Nieuw begin (deel 10)

Print Friendly, PDF & Email

Ik vloekte, tierde. Liep onrustig door de kamer heen.
‘Ik ga hem zoeken, ik maak hem af!’ schreeuwde ik.
‘En daarom vertelden we het je hier pas,’ zei Suzanne. ‘Ga even zitten.’
Ze stond op en gebaarde naar de plek die ze achterliet. Ik liet me in de bank vallen, sloeg mijn arm om Nick heen. Hij zat nog steeds met zijn gezicht in zijn handen en liet zich tegen mij aan vallen. Ik kuste zijn kruin.
‘Hebben jullie de politie gebeld?’
‘Die zijn vanmiddag al geweest,’ zei Jack. ‘Hij is nu echt de lul, Wouter.’
‘Ik moet het nog zien,’ zuchtte ik.
Suzanne zette koffie op tafel. Daar was ik wel aan toe. Nick stond op, zocht zijn sigaretten.
‘Blijf maar zitten,’ zei Suzanne en zocht en asbak. ‘Vandaag mag het.’
Nick zakte weer terug in de bank. Hij had nog steeds helemaal niets gezegd. Gehaast stak hij zijn sigaret aan.
‘Dank je,’ zei ik.
‘Sorry,’ zei hij kort en hield zijn pakje voor mijn neus.
Ik glimlachte flauwtjes en stak er een op. Nick keek me even aan met lege ogen. Diep in zijn blik zag ik een vonkje. Hij legde zijn hand op mijn been en kneep.
‘Hij gaat er aan, Wouter,’ zei hij kort. ‘Wij gaan daar samen voor zorgen.’
‘Nick, geen domme dingen doen.’
‘Het is niet eerlijk. Hij maakt alles kapot.’
‘Hij heeft het goed voor elkaar nu,’ zei Jack. ‘Het hele dorp heeft er een mening over. De ene helft snapt het niet, de andere helft vindt jou een enorme lul.’
‘Als ik die advertentie had geplaatst hadden ze nog gelijk ook,’ zei ik.
Suzanne zuchtte een keer.
‘En de ouders van Jeroen?’ schrok ik ineens hardop. ‘Ik had ze vanavond nog willen bellen.’
‘Trudy en Ben zijn bij ze,’ zei Suzanne geruststellend. ‘Ze hebben ons al gebeld.’
‘Ik wil naar ze toe,’ zuchtte Nick.
‘Ik ga met je mee,’ zei ik meteen.
Nick kreeg ineens haast, dronk in één keer zijn koffie achterover en drukte zijn peuk uit.
‘Kom,’ zei hij.
‘Kom strak nog even terug,’ zei Suzanne, ‘even laten weten hoe het was.’
We liepen naast elkaar door het dorp heen, op weg naar Jeroen’s ouders. We moesten dwars over het plein. In de verte zagen we het terras van de kroeg al.
‘Eén keer raden waar ze het allemaal over hebben,’ zei Nick spottend.
Toen we schuin over het plein liepen keek ik even die kant op. Er was niemand die niet zat te kijken. Niemand praatte.
‘Weten ze nu in ieder geval dat het goed zit tussen ons twee,’ zei Nick terwijl we strak doorliepen.
Toen we de hoek om waren pakte ik zijn hand vast. Nick kneep meteen. Even keek hij me aan, gaf me een voorzichtige glimlach.
‘Hij laat me toch niet met rust,’ zei hij balorig. ‘Alleen kan ik hem niet aan. Ik heb je nodig.’
Als de hele situatie niet zo zuur was geweest had ik hardop gelachen. Typische manier van Nick om te zeggen dat hij me gemist heeft. Ik glimlachte en kneep in zijn hand. Ik voelde me beroerd van de spanning toen we aanbelden. Jeroen’s moeder deed zelf open. Ze huilde toen ze zag dat wij het waren.
‘Wat is dit toch allemaal,’ huilde ze toen ze ons beide vastpakte.
‘Ik weet het ook niet,’ zuchtte ik en drukte een kus op haar wang.
‘Kom snel verder,’ hervatte ze zich en duwde ons de huiskamer binnen.
Even zag ik een flauwe glimlach op het gezicht van zijn vader, blij om ons even te zien. Trudy hield me even vast. Kleine kus op haar wang.
‘Fijn dat jullie er even zijn,’ zei zijn moeder. ‘En samen.’
Nick keek verlegen. Hij snapte de opmerking.
‘Hoe gaat het?’ vroeg ik onnozel.
