Luc (deel 4)

Print Friendly, PDF & Email

Ik stond op de trappers van mijn fiets. Tegenwind. Het was een paar weken na ons romantisch weekend met zijn tweeën. De vakantie was bijna voorbij, de volgende week begon de school weer. Het weer was al een paar dagen slecht. Maar vooruit, het was droog, dus ik mocht niet klagen. Ik was op weg naar Luc, we hadden afgesproken om bij hem thuis een film te gaan kijken. Hij lachte toen ik binnenkwam, ik had een rood gezicht van de wind onderweg.
‘Lekker weer he?’
‘ Ik ben allang blij dat het even droog is,’ zuchtte ik.
Ik kreeg een kus op mijn koude wang. Hij schonk twee glazen vol en we gingen onderuit in de bank zitten. Zak chips erbij, de afstandbediening naast Luc op de bank. Hij startte de film. Zijn broer had die gehuurd, en zei dat hij erg grappig was. Na een half uur kwamen wij er achter dat we het erg vonden tegenvallen. We zaten wat te praten terwijl we zaten te kijken. Opeens klonk hij erg serieus.
‘Mijn ouders beginnen steeds meer opmerkingen te maken over ons.’
Ik keek hem vragend aan.
‘Hoe bedoel je?’
‘Het valt ze op dat we wel heel erg veel met elkaar optrekken tegenwoordig.’
‘Zouden ze iets vermoeden?’
‘Weet ik veel, ik krijg het er in ieder geval flink benauwd van.’
Ik moest toegeven dat ik er ook niet blij mee was. Luc en ik hadden het heel erg goed met elkaar, maar ik had er nog niet over nagedacht hoe we het onze ouders zouden vertellen.
‘Wat wou je er aan doen?’ vroeg ik.
Hij keek me aan.
‘Ik weet het niet.’
Het bleef even stil.
‘Vroeg of laat moeten we het toch gaan vertellen,’ zei ik.
‘Dat zie ik nog niet zitten, Maarten.’
‘Dat kunnen we misschien nog niet zien zitten, maar als ze van alles beginnen te vermoeden, dan zit er niet veel anders op.’
Hij zuchtte en staarde voor zich uit.
‘Hee…’ zei ik en streelde Luc door zijn haar, ‘ik zie er ook tegen op, maar wat moeten we anders?’
‘Misschien elkaar wat minder vaak zien?’
Daar schrok ik van.
‘Dat kun je niet menen, Luc.’
‘Waarom niet? Het zorgt ervoor dat het minder opvalt.’
‘Denk na, man. Er zijn al zoveel plaatsen waar we niet teveel bij elkaar kunnen zijn. Straks op school moeten we ook weer toneel gaan spelen. Thuis kunnen we tenminste gewoon bij elkaar zijn en elkaar aanraken.’
Ik legde mijn hand op zijn been.
‘Als ze niet kijken ja,’ zei hij kortaf.
‘Ja, maar wat wil je dan? Thuis elkaar ook maar wat minder zien? Zijn we nog minder bij elkaar.’
Hij haalde zijn schouders op.
‘Nee, vertellen, dat zien we zitten,’ zei hij stuurs.
‘Als het niet anders kan, dan moet dat maar.’
Ik begon een beetje kwaad te worden. Dit kon hij toch niet menen. Ik zag het helemaal niet zitten om elkaar minder te gaan zien, omdat onze ouders er misschien iets van konden gaan denken.
‘Dat zie ik nog niet zitten, Maarten.’
‘Waarom eigenlijk niet?’
‘Gewoon, daar wil ik nog even mee wachten.’
Ik zuchtte. Hij stond op en liep met de glazen naar de keuken. Ik zat voor me uit te staren toen hij met gevulde glazen terug kwam.
‘Ben je kwaad?’
‘Weet ik niet’ zei ik kort.
‘Doe normaal.’
‘Nee, doe zelf normaal.’
‘Denk nou eens na, Maarten. Het kan toch nog even niet anders?’
Ik begon eigenlijk het voordeel er wel van in te zien. Waarom zouden we het niet vertellen?
‘Waarom niet?’ vroeg ik.
‘Wou jij het gaan vertellen dan?’
‘Als het moet wel, Luc.’
‘Vergeet het, nu nog niet.’
‘Wanneer dan wel?’
‘Weet ik veel. Gewoon nu nog niet.’
‘Denk nou eens na, Luc. Onze vrienden weten het al een tijdje, waarom niet een stapje verder?’
‘Vergeet het.’
We waren even stil en staarden naar de aftiteling van de film. De sfeer was ver beneden nulpunt.
‘Ik hou van je Luc, en ik wil eigenlijk dat ik het overal hardop kan zeggen. Dat dat niet kan, dat snap ik ook nog wel, maar onze ouders kunnen we toch wel vertrouwen?’
Hij haalde zijn schouders weer op. Erg makkelijk. Het was ondertussen tijd om naar huis te gaan. Ik stond op en pakte mijn jas. Luc liep met me mee naar de schuur. Ik pakte mijn fiets en wilde weg.
‘Maarten….’
Ik keek hem aan.
‘Snap het nou ook een beetje van mij, Maarten. Doe nou even niet zo eigenwijs.’
Ik haalde mijn schouders op. Ik gaf hem een kus.
‘Ik heb gewoon geen zin om elkaar te gaan ontwijken omdat misschien onze ouders er wat van gaan denken. Dan denken ze dat maar. Het klopt toch ook? Is misschien wel de makkelijkste manier. Hoeven we niets te vertellen. Stelen zij de vragen en hoeven wij alleen nog maar ‘ja’ te zeggen. Makkelijker kan niet.’
‘Denk er nog even over na, over wat ik gezegd heb, Maarten.’
‘Als jij dat ook doet.’
Hij gaf me nog een kus.
‘Als ik het thuis gewoon vertel, zul je wel moeten. Die gaan elkaar bellen, dat weet ik zeker.’
‘Dat laat je!’
Nu was hij ook kwaad. Terecht natuurlijk, het was ook een lullig idee. Ik zei niets meer, gaf hem snel een kus op zijn wang en ik fietste weg. Kwaad. Stampend op mijn pedalen, ondanks de wind in mijn rug. Mijn moeder zag aan mijn gezicht dat er iets was, maar zag ook dat ze even niets moest vragen. Ik ging vroeg naar bed, maar kon niet slapen. Het maalde de hele nacht door mijn kop. Hij had ook wel gelijk, ik werd ook zenuwachtig van het idee om het te gaan vertellen. Maar het moet toch een keer, en als ze zich al van alles gaan afvragen dan was dat toch een mooie aanleiding? Ik kon niet wennen aan het idee dat we elkaar minder zouden gaan zien. Straks als de school weer begon zou dat toch al minder worden. Ik had er eerlijk gezegd wel een goed gevoel bij, zo erg kon het toch niet zijn? Ze zouden het vast wel begrijpen. Ik moet ergens die nacht toch in slaap gevallen zijn. Ik werd wakker gemaakt door mijn moeder.
‘Kom je vandaag je bed nog eens uit?’ vroeg ze toen ze mijn kamer op liep.
Ik kreunde wat.
‘Is er iets?’
Je kon aan haar stem horen dat ze wist dat er iets was, maar niet wist hoe ze er over moest beginnen.
‘Nee hoor.’
Dat klonk niet overtuigend, maar ze liet het maar rusten. Ze liep mijn kamer weer uit en ik ging naar de douche. Ik liet het warme water over me heen stromen en dacht aan het weekend dat we hier samen onder stonden. Ik miste hem. Straks maar eens bellen. Hij zou wel nagedacht hebben. Ik vertrouwde er op dat hij wel bij zou draaien. Ik ging naar beneden en maakte een ontbijtje klaar, al was het ondertussen al middag. Ik pakte de telefoon en drukte zijn nummer in de toetsen. Hij nam zelf op.
‘Met Maarten,’ zei ik, ‘hoe is het?’
‘Gaat wel. Jij?’
‘Heb je zin om hier heen te komen?’ vroeg ik.
‘Heb je er nog over nagedacht?’
‘Ja. Jij?’
‘Ik ook.’
‘En?’ vroeg ik nieuwsgierig.
‘Ik denk er nog hetzelfde over.’
‘Ik ook,’ reageerde ik meteen.
‘Ik denk niet dat ik vandaag naar jou toe kom, Maarten. Ik wil het echt even rustig aan doen.’
Ik zakte half door de grond.
‘Luc, kom op. Doe niet zo flauw.’
‘Dat doe ik niet.’
‘Dus dit wil je echt volhouden?’
‘Voorlopig wel, ja. Ik zie je overmorgen wel weer.’
‘Ja, dat moet dan maar,’ zei ik kort en hing op.
‘Ik ben een eindje fietsen,’ zei ik tegen mijn moeder die ik in de keuken tegenkwam.
Ik pakte mijn jas en ging naar buiten. Het waaide nog steeds hard. Ik fietste richting het bos. Ik kwam langs ons grasveldje en het was volgens mij de eerste keer dat ik daar gewoon doorfietste. Ik was kwaad, teleurgesteld. Verdrietig ook. Er liepen wat tranen langs mijn wangen en ik maakte mezelf wijs dat het door de wind kwam. Hoe lang ik gefietst heb weet ik niet meer. Ik trapte maar door. Op weg naar huis begon het te regenen. Ook dat nog. Ik trapte wat harder en wilde naar huis. Waarom deed hij nou ook zo moeilijk? We hadden het toch goed samen? We konden het allebei goed vinden met onze ouders? Die zouden vast niet moeilijk doen. Ja, oke, ze zouden er van opkijken, en het misschien jammer vinden dat we niet met een meisje naar huis kwamen, maar het klikte toch goed? Ik kon het goed vinden met zijn ouders, hij met die van mij, we kwamen geregeld bij elkaar thuis. Straks begon de school weer, en dan zouden we elkaar toch minder zien. Waarom dan niet deze laatste vakantieweek nog even er vol van genieten? Ik wou gewoon bij hem zijn. Het ging steeds harder regenen. De wind maakte het alleen maar erger, ik zag bijna geen hand voor ogen. Doortrappen nu, ik was bijna thuis. Niet dat het veel uitmaakte, ik was toch al doorweekt. ‘Zul je zien,’ dacht ik bij mezelf, ‘als ik thuiskom zegt mijn moeder dat Luc nog heeft gebeld.’ Dat zorgde ervoor dat ik steeds harder ging fietsen. Het hoosde nu echt, het water liep in mijn ogen. Hij had gewoon gebeld, let maar op, hij miste mij ook. Ineens een hoop lawaai rechts naast me. Ik voelde een klap. Ik zweefde, letterlijk. En toen was het donker.

Tegen de tijd dat ik mijn ogen weer opendeed lag ik op bed. En niet mijn bed thuis.
‘Hee, ben je er weer?’ hoorde ik een stem vragen. ‘Hoe voel je je?’
Ik kon even niets zeggen. Beroerd, zo voelde ik me.
‘Weet je wat er gebeurd is?’
Ik kon me nog de klap herinneren, maar daarna wist ik het niet meer.
‘Een beetje,’ mompelde ik.
‘Je hebt een ongeluk gehad, jongen. Je ligt nu in het ziekenhuis. Jouw ouders zijn al hier, die komen zo.’
Ik keek rond met mijn ogen en zag een verpleegster naar me kijken. Ze glimlachte naar me.
‘We gaan zo nog even wat foto’s maken, doe maar rustig aan.’
Ik was een beetje in paniek, en dat had ze aan me gemerkt.
‘Volgens de dokter valt het allemaal nog reuze mee. Je hebt een flinke smak gemaakt.’
Een arts kwam binnen en begon allemaal vragen te stellen. Of ik wist wat er gebeurd was, hoe ik heette, wanneer ik geboren was, waar ik woonde. Dat wist ik allemaal wel, maar wat er nou precies gebeurd was? Ik had echt geen idee. Ik kon me alleen nog maar die dreun herinneren. De arts stelde me gerust. Dat was ook helemaal niet erg. Zoiets kwam heel vaak voor, daar hoefde ik me geen zorgen om te maken.
‘Kom,’ zei hij, ‘dan gaan we foto’s maken. Ik wil even zeker weten of je niets gebroken hebt.’
Die foto’s, dat was nog snel gebeurd. Alleen dat gedoe met dat bed en die foto’s deed wel zeer. Mijn hele lichaam deed zeer. Ik werd weer teruggereden met bed en al, naar de kamer waar ik net ook was.
‘Ik zal jouw ouders eens gaan halen,’ zei de verpleegster.
Ze liep de kamer uit en daar lag ik dan. Ik was misselijk, en alles deed zeer. De deur ging weer open en mijn moeder kwam als eerste binnen, mijn vader er meteen achteraan. Ze kwam naast het bed staan en gaf me voorzichtig een kus op mijn voorhoofd.
‘Gaat het, jongen?’ vroeg ze.
Ze had rode ogen. Ik haalde mijn schouders op. Au! Dat deed zeer. Ik werd elke minuut stijver. Mijn vader stond met een bleek gezicht achter haar en knipoogde naar me. Hij gaf me een geforceerd glimlachje.
‘Ik weet het niet,’ zei ik zachtjes, ‘ik hoorde lawaai en een klap, maar meer weet ik niet meer.’
‘De politie vertelde dat je aangereden bent door een auto. Die reed niet echt hard, maar het was ook zo’n slecht weer.’
Ze keek me bezorgd aan. De deur ging weer open en de arts kwam weer binnen met een grote envelop. Hij gaf mijn ouders een hand en ging zitten.
‘Het valt allemaal gelukkig mee. Je hebt niets gebroken, maar je hebt een paar flinke schaafwonden, wat kneuzingen en een forse hersenschudding. Ik vind het vervelend om te moeten zeggen, maar we houden je wel eventjes hier.’
De ogen van mijn moeder werden weer vochtig, ze staarde naar de grond en keek daarna naar mij. De arts legde een hand op haar schouder.
‘Hij komt er weer helemaal bovenop, maar we willen hem even in de gaten houden voor de zekerheid.’
Ze knikte. ‘Ik snap het’ zei ze.
‘De verpleegster komt zo weer terug,’ zei de arts en stond op. ‘Ik zie U morgen weer’.
Hij gaf mijn ouders een hand. Hij gaf mij een hand en keek me aan.
‘Jou zie ik straks nog wel, Maarten, doe maar even rustig aan.’
Hij glimlachte. Hij vertrok en mijn moeder kwam weer bij mijn bed zitten.
‘Het komt allemaal weer goed, jongen,’ zei ze.
Ze had zich weer aardig hersteld, en probeerde mij op mijn gemak te stellen. Ik probeerde een glimlach. Ik wist ook niet wat ik moest denken. Ik was als verdoofd. Mijn vader aaide een keer door mijn haar. De verpleegster kwam weer binnen en lachte naar me.
‘Kom, Maarten, ik ga je naar je kamer brengen. Gaat U mee?’
Ze keek mijn ouders aan. Die knikten en we gingen door een aantal gangen, met de lift naar boven en weer een gang in. Ik kreeg een kamer voor mijzelf alleen.
‘Dan kan hij even op zijn gemak bijkomen van alles,’ zei ze tegen mijn ouders.
‘Wat is er nou precies gebeurd, mam?’ vroeg ik toen we alleen waren.
‘Ik weet het ook niet precies, jongen. Er kwam een politieagent aan de deur en die vertelde dat je in het ziekenhuis lag. Je moet een auto van rechts niet gezien hebben door de regen, en die man van die auto jou ook niet.’
Ik keek een beetje dwaas voor me uit.
‘Ik kan het me echt niet meer herinneren, mam.’
‘Geeft toch ook niet jongen,’ zei mijn vader, ‘zoiets is in een seconde gebeurd.’
De verpleegster kwam weer binnen.
‘Het is bijna etenstijd, wil je misschien iets eten?’
Ik moest er niet aan denken. Ik was zo misselijk als het maar zijn kon.
‘Nee, ik wil even niets.’
‘Kijk maar, we hebben hier altijd nog wat beschuit staan voor als je later nog wat wilt eten. Je roept maar.’ Ze keek even naar mijn ouders. ‘Gaat U ook even iets eten, dat gaat gewoon door, hoor. Komt U straks gewoon weer terug.’
Mijn ouders keken elkaar even aan.
‘Dan gaan we maar even, Maarten. Komen we straks weer terug.’
Ik knikte.
‘Tot straks, jongen,’ zei mijn vader en pakte even mijn arm vast.
‘Tot straks’ fluisterde ik.
Mijn moeder gaf me nog een kus. Toen ze bij de deur stond riep ik haar.
‘Mam?’
Mijn ogen schoten vol. Ze draaide zich om en keek me aan.
‘Wat is er?’
‘Wil jij Luc voor mij bellen?’
Ze glimlachte en knikte. ‘Tuurlijk jongen, doe ik.’
Toen begon ik te janken.

