maaike keek nog een keer over haar schouder. Ik zag aan haar gezicht dat ze vragen had. Ik wilde weg. Ik wilde alleen zijn. Toen de bel ging pakte ik snel mijn spullen in mijn tas en verliet het lokaal. Arnoud volgde me. In de gang hield Maaike me tegen. Ze pakte me bij de arm en trok me mee de trap op. De rest liep naar buiten om naar huis te gaan. Arnoud keek me even aan toen hij me de trap op zag gaan. Ik maakte een gebaar naar Maaike en haalde mijn schouders op. Hij vertrok geen spier en draaide zich om, naar buiten.
‘Waar neem je me mee naar toe?’ vroeg ik toen we boven waren.
‘Bibliotheek,’ was het korte antwoord.
We zochten een tafel achteraan, achter een kast met boeken.
‘Vertel,’ zei ze en keek me indringend aan.
‘Wat moet ik vertellen?’
‘Ik heb met Irene gepraat. Hou me niet voor de gek.’
‘Wat zei ze?’
‘Dat je vlak voor de vakantie aan Marco hebt verteld dat je verliefd op hem bent.’
‘En verder?’
‘Dat dat ook de reden is waarom jullie niets meer tegen elkaar zeggen.’
Ik zuchtte. Precies wat ik dacht. Ze heeft Marco uit zitten horen.
‘Klopt het?’
Ik staarde voor me uit.
‘Kom op nou, Kas, volgens mij verzin je zoiets ook niet.’
Ik knikte. Ontkennen had geen zin.
‘Het klopt, ja.’ Ik fluisterde.
Maaike zweeg en keek naar haar handen op tafel. Ze keek me aan en glimlachte.
‘Wat lach je nou?’
‘Zomaar. Ik weet ook niet wat ik moet zeggen.’
‘Zei Irene verder nog iets?’
‘Nee. Ik heb haar verrot gescholden, dat ze het niet kon maken om dat rond te vertellen.’
‘Ga om mij nou geen ruzie maken met je beste vriendin zeg, doe me een lol.’
‘Dat maak ik zelf wel uit.’
‘Maar zij heeft het dus gedaan, en niet Marco?’
‘Nee, die heeft niets verteld.’
‘Dat valt me dan weer mee. Ik kon me ook niet voorstellen dat hij dat zou doen.’
‘Leuk dat je hem verdedigt, maar hij had toch wel tegen Irene kunnen zeggen dat ze haar muil moest houden. Hij stond er ook gewoon bij te lachen vanmiddag.’
‘Hij kan moeilijk anders. Als hij er niet om lacht, is hij ook meteen verdacht.’
‘Kan wel zijn, ik vind hem een eikel. Hij was je beste vriend, Kas.’
Ik haalde mijn schouders nog een keer op. Ik wist het allemaal niet meer.
‘Ik wil naar huis,’ zei ik zacht.
Maaike sloeg een keer tegen mijn schouder en liep samen met mij naar buiten. Bij de fietsenstalling stond Arnoud.
‘He, Kas. Jij nog hier? Ik wilde net naar huis gaan,’ zei hij droog.
Ik glimlachte. Maaike stond met een ander meisje te praten. Ik zwaaide een keer naar haar en reed met Arnoud weg.
‘Je hebt me nog steeds niet gezegd of het nou waar is of niet,’ zei Arnoud toen we de straat uit waren.
Ik keek een keer opzij en grijnsde. Hij maakte dat ik me op mijn gemak voelde.
‘Nou?’
Ik knikte. ‘Het klopt ja.’
‘Ik zal mijn mond houden. Laat de rest maar raden of het nou waar is of niet.’
‘Dank je.’
‘Vanzelf. Zin om bij mij thuis wat te drinken?’
Ik keek hem een keer aan en glimlachte. ‘Graag.’
Ik pakte mijn telefoon uit mijn broekzak en belde op de fiets naar huis dat ik later thuis zou komen. Mijn humeur krabbelde weer uit het dal. Arnoud maakte me vrolijk, ik was blij dat ik iemand achter me had staan. Vlak voor het dorp stopte hij met fietsen.