‘We kenden de verhalen,’ zei Jeroen’s vader, ‘dus we snapten meteen hoe het zat toen we de advertentie vanmorgen zagen.’
‘Ik hoop voor hem dat ik hem nooit tegen kom,’ zei Nick strak.
‘Die laat zich hier nu even niet zien, denk ik,’ zei Jeroen’s moeder.
Daar was ik niet zo zeker van. Hij was er gek genoeg voor. Sterker nog, het zou me verbazen als hij er niet was. Die wilde zien wat zijn actie voor effect heeft gehad.
‘Ik denk het ook niet,’ loog ik.
‘Doet ie verstandig aan,’ zei Nick grimmig.
‘Maar ik ben blij dat jullie weer samen zijn,’ zei Jeroen’s moeder.
We glimlachten een keer.
‘Nooit meer zo dom doen jij,’ zei ze plagend tegen Nick.
Nick keek weer verlegen, werd zelfs een beetje rood.
‘Jullie horen gewoon bij elkaar.’
‘Zeker op een dag als deze,’ vulde zijn vader aan.
Hij stond op. ‘Borrel,’ zei hij kort.
Hij zette een paar glaasjes op tafel en ging zitten. Zittend schonk hij ze vol. Kruidenbitter, wat anders.
‘Jongens,’ zei zijn moeder, ‘hij doet maar. Zolang wij maar weten hoe het zit kan hij ons niks maken. Ik laat het deze dag niet bederven. Ik wil door deze dag heen op mijn manier, en daar verandert hij helemaal niets aan.’
‘Daar drinken we op,’ zei Ben en hield zijn glas omhoog.
Iedereen volgde, Jeroen’s vader keek even omhoog.
‘Op jou, jongen,’ knikte hij met gebroken stem.
Ik keek even met hem omhoog en sloeg toen de inhoud van het glaasje achterover. Mijn keel en mijn ogen brandden.

‘Geloof je het zelf?’ zei Nick spottend toen we net weer buiten stonden.
‘Wat?’
‘Dat Jurgen hier niet is?’
‘Nee, ik weet wel zeker dat hij ergens rondhangt.’
‘Dat ik het niet zie.’
‘Ik ben blij dat ik even bij zijn ouders ben geweest.’
‘Zonder dat was het niet compleet geweest.’
‘Toch,’ zei ik nadenkend, ‘gaan ze er goed mee om.’
Nick knikte. ‘Kunnen wij nog wat van leren.’
Ik lachte. ‘Gewoon goed kijken en nadoen.’
Nick pakte mijn hand en liep zo met mij over het plein heen. Laat het terras maar kijken, al was het bijna helemaal donker. Lachend om de gezichten op het verlichte terras liepen we bij Jack en Suzanne de straat in. Geschrokken hield ik even mijn pas in. Ik zag de auto van Jurgen staan. Ik dacht na terwijl ik twijfelend doorliep. Moest ik net doen alsof ik hem niet zag? Moest ik het tegen Nick zeggen? Dat zou een rel geven, ik zou niet weten wat de gevolgen zouden zijn. Niets laten merken, niet laten escaleren.
‘Wouter?’ vroeg Nick. ‘Wat is er?’
Ik zei even niets, hij had het al gemerkt aan mijn houding.
‘Hij is hier he?’
‘Gewoon doorlopen Nick.’
‘Welke auto is het?’
‘Nick…’
Meer hoefde ik niet te zeggen. Ik zag op het trottoir een schim naar zijn auto lopen. Ineens gingen de koplampen aan en startte de auto. Hij reed weg. De schim trok een paal uit een tuin en ging midden op de straat staan.
‘O nee,’ hoorde ik de stem van Steven brullen, ‘hier blijven jij.’
Hij haalde uit en sloeg met de stok hard tegen de voorruit. Ik hoorde hem kraken, Jurgen trapte op de rem. Met een schok stond de auto stil.
‘Steven,’ hoorde ik Anne schreeuwen.
‘Krijg nou wat,’ siste Nick.
We stonden als versteend stil. Het ging allemaal heel snel. Steven liep naar de zijkant van de auto en trok het portier open. Ik hoorde Jurgen wat zeggen maar wist niet wat. Steven trok hem uit de auto, op de grond.
‘Nee!’ riep Jurgen.
‘Vuile klootzak,’ schreeuwde Steven en trapte.
