Nieuw begin (deel 11)

Print Friendly, PDF & Email

Met een diepe zucht lieten we ons op bed vallen. Het was een beetje chaotisch begonnen, onze vakantie, maar we waren nu echt alleen. Onze bagage stond nog midden in de woonkamer, op de bank. Nick had het bed opgemaakt en had mij met zich meegetrokken, in een vrije val. Hij kuste me. Ik wreef met mijn neus langs zijn wang en kuste hem in zijn nek.
‘Dit voelt goed,’ grinnikte hij.
‘Tot vrijdag helemaal alleen, wij tweeën.’
‘Die kop van hem,’ lachte hij.
Ik zag het gezicht van Jurgen weer voor me toen hij me in de auto van Nick zag stappen op het station van Eindhoven. Samen lachten we. We lagen op onze rug naar de lamp te kijken.
‘Rust,’ zuchtte Nick.
‘Rust,’ beaamde ik.
‘Ik zag het vanmorgen even niet meer zitten.’
‘Ik had er al rekening mee gehouden,’ grinnikte ik.
Ik was ineens moe. Alle spanning van de afgelopen tijd viel ineens van me af. Ik kroop tegen Nick aan en sloot mijn ogen.
‘Even een uurtje,’ fluisterde ik. ‘Niet langer.’
In de verte hoorde ik Nick nog glimlachen.

Jeroen lachte naar me. Boog zich naar me toe en kuste me. Het bed van de bungalow kraakte, zakte ook vreselijk door. Het deerde ons niet. Jeroen kroop dicht tegen me aan en hield me vast. Hij was mager, zijn ribben drukten tegen mijn rug. Ik draaide me om in zijn armen en kuste hem. Zijn ogen lagen diep, zijn wangen waren ingevallen. Maar zijn glimlach was nog altijd dezelfde. Daar kreeg ik nog steeds een week gevoel van in mijn buik. Ik sloot mijn ogen, hield hem stevig vast. Langzaam viel ik in slaap.

‘Wakker worden,’ kuste hij me wakker.
Traag opende ik mijn ogen en keek in de ogen van Nick.
‘Lekker geslapen?’
Ik haalde mijn schouders op. Ik droomde steeds vaker over Jeroen de laatste tijd. In begin vond ik het niet zo verontrustend, maar iedere keer werd ik er op een rare manier wakker van. Ik knikte glimlachend naar Nick.
‘Hoe lang heb ik liggen slapen?’
‘Uurtje of twee.’
‘Ah nee, Nick, had je me niet eerder wakker kunnen maken?’
Hij lachte. ‘Je lag zo lekker. Bovendien ben ik even weg geweest. Ik heb een tafel gereserveerd hier in het restaurant. Over een uur kunnen we gaan eten.’
Ik kuste hem nog half slaperig. Hij gooide zijn hand een keer door mijn haar, gaf een kus op mijn voorhoofd. Ik rekte me uit en ging op bed zitten. Ik was er weer. Terug in het heden.

Het weer zat niet echt mee. Het was de hele week bewolkt, met af en toe een buitje. Het maakte ons niet uit. We waren weg van alles, onbezorgd weekje. Al was de bui op dinsdag wel heel erg. We hadden gegeten in het restaurant bij de parkeerplaats. Toen we terug liepen naar het park begon het te gieten. Totaal doorweekt kwamen we terug bij het huisje. In het begin hadden we nog gerend, maar toen het water door onze kleren begon te dringen waren we daar ook maar mee opgehouden. Het had geen nut. Lachend vielen we bijna met de deur binnen.
‘Ik heb het koud,’ zei Nick terwijl hij zijn natte jas op een stoel hing.
Ik zette de verwarming aan. We trokken onze natte kleren uit in de slaapkamer en hingen ze te drogen. Nick stond achter me en legde zijn handen tegen mijn billen. Ik schrok van zijn koude handen.
‘Ik wil een warm bad,’ rilde ik.
Nick liep voor me uit en draaide de kraan open. Hij gooide wat badzout in het water en voelde met zijn hand hoe de temperatuur was. Hij ging zitten en stak zijn hand uit.