‘Nu ik jouw geheim weet, mag je mijn geheim weten,’ zei hij terwijl hij zijn fiets uit liet drijven.
Hij keek over zijn schouder en stak de straat over. Hij pakte een afstandsbediening uit zijn broekzak en richtte het op het hek wat aan het begin van een oprijlaan stond. Het hek ging langzaam open en we fietsten de laan op. Hij drukte weer op de afstandsbediening en achter ons sloot het hek weer automatisch. Mijn mond viel open. We reden onder bomen door, aan het eind ging de laan verder door een gigantisch gazon in de richting van een enorme villa. Ik floot tussen mijn tanden. Ik wist dat het huis bestond. Het hele dorp had het er wel eens over, hoewel maar weinig mensen het ooit gezien hadden. We zetten onze fietsen onder een afdak aan de zijkant en liepen het huis binnen. Arnoud liep naar een kastje aan de muur en typte een code in om het alarm uit te zetten.
‘Ik zal niets over jou vertellen, als jij hier je mond over houdt op school. Dit hoeft niet iedereen te weten.’
‘Waarom niet? Dit is toch gaaf?’
‘Ik heb geen zin om bekend te staan als het rijkeluiszoontje. Geeft alleen maar gezeik. Als ze eenmaal weten wie Arnoud is, mogen ze dit ook wel weten. Niet eerder. Ik kies mijn vrienden liever zelf uit in plaats van zij mij omdat ik een hoop geld heb en een zwembad in de tuin.’
‘Zwembad?’
Arnoud glimlachte. Hij schonk twee glazen in en gaf mij er eentje. Hij wenkte met zijn hoofd en liep de enorme huiskamer in. Hij trok de schuifpui open en zette zijn glas buiten op tafel. Ik keek mijn ogen uit. Achter in de tuin lag een groot zwembad met een whirlpool er naast. Tegen het huis was een glazen koepel waar een blauw lichtschijnsel doorheen kwam.
‘Je gaat me toch niet vertellen dat daar nog een zwembad onder ligt, he?’
Arnoud grijnsde. ‘Weet je hoe koud het kan zijn in de winter,’ zei hij overdreven.
‘Ik begin een beetje jaloers te worden geloof ik.’
Hij haalde zijn schouders op.
‘Jij belde net naar huis dat je wat later thuis zou komen. Daar ben ik nou jaloers op. Hier zijn ze bijna nooit thuis.’
‘Wat doet jouw vader?’
‘Directeur van een internationaal bedrijf. Hij is vaak weg, ik zie hem maar een paar keer per maand. Altijd onderweg.’
Ik moest aan Maaike denken. Ze had gelijk, hij was dan wel geen rare, maar er was dus inderdaad wel iets speciaals met hem. Ik nam een slok en keek nog een keer rond.
‘Weet je het al lang dat je zo bent?’ vroeg Arnoud ineens.
‘Tijdje. Geen idee hoe lang eigenlijk.’
‘Hoe zijn ze er achter gekomen eigenlijk?’
‘Heel verhaal.’
‘Ik heb de tijd.’
‘Ik was al een tijdje verliefd op hem. In de laatste weken van school kwamen Maaike en Irene met het idee om een keer samen naar de film te gaan. We hadden wel door dat ze een oogje op ons hadden maar dat zagen we niet zitten. Op zich hebben we wel gelachen. Zij naast elkaar in de bioscoop, Marco aan de ene kant naast Irene en ik naast Maaike.’
‘Was Maaike verliefd op je?’ Arnoud lachte.
Ik grijnsde. ‘Marco en ik hebben het er best veel over gehad, maar we zagen het allebei niet zitten. Dat gedoe met die meiden. Toen de vakantie begon heb ik het hem verteld, ik kon het niet meer voor me houden. En sindsdien wil hij me niet meer zien.’
‘Ken je Marco al lang?’
‘Ik kan me niet herinneren dat ik hem niet kende. Al vanaf de kleutertijd. We deden alles samen.’