Jurgen krijste. Steven trok hem omhoog en zette hem met zijn rug tegen zijn auto. Hij haalde uit, het hoofd van Jurgen schoot naar de zijkant. Aan de overkant van de straat renden Suzanne en Jack de straat op. Steven sloeg weer, in zijn maag deze keer. Hij bleef doorbeuken. Nick naast me kwam in beweging en rende er op af. Jack probeerde Steven al tegen te houden. Er gingen gordijnen opzij, voordeuren gingen open. Nick was al bij de auto.
‘Nick, kijk uit, niet doen!’ riep ik.
Suzanne riep ook wat maar kon hem niet tegen houden. Nick schopte, hoog tegen zijn been. Jurgen klapte dubbel. Nick haalde voor een tweede keer uit, richtend op zijn gezicht. Ik rende naar hem toe en kon hem net op tijd tegen houden. Jack had Steven van achteren vast.
‘Niemand komt aan Jeroen,’ blafte Steven terwijl hij naar Jurgen wees.
Die keek hem vanaf de grond verdwaasd aan.
‘Jeroen is heilig hier,’ ging Steven verder. ‘Vergeet dat nooit jongen.’
‘Rustig nou,’ zei Jack. ‘Het is hem wel duidelijk nu.’
Nick wrong in mijn handen.
‘Niet doen Nick, niet doen. Hou de eer aan jezelf.’
Jurgen probeerde op te staan om weg te komen. Hij had gemerkt dat zijn twee belagers vast werden gehouden door Jack en mij. Hij krabbelde overeind en wilde wegrennen.
‘Dat dacht ik niet,’ zei Suzanne, en duwde hem terug tegen zijn auto aan.
Steven rukte zich los en stormde weer op Jurgen af. Suzanne zette een stap achteruit, die kon hem niet tegenhouden. Worstelend rolden ze over de grond, waarbij ze allebei rake klappen uitdeelden. Nick stond er grijnzend naar te kijken. Mijn nagels drukten in zijn armen, die hield ik goed vast. Jurgen schreeuwde, Steven vloekte. Jack stond aan de jas van Steven te trekken om ze uit elkaar te halen. In de verte hoorde ik sirenes dichterbij komen. Natuurlijk, de buren hadden al gebeld. Jack bleef aan de jas van Steven sjorren.
‘Steven, kom op. Het is genoeg zo.’
‘Hij zal boeten,’ was het enige wat Steven mechanisch zei.
‘Nick, jij blijft hier staan,’ siste ik.
Ik ging Jack helpen, maar daar was geen beginnen aan. Jurgen en Steven hadden elkaar stevig vast. Blauwe flitsen schoten door de straat. Van twee kanten. Godzijdank. Hulp. De agenten vlogen uit de auto’s en renden op ons af. Steven liet meteen los, ging staan en deed zijn armen uit elkaar alsof hij wilde zeggen; “pak me maar, ik heb het gedaan”. Hij had een trotse blik in zijn ogen. Ik herkende de twee agenten die een paar weken geleden naar de tuin van Nick waren komen kijken. De twee andere pakten Steven rustig bij zijn arm en namen hem mee naar de auto. De twee bekende agenten keken een keer naar me, ik knikte.
‘Jurgen van Berkel?’ vroeg een van de agenten.
‘Ik wil aangifte doen van mishandeling,’ antwoordde hij.
‘Jij hebt even niets te willen,’ zei een van de twee zacht in zijn oor. ‘We hebben een aanhoudingsbevel met jouw naam er op. Jij gaat gewoon met ons mee.’
‘Ik ben gewond,’ probeerde hij nog in te brengen.
‘Gaan we eerste even naar het ziekenhuis. Laten we er even naar kijken. Even wondjes schoonmaken, zo gebeurd. Ze weten al dat we er aan komen. We zullen goed voor je zorgen.’
De agent stond achter hem en zei het spottend in Jurgen’s oor. Achter zijn rug klikten handboeien. Hij zag er niet uit, er liep wat bloed uit zijn neus. Hij had pijn, probeerde voorzichtig te hoesten. Nick stond ineens achter me, legde zijn hand op mijn schouder. De straat stond redelijk vol, zag ik ineens. Een agent praatte met wat mensen en nam wat getuigenissen op. Er kwam nog een politieauto de straat in rijden. Jurgen werd achter in de auto geduwd, met een klap sloeg de deur dicht. De agent kwam naar ons toegelopen.
‘Jullie kunnen nu maar beter naar binnen gaan. Jullie mogen morgen komen, maar voor de stevigheid van het proces verbaal willen we nu alleen getuigenissen van omstanders hebben. Jullie zijn te partijdig.’
‘En Steven?’ vroeg Anne zachtjes.