‘Loopt vanzelf vol,’ lachte hij.
Ik zat met mijn rug tegen zijn borst, zijn handen streelden mijn buik. Mijn spieren ontspanden zich met het stijgen van het water. Nick draaide de kraan dicht toen het water tot de rand stond en ging wat verder onderuit liggen. Hij legde zijn hoofd op de rand en liet een diepe zucht.
‘Dit is lekker,’ zei hij zacht.
Ik ontspande me. Nick’s vingers bewogen wat maar verder lagen we stil. Hij kuste het randje van mijn oor. We sliepen bijna. Het water werd wat kouder.
‘Warm water er bij, of gaan we er uit?’ vroeg ik.
‘Er uit,’ zei Nick.
Hij liet het water weglopen en gaf me een handdoek. Nick droogde zich snel af en verliet de badkamer. Ik was een beetje verbaasd, wilde dicht tegen hem aankruipen in één handdoek. Ik droogde me verder af en verliet de badkamer. Nick had de gordijnen in de woonkamer dicht gedaan en was bezig de open haard aan te steken. Hij was nog steeds naakt. Zijn handdoek lag op een hoopje op de bank. Ik glimlachte. Het was warm in de kamer, en redelijk donker.
‘Momentje, knipoogde hij en liep naar de slaapkamer.
Ik hoorde een hoor gerommel.
‘Wat ben je aan het doen,’ lachte ik.
Nick kwam terug met het matras, legde die voor de open haard en maakte het bed weer op. Ik trok een fles wijn open en schonk twee glazen in. Nick ging in bed liggen en stak zijn arm omhoog toen ik hem het glas aanreikte. Ik kroop naast hem onder het dekbed en kuste hem. We zoenden. Nick kroop dicht tegen me aan, streelde mijn rug. Ik drukte mijn heupen tegen die van hem, voelde zijn harde kruis. Zijn hand gleed tussen ons in en trok ons tegelijk met één hand af. Mijn tong draaide wild om die van hem. Ik bewoog mijn heupen heen en weer, hij hield zijn hand stil, liet mijn paal langs die van hem glijden. Hij kreunde in mijn mond. Hij kuste me, duwde zijn gezicht in mijn nek. Hij beet zachtjes, likte langs mijn schouder. Ik gooide mijn hoofd in mijn nek, begroef mijn handen in zijn haren. Hij kuste mijn borst en ging steeds verder naar beneden. Hij likte langs mijn eikel en de hele lengte. Traag gleed ik in zijn mond. Zijn tong likte aan de rand van mijn eikel. Ik kreunde, lag met holle rug en open mond met mijn ogen dicht.
‘Kom hier,’ fluisterde ik en trok zijn hoofd weer voor mijn gezicht. Hij lag op me, keek me aan en kuste me. Ik sloeg mijn benen om zijn middel. Even keek hij me weer aan en stond toen op. Hij rende naar de slaapkamer en was binnen een paar tellen terug. Ik grijnsde, wist wat hij was gaan halen. Vandaag was ik voor hem. Hij lag snel weer op me, kuste me weer. Ik hield zijn kus vast, drong mijn tong tussen zijn lippen. Mijn voeten wreven over zijn onderrug. Hij zat hard tussen ons in, bewoog traag heen en weer. Ik deed mijn benen nog wat verder omhoog, voelde zijn harde paal tegen mijn billen. Nick graaide naast het bed naar een condoom. Ik deed het snel bij hem om, glijmiddel, niet te lang over doen. Ik wilde hem. De hele avond en nacht als het moest. Nick leunde op zijn hand, keek naar beneden en richtte met zijn andere. Ik voelde hem tegen mijn gaatje, ontspande. Met wat druk schoot zijn eikel naar binnen. Ik zuchtte diep, mijn hoofd in mijn nek, holle rug. Traag gleed hij een stukje door, daarna weer terug. Ik keek hem aan, hield zijn hoofd met twee handen vast. Nick steunde met gestrekte armen boven me, keek me diep in mijn ogen aan. Hij gleed weer naar binnen, steeds dieper. Even hield hij stil