‘Da’s ook lullig dan.’
Ik knikte. ‘Tot aan de vakantie was er niets aan de hand. Daarna heb ik hem nog een keer gebeld, ik wilde het uitgepraat hebben, maar hij wilde er niets van weten.’
‘Wat een eikel.’
Ik zuchtte.
‘Maar iedereen heeft het van Irene, dus dat heeft hij haar verteld?’
‘Ja, iedereen vroeg zich af wat er aan de hand was tussen ons. We waren altijd bij elkaar. Maaike heeft me toen ook de oren van mij kop zitten vragen wat er aan de hand was tussen ons.’
‘Heeft hij nou iets met Irene of heb ik dat verkeerd gezien?’
‘Dat heb je goed gezien. Volgens mij mocht niemand het weten, maar ik ben ze tegen gekomen afgelopen weekend. Wist ik veel, ik had het er met Maaike over en die wist toen van niets. Volgens mij is Marco kwaad dat ik het verraden heb aan Maaike of zoiets.’
‘En dus vertelt hij het verhaal aan Irene en die bazuint het weer rond op school.’
‘Zoiets.’
‘Mooie boel. En nu?’
‘Weet ik veel. Ik wil er niet aan denken wat er verder nog staat te gebeuren.’
‘Je kunt altijd op me rekenen.’
‘Dank je, Arnoud.’
Hij maakte een wegwuif gebaar met zijn hand terwijl hij nog een slok nam.
‘Heb je wel eens een vriend gehad?’
Ik knikte. ‘Nou ja, niet echt. Ik heb een jongen op vakantie leren kennen. Hij woont alleen een eind weg, ik ben één keer bij hem thuis geweest. Kort daarna had hij een vriendje uit de buurt.’
‘Jammer?’
‘Best wel. Ik had het idee dat het wel iets kon worden, maar ineens had hij iemand anders. Hij vond dat we te ver uit elkaar woonden.’
‘Waar woont hij dan?’
‘In Zeeland.’
‘Jezus, er rijden toch treinen? Ik dacht dat hij in een ander land woonde of zo.’
‘Toch vond hij het een probleem, een vriendje op afstand.’
‘Ja, dat probleem ken ik.’
Ik keek hem vragend aan. ‘Hoe bedoel je?’
Hij lachte. ‘Nee, ik ben geen homo, mocht je dat denken. Ik had een vriendin in Wassenaar waar ik woonde. Toen ik naar hier verhuisde heeft ze het uit gemaakt. Ze vond de afstand te groot.’
‘Hoe lang hadden jullie iets met elkaar?’
‘Iets meer dan een jaar. Ze is een dochter van goede vrienden van mijn ouders.’
‘Jeetje.’
Hij stond op en glimlachte. ‘Momentje.’
Hij liep het huis in en kwam even later terug met een foto.
‘Dat is ze,’ zei hij en gaf me de foto.
‘Hoe heet ze?’
‘Vera.’
Ik keek en zag een mooi vrolijk gezicht.
‘Fotomodel?’
‘Ha, nee, dat nog net niet.’
Hij staarde naar de foto toen ik hem terug had gegeven en hij zuchtte een keer.
‘Mis je haar?’
Hij wapperde een keer met de foto. ‘Wat denk je?’
Het bleef even stil. Toen stond hij op.
‘Jij nog een glas?’
Ik knikte en keek een keer vanuit mijn stoel over de tuin heen. Groot, maar niet overdreven.
‘Je zit te piekeren,’ zei Arnoud toen hij terug kwam.
‘Vind je het gek?’
‘Nee. Maar het zal wel los lopen.’
‘Ik hoop het maar.’
‘Er waren meer mensen die niets zeiden dan wel vandaag. Dat moet je ook niet vergeten.’
Ik staarde over de tuin de verte in. Ik keek op mijn horloge. De tijd was sneller voorbij gegaan dan ik had gedacht.
‘Ik moet zo gaan,’ zei ik.
Hij liep met me mee naar mijn fiets. Ik sloeg mijn armen even om hem heen.