‘Die moet helaas mee. Het ligt er een beetje aan wat we horen van de mensen hier, maar als hij begonnen is zal hij een nachtje moeten blijven slapen.’
Anne zuchtte. Nick vloekte.
‘Hij is toch alles begonnen?’ zei hij fel terwijl hij naar de auto wees.
‘En daar komt hij ook niet meer mee weg. Die advertentie heeft hij via internet geplaatst en betaald met een eenmalige machtiging voor zijn eigen bankrekening.’ Even keek hij voor zich uit. ‘Dat heb ik niet gezegd,’ ging hij grijnzend verder. ‘Maar aan eigen rechter spelen zitten grenzen. Gezien de omstandigheden is jouw man morgen zeker weer thuis.’
Hij legde even zijn hand tegen de arm van Anne.
‘Bedankt,’ zei Jack tegen de agent en keek ons aan. ‘Kom, we gaan naar binnen.’
Langzaam gingen steeds meer mensen hun huis weer in. De sensatie was voorbij.

Anne huilde zachtjes toen we binnen waren. Suzanne zat naast haar, arm om haar heen.
‘Waar zijn de kinderen?’ vroeg ze zachtjes.
‘De buren passen even op ze,’ antwoordde Anne ontredderd, met haar handen op haar buik. Die was al flink gegroeid.
‘Wil je ze gaan halen? Blijf maar hier vannacht, je moet nu niet alleen in huis blijven. Jack?’
‘Ik rij wel even,’ zei hij en aaide Anne even over haar schouder. ‘Biertje kan straks ook nog.’
Anne herstelde zich en ging met Jack de deur uit.
‘Wat deden die ineens hier?’ vroeg Nick voorzichtig.
‘Jullie waren net weg toen ze belden. Ze hadden de advertentie ook gezien. Steven was laaiend, begreep ook wel dat jij hier niet achter kon zitten.’
Nick zuchtte. ‘Wat een zootje.’
‘Ik vraag me af hoe lang die Jurgen hier in de straat heeft gestaan?’ vroeg Suzanne.
‘Hij zal mijn auto wel hebben zien staan. Toen Nick en ik naar Jeroen’s ouders gingen was hij er in ieder geval nog niet.’
De bel ging. Suzanne kwam met Bram en Rita terug de kamer in.
‘Hij heeft zijn auto flink geraakt,’ begon Bram meteen.
‘Staat die er nog dan?’ vroeg Nick.
Bram knikte. ‘Met een politieauto er bij. Die zullen nog wel met verschillende mensen aan het praten zijn.’
‘Toeval dat jullie hier zijn?’ vroeg ik spottend.
‘Wat denk je? Hier in dit dorp? De buren kwamen ons vertellen dat Steven hier opgepakt was, samen met die collega van je.’
Ik schudde een keer lachend mijn hoofd, Nick zuchtte geërgerd.
‘Ging Steven echt zo door het lint, of overdreven onze buren?’
‘Ik denk het niet,’ zei Suzanne, ‘zo heb ik hem in ieder geval nog nooit gezien.’
‘Straks komt Anne weer terug,’ zei ik, ‘laat dat stukje van het verhaal dan maar even rusten.’
‘Erg over de rooie?’ vroeg Rita.
‘Net zo geschrokken en verbaasd als wij, denk ik,’ zei Suzanne. ‘En bezorgd. Ze houden hem waarschijnlijk een nachtje.’
‘Shit,’ siste Bram.
We keken op van oranje lichten die door de straat flitsten. We stonden voor het raam naar buiten te kijken hoe de auto van Jurgen opgehaald werd. Jack en Anne kwamen net de straat in rijden en stapten uit. De twee kinderen keken met slaperige oogjes naar het hele gebeuren. Ze kwamen binnen. Suzanne schonk nog wat in voor de twee kleintjes. Achter op een vrachtwagen reed Jurgen’s auto de straat uit.
‘Vrachtauto,’ wees de kleinste naar buiten.
‘Is die auto kapot, oom Jack?’ vroeg de oudste.
‘Een beetje maar,’ reageerde hij droog.
Hij keek even naar Anne en knipoogde. Die probeerde terug te glimlachen.
‘Kom jongens, even drinken opdrinken en dan gaan jullie slapen,’ zei ze zacht.
Ze deden wat er gezegd werd. Jack en Suzanne kregen een kus, de rest een verlegen zwaaihandje.
‘Ik help even met de bedjes,’ zei Jack.
‘Ik ben nu wel heel erg toe aan bier,’ zei Nick.