Ik lag alleen in die kamer en de tranen liepen over mijn wangen. Mijn moeder was even terug naar mijn bed gelopen en had me een kus gegeven. Ze had mijn hand vastgepakt en geprobeerd me gerust te stellen. ‘Alles komt goed, Maarten, rustig maar,’ had ze gezegd. Ik hoopte het maar. Ik miste Luc nu vreselijk, ik had hem nu hier echt nodig. Ik wilde hem zien. Sorry zeggen. ‘Niet vergeten he, mam,’ had ik nog een keer gezegd. Ik had daarna nog harder gehuild. Ze had me een glimlach gegeven. ‘Natuurlijk niet,’ had ze gezegd, ‘dat doe ik straks als eerste.’ Toen was ze weer gegaan, en dat maakte dat ik me nu helemaal verlaten voelde, dat ik Luc nog meer miste. De verpleegster kwam weer binnen.
‘Hee, jongen, wat is er? Alles komt toch weer goed?’
Ik wist niets te zeggen.
‘Wil je wat drinken? Beetje thee?’
Ik knikte.
‘Ben ik zo weer terug.’
Ze kwam binnen een paar minuten weer mijn kamer in, met een beker.
‘Hier, heb je een rietje, blijf maar even liggen.’
Ik dronk wat en daar kwam ik een beetje van bij.
‘Ben je zo geschrokken vandaag?’
Ze streelde even over mijn hoofd. Ik haalde mijn schouders op.
‘Ik weet het niet.’
‘Maak je maar geen zorgen, we gaan hier goed voor je zorgen, als er iets is dan druk je maar op deze knop. Dan komen we vanzelf.’
Ze legde haar hand even kort op mijn schouder en vertrok weer. Raar idee, ik was in een gebouw waar ik me niet van kon herinneren dat ik er binnen gekomen ben. Ik had eigenlijk ook bijna niets van de gang gezien waar deze kamer is, ik lag toen een beetje naar het plafond te staren. Wat was hier nu naast me, achter de muur? Nog een kamer? Douches? WC’s? Trappen? De lift? Ik had werkelijk geen idee. Ik keek naar buiten en zag niet veel. Ik lag volgens mij op een hoge etage. Zou Luc het nu weten? Wat zou hij nu denken? Ik voelde weer tranen over mijn wangen lopen. Ik deed mijn ogen dicht en viel in slaap. Ik was moe.

Ik werd wakker en deed mijn ogen open toen de deur weer open ging. Luc! Hij was alleen en keek niet echt vrolijk. Er liep weer een traan over mijn wang. Hij zei niets en zijn ogen begonnen wat rood te worden. Hij kuste me op mijn voorhoofd.
‘Hoe is het?’ vroeg hij.
‘Gaat wel,’ zei ik.
‘Ik schrok me kapot toen jouw moeder me belde.’
‘Ik ben blij dat je hier bent, Luc.’
Zijn gezicht vrolijkte al een beetje op.
‘Je moet ook niet proberen om een auto omver te rijden,’ lachte hij voorzichtig.
Ik glimlachte. Hij keek even om naar de deur.
‘Jouw ouders kwamen een verpleegster tegen op de gang, daar staan ze nu even mee te praten.’
Hij gaf me nog snel een kus.
‘Sorry, Maarten, voor dat gedoe van gisteren en vandaag.’
Ik raakte zijn hand aan met mijn vingers.
‘Ik ook, Luc, ik had niet zo door moeten zeuren.’
De deur ging open en mijn ouders kwamen binnen. Mijn moeder had een tas bij zich met wat spullen voor me. Ik lag nog steeds in een of andere rare ziekenhuisjurk, waar mijn kleren waren gebleven wist ik niet. Mijn ouders waren weer wat rustiger. De eerste schrik was er vanaf gelukkig. Ikzelf was ook een stuk rustiger, zeker nu Luc er was. Ik was blij dat hij naast mijn bed zat. Mijn hand lag nog steeds dicht naast die van hem. We praatten vooral over het ongeluk van die dag. De man die tegen mij aangereden was had nog naar mijn ouders gebeld. Hij was natuurlijk ook erg geschrokken en was blij dat het allemaal wel goed zou komen met mij. Het bezoekuur was sneller voorbij dan ik zou willen. Mijn ouders stonden op.
‘Wij lopen nog even naar de balie van de afdeling, om jouw kleren van vanmiddag op te halen. We komen straks nog wel even binnen.’
Ik knikte. Nog even alleen met Luc. Gelukkig. Hij pakte meteen mijn hand en gaf me een kus toen ze weg waren.
‘Sorry, Maarten.’
‘Geeft niet, Luc, we zien wel hoe het loopt.’
‘Misschien heb je wel gelijk.’
‘Niet over hebben nu,’ zei ik en kneep in zijn hand. ‘Ik hou van je, Luc.’
Hij kuste me weer.
‘Ik ook van jou.’
Nog een kus. Meteen daarna ging de deur open. Mijn ouders. Ze namen afscheid en gingen alledrie weer weg. Luc ging als laatste de kamer uit. Bij de deur draaide hij om keek me nog even aan. Hij glimlachte en gaf me een knipoog. Ik voelde me al weer een stuk beter. De arts kwam binnen.
‘Dag Maarten,’ zei hij ‘Gaat het weer een beetje?’
‘Ja, hoor’ zei ik zacht.
‘Nog steeds zo misselijk?’
‘Nee, het gaat nu wel weer.’
‘Het zullen denk ik de zenuwen geweest zijn, heb je jezelf een beetje te veel druk gemaakt in je hoofd.’
Daar kon hij wel eens gelijk in hebben. Hij stelde nog allerlei vragen over hoe ik me voelde, en of ik nog ergens pijn had. Dat viel eigenlijk reuze mee, ik voelde me alleen zo stijf als een plank. Hij lachte.
‘Je bent ook flink door elkaar geschud vanmiddag, dat vind ik niet gek. Probeer maar lekker te slapen vannacht, en dan kijken we morgen weer verder.’
Hij gaf me een hand en vertrok weer. Een paar minuten later kwam de verpleegster weer binnen.
‘Lust je nu wel wat te eten?’
Ik knikte. Ze lachte.
‘Ik zal een paar beschuitjes maken voor je.’
Die smaakten goed. Ik knapte er in ieder geval wat van op. Ik lag nog wat TV te kijken toen ineens de telefoon ging op het tafeltje naast mijn bed.
Ik nam op en zei verbaasd ‘Met Maarten?’
‘Hoi, met Luc.’
Hij lachte.
‘Hoe kom je aan mijn nummer?’ vroeg ik.
Hij lachte weer.
‘Dat staat op het toestel, suffie. Had ik net gezien toen ik bij jou was. Ik zit nu even alleen en ik wilde even welterusten zeggen.’
Ik gniffelde.
‘Je bent lief,’ zei ik.
Het klonk misschien wat zeikerig, maar ik meende het wel. Het was ook een mooie verrassing. Hij lachte.
‘Had je niet verwacht he?’
‘Nee, wist ik veel.’
‘Gaat alles nog goed met je?’ vroeg hij.
‘Het gaat steeds beter,’ zei ik, ‘ik heb net nog wat gegeten en lig nu TV te kijken.’
‘Ik moet zo weer hangen, Maarten. Ik hou van je.’
‘Ik van jou, Luc, ik mis je hier.’
‘Ik kom morgen weer langs,’ zei hij.
‘Ik kijk er naar uit.’
‘Kus!’
Ik lachte.
‘Kus,’ zei ik terug, en hij hing op.
Bij dat laatste woord kwam de verpleegster weer binnen. Ik kreeg een rood hoofd als een boei. Ze keek me lachend aan.
‘Vriendinnetje?’ vroeg ze.
Ik glimlachte terug.
‘Je hoeft het niet te vertellen, hoor. Was het lekker?’
Ze wees naar het lege bord toen ze dat zei.
‘Ja hoor,’ zei ik, ‘ik had eigenlijk meer honger dan ik dacht.’
‘Da’s mooi,’ zei ze, ‘en een goed teken.’
Ze nam het lege bord weer mee en wenste me een welterusten toen ze naar buiten ging. Ik deed de TV uit met de afstandsbediening en draaide een keer in mijn bed. Dat deed zeer. Ik voelde ieder gewricht in mijn lijf. Terug op mijn rug dan maar, dat ging nog het beste. Voor ik er erg in had viel ik in slaap.