toen hij er helemaal in was. Zijn armen kromden en hij kuste me. Daarna begon hij me traag te nemen. Hij deed het altijd lekker, dan weer traag, dan weer wat sneller. Iedere keer als hij diep in me zat hield hij even stil, mijn buik vulde zich met een warm gevoel. Hij kwam helemaal op me liggen, ik sloeg mijn armen stevig om hem heen en hield hem vast. Ik draaide op mijn zij, trok een been op, strekte de andere. Nick was snel weer in me, ging gewoon door. Af en toe hield hij stil en kuste me. Ik duwde hem wat van me af, liet hem er uit glijden. Ik ging zitten, duwde hem op zijn rug. Ik ging op hem zitten en liet hem in één lange beweging in me glijden. Hij kreunde. Nu had ik de controle. Ik liet me helemaal zakken en wist dat hij niet dieper kon komen. Hij glimlachte naar me. Langzaam ging ik weer omhoog tot hij er bijna uit was, om daarna weer helemaal terug te zakken. Hij kreunde. Ik ging op hem liggen, probeerde weer om te draaien. Nick lag weer op me en neukte me weer. Ik snapte nog niet hoe hij dat zo lang vol kon houden. Dat lukte mij nooit. Ik klaagde niet, dit mocht van mij nog wel even duren. Hij hield stil, lag op me en kuste me. Even uitstellen. Af en toe spande hij zijn spieren waardoor hij diep in me een beetje bewoog. Daar werd ik altijd gek van en dat wist hij. Ik zoende hem, draaide met zijn tong. Ik kreunde toen hij zijn spieren weer aanspande. Hij gniffelde. Ik trok mijn benen dichter bij elkaar op zijn rug. Samen, één. Helemaal. Het was schemerig in de kamer, het vuur in de open haard knisperde zachtjes, de hitte in het houtblok siste. Hij bewoog weer. Steeds trager. Ik wist dat hij uit zat te stellen en dat het steeds moeilijker werd om dat vol te houden. Ik trok mijn spieren om zijn paal aan, kneep zachtjes. Hij grinnikte. Ik ontspande weer, hij ging traag op en neer. Ik kuste hem. Hij ging steeds sneller. Met lange bewegingen ging hij door. Even hield hij in en stootte daarna in een keer terug naar binnen. Hij kreunde, trok een klein stukje terug, duwde wat dieper en hield hem daar. Ik voelde hem diep in me schokken. Daarna ontspande zijn hele lichaam en lag hij zwaar op me. We zoenden. Hij hijgde, zijn hoofd in mijn nek. Ik draaide ons op onze zij. Hij gleed uit me en ik miste hem meteen. Ik was leeg. Nick kroop tegen me aan, ik trok het dekbed over ons heen. Hij kroop er onder en ik voelde een paar tellen later zijn mond om me heen. Ik groeide meteen weer in de warmte van zijn mond. Ik hield zijn hoofd vast terwijl hij me naar mijn hoogtepunt bracht. Lang had ik daar niet meer voor nodig. Met een kreun ontlaadde ik me. Nick kwam likkend langs mijn lichaam weer met zijn hoofd boven het dekbed uit. Nog één lange zoen. Ogen dicht, langzaam doofde het vuur.

Jeroen lag naast me te slapen. Ik keek naar hem. Mijn god, wat was hij mager. Hij sliep, maar hij had een vermoeide grimas op zijn gezicht. Ik streelde zijn wang maar kreeg hem niet wakker. Hij ademde onrustig. Ik maakte me een beetje zorgen. Wat ging er nu door zijn hoofd heen? Er liep een traan langs mijn wang.

‘He, wat is er?’
Ik schrok wakker van Nick’s stem.
‘Het gaat wel,’ zei ik half wakker met krakende stem.
‘Zeker weten? Je kreunde, draaide de hele tijd, ik werd er wakker van.’
Ik gaf hem een kus. Hij veegde een traan van mijn wang, maar vroeg niet verder.
‘Ik droomde over Jeroen,’ zei ik zacht.
‘Leuk? Of niet leuk?’
‘Weet ik niet. Niet leuk, denk ik.’