Suzanne glimlachte. ‘Asbakje er bij?’
‘Ik ga wel buiten zitten,’ zei hij en stond op.
Samen liepen we naar buiten. Dicht naast elkaar zaten we op het muurtje, flesje bier in de hand. Nick keek een keer naar boven.
‘Bewolkt, geen sterren,’ zei hij droog.
Ik kuste zijn wang.
‘Sorry voor de afgelopen weken,’ zei hij zachtjes.
‘Misschien was het wel goed zo,’ zei ik. ‘Ik heb het hem laten weten dat we uit elkaar waren, gewoon om te kijken wat hij dan zou doen. En ik hoopte dat hij jou in ieder geval met rust zou laten.’
‘Suzanne vertelde het me, ja.’
Ik glimlachte.
‘Nou, we weten het nu,’ ging hij verder.
‘Hij is helemaal gek.’
‘Morgen naar het bureau. Aangifte doen. Ik wil een straatverbod of, nog beter, een dorpverbod.’
‘Als dat zou kunnen,’ grinnikte ik.
Nick dronk zijn flesje verder leeg. ‘Kom, we gaan er nog eentje halen.’
‘En na die aangifte…,’ hield ik hem tegen.
‘Wat?’
‘Gaan we ergens een weekje vakantie boeken. Ik wil even weg van alles. Alleen wij tweeën.’
Nick stond voor me, legde zijn handen op mijn schouder en bukte.
‘Goed idee,’ kuste hij me.
Ik gooide mijn armen om zijn nek en trok hem dicht tegen me aan. Bijna vielen we achterover. We zoenden. Lang, rustig.

‘Hebben jullie er al eentje op?’ vroeg Jack toen hij weer beneden kwam.
‘We hadden dorst,’ zei Nick.
‘Doe mij er ook maar eindelijk eentje,’ zei Jack. ‘Het is al laat.’
Jack trok een flesje open. De telefoon van Anne ging over. Iedereen keek haar aan. Ze nam op met een verbaasd gezicht. Het was al na twaalven.
‘Hoi! Ben jij het! … Nee, ik zit bij Jack. … Ik en de kinderen blijven er ook slapen. … Wat?! … Momentje.’ Ze keek Jack aan, er liep een traan over haar wang. ‘Jack, ze laten hem gaan. Kun jij hem mee gaan halen?’
Iedereen veerde op, ging rechter zitten in zijn stoel. Jack glimlachte en knikte.
‘Natuurlijk,’ zei hij en zette zijn flesje neer. ‘Maar daarna pak ik eindelijk een biertje, broer!’ riep hij lachend naar de telefoon.
Anne glimlachte door haar tranen heen. ‘Heb je het gehoord? … We zijn er zo,’ zei ze zacht en hing op.
Nu huilde ze echt. Jack stond op en pakte zijn autosleutels. Samen met Anne vertrok hij weer. Iedereen keek elkaar aan.
‘Dit gaat laat worden,’ zei Nick.
‘Jeroen weet er ieder jaar weer iets speciaals van te maken,’ zei Bram.
Suzanne keek hem strak aan, ik schoot in de lach. Knipoogde naar Bram. Nick kneep een keer in mijn been. We keken elkaar tevreden aan. Licht aan de horizon. Het einde van de ellende in zicht.

Steven werd enthousiast binnen gelaten. Anne kwam er stil maar lachend achteraan.
‘Morgen moet ik terug komen,’ begon hij te vertellen. ‘Ik ga er niet mee wegkomen.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Dat moet dan maar. Ik kan nog steeds niet zeggen dat ik er spijt van heb.’
Nick glimlachte.
‘Toen ze mijn verklaring hadden opgenomen kwam die agent ineens naar me toe in mijn cel. “Ga maar naar huis, jouw vrouw en kinderen hebben je nodig” zei hij. Ik moest beloven morgenochtend om 10 uur weer terug te zijn.’
‘Valt me nog mee,’ zei ik.
‘Mij ook,’ zuchtte hij.
‘Biertje,’ vroeg Jack.
‘Ik weet niet,’ zei Steven en keek Anne aan. ‘Staat de auto nog thuis?’
‘Steven,’ protesteerde Jack, ‘je gaat nu de kinderen niet meer uit bed halen. Jullie blijven hier vannacht.’
Ik zag hem even nadenken maar hij gaf snel toe. Iedereen praatte door elkaar, er werd gespeculeerd wat voor straf Steven boven het hoofd hing en wat er met Jurgen zou gebeuren. Nick ging nog even naar buiten. Ik ging mee.