‘Je weet niet half wat je vandaag voor me gedaan hebt.’
Hij glimlachte verlegen.
‘Hoe krijg ik de poort open?’ vroeg ik toen ik weg wilde rijden.
‘Doe ik hier binnen, er hangen camera’s. Ik zie wanneer je buiten bent.’
Ik zwaaide nog een keer toen ik omkeek en reed toen de oprijlaan af. Ik verbaasde me nog een keer over het huis en alles er omheen. Voor me ging de poort open. Ik fietste de straat op en zag de poort weer dichtgaan. Ik glimlachte.

Na het eten maakte ik wat huiswerk en zette daarna mijn computer aan. Dwayne was al online. Hij vroeg hoe het met me was en ik vertelde het hele verhaal. Hij schrok er van. Verder wisten we ook niets te zeggen. Hij was er net zo sprakeloos van als ik. Ik keek nog even verder en kwam op het forum weer dezelfde bekenden tegen. Met eentje klikte het al een tijdje. Hij noemde zichzelf Chef. Ik zocht in zijn profiel en vond zijn msnadres. Ik dacht er even over na en voegde hem toe aan mijn lijst. Binnen een paar minuten reageerde hij.
‘Ha, forummaatje,’ typte hij.
‘Vind je toch niet erg hoop ik, dat ik je heb toegevoegd?’
‘Nee hoor. Maar volgens mij ben ik ouder dan jij denkt. Ik vind wel dat je dat moet weten.’
‘Hoe oud ben je dan?’
Ik dacht inderdaad dat hij van mijn leeftijd was. Hij antwoordde dat hij begin 30 was. Daar keek ik van op. Ik vond het verder geen probleem. Ik kon in het forum om hem lachen, dus waarom hier op msn niet? Het werd een gezellig gesprek en zo kwam ik er ook achter dat hij zichzelf Chef noemde omdat hij kok was. Langzaam kwam het gesprek op de gebeurtenissen van vandaag. Ik moest het kwijt, het lag als een zware last op mijn schouders. Nu kon ik het tenminste kwijt. Hij probeerde me moed in te praten, wat voor een deel nog lukte ook. Het zou allemaal wel meevallen. In het begin moeten ze er even om lachen en de draak mee steken, maar dat zou wel minder worden. Het gaf me een goed gevoel. Ik moest Arnoud en Maaike maar de groeten doen van hem, hij vond het supersterk van ze dat ze achter me bleven staan. Dat had ik zelf ook al bedacht. Toen het voor mij tijd was om naar bed te gaan sloot hij af met de zin; ‘pak ze in morgen!’. Met die gedachte deed ik een half uur later ook het licht uit. Ik zou ze wel overleven.

De volgende dag verliep bijna hetzelfde als de dag ervoor. Een hoop ogen op me gericht, flauwe opmerkingen als ik voorbij was gelopen. Ik begon er al bijna aan te wennen. Wat me ergerde was dat Marco alles er aan deed om me te ontwijken. Zou hij zich schuldig voelen? Eigenlijk zou ik naar hem toe moeten stappen, maar ik vond dat hij maar de eerste stap moest zetten. Hij zat fout, niet ik. Arnoud bleef in mijn buurt. Hij kon ook moeilijk anders, niemand anders zocht contact met hem. Hij werd door zijn opstelling toch als iemand van mijn kant gezien. Het deed hem niets. Hij stond er echt helemaal boven. Maaike stuiterde een beetje tussen iedereen in. Ze bemoeide zich wat minder met me dan de dag ervoor, maar liet me niet vallen. Ik zat in de pauze buiten op het muurtje toen Arnoud aan kwam lopen met twee bekers soep.
‘Zie maar wat je er mee doet. Ik heb er net een slok van op maar het is eigenlijk niet te vreten.’
Ik glimlachte. ‘Welkom op onze school.’
‘Gisteren was het anders wel te doen.’
‘Gelukstreffer, geloof me. Komt niet vaak voor.’
Ik nam een slok en trok een vies gezicht.
‘Ik had je gewaarschuwd.’ Hij grijnsde.