De volgende ochtend was ik al vroeg wakker. Vroeg wakker gemaakt, eigenlijk. Wassen, ontbijt en een hoop gedoe. Ik wilde eigenlijk nog wat slapen, maar dat kwam er niet meer van. Echt goed voelde ik me ook niet. De arts kwam ook nog even langslopen en zag dat ik wat koorts had gekregen.
‘Ik laat je zo niet gaan, jongen, we bekijken het nog even wat langer,’ zei hij.
Dat viel tegen. Ik had eigenlijk gehoopt die dag gewoon naar huis te kunnen gaan. Ik baalde stevig. De telefoon ging weer. Ik nam op. Luc.
‘Hee,’ zei hij, ‘hoe is het?’
‘Slecht,’ mompelde ik.
‘Hoezo?’ Luc klonk bezorgd.
‘Ik voel me misselijk, en ik heb koorts. Ik mag zo nog niet naar huis.’
‘Ik kom vanmiddag weer naar je toe,’ zei hij.
‘Da’s fijn,’ zei ik zachtjes, ‘ik mis je.’
‘Alles komt goed, Maarten.’
‘Kus,’ zei ik.
Het was even stil. Ik hoorde iemand de kamer inkomen bij hem thuis.
‘Van hetzelfde,’ zei hij gniffelend, ‘en beterschap van mijn moeder.’
Ik glimlachte. ‘Tot vanmiddag, Luc.’
‘Tot straks Maarten, ik kom weer met jouw ouders mee.’
We hingen weer op. Het vrolijkte me wel op, dat hij weer zou komen. Er kwam een andere verpleegster binnen lopen.
‘Wil je zo iets eten?’ vroeg ze.
Ik knikte. Ik had toch wel zin in iets.
‘Kom ik het zo brengen. Gaat nog niet zo goed he?’
‘Nee, nou heb ik ineens weer koorts,’ mopperde ik.
Ze glimlachte.
‘Komt vaak voor hoor, maak je geen zorgen. Zoiets gaat meestal vrij snel weer weg.’
Ze verliet de kamer en kwam terug met een bordje met broodjes.
‘Als je meer wilt, dan roep je maar.’
‘Dank je wel’ zei ik en ging wat eten.
Het smaakte ook niet. Ik at niet alles op.
‘Goh,’ zei ze toen ze het bord op kwam halen, ‘niet alles opgegeten? Smaakte het toch niet zo?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Probeer maar wat te slapen,’ zei ze en legde de deken verder over me heen.
Ik deed mijn ogen dicht. Ik had niet lang geslapen toen ik ineens wakker werd. Dit voelde niet goed. Ik kon nog net op tijd een metalen schaal pakken die op een stoel naast mijn bed stond. Alles wat ik gegeten had kwam eruit. Ik drukte op het knopje en de verpleegster was er snel.
‘Hee jongen, gaat het een beetje?’
‘Nee,’ zei ik kort.
‘Slokje water hebben?’ vroeg ze en pakte een glas.
Ze kwam op de rand van het bed zitten en liet me wat drinken. Ze streek een keer door mijn haren en over mijn voorhoofd.
‘Je bent goed warm,’ zei ze, ‘probeer nog maar even wat te rusten.’
Ze nam de schaal mee en kwam een nieuwe brengen.
‘Gaat het weer een beetje?’
Ik haalde mijn schouders op. Ze legde de dekens weer wat recht en klopte een keer op mijn schouder.
‘Doe je ogen nog maar even dicht, over een uur komt het bezoek alweer.’
Ik deed ze dicht en sliep half. Over een uur kwam Luc weer. Ik hoorde Luc met mijn ouders praten op de gang vlak voordat ze binnenkwamen. Ik kreeg een kus van mijn moeder en mijn vader aaide een keer door mijn haar. Ik zei niet zo veel, ik was moe.
‘Je krijgt de groeten van Esther,’ zei Luc, ‘en Maarten, Marieke en Erik’.
Ik glimlachte.
‘Heb je die gebeld?’ vroeg ik.
Hij knikte.
‘Vanmorgen, ze wensen je beterschap.’
Hij haalde een kaart uit de binnenzak van zijn jas en gaf die aan mij.
‘Heeft Esther vanmorgen geregeld,’ lachte hij.
Mijn ouders gingen even op zoek naar de arts, ze maakten zich toch wel wat zorgen om mijn toestand. Luc pakte mijn hand toen ze weg waren en boog zich voorover. Hij kuste me op mijn voorhoofd.
‘Je gloeit,’ zei hij.
Ik glimlachte naar hem.
‘Ik ben ook goed beroerd,’ zei ik.
Ik kneep in zijn hand en streek met mijn vinger langs die van hem. Hij kneep een keer terug en kuste me nog een keer. Zijn lippen waren fris, de mijne gloeiend heet. Zijn hand gleed onder de dekens en streelde mijn buik. Hij keek me diep in mijn ogen en glimlachte.
‘Ik wil naar huis,’ zuchtte ik.
‘Je moet snel beter worden’ lachte hij.
De deur ging weer open en mijn ouders kwamen binnen. Ze kwamen aan het bed zitten en Luc trok zo onopvallend mogelijk zijn hand weer terug.
‘Hij zei dat het snel over zou gaan,’ begon mijn moeder, ‘je hebt een tijdje op die koude grond gelegen en je was al kletsnat. Jouw kleren zien er niet uit, gaten er in. Die kunnen we net zo goed weggooien.’ Ze streek over mijn haren. ‘Als je morgen geen koorts hebt, mag je naar huis.’
Ik zuchtte een keer.
‘Komt wel goed, jongen,’ zei mijn vader. ‘Ik heb vanmorgen jouw fiets opgehaald bij het politiebureau, die is helemaal krom.’
Ik keek wat voor me uit.
‘Ik heb geen idee hoe hard het gegaan is,’ mompelde ik.
Ik deed mijn ogen dicht. Ik was moe. Mijn ouders stonden op en gaven me een kus.
‘We komen vanavond weer,’ zei mijn moeder zacht.
Ze liepen de gang op en Luc treuzelde wat met het aantrekken van zijn jas. Toen de deur dichtviel gaf hij me snel een kus.
‘Snel beter worden,’ fluisterde hij in mijn oor.
‘Ik doe mijn best,’ zei ik en keek hem even aan.
Hij liep langs het bed en streek met zijn hand over mijn voeten. Hij kuste in de lucht en ik kuste de lucht terug. Bij de deur nog een knipoog, en weg was hij. Ogen dicht, even slapen.

Ik moet een uurtje of twee geslapen hebben, want de verpleegster maakte me wakker om te vragen of ik zin had in eten. Ik voelde me al een stuk beter.
‘Ik lust wel wat,’ zei ik.
‘Als ik jou was zou ik het wel rustig aan doen, jouw maag is behoorlijk van streek geweest.’
Ik knikte.
‘Over een half uurtje kom ik het wel brengen. Gaat het weer een beetje?’ Ze legde haar hand op mijn voorhoofd. ‘Je bent een stuk minder warm dan vanmorgen,’ zei ze.
‘Gelukkig maar,’ zei ik.
Ze lachte toen ze naar de deur liep. ‘Jij wilt zeker zo snel mogelijk naar huis?’
Ik lachte terug. ‘Ik wel.’
Het eten beviel me goed, en ik hield het nog binnen ook. Dat ging de goede kant op. De arts kwam nog even langs en was tevreden.
‘Als je zo doorgaat, en de koorts is morgenochtend weg, dan kun je morgen naar huis.’
Ik glimlachte.
‘Ik zie je morgenochtend weer,’ zei hij en gaf me een hand.
Hij groette mijn ouders en Luc toen die binnenkwamen en ging de gang weer op.
‘Je ziet er beter uit dan vanmiddag,’ zei mijn moeder.
‘Ik voel me ook een stuk beter,’ zei ik trots.
Mijn vader lachte. Luc keek me vrolijk aan met die glinsterende ogen van hem. We praatten wat over nietszeggende dingen, de sfeer was vrolijk. Als het er zo uit bleef zien, kon ik de volgende dag naar huis. Het werd al snel later, mijn ouders stonden op om te gaan. Luc bleef nog even zitten.
‘Tot morgen,’ zei mijn moeder.
‘Ik bel wel als je me kunt komen halen,’ lachte ik.
‘We zien het wel jongen, doe maar rustig.’
Mijn vader lachte.
‘Ik zie je morgen’ zei hij en met een ‘Tot morgen Luc!’ liepen ze de gang op, de kamer uit.
Ik keek Luc verbaasd aan.
‘Ik ben op de fiets,’ zei hij, ‘net zo handig.’
Pretoogjes. Hij kwam op de rand van het bed zitten en lachte. Hij zette zijn hand naast me neer en boog voorover. Ik sloeg mijn armen om zijn nek en kuste hem. Zijn lippen opende zich en onze tongen speelden een wild spel met elkaar. Hij zuchtte.
‘Dit heb ik gemist,’ zei hij zachtjes.
Ik trok zijn mond weer op die van mij. Ik wilde hem nu even niet meer loslaten. Ik had hem ook gemist. Daar was dat gevoel weer in mijn buik, en niet dat misselijke. Een warm gevoel, dat zich uitbreidde over mijn hele lichaam: geluk. Hij aaide door mijn haar en keek me even aan, twinkels in zijn ogen. Ik glimlachte. Ik trok hem wat dichter naar me toe, hij lag nu bijna helemaal op me. Een nieuwe tongzoen. De deur ging open, we schrokken, Luc schoot overeind. Het was dezelfde verpleegster als gisteren. Ze keek even verbaasd.
‘Sorry, ik kom zo wel terug.’
En weg was ze weer. We schoten in de lach.
‘Ik geloof dat het bezoekuur nu echt voorbij is,’ gniffelde Luc.
‘Ik denk het ook. Ik wil nog één kus voor je gaat.’
Hij kuste me en ik hield zijn mond op die van mij. We verdronken weer in elkaar en wilden niet loslaten. Hij keek me weer aan en ik streelde zijn gezicht.
‘Denk je aan mij vannacht?’
‘Wat dacht je’ lachte hij.
Hij gaf me nog een kus en stond op. Hij trok zijn jas aan en streek nog een keer door mijn haar.
‘Slaap lekker straks,’ fluisterde hij vlak voor hij me een kus gaf op mijn voorhoofd.
Ik glimlachte. Toen liep hij naar de deur en gaf me nog een knipoog.
‘Tot morgen, Maarten.’
Ik kuste de lucht.
‘Tot morgen, Luc.’
Nog geen minuut later kwam ze weer binnen. Ze lachte naar me.
‘Dus hij was het gisteren die belde?’
Ik glimlachte.
‘Wil je wat drinken?’
‘Ja, lekker.’
Ze liep even de gang op en kwam terug met een glas thee. Ze zette het naast me neer en ging op de rand van het bed zitten.
‘Hoe lang hebben jullie al iets met elkaar?’ vroeg ze.
‘Een paar weken,’ zei ik.
‘Spannend,’ zei ze, ‘of niet?’
‘Best wel, en al helemaal omdat onze ouders nog niets weten.’
‘Hmmm,’ zei ze, ‘dat kan ik me voorstellen. Maar dat komt toch wel een keer vanzelf?’
‘Dat denk ik wel,’ zei ik.
‘Hoe heet hij?’
‘Luc,’ zei ik.
Waarom zat ik haar dat allemaal te vertellen? Ik kende haar eigenlijk maar net. Maar het voelde goed om er even over te praten.
‘Is hij lief?’ vroeg ze.
Ik knikte en glimlachte tegelijk.
‘Als ik straks op de gang loop, en ik hoor de telefoon over gaan, zal ik niet binnenkomen,’ lachte ze en stond weer op. ‘Laat de thee niet koud worden.’ Ze wees naar het glas en lachte. ‘Ik kom straks nog wel even kijken.’
Ik lachte terug. Ik keek wat TV en voelde me steeds beter worden. De telefoon ging.
‘Nog even bellen,’ zei Luc toen ik opgenomen had.
Ik kreeg de groeten van de rest en we zaten nog wat te praten toen de deur weer openging. De verpleegster keek naar binnen en glimlachte. Ze zwaaide een keer en knipoogde. Ik stak even mijn tong uit en ze was weer weg.
‘Wat zit je nou te lachen?’ vroeg Luc.
Ik vertelde hem het verhaal van het gesprekje met haar en dat ze net weer even binnenliep en meteen weer omdraaide. Hij lachte.
‘Ik moet zo weer ophangen, Maarten, mijn ouders komen thuis zie ik.’
‘Welterusten, Luc.’
‘Beter worden he?’ lachte hij.
‘Tuurlijk,’ zei ik, ‘kom je gewoon bij mij thuis op bed liggen in plaats van hier.’
‘Daar hou ik je aan. Slaap lekker, Maarten.’
‘Jij ook.’
Ik hoorde het geluid van een kus en maakte er een terug.
‘Tot morgen.’
Hij hing op. Een paar minuten later kwam ze weer binnen.
‘Zo, nachtzoentje weer gehad?’ plaagde ze.
Ik lachte.
‘Hier,’ zei ze en gaf me een tabletje en een glas water, ‘is tegen de koorts.’
Ik slikte het door en spoelde het weg met het water. Ze ging op een stoel bij me zitten en wou een gesprekje beginnen, maar er klonk een zoemer op de gang.
‘Ik geloof dat ik ergens anders nog nodig ben,’ zei ze, ‘welterusten dan maar.’
‘Welterusten’ zei ik en ging wat dieper onder de dekens liggen.
Ogen dicht, Luc weer voor me. Morgen naar huis, was het laatste wat ik nog dacht.

Ik werd vrolijk wakker de volgende ochtend. Ik voelde me goed, niet misselijk. De arts was ook zeer tevreden en vertelde me dat ik naar huis kon.
‘Maar dan moet je me wel beloven dat je rustig aan doet thuis,’ lachte hij, ‘en voor je hier weg gaat wil ik even met jouw ouders praten. Bel je zelf naar huis? Vraag maar of ze om half 10 hier willen zijn.’
Ik belde opgelucht naar huis. Mijn moeder klonk opgelucht en zou er natuurlijk om half 10 zijn. Daarna belde ik Luc.
‘Met Luc Wagenaar.’ Hij nam zelf op.
‘Hoi, met Maarten.’
‘Hé, hoe gaat het nu?’
‘Ik wou even zeggen dat je me hier niet meer hoeft te bellen, ik ga er zo vandoor hier.’
‘Mag je naar huis?’ vroeg hij enthousiast. ‘Gaaf, Maarten.’ Dat klonk een stuk serieuzer.
‘Ik voel me goed, ik ben blij dat ik weg kan hier.’
‘Gelukkig maar, Maarten, ik vond het maar niks, jij in dat ziekenhuis.’
Ik lachte.
‘Mijn moeder komt me om half 10 halen, en dan hebben we nog een gesprek met de arts.’
‘Ik kom vanmiddag wel even naar je toe, kom ik bij je in bed liggen.’
Hij lachte.
‘Ik hoop het,’ lachte ik.
‘Tot vanmiddag.’
‘Tot vanmiddag, Luc.’
Dezelfde verpleegster als gisterenmorgen kwam weer binnenlopen.
‘Gefeliciteerd, jongen, lekker weer naar huis.’
Ik lachte.
‘Gelukkig wel.’
Ze pakte een briefje uit haar zak en gaf het me.
‘Dit moest ik je geven van de verpleegster die hier gisteren was.’
Ik keek een beetje verbaasd. Ze draaide zich weer om.
‘Ik zie je straks nog wel voor je gaat. Lukt het je zelf om jouw kleren aan te trekken, of moet ik zo even helpen?’
‘Ik probeer het wel,’ zei ik.
‘Succes,’ lachte ze en ging de kamer uit.
Ik vouwde het briefje open en keek er naar.

Gefeliciteerd, Maarten, ik dacht al wel dat je naar huis mocht gaan. Doe rustig aan en veel geluk met Luc. Doe hem de groeten van mij.

Groetjes, Monique.