‘Alles weer bij het oude,’ zei Nick toen hij even naar binnen keek.
‘Gelukkig wel.’
We zagen Steven opstaan en naar de schuifpui lopen. Hij trok hem langzaam open en kwam bij ons zitten.
‘Jongens,’ zei hij voorzichtig als groet.
‘Sigaretje?’ vroeg Nick spottend.
‘Nee, dank je,’ lachte Steven, ‘smerige troep.’
Ik stak er nog eentje op.
‘Misschien ging ik te ver, maar ik heb er geen spijt van,’ zei Steven ineens.
‘Hij verdiende het,’ zei Nick kort.
‘Goed dat het nooit wat geworden is vroeger tussen jullie,’ zei Steven tegen mij.
‘Inderdaad,’ zei ik.
‘Hij zou het van Jeroen nooit begrepen hebben,’ praatte hij voor zich uit.
‘Snap je het nu van Nick en mij?’
‘Nu wel.’
Nick sloeg hem een keer zacht op zijn rug.
‘Jullie zijn het beste wat Jeroen zich had kunnen wensen.’
‘Amen,’ zei Nick zacht.
Samen keken we omhoog. De wolken gingen iets uit elkaar. Boven ons fonkelde een ster.
‘Het is goed zo,’ zei Steven.

De volgende dag gingen we allemaal samen richting het bureau. Steven werd meteen apart genomen, de rest moest wachten. Iedereen moest een verklaring afleggen waarbij al snel duidelijk werd dat Nick nog problemen kon krijgen met die trap die hij uitgedeeld had. Jurgen had blijkbaar alles al in detail verteld. Daarna kwam onze aangifte aan de beurt. Nick en ik moesten samen alles nog een keer uit de doeken doen, van het begin op mijn werk tot aan de advertentie die Jurgen geplaatst had. Alle dossiers werden er weer bijgehaald. Het resulteerde in een verzoek voor een straatverbod, zowel bij mij thuis als bij Nick. De agent waarschuwde ons wel dat het allemaal even kon duren. En we moesten er rekening mee houden dat Jurgen ook weer gewoon rond zou lopen. De agent gaf zijdelings maar toch erg dringend de goede raad mee om het niet nog een keer zo uit de hand te laten lopen, zoals de afgelopen avond. We zouden er nog van horen. Eenmaal terug thuis pakte Nick de telefoon. Binnen een paar minuten had hij een bungalow op de Veluwe geregeld. Waar anders?

Het was chaos geweest, het hele weekend. De advertentie, de vechtpartij in de straat, de volgende dag op het bureau, de aangifte… Ik ging doodmoe naar huis aan het eind van de zondag. Maar met een vooruitzicht op een weekje vakantie, Nick en ik. Nog een weekje werken, daarna zouden we een hele week voor onszelf hebben. Onze eerste vakantie samen. Ik was er minder nerveus voor dan voor die eerste vakantie met Jeroen. Gek eigenlijk. Moe, maar toch op een of andere manier voldaan viel ik zondagavond in slaap. De volgende dag heb ik eerst alles moeten vertellen aan Jan, die zag al meteen aan mijn gezicht dat er van alles gebeurd was. Hij was blij voor me vooral, dat het weer goed zat tussen Nick en mij. Uiteraard was de week vakantie geen probleem. Nick belde me toen ik op weg was naar huis, die maandag. Gewoon, even bellen, even elkaars stem horen. Ondertussen reed ik mijn straat in. Ik zag Jurgen’s auto staan. Er schoot en schok door me heen, maar ik probeerde Nick niets te laten merken.
‘Nick, ik ga je hangen, ik ben thuis.’
Is goed,’ reageerde hij vrolijk.
Hij trapte er in. Dit regelde ik zelf wel. Ik stapte uit en zag de deur van Jurgen’s auto open gaan. Hij stapte uit en liep naar me toe. Wat moest ik doen? Snel naar binnen gaan en de deur dichtsmijten? Ik besloot om te blijven staan. Er waren meer mensen op straat, wat kon me gebeuren? Ik schrok van zijn gezicht. Opgezette kaak, een oog helemaal rood. Hij liep bedachtzaam.
‘Wat moet je?’ ging ik meteen in de aanval.
‘Praten.’
‘Ik heb je niets te zeggen.’
‘Die vrienden van je gaan hangen. Ik heb aangifte gedaan van mishandeling.’
‘Ja, en?’ speelde ik cool. ‘Vertel eens wat nieuws.’
‘Jullie gaan hier voor boeten.’