Nick pakte me vast en gaf me een lange kus op mijn voorhoofd. Dat deed me goed.
‘Blijf maar even liggen,’ zei hij een beetje bezorgd, ‘maak ik een ontbijtje.’
Ik kreeg nog een kus en zag hem rommelen in het keukentje. Ik kon niet blijven liggen, ik moest wat gaan doen. Ik sloeg het dekbed van me af en stond op. Er kwam genoeg licht door de gordijnen heen. De open haard was uit. Nick had wat broodjes in de oven gelegd.
‘Blijf toch lekker liggen,’ zei hij toen ik achter hem stond.
Ik sloeg mijn armen om hen heen, mijn kruis tussen zijn billen.
‘Ik moet even wat doen,’ zei ik, ‘geen zin om zielig te blijven liggen.’
Hij glimlachte. Ik zette wat dingen op tafel. Keek naar Nick die op zijn gemak koffie aan het zetten was. Hij keek even over zijn schouder naar mij en knipoogde met een grijns. Ik hield van hem zoals hij daar stond. Nonchalant, maar zorgzaam.
‘Oehoe, hier aarde voor Wouter,’ lachte hij.
Ik knipperde met mijn ogen.
‘Waar was je?’
‘Bij jou.’
‘Goed of slecht?’
Ik lachte. ‘Goed. Ik stond me te beseffen dat ik van je hou.’
Hij keek verlegen en lachte toen. Hij krabde een keer aan zijn kruis en liet een boer uit zijn keel ontsnappen.
‘Meen je dat nou echt?’ Hij grijnsde.
Ik lachte. Mijn Nick.
Na het ontbijt ruimde we alles weer op. Matras terug op het bed, kleren die alweer droog waren werden opgevouwen.
‘Het is droog buiten,’ zei Nick toen hij de gordijnen open deed. ‘We gaan lopen vandaag. Uitwaaien.’
Ik snapte de hint. Ik had er ook wel zin in. Een uur later, na nog een koffie vertrokken we. Regenjassen mee, voor de zekerheid. Mijn jas hing nog te drogen, maar ik had aan mijn fleecetrui genoeg. Zwijgend liepen we een heel eind. Nick was in gedachten.
‘Heb je dat vaker?’ vroeg hij ineens.
‘Wat?’
‘Die dromen.’
‘Laatste tijd vaker. Altijd is hij al ziek. Vermagerd. Moe.’
Nick zweeg, wist even niet wat hij moest zeggen.
‘Af en toe weet ik niet meer hoe hij er eigenlijk uitzag, voor hij ziek werd bedoel ik.’
‘Ik ken het,’ zei hij. ‘Ik heb er echt moeite voor moeten doen om hem te herinneren zoals hij was. Niet alleen maar ziek in dat ziekenhuisbed.’
‘Raar,’ zei ik.
‘Misschien. Ik heb foto’s tevoorschijn gehaald, dat hielp.’
‘Ik weet het eigenlijk ook wel, ik kan ze wel oproepen, die herinneringen, maar als ik zomaar ineens aan hem denk is hij altijd ziek.’
Nick sloeg zijn arm om me heen. ‘Zolang we hem maar herinneren.’
‘Dat doe ik altijd.’
Hij kuste mijn wang terwijl we liepen. Nick zweeg weer.
‘En wat denk jij nu al de hele tijd?’ vroeg ik.
‘Niks.’
‘Natuurlijk. Praat jij ook eens, Nick.’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Ik weet niet. Zomaar dingen. Hoe het verder gaat allemaal. Jij hebt thuis een goede baan, maar ik wil voor geen goud mijn dorp uit. Dat soort dingen.’
Ik stond meteen stil, Nick liep nog een paar stappen door. Hij stopte en draaide zich om.
‘Nick?’ vroeg ik lachend.
‘Wat?’
‘Is dit een verborgen manier om mij te vragen of ik met je wil gaan samenwonen?’
Hij glimlachte. Ik liep naar hem toe en kuste hem.
‘Later misschien,’ kwam er toen voorzichtig uit.
‘Later?’
We liepen weer door.
‘Later,’ zei hij serieus, ‘als het kan.’