Ik glimlachte. Aardige vrouw. Ik pakte het stapeltje kleren en begon mijn pyjama uit te trekken. Dat viel nog niet mee. Alles was nog steeds behoorlijk stram. Vooral het aantrekken van mijn spijkerbroek was nog een hele klus. Maar het lukte. Ik besloot een wandelingetje te gaan maken over de gang. Ik had er nog niets van gezien eigenlijk. Erg groot was de afdeling niet. Gelukkig maar trouwens, want ik was al snel moe. Dat was snel te merken, twee dagen plat in bed. Ik ging ook weer recht naar mijn kamer terug en ging op bed zitten. Dat viel tegen. De tijd kroop voorbij. Eindelijk, een paar minuten voor half 10 kwam mijn moeder binnen. Ze gaf me een knuffel.
‘Ik ben blij dat ik je weer mee mag nemen,’ lachte ze.
‘Ik ook mam.’
De arts was wat later. Hij pakte een stoel en gaf mijn moeder een hand.
‘Hij mag weer mee,’ zei hij lachend. ‘Maar u moet goed in de gaten houden dat hij het nog minimaal een week rustig aan doet. Volgende week begint de school weer, neem ik aan?’
Hij keek me aan.
‘Ja, maandag weer,’ zei ik.
‘Dat gaat dus voor jou niet door, je blijft nog minstens een week thuis. Ik geef je een brief mee voor de huisarts, daar moet je aan het eind van de volgende week naar toe gaan.’
Ik knikte.
‘Heb je nog vragen?’
Mijn moeder en ik keken elkaar aan. Nee, die hadden we niet. Hij stond op en stak zijn hand uit.
‘Dan wens ik je het allerbeste, Maarten.’
Ik lachte en bedankte hem. Hij liep mee naar de lift en gaf mijn moeder nog een hand. We liepen het ziekenhuis uit naar de auto. Dat was verder dan ik gedacht had maar het maakte me niets uit. Naar huis! Het was gelukkig weer wat beter weer buiten. Mijn moeder zette de auto thuis voor de deur en ik liep naar binnen. Het voelde goed om weer thuis te zijn. Er lagen wat beterschapkaarten voor mij, waar een hele leuke kaart van Esther en Erik tussen zat. Ik ging op de bank zitten en was moe. Dat viel me nog al tegen, ik was snel moe van alles. Ik had het gevoel dat ik alles weer aankon, nu ik weer naar huis mocht, maar dat was dus duidelijk niet zo. We dronken samen een mok thee, waarbij ze naast me kwam zitten en me de hele tijd knuffelde. Die was dus ook erg blij dat ik weer thuis was. Ik ben daarna naar mijn kamer gegaan en op bed gaan liggen. Even mijn ogen dicht. Een uurtje later maakte ze me wakker.
‘Er is bezoek voor je.’
Ze lachte. Luc kwam mijn kamer binnen. Mijn moeder ging weer naar beneden en Luc keek me spottend aan.
‘Cadeautje,’ zei hij en haalde zijn hand achter zijn rug vandaan.
Ik maakte het open, en schoot in de lach. Een zakje drop, dezelfde die hij bij zich had tijdens de dag in het pretpark. Ik kuste hem. Hij kwam op de rand van mijn bed zitten.
‘Hoe is het nu?’
‘Gaat wel,’ zei ik, ‘ik ben alleen erg moe de hele tijd.’
‘Blijf je toch lekker liggen,’ lachte hij en ging half over mij heen hangen.
Hij wreef met zijn neus over die van mij en we kusten vurig. Ik sloeg mijn armen om hem heen, hij kwam op mij liggen. Hij streelde door mijn haar.
‘Ik ben blij dat je weer thuis bent,’ zuchtte hij.
Ik glimlachte en hij ging weer rechtop zitten. Hij pakte een stoel en kwam naast het bed zitten.
‘Ik heb nog een briefje gehad,’ zei ik en gaf hem het briefje van de verpleegster.
Hij las het en schoot in de lach.
‘Aardig mens,’ zei hij.
‘Ze was heel aardig, je kon er wel mee lachen,’ grinnikte ik.
Mijn moeder kwam de trap weer op lopen. Ze kwam mijn kamer binnen en keek ons aan.
‘Luc,’ vroeg ze, ‘ben jij nog even hier?’
‘Ja hoor, ik denk het wel,’ zei Luc.
‘Dan ben ik even weg, ik moet nodig naar de winkel, daar ben ik de afgelopen dagen niet aan toe gekomen, kun jij mooi even op hem letten.’
Ze lachte.
‘Is goed hoor,’ zei Luc en lachte terug.
‘Ik ben zo weer terug,’ zei ze en verdween.
We hoorden de keukendeur dichtslaan. Hij stond op en kwam weer op de rand van het bed zitten.
‘Ik ga eens goed voor je zorgen,’ gniffelde hij en kuste me.
‘Heb ik ook wel nodig,’ zei ik met een onschuldige stem en lachte.
Ik trok hem verder naar me toe en hij kwam naast me liggen. Onze tongen vonden elkaar al snel en we waren niet meer te houden. Zijn hand gleed onder mijn T-shirt en ik voelde al snel een paar nagels zachtjes krassen. Ik kreunde. Ik graaide door zijn haar en wilde hem niet meer loslaten. Eindelijk, weer even alleen samen. Ik trok zijn shirt uit zijn broek en aaide zijn rug. Wat was dit weer lekker. Zijn naakte buik tegen mijn naakte buik. Ik trok aan zijn shirt.
‘Uit,’ fluisterde ik.
Hij glimlachte en trok zijn shirt verder uit.
‘Jij ook,’ zei hij en trok mijn shirt over mijn hoofd.
Ik voelde zijn naakte armen om mij heen, we lagen op onze zij elkaar te strelen. Hij zuchtte en keek me diep in mijn ogen. Hij wou iets zeggen, maar er kwam geen geluid uit. Hij kuste me weer. Zijn hand gleed over mijn buik naar beneden. Zijn vingers gingen onder de rand van mijn broek.
‘Los,’ zei hij.
Ik kuste hem en begon aan de knoop van zijn broek te peuteren. Hij maakte mijn broek los, en ik die van hem. Zijn hand gleed in mijn broek en vond mijn opgewonden kruis. Ik zuchtte en deed een greep naar die van hem. We deden onze broeken nog iets verder uit, en trokken elkaar. Tegelijk draaiden onze tongen in hetzelfde ritme. Zijn hand streelde mijn volle lengte, mijn voorhuid prikkelde mijn eikel. Hij draaide zich op mij, onze stijven lagen warm en klem tussen ons in. Onze tongzoen werd steeds wilder. Hij draaide weer op zijn zij en trok me verder af. Ik deed hetzelfde, in hetzelfde snelle tempo. We wilden komen, nu. Ik pakte snel een papieren zakdoekje en legde het tussen ons in. We waren niet meer te houden. We trokken steeds sneller en ademden zwaar door onze neus. Onze tongen draaiden, onze lippen half op elkaar. Hij kreunde. Ik trok door, maakte een ringetje van mijn duim en wijsvinger, en bewoog zijn voorhuid over de rand van zijn eikel. Zijn hand hield even stil, zijn adem stokte. Hij kreunde hard, zijn spieren spanden zich. Toen hij klaarkwam, duwde hij zijn hoofd in het kussen, zwaar ademend. Zijn zaad kwam op het zakdoekje, en liep langs mijn hand. Hij kneep zijn hand samen om mijn paal. Hij zuchtte en kuste me. Hij kreeg een grijns op zijn gezicht en begon mij weer te trekken terwijl hij me diep aan keek. Ik kon niets anders doen dan hem aan blijven kijken. Zijn hand had een heerlijk ritme, ik voelde de tinteling opkomen. Mijn arm om zijn nek trok aan, mijn wang tegen de zijne. Hij keek schuin naar beneden en keek hoe zijn hand mijn stijve masseerde. Ik voelde hoe hij hetzelfde deed als ik, zijn duim en wijsvinger een ringetje, de rand van mijn eikel gekmakend. Ik had het niet meer. Ik begon met mijn kruis zachtjes mee te stoten en hijgde. Hij keek me weer aan. Terwijl ik diep in zijn blauwe ogen keek, voelde ik mijn spieren spannen. Ik voelde de tinteling door mijn hele onderlijf. Mijn zaad kwam onhoog en daalde op zijn zaad. Hij kneep een keer zachtjes, en haalde zo al het zaad naar buiten. Langs zijn hand liep het verder naar beneden. Hij kuste me. We lagen zo nog een tijdje, elkaar strelend, de spanning weg. Hij pakte nog een zakdoekje, en maakte alles schoon. Hij trok zijn broek weer terug en deed hem dicht. Ik deed hetzelfde en kuste hem. We hoorden de keukendeur, en hij ging rechtop zitten.
‘Mooi op tijd,’ gniffelde hij en trok zijn shirt aan.
Ik ging zitten en pakte mijn shirt. Ik stond op en terwijl ik mijn shirt aantrok zette ik mijn computer aan. Hij kwam naast me zitten en kuste me in mijn nek. Hij keek naar mijn gezicht.
‘Moe?’ vroeg hij.
‘Nogal,’ lachte ik.
Hij kuste me.
‘Je hebt gelijk’ zei hij.
‘Hoe bedoel je?’
‘Ik ga me schuldig voelen.’
Ik keek hem vragend aan.
‘Schuldig? Hoezo?’
‘Gewoon, we doen van alles hier in huis, en zij weten van niets.’
Verwondering op mijn gezicht.
‘Wil je het gaan vertellen dan?’
Hij knikte.
‘Ik heb er de laatste dagen nog eens goed over nagedacht. Toch raar, ik ben expres op de fiets gegaan gisteren, zodat ik wat langer kon blijven. Ze bleven maar aandringen om met hun mee te rijden,’ lachte hij. ‘Ze zijn ook zo aardig voor me geweest de laatste dagen dat jij in het ziekenhuis lag. Alsof ze snapte waarom ik zo bezorgd was.’
Ik kuste hem.
‘Hallo!’ riep mijn moeder onder aan de trap.
We riepen terug.
‘Het klopt gewoon niet meer zo,’ zei hij.
‘Mijn ouders hebben ook iedere keer dat ik terugkwam uit het ziekenhuis gevraagd hoe het me je ging.’
‘Ik heb een kaart van ze gekregen,’ zei ik.
Hij glimlachte.
‘Wist ik. Maar snap je me een beetje?’
Ik knikte.
‘Hoe gaan we dat dan doen, Luc? We zullen het tegelijk moeten vertellen, ze zullen elkaar wel gaan bellen denk ik.’
‘Daar moeten we nog eens goed over nadenken,’ zei hij.
‘We kunnen gewoon een goed moment afwachten, toch?’
Hij knikte.
‘Ik denk het wel,’ zei hij, ‘ik zie het eigenlijk ook niet zitten om een datum te prikken en te zeggen ‘nu gaan we naar huis en het vertellen’, toch?’
‘Nee,’ lachte ik, ‘dat gaat niet werken.’
‘We zien het wel Maarten, als er een moment is dan vertellen we het wel. En dan zal de ander het snel ook moeten doen.’
‘Da’s de beste oplossing, Luc.’
Ik kuste hem. Het werd al wat later, en het werd voor Luc tijd om te gaan. Ik liep met hem mee naar beneden, langzaam de trap af met die stijve gewrichten van mij. Hij lachte er om.
‘Je lijkt wel een ouwe vent,’ grinnikte hij.
Bij de voordeur gaf hij me nog snel een zoen.
‘Tot morgen,’ zei hij zachtjes.
‘Tot morgen, Luc,’ fluisterde ik terug.
Nog één snelle kus op zijn wang. Ik deed de deur open en zwaaide hem na.
‘Echt een hele aardige jongen,’ zei mijn moeder toen ik de kamer in liep.
‘Jazeker,’ lachte ik en hield even stil.
Ik dacht na. Nee, nu nog niet, dat komt nog wel. Eerst even zelf wennen aan het idee.