Ik ging me steeds sterker voelen. ‘Je ziet er inderdaad goed uit,’ grijnsde ik.
‘Hier komen ze niet mee weg,’ ging hij verder.
‘Weten we allang, Jurgen. Hebben ze ons allemaal verteld op het bureau eergisteren. Waar we trouwens ook alles over die advertentie hebben verteld, en alles wat daarvoor gebeurd is.’
‘Jullie kunnen niets hard maken.’
‘O nee?’
Even flitste de opmerking van die agent over die rekening van de advertentie door mijn hoofd; “dat heb ik niet gezegd”. Opletten, niet teveel zeggen nu.
‘Ik meende die agent te horen zeggen daar op straat dat ze een aanhoudingsbevel hadden met jouw naam erop.’
Jurgen bleef even stil.
‘Hoe zou dat nou toch komen?’ vroeg ik sarcastisch.
Jurgen wou nog wat zeggen maar ik was hem voor.
‘Jij blijft nu gewoon uit mijn buurt,’ zei ik en gaf hem een zachte duw.
Jurgen siste lucht tussen zijn tanden naar binnen.
‘Doet het allemaal nog een beetje zeer?’
Dodelijke blik terug. ‘Jij bent nog niet van me af,’ zei hij kort.
Ik draaide me om en liep naar mijn huis. ‘Dag Jurgen.’
Toen ik de deur achter me sloot zuchtte ik een keer diep. Hij was gek, maar nu nog kwaad ook. Ik vroeg me af wat hij nog meer van plan was.

Nick was het hele weekend bij mij. Maandag zouden we weggaan. Ik had er al een hele tijd goede zin van, al werd het gevoel wel erg verstoord door Jurgen die overal opgedoken was de afgelopen week. We sloten ons een beetje op in mijn huis. Als hij in zijn auto wilde leven dat deed hij dat maar. Maandagochtend laadden we alles in Nick zijn auto. Nick was de laatste tas in de auto aan het zetten, ik ruimde de laatste dingen in mijn huis op. Hij kwam vloekend terug naar binnen. Ik keek hem vragend aan maar kon wel raden wat er aan de hand was.
‘Jurgen staat met zijn auto in de straat,’ zei hij geërgerd.
‘Verbaast me niks,’ zei ik rustig.
‘Jij doet er nog al gewoontjes over. Als hij ons gaat volgen, weet ie waar we zijn.’
Ik had er al rekening mee gehouden en ik had allang een plan klaar.
‘Nick, ik denk er niet luchtig over, maar om eerlijk te zijn had ik dit wel verwacht. Kom, we gaan.’
‘Ik ga hem vertellen dat ie nog een keer zo’n behandeling kan krijgen als hij ons gaat volgen.’
‘Dat doe je niet. Je hebt al een aanklacht aan je broek hangen.’
‘Wat moeten we dan?’ vroeg hij toen we instapten.
‘Gewoon wegrijden. Wij zijn met z’n tweeën, dit wint ie nooit.’
Nick keek me vragend aan.
‘Vertrouwen Nick, vertrouwen. Gewoon naar het station rijden.’
‘Station?’ Hij keek me verbaasd aan en begon toen te glimlachen. ‘Jij hebt hier over nagedacht?’
Ik knikte alleen maar. Ik ging voorover hangen en zag in zijn buitenspiegel dat Jurgen een paar auto’s achter ons reed.
‘Die denkt echt dat hij ons weekje kan verneuken,’ grinnikte ik. ‘Als dit lukt ga ik heel zat worden vanavond.’
‘Wat ga je doen?’
‘Ik stap uit bij het station, jij rijdt door. Ik gok er op dat hij mij blijft volgen. Jij rijdt door naar eh…’
‘Naar waar?’
‘Weet ik veel. Ken je Eindhoven?’
‘Eindhoven? Een beetje.’
‘Dat ligt een beetje in de buurt en het heeft geen moer met de Veluwe te maken. Daar kun je voor het station stoppen. Ik zie je daar weer.’
Nick lachte. ‘Jij bent ziek.’
‘Goed idee of niet?’
Nick lachte nog steeds.
‘Als hij jou achterna gaat rijden dan zien we wel. Maar ik ben er zeker van dat hij mij blijft volgen. Jij zet me af op het station en rijdt zogenaamd gewoon naar huis, van mij wil hij weten wat ik ga doen.’
‘Straks blijft hij voor het station staan tot je weer terug komt.’
‘Kan ie lang wachten,’ zei ik droog.
Nick draaide de auto op het plein voor het station.