In een paar slokken dronk ik de plastic beker toch leeg. Hij pakte mij beker en liep er mee naar een prullenbak. Hij keek het terrein over toen hij terug kwam lopen en ging weer zitten.
‘Wat zie je eigenlijk in die Marco?’
‘Zijn ogen. De manier hoe hij lacht. Gewoon, hoe hij is.’
Waarom vertelde ik dit? Ik vertouwde hem volkomen. Ik kon me ook niet voorstellen dat hij misbruik zou maken van de situatie. Arnoud keek nog een keer om.
‘Tja, iedereen zijn smaak natuurlijk.’
Ik lachte. ‘Hij is echt leuk. Tenminste, hij was leuk.’
‘En overduidelijk hetero.’
‘Dat nemen we maar aan, ja.’
‘Toen ik net zat te kijken kusten ze elkaar.’
‘Meen je niet,’ zei ik verbaasd en keek een keer om.
‘Beetje demonstratief, dat wel, maar ze kusten elkaar.’
Ik keek voor me uit.
‘Laat hem kapot vallen, Kas.’
‘Dat is niet zo makkelijk.’
‘Gewoon doen. Vooruit kijken.’
‘Dus jij bent Vera ook al vergeten?’
‘Dat is anders.’
‘Natuurlijk,’ lachte ik. ‘Maar jij moet ook vooruit kijken.’
‘Oké, jij wint.’
De pauze was afgelopen en we liepen lachend naar binnen. De rest keek ons argwanend aan. Je zag ze denken.

Na school reed ik alleen naar huis. Arnoud bleef nog wat langer, hij moest nog wat dingen regelen omdat hij nieuw op school was gekomen. Ik had nog aangeboden om te wachten, maar hij wist niet hoe lang het zou duren. Ik fietste bij school weg en op de hoek van de straat stonden een stel jongens uit mijn klas. Ik reed ze voorbij.
‘Is je vriendje er niet bij?’ riep iemand spottend.
Ik trapte door.
‘Homo!’ hoorde ik achter me.
Ik voelde me aangevallen. De klas had bloed geroken en ik was de prooi. Vogelvrij verklaard, de jacht was geopend. Ik reed door en stak mijn middelvinger naar ze op. Dat had ik beter niet kunnen doen. Twee van hen kwamen achter me aan. Ik had het te laat in de gaten. Ik wilde nog snel wegfietsen maar het was te laat. Ik kreeg een duw en slingerde. Na een tweede duw verloor ik mijn evenwicht en viel op de grond. Ik stond weer op en stond tegenover één van de twee jongens. Ik snapte er niets van. Met hem had ik het altijd goed kunnen vinden. Geen grote vrienden, maar toch. Vijanden waren we nooit geweest. Ik balde mijn vuisten. Hij kwam op me af en haalde uit. Ik kon zijn slag afweren, maar de vuist van de ander raakte me vol in mijn gezicht. Ik wankelde weer. Een tweede klap raakte me. Ik maakte een stap achteruit en struikelde over mijn eigen fiets die nog steeds op de grond lag. Ik viel achterover. De rest van de groep keek en reed toen weg. Ze deden helemaal niets.
‘Flikker,’ siste één van de twee.
Ik kreeg een trap tegen mijn been.
Ik hoorde een auto toeteren. De twee jongens gingen er vandoor. De auto stopte en een man stapte uit. Het was een leraar van school.
‘Kas, gaat het?’
Door de scheur in mijn broek zag ik een schaafplek op mijn been.
‘Kas, wat is er aan de hand?’
De leraar schudde aan mijn arm. Ik haalde mijn schouders op. Mijn oren suisden, ik trilde. De hele omgeving leek kilometers ver weg.
‘Kas, kun je staan? Dan breng ik je naar huis.’
Ik krabbelde overeind en rekte mijn rug recht. Het deed zeer. In de verte zag ik Arnoud hard aan komen fietsen. Ik likte langs mijn lippen en proefde de weeïge smaak van bloed. Ik kreunde.
© 2004 Oliver Kjelsson