‘Dat kunnen we creëren,’ zei ik.
‘Als het tijd is.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Gewoon, als het goed voelt. Als we het kunnen maken tegenover… Je weet wel.’
Dus dat zat hem dwars.
‘Nick, het is tijd als wij het willen. En ik wil het.’
‘Ja maar…’ Hij bleef half in zijn zin steken.
‘Nick, ik weet wat je bedoelt. Maar even eerlijk nu. Het klinkt misschien hard, maar ik heb nu al langer een relatie met jou dan dat ik Jeroen heb gekend.’
Daar had hij niets meer tegen in te brengen.
‘Je hebt ook wel gelijk,’ zei hij even later.
‘Dat staat me niet meer in de weg, Nick. Echt niet. Tenzij jij niet wilt natuurlijk.’
We lachten.
‘Ik wil zeker wel,’ zei hij.
Ik pakte zijn hand. Speciaal moment. We stonden stil, keken elkaar lachend aan. We zoenden, lang.
‘Maar zou jij willen verhuizen?’ vroeg hij voorzichtig.
‘Ja hoor.’
‘Echt?’ vroeg hij verbaasd.
‘Nick, denk na. Als Jeroen er nog was geweest, dan was ik toch ook verhuisd? We zouden samen de winkel gaan doen.’
‘Ja, de winkel,’ zei hij toen nadenkend.
Het was even stil. We liepen weer door.
‘Af en toe denk ik wel eens; “waarom ga ik niet die winkel in?” Ik heb er vaak genoeg geholpen, heb er ook genoeg verstand van. Maar die hele rotzooi er omheen, die administratie en zo houdt me tegen,’ ging hij verder.
Ik glimlachte. ‘Ik zou die voor een groot gedeelte voor Jeroen gaan doen.’
Even keek hij me aan. ‘Wat wil je daarmee zeggen?’
‘Ik zeg hardop wat jij denkt volgens mij.’
Hij grijnsde. ‘Het zou wel een hele stap zijn.’
‘Zeker weten,’ zei ik. ‘Het is de vraag of je die gok wilt nemen.’
Nick lachte schamper. ‘De bank ziet me al aankomen.’
‘Waarom niet? Het is een goedlopende zaak, als je een degelijk plan hebt zullen ze zeker willen luisteren.’
‘Hier, daar ga ik al, jij hebt verstand van die dingen, ik niet.’
‘En jij hebt verstand van de techniek van fietsen, dat heb ik weer niet.’
Hij keek me weer even aan en glimlachte. In de verte zag ik een restaurantje. Ik wees er naar.
‘Lunch?’
‘Ik lust wel wat,’ zei hij.
We zochten binnen een tafeltje en bestelden wat. De serveerster zette een tijdje later alles voor ons neer.
‘Hoe lang zit jij dit al te denken?’ vroeg ik vlak voor ik mijn tanden in een broodje zette.
‘Tijdje al eigenlijk. Weet je nog dat Jeroen’s vader een keer vroeg of ik even mee wilde helpen?’
Ik knikte glimlachend met een volle mond.
‘Sindsdien eigenlijk. Het voelde gewoon goed. Het maakte me vrolijk.’
‘Mij ook. Dit hele idee.’
Nick keek me glunderend aan. Ik kreeg een gelukzalige stroom door me heen. Balorig bijna. Als dit toch een waar kon zijn. Nick was uitgelaten op de terugweg naar het bungalowpark. Hij raakte niet uitgepraat en maakte allerlei plannen.
‘Nick,’ zei ik toen we weer terug bij onze bungalow waren, ‘als we terug zijn gaan we eens met een bank praten. Gewoon kijken of het haalbaar is.’
‘Goed idee,’ zei hij.
‘Maar we zeggen niets tegen de rest, ook niet aan zijn ouders. Ik heb geen zin om ze lastig te vallen met het idee terwijl de kans groot is dat het helemaal niet doorgaat. Ik wil eerst weten of we het kunnen doen.’
Nick zei niets meer. Hij kuste me alleen maar. Hij was het volkomen met me eens.