De volgende dag heb ik lekker uitgeslapen. Het was warm buiten. Ik zat in de tuin, met mijn voeten omhoog van de zon te genieten. De korsten van de schaafwonden jeukten als een gek. ‘Is een teken dat het geneest’ had mijn moeder gelachen. Kon wel zo zijn maar ik werd er gek van. De deurbel ging, mijn moeder deed open. Ik hoorde een hoop gepraat in de gang. Hoorde ik nou de lach van Esther? Ja dus. Ze kwamen de tuin in lopen en lachten.
‘Hee, stuntpiloot,’ zei Maarten en gaf me een hand.
Marieke gaf me een kus, Erik klopte op mijn schouder en Esther omhelsde me.
‘Wat heb je nou toch weer gedaan, suffie,’ zei ze.
Ik lachte.
‘Tsja, zoiets gebeurd voor je het weet’ zei ik.
Luc aaide even door mijn haar. Ik glimlachte naar hem.
‘Goed geslapen?’ vroeg hij.
‘Ja hoor,’ zei ik, ‘maar ik word alleen gek van de jeuk nu.’
Hij lachte.
‘Wat een verrassing, ik wist niet dat jullie kwamen,’ zei ik.
‘Heb ik gisteren even met jouw moeder besproken, je hoeft niet altijd alles te weten,’ lachte Luc en keek me spottend aan.
Esther wilde precies weten wat er gebeurd was. Ik kon maar een beetje vertellen, ik kon het me nog steeds niet herinneren. Ze moest wel lachen om het verhaal van de verpleegster, en dat ze ons betrapt had op mijn kamer.
‘Overmorgen weer naar school,’ zuchtte Erik.
‘Is het al weer zaterdag?’ vroeg ik verbaasd.
Ik had geen idee wat voor een dag het was. Maarten lachte.
‘Gaat voor jou nog even niet door die school, geloof ik?’ vroeg hij.
Ik schudde mijn hoofd. ‘Na volgende week misschien, ik moet nog even rust houden.’
‘Je hebt mensen die hebben altijd geluk,’ zuchtte Erik.
Esther gaf hem een por in zijn zij.
‘Hij heeft geluk dat het zo is afgelopen, het had veel erger kunnen zijn.’
Dat was weer typisch Esther.
‘Is ook wel zo,’ zei Erik, ‘ik maakte maar een grapje.’
Hij keek me grijnzend aan. Ik grijnsde terug. Mijn moeder kwam de tuin inlopen.
‘Iets drinken, jongens, want hij blijft geloof ik de hele dag zitten,’ lachte ze en wees met haar duim naast haar naar mij.
Luc stond op.
‘Ik help wel even,’ zei hij en liep met haar de keuken in.
Van binnen lachte ik. Hij kwam terug de tuin in met een paar glazen en knipoogde naar me. Het gaf me een apart gevoel, hij paste in dit huis. Mijn moeder kwam er achteraan, en zette alles op de tafel. Er werd gelukkig flink gelachen en ik vergat even wat er de laatste dagen allemaal gebeurd was. Luc hield me de hele tijd in de gaten. Hij knipoogde naar me en lachte. Hij stond op en kwam naast me staan.
‘Gaat goed met je, zie ik,’ zei hij.
Ik knikte. Hij legde even zijn hand op mijn schouder en liep naar binnen. Hij kwam terug met een fles en schonk de glazen nog een keer vol. Hij ging weer tegen over mij zitten en zat glimlachend naar mij te kijken.
‘We gaan morgen weer zwemmen,’ zei Maarten.
‘Ik denk niet dat ik mee kan,’ zei ik, ‘bovendien heb ik geen fiets meer.’
‘Dat dacht ik al,’ zei hij, ‘maar wel jammer.’
Luc keek mij aan.
‘Jij gaat toch wel mee?’ vroeg ik.
Hij haalde even zijn schouders op.
‘Tuurlijk wel,’ zei ik, ‘dat gaat gewoon door hoor.’
Hij glimlachte.
‘Als jij het niet erg vindt.’
‘Gewoon doen Luc, ik lig hier toch wel in de tuin.’
Ik lachte. Erik en Esther gingen weer weg. Ik liep met ze naar de deur en liet ze uit.
‘Dank je nog voor de kaart, die was echt gaaf,’ zei ik.
‘Moet je hem bedanken,’ zei Esther, ‘Erik heeft hem uitgekozen.’
‘Blij je even gezien te hebben,’ zei Erik, ‘we zijn er toch wel van geschrokken, hoor.’
‘Inderdaad,’ zei Esther.
Ik gaf haar een knuffel en lachte.
‘Met mij komt alles goed.’
Ze stapte op en riep toen ze wegfietste: ‘Dat hoop ik maar!’
Erik zwaaide nog een keer en ik ging weer teug de tuin in.
‘Je loopt zo maar moeilijk,’ zei Maarten toen hij me de keuken uit zag komen.
Ik lachte.
‘Alles is zo strak als het maar zijn kan, en dan gaat het al beter dan gisteren.’
‘Je bent er aardig nuchter onder,’ zei Marieke.
‘Ik ben er wel van geschrokken hoor, maar van het ongeluk zelf kan ik me weinig herinneren. Ik weet het pas weer vanaf het moment dat ik in het ziekenhuis lag.’
‘Raar idee lijkt me dat,’ zei Maarten.
‘Dat is het ook,’ lachte ik.
Even later stapten ze weer op. Maarten beloofde me maandag het nieuwe lesrooster te brengen. Luc zat nog in de tuin. Mijn moeder kwam er bij zitten.
‘Blijf je eten, Luc?’ vroeg ze, ‘ik heb genoeg.’
‘Gezellig,’ zei Luc, ‘bel ik wel even naar huis.’
‘Wij zijn vanavond weg, Maarten, of had ik je dat niet verteld?’
Ik keek mijn moeder aan en schudde mijn hoofd.
‘Volgens mij niet.’
Ze keek Luc aan.
‘Kun je hem gezelschap houden als je wilt,’ lachte ze.
Luc liep achter haar langs naar binnen en keek me veelbetekenend aan.

Nadat we gegeten hadden waren mijn ouders vertrokken. Het kon laat worden, ze hadden een feestje, dat deden ze op het werk van mijn vader een paar keer per jaar. Luc en ik zaten in de tuin.
‘Vind je toch niet erg he, dat ik morgen ga zwemmen?’
‘Natuurlijk niet, ik vermaak me wel. Je moet gewoon gaan.’
Hij stond op en kuste me. Hij stond naast mijn stoel, mijn hand gleed langs de binnenkant van zijn been. Hij lachte.
‘Ga mee naar boven,’ fluisterde ik en stond op.
Hij liep achter mij aan naar mijn slaapkamer en ging op bed liggen. Ik zat op de rand van mijn bed en boog me over hem heen. Ik kuste hem en opende mijn mond. Wilde tongzoen.
‘Zal ik je masseren?’ vroeg hij.
‘Mmmm,’ zei ik, ‘lekker.’
Hij ging zitten, ik ging op mijn buik liggen. Hij trok mijn shirt uit en gleed met zijn handen over mijn rug. Hij kneedde mijn schouders, en dat deed eigenlijk wel zeer. Maar hij wreef ze warm, en dat gaf en soort van rust in mijn spieren. Zo bewerkte hij heel mijn rug. Hij kwam met zijn handen bij de rand van mijn broek en ging met zijn handen onder mij door. Hij maakte mijn broek los en trok bij mijn enkels aan de pijpen. Ik kwam wat omhoog en hij trok mijn broek uit. Hij masseerde mijn benen, ik kwam helemaal tot rust.
‘Lekker, Luc,’ zuchtte ik.
‘Ontspant het een beetje?’ vroeg hij.
Ik knikte. Hij ging met zijn handen over mijn boxershort en over mijn billen. Hij kneedde ze zachtjes. Er begon al flink wat te groeien bij mij. Ik kwam weer wat omhoog en hij trok mijn short naar mijn enkels. Zijn handen gingen langs mijn benen omhoog en streelde mijn naakte billen en rug. Af en toe spande ik mijn spieren.
‘Ontspan je’ fluisterde Luc.
Ik deed het en zuchtte.
‘Jouw armen en benen zien er eigenlijk niet uit zo, met die schaafwonden,’ lachte hij, ‘jeukt het nog zo?’
‘Af en toe,’ zei ik.
Hij kuste mijn schouder.
‘Kom even bij me liggen, Luc,’ zuchtte ik.
Hij stopte met masseren en ik draaide me op mijn zij. Hij kwam naast me liggen en sloeg een arm om me heen. Ik pakte hem vast en hield hem in een stevige greep. Ik trok aan zijn shirt. Hij liet me los en deed zijn shirt en broek uit. Hij sloeg zijn arm weer om me heen.
‘Je bent lekker, Maarten,’ fluisterde hij.
‘Even niets zeggen, Luc, ik wil je gewoon dicht bij me hebben nu.’
Ik nestelde me in zijn armen.
‘Hee, wat is er?’ vroeg hij.
Ik haalde mijn schouders op.
‘Weet ik niet. Maar het had allemaal heel anders af kunnen lopen, en ik wil nu gewoon even gelukkig zijn.’
Hij streelde door mijn haar en gaf me een kus op mijn voorhoofd. Ik trok het dekbed over ons heen en draaide me dicht tegen hem aan. Ik deed mijn ogen dicht en luisterde naar zijn ademhaling, zijn hand zachtjes strelend over mijn rug. Zijn beschermende armen om me heen. Ik voelde me veilig. Ik voelde mijn ogen vochtig worden en snikte een keer. Hij streelde me troostend door mijn haar en ik viel in slaap. Een half uurtje later voelde ik een kus op mijn voorhoofd en deed mijn ogen open. Hij glimlachte naar me.
‘Gaat het weer een beetje?’
Ik knikte en gaf hem een kus. Mijn hand verdween in zijn haar.
‘Sorry.’
‘Laat mij nou eens voor je zorgen vanavond, laat je gewoon gaan als je dat wilt.’
Ik zuchtte gelukkig.
‘Kun je niet blijven vanavond?’ vroeg ik.
Hij gniffelde.
‘Ik zou wel willen, maar dat zal wel niet meer gaan.’
‘Nee, denk het ook niet.’
Ik streelde zijn heupen en dwaalde naar zijn kruis. Totaal ontspannen, en dat bleef zo. Zijn kruis voelde zacht in mijn hand. Hij zuchtte en streelde die van mij. Zijn hand gleed over mijn hele lichaam. Ik ging met mijn hand op en neer.
‘Laat mij nou eens jou verwennen vanavond, je hoeft niets te doen.’
Ik glimlachte. Hij kuste mijn nek en zorgde met zijn hand er voor dat mijn kruis begon te groeien. Ik zuchtte. Hij wist hoe hij te werk moest gaan, mijn paal stond binnen een paar tellen strak. Ik voelde mijn huid op en neer gaan, hij gaf extra aandacht aan de rand van mijn eikel. We gaven elkaar een tongzoen die lang duurde. Hij maakte rustige bewegingen die er voor zorgden dat ik me totaal ontspande. Zijn ogen keken me lachend aan. Langzaam maar zeker ging mijn ademhaling sneller. Hij kuste me, en nog een keer op mijn schouder. Hij ging langzaam naar beneden met zijn mond, en likte even aan mijn tepel. Ik zuchtte. Even stak hij het puntje van zijn tong in mijn navel. Ik lachte, dat kietelde. Ik voelde zijn tong langs mijn paal glijden, langzaam. Hij draaide rondjes om mijn eikel, die glom van het voorvocht. Ik kreunde een keer. Mijn stijve verdween in zijn mond, mijn eikel gleed langs de binnenkant van zijn wang. Hij zoog zachtjes, net genoeg om mij gek te maken. Ik graaide met mijn hand door zijn haar. Hij liet me niet meer los. Hij veranderde af en toe het tempo, net genoeg om mij iedere keer weer te verrassen. Het was heerlijk. Mijn stijve lag in zijn warme mond, mijn ballen in zijn hand. Hij speelde er traag mee, zijn tong langs mijn eikel. Zijn andere hand kneep af en toe in mijn bil. Hij bewoog zijn hoofd weer heen en weer, mijn paal gleed iedere keer een stukje in en uit zijn mond, zijn zachte vochtige lippen masseerden de hele lengte. Mijn eikel tintelde. Ik spande de spieren van mijn benen een beetje en het tintelen werd steeds erger. Ik zuchtte zwaar. Mijn hand streelde door zijn haar. Mijn hele kruis tintelde nu en ik voelde dat ik bijna klaar kwam.
‘Luc….’ zuchtte ik, ‘ik kom bijna.’
Hij voerde de snelheid iets op en zoog nog wat harder. Bij iedere ademhaling kreunde ik zachtjes. Ik hield mijn adem in en voelde dat het hoogtepunt kwam. Met een korte harde kreun voelde ik mijn zaad lopen.
‘Mmmm’ hoorde ik Luc kreunen.
Hij likte langs mijn kloppende eikel, bij iedere zucht stroomde het laatste vocht in zijn mond. Hij liet mijn paal uit zijn mond glijden en likte nog een keer aan het puntje van mij eikel. Ik zuchtte. Hij kwam met zijn mond naar die van mij en gaf mij een zoen. Ik opende mijn lippen en zijn tong gleed naar binnen. Proeven van mijn eigen zaad. Het gleed tussen onze tongen en vermengde zich met speeksel. Hij trok me dicht tegen mij aan, zijn kin tegen mijn voorhoofd. Beschermende armen om me heen. Ik kreunde zachtjes. Ik moet weer in slaap gevallen zijn, ik kon me tenminste niet alles meer herinneren. Ik werd wakker van zijn kus.
‘Hee, slaapkop,’ lachte hij, ‘het is al laat, ik moet zo gaan.’
Ik kuste hem.
‘Je ziet er lief uit als je slaapt.’
Ik glimlachte.
‘Ik voel me ook helemaal op mijn gemak bij jou,’ fluisterde ik. ‘Dank je wel, Luc, dit had ik even nodig.’
Hij trok zijn armen weer dicht om mij heen.
‘Ik hou van je,’ zuchtte hij.
Ik kroop nog wat dichter tegen hem aan.
‘Ik moet nu toch echt gaan,’ zei hij, ‘anders maken ze zich zorgen bij mij thuis.’
Ik lachte.
‘Sinds jij die stunt hebt uitgehaald, zijn ze doodsbang dat mij ook iets overkomt.’
‘Ik ook,’ zei ik en kuste hem.
Hij kroop uit bed en zocht zijn kleren bij elkaar. Ik lag op mijn zij te kijken hoe hij zich weer aankleedde. Hij glimlachte naar me en gooide mijn T-shirt naar me toe. Ik trok het aan en stapte uit bed. Raapte mijn broek op en ging op de rand van het bed zitten om hem aan te trekken. Hij stond voor me en aaide met zijn handen over mijn hoofd. Ik legde mijn hoofd tegen zijn bovenbenen en sloeg mijn armen om hem heen.
‘Kom,’ zei hij, ‘anders kom ik nooit weg hier.’
Ik lachte. Ik liep met hem naar de voordeur en we gaven elkaar nog een lange zoen.
‘Veel plezier morgen,’ fluisterde ik, ‘doe ze de groeten.’
‘Ik zal aan je denken,’ zei hij en gaf me nog een laatste kus.
Hij fietste weg en zwaaide nog een keer. Ik deed de deur op slot en ging naar boven. Ik was moe, en wou slapen. Ik trok mijn kleren uit, een boxershort aan en ging in bed liggen. Ik trok het dekbed over me heen en deed mijn ogen dicht. Zijn geur hing om me heen. Zucht.