‘Hij staat een eindje achter mij.’
‘Mooi,’ zei ik. ‘Tot straks, schat, bedankt voor de lift.’
Ik gaf hem een kus, Nick lachte. Ik stapte uit en zwaaide Nick na toen hij wegreed. Jurgen’s auto kwam weer in beweging. Even dacht ik dat hij Nick achterna ging maar hij draaide snel een parkeervak in. Bingo. Ik treuzelde, kocht een tijdschrift in het winkeltje, ik wilde zeker weten dat hij niet achter Nick aan ging. Jurgen kwam aan lopen, keek rond waar ik was. Mooi, Nick was nu ver genoeg weg. Ik liep naar de kaartjes automaat en ineens stond hij vlak achter me.
‘Sodemieter op,’ siste ik.
‘Ik mag toch wel net als iedereen een treinkaartje kopen?’
Die irritante onschuldige blik. Ik kookte. Ik ging zo staan dat hij niet op het schermpje kon zien waar ik heen ging. Jurgen bewoog wat, deed moeite om mee te kijken. Eikel. Waar haalde hij eigenlijk het lef vandaan?
‘Mag ik even wat privacy?’ vroeg ik voor me uit.
‘Ik doe niks,’ reageerde hij luchtig achter me.
Ik pakte het kaartje achter het klepje vandaan en draaide me geërgerd om. Er knakte iets in me. Hij kon het hebben van me.
‘Hier,’ blafte ik, mijn kaartje voor zijn neus duwend, ‘Eindhoven. Goed kijken. Ik ga naar EIND-HO-VEN!’
Er keken wat mensen verbaasd naar ons. Ik draaide me weg van het rode hoofd van Jurgen en liep naar het perron. Ik was er zeker van dat hij nu een kaartje aan het nemen was. Ik hoopte maar dat hij niet gezien had dat ik een enkele reis genomen had. Inderdaad, daar was hij weer. Stak net zijn kaartje in zijn zak. Die was echt van plan om mij de hele tijd in de gaten te houden.

Hoe dan ook, hij bleef op een brave afstand. Ging een coupe verder zitten. Af en toe keek ik door het gangpad en zag hem iedere keer kijken, door het glas van de deur heen. Hij hield me goed in de gaten. Geen ontkomen aan. Ik bladerde wat door het tijdschrift heen, ik had de tijd nog wel even. Mijn telefoon piepte. Nick. Hij was er al. Ik typte snel een berichtje terug dat ik nog een minuut of tien onderweg was. De speaker vertelde me krakend dat het volgende station Eindhoven was. Ik keek, hij was al opgestaan. Ik liep de andere kant op en wachtte tot de deuren open sisten. Ik sprong op het perron en liep naar de trap. Jurgen kwam achter me aan. Ineens draaide ik me om.
‘Ga je dit nog lang volhouden?’
‘Wat ga je doen in Eindhoven eigenlijk?’ vroeg hij.
‘Winkelen,’ zei ik. ‘Mag dat?’
‘Tuurlijk,’ zei hij.
‘Mooi,’ zei ik kort en draaide me weer om.
‘Wouter,’ hoorde ik achter me, ‘ik wil met je praten. Geef me die kans. Laten we ergens wat gaan drinken. Ik betaal.’
‘Vergeet het,’ zei ik, ‘die kans heb je verspeeld.’
We liepen het station uit. Ik zag Nick al staan.
‘Wouter? Alsjeblieft?’
‘Na die misselijke streek met die advertentie? Denk je dat nou echt? Je bent te ver gegaan, Jurgen, veel te ver. En nou laat je me alleen.’
Ik draaide me om, Jurgen bleef staan en keek me na. Ik liep naar de auto, Nick startte de motor al. Ik trok de deur open en keek naar Jurgen. Die keek alleen maar verbaasd. Daarna kwaad. Hij had door dat we hem te pakken hadden. Dat het een opgezet plan was. Ik had hem van zijn auto weggelokt, hij kon niets meer. Ik glimlachte spottend naar hem.
‘Heb je die gek meegenomen?’ vroeg Nick kwaad.
‘Tuurlijk,’ lachte ik. ‘Had jij dat verbaasde gezicht van hem willen missen?’
Nick grijnsde en keek over zijn schouder om weg te rijden. Ik legde mijn hand op zijn been en keek nog even naar Jurgen die ons kwaad na stond te kijken.
‘Nick?’
‘Ja?’

‘Steek jij je middelvinger op, of doe ik het?’

© 2006 Oliver Kjelsson