Ik heb mijn ouders niet meer thuis horen komen. Ik werd aan het eind van de ochtend wakker, toen ik beneden kwam zaten ze aan de tafel te ontbijten.
‘Hee, goedemorgen,’ zei mijn vader, ‘je sliep al toen wij thuis kwamen.’
Ik gaapte een keer.
‘Volgens mij ben je nog niet wakker,’ lachte mijn moeder.
Ik glimlachte.
‘Ik heb wel lekker geslapen,’ zei ik, ‘was het gezellig gisteravond?’
‘Ja hoor,’ zei mijn vader, ‘zoals altijd. We waren om half twee weer thuis.’
Ik smeerde een boterham en pakte een mok thee. Na het ontbijt gingen we in de tuin zitten.
‘Komt Luc nog langs vandaag?’ vroeg mijn moeder.
‘Nee, ze gaan zwemmen vandaag.’
Ze was even stil.
‘Heb je zin om ook te gaan?’ vroeg ze.
Ik haalde mijn schouders op.
‘Ik weet niet. Ik heb geen fiets, en echt lekker zal ik toch niet kunnen bewegen in dat water.’
Toch baalde ik er wel van.
‘Zal ik je brengen met de auto? Of je nu hier in het gras ligt of daar, dat maakt toch niet uit? Kom ik je om 5 uur wel weer halen. Is toch gezellig?’
Ik glimlachte. Dat was nog niet eens zo’n slecht idee.
‘Als je dat wilt doen, lijkt me leuk,’ zei ik enthousiast.
‘Rij ik je over een half uurtje daar naar toe,’ zei ze en stond op.
Ze streek een keer over mijn haar en liep naar binnen. Ik liep naar boven en pakte een handdoek en wat te lezen om mee te nemen. Ik werd er vrolijk van. We dronken nog wat en stapten daarna in de auto. Bij het zwembad wenste ze me nog veel plezier en reed weer weg. Ik liep het grasveld op, naar de hoek waar we meestal lagen. Ik zag hun handdoeken liggen en legde die van mij naast die van Luc. Ik ging zitten en keek naar het water. Ik kon ze zo niet ontdekken maar het was dan ook redelijk druk. Ik ging op mijn buik liggen en lag wat te lezen. Een kwartiertje later hoorde ik Esther.
‘Kijk eens wie we daar hebben,’ lachte ze.
Ze kwam naast me zitten en gaf me een kus op mijn wang.
‘Toch maar wel gekomen?’
‘Mijn moeder heeft me gebracht en komt me vanmiddag weer ophalen.’
‘Gezellig,’ zei ze.
‘Maarten, Erik en Luc zijn wat te drinken halen,’ zei Marieke, ‘die komen zo wel. Je ziet er uitgerust uit, Lau.’
Ik lachte.
‘Dank je, het gaat ook steeds beter.’
Ik zag de drie jongens aan komen lopen met blikjes in hun hand. Luc zag me het eerste. Hij glimlachte. Hij kwam naast me zitten en gaf me een snelle kus.
‘Toch maar hierheen?’ gniffelde hij.
‘Idee van mijn moeder,’ fluisterde ik terug.
‘Hee, Lau!’ riepen Maarten en Erik tegelijk.
Erik haalde zijn hand over mijn hoofd.
‘Leuk dat je er bent, Lau. Gezellig.’
Luc streelde over mijn rug.
‘Zal ik voor jou ook iets te drinken gaan halen?’
‘Hoeft niet, ik neem wel een slok van jou.’
‘Ook goed,’ zei hij en gaf me zijn blikje.
Ik nam een slok en keek een keer tevreden rond. Luc zat dicht bij me, af en toe raakte hij me aan met zijn hand.
‘En,’ fluisterde hij, ‘sliep je snel gisteravond?’
Ik glimlachte en knikte.
‘Nog bedankt, Luc.’
‘Waarvoor?’
‘Gewoon, jouw armen om me heen. Ik weet ook niet wat ik had, maar ik had het even nodig.’
Hij keek even of niemand zat te kijken en kuste me toen voorzichtig in mijn nek.
‘Graag gedaan,’ lachte hij zachtjes, ‘daar zijn we toch voor?’
De rest ging weer even het water in, Luc bleef bij mij.
‘Als je wilt gaan zwemmen moet je dat doen hoor,’ zei ik.
Hij haalde zijn schouders op.
‘Ik ga zo wel,’ zei hij.
Hij lachte naar me.
‘Ik ben blij dat je hier bent, en dat het steeds beter met je gaat,’ zei hij.
Ik glimlachte.
‘Ik ook, Luc.’
Hij keek me weer aan en begon ineens te grijzen. Ik trok vragend mijn wenkbrauwen omhoog.
‘Jij al een geschikt moment gehad om het thuis te vertellen?’ lachte hij.
‘Nee, nog niet echt. Hoewel, mijn moeder zei eergisteren dat ze je een hele aardige jongen vond, en toen moest ik toch wel even nadenken.’
Hij lachte.
‘Niets gezegd?’
‘Nee, het moment was voorbij voor ik iets kon zeggen.’
‘Ik kon me maar net goed houden gisteren toen jouw moeder vroeg of ik de avond bleef omdat zij weg gingen.’
‘Wat dacht je van mij,’ lachte ik.
Esther kwam het water uit en ging bij ons zitten.
‘Ik ga nog even,’ zei Luc en liep naar het water.
‘Erik nog steeds aan de afwas?’ lachte ik.
Ze gniffelde.
‘Jazeker. Mijn ouders willen in de herfstvakantie een weekje weg en ze hebben gevraagd of hij mee gaat.’
Ik keek haar aan.
‘Gaat wel erg goed, geloof ik.’
Ze knikte.
‘Jazeker, ik weet ook niet wat er met ze aan de hand is. Maar ik maak er dankbaar gebruik van.’ Ze keek me even vragend aan. ‘Bij jullie weten ze het nog niet?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Nee, maar ik weet niet hoe lang dat nog duurt. We hebben allebei zoiets van; ‘als er een goed moment is vertellen we het’. We zien wel.’
‘Spannend. Maar je hoeft hem in ieder geval niet meer voor te stellen, dat scheelt alweer een stuk.’
‘Ging bij jullie toch ook goed?’ vroeg ik.
‘Nou geweldig,’ lachte ze, ‘ik was op van de zenuwen toen ik Erik voor de eerste keer door de deur duwde.’
‘En hij.’
‘Ja inderdaad, hij had het helemaal niet meer. Wat keek hij moeilijk.’ Ze lachte hard. ‘Ik ben blij dat hij zo goed bevallen is bij mijn ouders.’
Ik keek even naar de grond. Ik stelde me voor hoe mijn ouders zouden reageren. Esther zag het en streelde langs mijn arm.
‘Komt toch goed, Lau, jouw ouders kennende.’
Ik glimlachte weer. Ze had waarschijnlijk wel gelijk. Het zou wel goed gaan. Maar zenuwachtig werd ik er wel van. De rest kwam terug uit het zwembad, Luc ging naast mij liggen op zijn zij. Hij had zich afgedroogd, en zijn half natte haren piekten. Zijn ogen glinsterden toen hij mij aankeek.
‘Mag ik raden wat jij denkt?’ vroeg ik.
Hij glimlachte. Ik wou dat we nu alleen op mijn kamer waren. Ik wilde hem tegen mij aan hebben, zijn huid tegen mijn huid, zijn lippen op mijn lippen. Zijn warme harde kruis tegen mijn buik, zijn handen over mijn rug. Het aparte gevoel jaagde door mijn buik. Hij kroop wat dichterbij, zijn gezicht vlak voor die van mij. Hij voelde hetzelfde, dat zag ik in zijn ogen. Hij had een been wat opgetrokken, zijn knie lag tegen mijn been. Bijna stil, langzaam schuurde zijn huid tegen die van mij. Ik bleef hem diep in zijn ogen kijken, ik verdronk in die blauwe zee. Ik gaf wat tegendruk met mijn been, hij glimlachte. Ik keek naar zijn kruis. Groeide daar wat? De bult in zijn broek werd wat groter. Bij mij was het alleen maar erger. Ik wilde hem, nu. Dat dat niet ging, wisten we allebei. Dit was ook even genoeg. Dat warme gevoel als hij me aankeek. Ik deed mijn ogen dicht en bleef stil liggen. Ik hoorde hem ademhalen, ontspannen. Geluk, dat was het.

Geen idee hoe lang we daar gelegen hebben zo, maar de tijd ging sneller dan we zin in hadden. Ik moest gaan, mijn moeder zou zo komen met de auto. We liepen allemaal naar de uitgang, de rest ging ook naar huis. Mijn moeder stond er al met de auto. Ze zwaaide naar de rest en ik stapte in. Luc kwam nog even bij de auto staan. Hij groette mijn moeder en legde even zijn hand op mijn schouder.
‘Tot morgen,’ zei hij en kneep een keer.
‘Tot morgen,’ zei ik zo gewoon mogelijk.
Ik trok de deur dicht en we reden weg.
‘Leuk geweest?’ vroeg mijn moeder.
‘Het was heel gezellig,’ zei ik vrolijk.
‘Gelukkig maar’ zei ze. Ze keek me even aan. ‘Niet moe?’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Een beetje.’
‘De komende week nog maar lekker rustig aan doen,’ zei ze, ‘zoveel gebeurd er toch niet die eerste week op school.’
Daar had ze wel gelijk in. Die eerste schoolweek bestond meestal uit rooster ophalen, sportdag, een of andere excursie en een dag op school waar je aan een verslag moest werken over die excursie. De lessen zouden pas de week daarna beginnen. Ik zuchtte. Toen we thuis kwamen had mijn vader het eten al bijna klaar. We zaten in de tuin lekker in de schaduw te eten.
‘Toch,’ zei mijn moeder ineens nadat we gegeten hadden, ‘moet je een keer iets speciaals doen voor Luc.’
Ik keek haar vragend aan.
‘Hoe bedoel je?’
‘Iets van een leuke CD of zo,’ zei ze, ‘hij heeft toch maar iedere dag voor je klaar gestaan toen je in het ziekenhuis lag, en daarna.’
Ik voelde mijn hoofd wat gloeien.
‘Is misschien een goed idee,’ zei ik, ‘maar dat wil hij natuurlijk nooit.’
‘Daar heeft hij niets in te willen,’ zei ze, ‘als je het al hebt, kan hij moeilijk weigeren.’ Ze lachte. ‘Even serieus Maarten, weet je wel wat hij voor je gedaan heeft? Hij was er iedere dag voor je.’
Ik knikte. Dit werd benauwd.
‘Jawel,’ zei ik, ‘maar daar ben je toch vrienden voor?’
Ze lachte. ‘Als Esther het nou deed…’
Ik zuchtte. ‘Hou daar nou eens over op. Esther heeft iets met Erik, dat weet je toch?’
We lachten. Ze zaten me weer voor de gek te houden.
‘Weet ik ook wel jongen, maar ik zou geen probleem hebben met een zorgzame schoondochter.’
Mijn vader fronste zijn wenkbrauwen en keek mijn moeder aan met een blik van; ‘laat die jongen nou toch’. Toch zat hij ook te grijnzen naar me. Het was even stil. Het draaide in mijn hoofd. Dit was eigenlijk een schot voor open doel. De bal lag aan mijn voet. Lopen, Lau, maak het af! In mijn hoofd dribbelde de bal. Ik haalde uit en schoot.
‘Wat zou er mis zijn met een zorgzame schoonzoon?’
Stilte, vragende gezichten. Die zat. Bal in het net. Doelpunt! Een paar seconde stilte, overrompeling van de tegenstander.
‘Hoe bedoel je?’ vroeg mijn moeder voorzichtig.
‘Gewoon, zoals ik het zeg. Esther is al voorzien, en je hebt al een paar dagen tegen een zorgzame Luc aan gekeken.’
Mijn vaders mond viel open. Zijn mondhoeken krulde omhoog. Die zat nu te denken dat ik hun voor de gek aan het houden was. Mijn moeder niet. Haar feilloze moederinstinct wist wat ik bedoelde. Ze hoorde het aan de manier hoe ik het zei.
‘Meen je dat?’ vroeg ze en keek me aan.
Ik keek naar mijn voeten en knikte. Mijn vaders mond lachte niet meer. Die had nu ook wel door dat ik het serieus meende. Grapjes zijn leuk, maar als het serieus werd, had je zijn volle aandacht.
‘Ben je, ehhh, hoe zal ik het zeggen, verliefd op hem?’
Mijn moeders stem klonk onderzoekend. Ik knikte en keek nog steeds naar mijn voeten. Ik durfde ze even niet aan te kijken.
‘En hij?’ vroeg mijn vader. ‘Hij ook op jou?’
Ik keek omhoog, keek eerst naar mijn vader en daarna naar mijn moeder. Ik glimlachte. Ik voelde me trots, en ik knikte.
‘Ik ben even sprakeloos, Maarten,’ mompelde mijn vader.
‘Goh,’ zei mijn moeder met verbaasde stem, ‘Luc.’
Mijn vader keek me glimlachend aan.
‘Het verklaart wel een hoop’ zei hij spottend.
‘Sorry’ mompelde ik.
‘Waarom zou je dat zeggen,’ zei mijn moeder, ‘ben je gelukkig?’
Ik knikte stevig.
‘Ik voel me blijer dan ooit.’
‘Dat is toch alleen maar mooi, jongen.’
Ze stond op en gaf me een kus op mijn voorhoofd. Ze ging weer zitten en keek me aan.
‘Hoe lang al?’
‘Sinds die vrijdag voor mijn verjaardag,’ zei ik, ‘toen we een eind zijn gaan fietsen.’
Ik zag mijn vader rekenen.
‘Dus die avond dat wij naar Groningen waren dus ook al?’
Ik knikte.
‘We wilden het nog even rustig houden, maar na die avond begon het bij ons wel te knagen. Beetje schuldgevoel. We wilden het jullie wel vertellen.’
‘Snap ik best,’ zei mijn moeder. Ze keek me lachend aan. ‘Ik zeg het eerlijk, ik had het slechter kunnen treffen. Ik heb je al vaker gezegd dat ik Luc een aardige jongen vond.’
Ik voelde mijn ogen vochtig worden. De spanning van het moment kwam er uit. Mijn moeder stond weer op en legde een arm om me heen.
‘Hee, hoef je toch niet om te huilen,’ zei ze troostend, ‘het is toch heel mooi?’
Ik knikte en veegde wat tranen van mijn wang. Mijn vader stond op en aaide een keer over mijn hoofd.
‘En dan te bedenken dat wij ons zorgen hebben zitten maken in Groningen dat je een hele hoop vrienden uit zou nodigen. Alsof jullie daar zin in zouden hebben.’
Hij liep lachend de keuken in en kwam terug met een fles fris en een paar glazen.
‘Weten Luc’s ouders het al?’ vroeg mijn moeder.
Ik schudde mijn hoofd.
‘Nee, we hadden afgesproken dat we een geschikt moment zouden afwachten. Kunnen jullie nog even je mond houden? Hij wil het wel zelf vertellen.’
‘Natuurlijk,’ zei mijn moeder, ‘maar ik denk wel dat je er niet te lang meer mee moet wachten.’
Ik knikte.
‘Dat hadden we zelf ook wel bedacht. We dachten al wel dat jullie elkaar zouden gaan bellen als het bekend was.’
Ze lachte.
‘Daar wil ik het inderdaad wel eens met zijn ouders over hebben. Maar dat komt vanzelf een keer, Maarten, dat heeft niet echt grote haast.’
We dronken wat.
‘Weten Esther en Maarten en de rest het al?’
Ik knikte.
‘Een week later of zo, dat was helemaal niet geheim te houden in dat zwembad.’
Ze lachte.
‘Moet je Luc niet gaan vertellen dat we het nu weten?’ vroeg mijn vader ineens.
‘Eigenlijk wel,’ zei ik, ‘die valt om als hij het hoort.’
Mij vader lachte.
‘Vraag of hij hier heen komt vanavond.’
Ik keek hem aan, en daarna mijn moeder. Ze knikte.
‘Doe maar, hij zal zich wel niet op zijn gemak voelen, maar dan heeft hij het maar gehad. Bovendien, hij kent ons toch?’
Ik glimlachte en stond op. Ik liep naar de telefoon en belde hem.
‘Met Luc Wagenaar.’
‘Hoi,’ zei ik.
‘Hee, Maarten. Alles goed?’
‘Het gaat hier uitstekend,’ lachte ik, ‘heb je zin om hier heen te komen vanavond?’
‘Ehhh, jawel hoor. Wat is er? Ik hoor aan je stem, dat er iets is.’
‘Ze weten het, Luc.’
Korte stilte aan de andere kant.
‘Dat meen je niet.’
‘Jawel, Luc, ik heb het ze verteld.’
Hij gniffelde en zuchtte een keer.
‘Vertel, hoe ging het? Ze zitten hier allemaal buiten, dus ik wil alles horen.’
Ik vertelde hem het hele verhaal. Hij lachte.
‘Mooi man. En nu willen ze dat ik naar jullie toe kom?’
‘Yep. Nerveus?’
‘Ehhh, best wel. Jij niet dan?’
Ik grinnikte.
‘Ik ook wel, ja.’
‘Ik ben er over een half uurtje,’ zei hij en ik hoorde een kus.
Ik gaf er een terug.
‘Tot zo, Luc.’
Hij hing op en ik ging even zitten. Dat was goed gegaan. Het voelde goed, en eigenlijk had ik het ook wel kunnen weten dat mijn ouders er zo op zouden reageren. Maar spannend was het. Er was een grote last van mijn schouders gevallen. Ik zuchtte een keer en liep terug naar de tuin.
‘En,’ vroeg mijn vader, ‘komt hij nog vanavond?’
Ik knikte en lachte.
‘Je hebt hem toch niet te zenuwachtig gemaakt?’ vroeg hij lachend.
Ik haalde mijn schouders op.
‘Spannend is het wel’ zei ik.
De deurbel ging, en ik stond op. Mijn moeder was al in de keuken en was dus net even eerder bij de deur. Ik zag nog net dat ze even kort een arm om Luc heen sloeg.
‘Welkom, Luc,’ zei ze en we begrepen allemaal de extra betekenis van dat woord.
Luc keek me aan en lachte een beetje zenuwachtig. We liepen de tuin in en mijn vader stond op. Hij gaf Luc een hand en ging weer zitten.
‘Zo, schoonzoon,’ zei hij spottend.
Luc keek even verlegen naar hem en naar mij.
‘Ik moet zeggen, ik was wel verbaasd toen ik het hoorde,’ zei mijn vader. Hij keek Luc aan. ‘Maar ik ben wel blij dat Maarten het verteld heeft. Dat is een teken dat hij ons vertrouwd, en dat is een goed teken. Bovendien hebben jullie de laatste week wel laten zien wat jullie voor elkaar betekenen.’
‘Je bent een hele steun geweest, Luc, de afgelopen week,’ zei mijn moeder. ‘Niet alleen voor Maarten, maar op een of andere manier ook voor ons.’
‘Jullie ook voor mij hoor,’ zei Luc.
‘Je bent je rot geschrokken natuurlijk,’ zei mijn vader.
Luc knikte.
‘Ik had me de laatste week van de vakantie wel iets anders voorgesteld ja,’ zuchtte hij.
‘Is dit toch nog een mooie afsluiting’ zei mijn moeder en liep naar de koelkast.
Ik keek Luc even aan en glimlachte. Mijn moeder kwam weer terug en schonk de glazen in.
‘Hoe is het thuis, Luc?’vroeg ze.
‘Die weten nog van niets,’ zei Luc.
‘Komt wel,’ zei mijn moeder, ‘er komt vanzelf een moment dat je het er over kunt hebben, Luc.’
Hij lachte naar haar.
‘Ik denk het wel.’
‘Tot die tijd zal ik het er niet over hebben, dat snap je wel.’
‘Dank je, mam’ zei ik.
Mijn vader vond het wel genoeg geweest. Het hoge woord was er uit, hij begon over een ander onderwerp om ons weer wat op ons gemak te laten voelen. Zo ging de avond snel voorbij. Het werd tijd voor Luc om weer naar huis te gaan. Hij stond op en gaf mijn ouders allebei een hand.
‘Tot ziens’ zei hij.
‘Niet zo officieel, Luc,’ lachte mijn moeder, ‘je bent altijd welkom hier, dat weet je.’
Hij glimlachte. We liepen naar de gang en ik sloeg mijn armen om me heen. Mijn ouders kennende hoefden we niet bang te zijn dat de deur plotseling open zou gaan. Die begrepen het nu wel.
‘Viel het mee?’ vroeg ik.
Hij knikte en gaf me een kus.
‘Dit voelt goed, Maarten, je hebt fantastische ouders,’ zei hij.
Ik lachte.
‘Ik ben ook wel een stukje opgelucht moet ik zeggen.’
‘Nu nog bij mij thuis,’ zuchtte hij.
‘Dat komt vanzelf,’ zei ik, ‘als je vanmiddag tegen mij had gezegd dat ik het vandaag nog zou vertellen had ik je uitgelachen. En moet je ons nu zien.’
Hij kuste me en hield zijn mond op die van mij. Ik zocht met het puntje van mijn tong die van hem. Hij beantwoordde mijn zoektocht met een hartstochtelijke tongzoen. Mijn handen gingen door zijn haar, zijn kruis tegen die van mij gedrukt. Hij kreunde even zacht.
‘Maarten…’ zuchtte hij.
We kusten verder. Even alle tijd voor elkaar. Zijn handen lagen op mijn heupen en trok me nog dichter tegen mij aan. Eén hand verdween onder mijn shirt en streelde mijn blote rug. Siddering. Ik trok mijn been een stukje op, mijn voet langs zijn kuit.
‘Ik moet nu echt gaan,’ fluisterde hij.
Ik keek hem nog een keer diep in zijn ogen en liet hem los.
‘Ik kom morgen na school naar je toe.’
‘Is goed. Maarten komt ook met mijn rooster.’
‘Dat is waar ook, ja. Fiets ik wel met hem mee naar hier.’
‘Ik zie je morgen, Luc,’ zei ik zachtjes in zijn oor.
Ik kuste zijn wang.
‘Lekker uitslapen, jij,’ lachte hij.
‘Vergeet je wekker niet te zetten straks,’ gniffelde ik.
Hij prikte met zijn vinger in mijn zij. Ik lachte en gaf hem nog een kus. Ik deed de deur open en in de deuropening draaide hij zich nog een keer om. Hij kuste mijn mond.
‘Slaap lekker straks.’
‘Jij ook.’
Hij stapte op zijn fiets en reed weg. Dit voelde goed. Een gevoel van opluchting ook. Ik ging weer terug naar de tuin en ging bij mijn ouders zitten.
‘Wat denk je?’ vroeg mijn moeder.
Ik zat inderdaad wat voor me uit te staren.
‘Ik ben blij dat het verteld is,’ zei ik.
Ze glimlachte.
‘Wij ook, jongen,’ zei mijn vader. Hij klopte een keer met zijn hand op mijn knie. ‘En het is een aardige jongen.’
Ik keek hem lachend aan.
‘Dat is hij zeker, pap.’
Ik ging op tijd naar bed, ik was moe door het hele gedoe deze dag. Morgen gingen ze weer naar school, maar zo als ik me nu voelde was ik blij dat ik uit kon slapen. Ik voelde al mijn gewrichten weer, de stijfheid kwam weer terug in mijn lichaam. Ik ging in bed liggen en ontspande me. Diepe zucht. Echt lekker ging het niet, ik voelde overal spierpijn. Gelukkig viel ik snel in slaap, met in gedachten Luc dicht tegen mij aan.

D volgende middag kwamen Luc en Maarten al vroeg naar mijn huis. Ze waren vrolijk, het rooster zag er goed uit, niet te lange dagen, weinig saaie tussenuren. Luc en ik vergeleken de roosters van onze twee klassen, en we zagen dat we vaak tegelijk moesten beginnen en ook tegelijk weer klaar waren. Gunstig. Mijn moeder had die ochtend naar school gebeld, en verteld dat ik deze eerste week zeker niet naar school zou komen. Mijnheer de Jonge had mij nog gebeld deze ochtend. Hij was mijn mentor voor dit jaar, en vroeg me hoe het ging. Hij had ook nog gevraagd of Luc erg geschrokken was en daar hadden we samen om moeten lachen.
‘De Jonge heeft jou nog gebeld, hoorde ik,’ zei Luc.
Ik knikte.
‘Ik moest je beterschap wensen van hem’ lachte hij.
‘Weet hij het?’ vroeg Maarten verbaasd.
‘Jazeker, hij had ons al in de gaten tijdens jullie prachtige dansje in het gras. Hij had foto’s van ons gemaakt, en gezien dat wij die voor elkaar besteld hadden’ zei ik.
Luc lachte.
‘Hij sprak ons aan toen we die foto’s opgehaald hadden. Als er ooit problemen van komen met andere leerlingen, dan moesten we maar naar hem komen.’
‘Aardige vent, die de Jonge,’ zei Maarten.
‘Dat is hij zeker’ zei Luc.
Mijn moeder kwam thuis en liep de kamer in.
‘Hallo, Maarten,’ zei ze en ging naast Luc in de bank zitten. ‘Dag jongen’ zei ze en klopte een keer op zijn been.
Maarten keek mij vragend aan. Ik glimlachte.
‘Ze weet het’ zei ik.
Hij keek naar mijn moeder. Ze lachte naar hem.
‘Ja, Maarten, mijn zoon heeft het me verteld.’
Maarten lachte wat voor zich uit, en wist zich even geen houding te geven. Hij keek me nog een keer veelbetekenend aan.
‘Gaaf,’ zei hij toen en keek naar Luc.
‘Nee,’ zei Luc, ‘die van mij weten nog van niets. Maar dat zal niet lang meer duren.’
‘Jij liever dan ik,’ zei Maarten, ‘ik weet nog wel dat ik voor de eerste keer bij Marieke thuis kwam. Je kent haar vader, Lau, ik had het zwaar.’
Hij lachte.
‘Hij zal je aardig uitgeprobeerd hebben’ lachte ik.
‘Inderdaad, en je komt daar voor de eerste keer binnen, dus om nou meteen strakke opmerkingen terug te maken, dat doe je niet.’
Ik lachte.
‘Dat heb je later toch ruim ingehaald, of niet?’
‘Dat is zeker! We hebben de grootste lol samen, haar vader en ik.’
Luc lachte.
‘Niets zo erg als de eerste ontmoeting van Erik met Esther’s ouders.’
We schoten alledrie in de lach.
‘Zijn die zo erg dan?’ vroeg mijn moeder.
‘Nee,’ zei ik, ‘dat viel achteraf wel mee. Maar ze zijn een beetje streng. Toen ze hoorden dat Esther iets met Erik had, wilden ze hem ook meteen zien. Daar waren ze allebei behoorlijk zenuwachtig over.’
Mijn moeder lachte.
‘Ik kan me voorstellen dat zoiets bij een dochter anders is dan bij een zoon.’
Maarten lachte.
‘Net als die keer na dat schoolfeest, ze mocht het hele weekend de deur niet meer uit nadat ze jullie zoenend hadden betrapt bij de voordeur.’
Hij keek me aan en hield meteen zijn mond. Ik kreeg een aardig rode kleur en mijn moeder keek me indringend aan.
‘Ik geloof dat ik iets hoor dat ik nog niet wist,’ zei ze.
Ik zei maar even niets. Dodelijke blik richting Maarten. Die trok een ‘sorry’gezicht. Luc keek me grijnzend aan.
‘Ik zat er toch niet zo ver naast dan,’ zei mijn moeder veelbetekenend.
‘Haar ouders weten nog steeds niet dat ik het was,’ zei ik, ‘en dat laten we ook zo.’
Dat laatste zei ik wat harder, met een dringende blik naar Maarten. We lachten er om. Mijn moeder stond op en liep naar de keuken.
‘Ik zal jullie verder maar alleen laten, ik krijg zo veel te veel te horen,’ lachte ze.
‘En bedankt, Maarten’ zei ik toen ze weg was.
‘Sorry, het was er uit voor ik er erg in had.’
Luc lachte. Maarten stond op.
‘Ik moet maar weer eens gaan.’
Ik liep met hem naar de deur.
‘Sorry, nog maar een keer’ zei hij.
Ik lachte.
‘Ze heeft al een paar keer opmerkingen gemaakt over Esther, hoe leuk ze haar wel niet vond en zo. Als ze nog niets had geweten over Luc en mij, had ik een groter probleem gehad. Het zal nu wel meevallen.’
Hij lachte.
‘Ik zie je wel weer,’ zei hij en fietste weg.
Ik liep terug de kamer in en ging naast Luc op de bank zitten.
‘Zo,’ lachte hij, ‘ben je mooi verraden voor je moeder.’
Ik grinnikte.
‘Ik zei het net nog tegen hem, als ze nog niets geweten had over ons, had ik nu een groot probleem gehad.’
Luc lachte en kuste me.
‘Ik vind het heel vervelend, maar het wordt al laat, ik moet ook zo weg.’
‘Wat ga je morgen doen?’ vroeg ik.
‘Sportdag,’ zei hij, ‘dus met een beetje geluk kom ik morgenmiddag nog wel even hierheen. Ligt er maar aan hoe slecht we zijn.’
Hij lachte. Hij liep naar de keuken en groette mijn moeder.
‘Tot ziens, jongen,’ zei ze.
Luc keek er een beetje verlegen bij. We liepen de gang in en deden de deur dicht. Duidelijk voor mijn moeder, dacht ik zo. Ik sloeg mijn armen om hem heen en kuste hem lang.
‘Het wordt weer eens tijd dat je blijft slapen,’ zuchtte ik.
Hij lachte.
‘Inderdaad,’ zei hij, ‘ik wil wel weer eens lekker in jouw armen in slaap vallen.’
Hij kuste me en opende zijn mond. Mijn tong vond die van hem, mijn hand verdween onder zijn shirt. Afscheid van een paar minuten, voor het gevoel een veel langere tijd. Hij stapte op zijn fiets en zwaaide toen hij weg fietste. Ik liep terug de keuken in en zag dat mijn moeder lachte.
‘Wat hoorde ik nou ineens weer?’ vroeg ze spottend.
‘Dat was na dat schoolfeest, mam, en daarna kwamen we er allebei al snel achter dat verkering niet zou werken tussen ons. Maar ik heb er wel een hele goede vriendin aan over gehouden.’
Ze lachte.
‘Zat ik er toch niet zoveel naast dan.’
Ik gaf haar een duw.
‘Nee, dat zat je niet. Het had niet veel gescheeld of je had je zin gehad.’
‘Ik ben hier ook heel tevreden mee, Maarten.’
Ik sloeg mijn arm om haar heen.
‘Dank je, mam.’
‘Goh, dus je valt ook voor meisjes?’
‘Ja, maar Luc was eerder.’
‘Weet je,’ zei ze ineens heel serieus, ‘dat ik daar heel blij om ben?’
Ik keek haar vragend aan.
‘Nou, je had ook voor de makkelijke weg kunnen kiezen, gewoon een vriendin, maar dat heb je niet gedaan. Dat is voor mij een teken dat je heel bewust voor Luc hebt gekozen.’
Ik gaf haar een kus op haar wang.
‘Heb ik jou wel eens gezegd dat ik een hele fijne zoon heb?’
‘Nee, heb ik het wel eens gezegd dat ik een dijk van een moeder heb?’
Ik gaf haar weer een kus. Ze bloosde en zette het mes in een rode paprika.
‘Ik hoop maar dat Luc er ook zo over denkt.’
‘Dat doet hij, mam.’
Ze zuchtte een keer. Ik gaf haar nog een kus en ging naar mijn kamer.

De volgende middag ging de telefoon. Het was Luc.
‘Hee, hoe is het?’ vroeg hij.
Er was een hoop lawaai op de achtergrond.
‘Goed hoor, waar ben je?’
‘In de kamer van de conciërge. Mijn moeder vroeg of je zin had om bij ons thuis te komen eten vanavond. Ze wilde je wel weer eens zien, kijken hoe het met je gaat.’
‘Is goed, ik kom wel. Ik leen wel de fiets van mijn vader. Eens kijken of ik het nog wel kan.’
‘Oké, ik kom je wel ophalen, fietsen we samen naar mij thuis. Ik moet weer hangen!’
Hij praatte hard.
‘Ik zie je,’ zei ik en hij hing op.
Ik vertelde mijn moeder dat ik niet thuis zou eten en vroeg of ik mijn vaders fiets mee kon nemen. Dat was uiteraard geen probleem, en zo zat ik diezelfde middag nog bij Luc thuis. Zijn moeder bekeek me van top tot teen.
‘Je ziet er nog vrij heel uit,’ lachte ze.
Ik had een broek aan met pijpen tot aan mijn knieën en ze keek naar beneden.
‘Op die schaafwonden op jouw benen na dan.’
Ik lachte.
‘Nee, even serieus, Maarten, hoe gaat het?’
‘Het gaat wel goed,’ zei ik, ‘ik ben alleen nog snel moe, en ik voel dat ik een aardige klap gemaakt heb.’
Ze klopte een keer op mijn schouder.
‘Ik ben blij dat het zo goed is afgelopen.’
Zijn vader was wat later thuis en kon meteen aan tafel aanschuiven. Sven, Luc’s broer kwam naar beneden en ging ook aan tafel zitten.
‘Hee, Maarten,’ zei hij, ‘alles goed?’
Onverschillig als altijd. We zaten na het eten nog aan tafel wat te praten.
‘Je ziet er goed uit, Maarten,’ zei zijn vader, ‘ik had niet gedacht dat je zo snel hier weer aan tafel zou zitten.’
Ik glimlachte wat verlegen.
‘We schrokken wel toen we het hoorde,’ zei zijn moeder, ‘en Luc was helemaal zenuwachtig toen jouw ouders belden. Hij was meteen bezorgd en wou meteen naar je toe in het ziekenhuis.’
‘Het leek wel of je zijn homovriendje was,’ lachte Sven.
Luc zat naast mij en stootte met zijn knie tegen die van mij. Alsof hij wilde zeggen ‘zet je schrap, daar gaat ie’.
‘En wat dan nog!’ reageerde hij fel. ‘Wat dan nog als het mijn vriendje zou zijn?’
Stilte aan tafel, mijn hoofd werd rood. Het leek wel een herhaling van de avond bij mij thuis. Zijn moeder keek met een blik naar ons waarin ik meteen het moederinstinct herkende dat mijn moeder ook had.
‘Maak je nou een grapje, of is het ernst?’ vroeg ze, maar aan haar stem kon je merken dat ze al genoeg wist.
Ik keek naar de tafel. Goh, een geruit tafellaken. Ik vond alles interessant, als ik maar niet naar zijn ouders of Sven hoefde te kijken. Luc zei even niets.
‘Nee, ik maak geen grapje’ zei hij toen zacht.
Stilte aan tafel. Zijn vader was de eerste die wat zei. Tenminste, wat wou zeggen. Hij opende zijn mond, maar sloot die weer. Hij keek ons verbaasd aan.
‘Mag ik zeggen dat ik dat al dacht?’ zei zijn moeder.
Luc en ik zeiden niets. Wat moet je zeggen? Ik keek zijn moeder aan.
‘Ja,’ zei ze, ‘de manier hoe jullie met elkaar omgingen, hoe Luc over jou praatte. Hoe jullie met elkaar omgingen als jullie hier waren. Het zag er zo gelukkig uit.’
Ik bloosde. Sven zat alleen maar voor zich uit te staren. Hij zei helemaal niets. Je zag aan zijn gezicht dat hij na zat te denken. Heel hard na zat te denken. Zijn vader had zichzelf weer terug gevonden.
‘Vraag ik me toch af hoe lang dit al aan de gang is,’ zei hij.
‘Net voor de vakantie’ zei Luc.
‘Dus daarom was je zo stil op vakantie,’ zei hij.
Luc haalde glimlachend zijn schouders op.
‘Tsja,’ zei zijn vader en keek naar zijn vrouw, ‘wat zeg je op zo’n moment? Ehhh, welkom in ons gezin, Maarten?’
Ik glimlachte verlegen. Zo moet Luc zich dus twee dagen geleden bij mij thuis gevoeld hebben.
‘Weten jouw ouders het al?’ vroeg zijn moeder.
Ik knikte.
‘Afgelopen zondag heb ik het verteld.’
‘Dus daarom ging Luc ineens nog naar jou toe, zondagavond,’ lachte ze.
Ik lachte en keek Luc aan. Hij glimlachte naar mij. Zijn hand zat onder de tafel en kneep even in mijn been. Ik voelde me opgelaten, niet op mijn gemak. Zijn moeder stond op en ruimde de tafel af. Ik wou opstaan om mee te helpen maar ze legde haar hand op mijn schouder.
‘Blijf maar lekker zitten,’ zei ze.
‘Ik ben niet invalide hoor’ lachte ik.
‘Mag ik een beetje zuinig zijn op het vriendje van mijn zoon?’vroeg ze spottend.
We lachten. Ook Sven. Het ijs was gebroken. Zijn moeder kwam weer aan tafel zitten.
‘Wil ik toch eens kennis maken met jouw ouders,’ zei ze tegen mij.
‘Ik heb jouw moeder al een paar keer aan de telefoon gehad, vooral toen jij in het ziekenhuis lag, en nou wil ik ze wel eens zien ook.’
Ze lachte.
‘Daar denken ze bij mij thuis hetzelfde over’ lachte ik.
‘Ik zal ze eens bellen morgen,’ zei ze.
Luc glimlachte.
‘Ik ga weer naar boven,’ zei Sven droog.
Hij stond op en liep naar de deur. Bij de deur draaide hij zich weer om en keek naar Luc.
‘Sorry, broertje, voor die opmerking.’
Luc glimlachte. Sven liep terug naar de tafel en Luc stond op van zijn stoel. Sven sloeg zijn armen om Luc heen.
‘Sorry,’ zei hij nog eens.
Luc zei niets, maar ik zag aan zijn gezicht dat het hem raakte.
‘Shit,’ zei Sven, ‘heeft mijn jongere broertje nog eerder verkering dan ik.’
Hij lachte, en Luc lachte mee. Sven liep weer naar de deur, en sloeg een keer op mijn schouder toen hij mij voorbij liep.
‘Zwager,’ zei hij en keek me lachend aan toen hij de kamer uit liep.
Ik keek naar Luc en hij had het even moeilijk. Dat was goed gegaan, zelfs met zijn broer. Zijn ogen werden rood. Zijn moeder zag het en ze stond op.
‘Ik ga eens even thee zetten,’ zei ze en liep naar de keuken.
Ze kuchte een keer. Zijn vader keek ons nog eens lachend aan.
‘Ik kan me niet voorstellen hoe het voor jullie moet zijn geweest de laatste weken, maar ik hoop dat jullie blij zijn dat jullie het verteld hebben.’
‘Dat zijn we zeker,’ zei Luc.
Zijn vader keek nog steeds lachend naar ons. Hij zei niets meer. Hij liep ook naar de keuken, en gaf me een klopje op mijn schouder toen hij me voorbij liep. Dat voelde goed. Het voelde geaccepteerd. We gingen in de bank zitten en zijn moeder kwam terug met koffie en thee. Ze vroegen nog of de rest van de vrienden het al wisten en hoe die gereageerd hadden.
‘Ze weten het al een tijdje,’ zei Luc, ‘en ze gaan er goed mee om.’
‘Dat zijn vrienden, jongens,’ zei zijn vader, ‘ben daar trots op.’
‘Dat zijn we ook zeker,’ zei ik, ‘ik weet zeker dat ze altijd achter ons zullen staan.’
Verder ging het precies hetzelfde als bij mij thuis. Zijn vader begon over een heel ander onderwerp, en alles ging eigenlijk weer zijn gewone gang. Gespeeld zijn gewone gang. Iedereen zat er de hele tijd aan te denken maar wilde zo gewoon mogelijk doen. Toen ik naar huis ging deden we de deur naar de gang dicht, en zijn ouders snapte dat ze die even niet open moesten doen. Luc pakte me meteen vast en kuste me.
‘Ik hou van je Maarten,’ zuchtte hij.
‘Ik van jou, Luc.’
We draaiden onze tongen wild om elkaar. Ik maakte me na een paar minuten los en keek hem aan.
‘Ik ga ze thuis maar eens vertellen wat hier gebeurd is vanavond,’ lachte ik.
Hij glimlachte en kuste me.
‘Dat het eigenlijk zo simpel is gegaan,’ zei hij.
‘Zelfs met jouw broer,’ zei ik.
Hij zuchtte.
‘Dat was een verrassing,’ zei hij, ‘ik had niet gedacht dat hij er zo mee om zou gaan.’
Ik kuste hem.
‘Zo zie je maar,’ zei ik, ‘het kan allemaal meevallen.’
Hij glimlachte.
‘Ik ben gelukkig, Maarten.’
‘Ik ook, Luc, we zijn een hele grote stap verder.’
Hij deed de deur open en kuste me nog een keer.
‘Morgen excursie,’ zuchtte hij, ‘geen idee hoe laat we terug zijn.’
‘Zie maar,’ zei ik, ‘bel me anders maar even als je thuis bent.’
Ik kuste hem nog een keer en stapte op mijn vader’s fiets.
‘Veel plezier morgen,’ zei ik en fietste weg. Toen ik thuis binnen liep keek mijn moeder me aan met een vragende blik. Moederinstinct. Die zag dat er wat gebeurd was.
‘Vertel,’ zei ze.
‘Ze weten het,’ zei ik en vertelde daarna hoe het gegaan was. ‘Ze gaat je morgen bellen,’ eindigde ik het verhaal.
Ze glimlachte.
‘Opgelucht?’ vroeg ze.
Ik knikte. Het voelde goed, inderdaad.
‘Je ziet er moe uit,’ zei ze.
‘Ben ik ook, het was weer een spannende dag,’ zuchtte ik, ‘ik ga naar bed.’
Mijn ouders wensten me welterusten en ik ging naar mijn kamer. Ik trok mijn kleren uit en moest denken aan Luc, hoe hij naakt voor mijn bed stond en zich aankleedde terwijl ik lag te kijken. Het gevoel zat weer in mijn buik. Totale verliefdheid. Ik ging op mijn zij liggen en pakte een zakdoekje. Mijn paal was al hard en veel had ik niet meer nodig. Ik sloot mijn ogen en zag Luc voor me. Ik voelde zijn naakte huid tegen de mijne. Ik voelde de tinteling zich langzaam uitbreiden en kwam zuchtend klaar. Ik draaide me om en ontspande. Geluk, dat was wat ik voelde. Ik gleed weg in een diepe, tevreden slaap.

© 2004 Oliver Kjelsson