Ik ging met Nick mee naar zijn huis op vrijdag. Zondag zou ik de trein wel pakken. Bij thuiskomst was er een grote domper op het goede gevoel dat we hadden. Er lag een dagvaarding in de bus voor Nick vanwege de vechtpartij bij Jack in de straat. Hij moest voor de rechter verschijnen.
‘Hij meent het,’ zei Nick alleen maar.
‘Steven zal dezelfde wel hebben gehad,’ zei ik.
‘Waarschijnlijk wel. Ik zie het wel. Het was het waard, hoe dan ook.’
Van binnen zuchtte ik. Hij zat nog vol rancune. Niet gek natuurlijk, maar ik wilde er gewoon vanaf. Alsof Jurgen nooit bestaan had. Vergeefse moeite. Hij was er, of we wilden of niet. Bovendien, het verzoek voor een straatverbod lag er ook nog steeds. Tot die tijd waren we nog niet van hem af.

De dag erna gingen we op bezoek bij Suzanne en Jack.
‘Jullie zien er vrolijk uit,’ zei Suzanne toen ze de deur open deed. ‘Kom binnen, Steven en Anne zijn er ook.’
We grijnsden alleen maar.
‘Daar zijn onze vakantiegangers,’ zei Jack toen we de huiskamer in kwamen lopen. ‘Hoe was het?’
‘Heerlijk,’ zei ik. ‘Echt bijgekomen deze week.’
‘Groot gelijk,’ zei Anne.
Stom misschien, maar ik vroeg me meteen af hoe zij en Steven zouden reageren als ze zouden horen dat we de zaak over zouden nemen. Belachelijk dat ik het deed.
‘Ook post gehad?’ vroeg Nick gespeeld nonchalant aan Steven.
Steven knikte. ‘Dezelfde dag zeker?’
Ze vergeleken de tijden en het zag er naar uit dat ze na elkaar moesten verschijnen. Steven vroeg ons of we al iets wisten over het straatverbod.
‘Ik weet nog niks,’ zei ik. ‘Maar ik ben benieuwd hoe dat af gaat lopen.’
We vertelden het verhaal over de streek die we hem geleverd hadden maandag, voor we op vakantie gingen. Iedereen lachte. Suzanne knipoogde naar mij. Ik glimlachte flauw terug. Ik maakte me zorgen om die dagvaarding. Nick en Steven zaten er luchtig om te lachen, maar ik moest het nog zien. Als er ook maar iets van een straf zou zijn, was dat een overwinning voor Jurgen. En dat gunde ik hem absoluut niet.

Ik was zondag op tijd thuis. Een beetje nieuwsgierig stapte ik uit de taxi die me van het station naar huis had gebracht. Mijn auto stond er nog, geen schade. Er lag wat post in de gang, maar ik zag niets bijzonders. Diep in mijn achterhoofd had ik er rekening mee gehouden dat Jurgen zijn frustratie afgereageerd zou hebben of een of andere manier. Maar voor zover ik kon zien was er niets gebeurd. Ik zuchtte een keer. Van opluchting, maar ook omdat ik Nick miste. Het idee dat ik de komende week gewoon zou moeten gaan werken terwijl Nick ver weg was maakte me een beetje verdrietig. Het went snel, zo’n weekje samen. Ik pakte mijn tas uit terwijl er een pizza in de oven lag. Even wat makkelijks, geen zin om uitgebreid in de keuken bezig te zijn. Robert belde toen ik net gegeten had. We spraken af dat ik naar hem toe zou komen, we hadden elkaar veel te vertellen. Heel veel.
‘Hoe is het?’ vroeg hij toen ik bij hem binnen was.
‘Goed,’ zei ik, ‘en aan die bruine kop te zien met jou ook.’
Hij lachte. ‘Het was lekker weer, ja.’
Ik rekte me een keer uit en ging zitten. Ik voelde me een beetje schuldig. Ik had lang niets meer van me laten horen. Ik had hem sinds zijn vakantie niet meer gesproken. Ik kon het niet, hij was in het weekend van de vechtpartij terug gekomen. Teveel aan mijn kop.
‘Alles onder controle?’ vroeg hij.
Ik glimlachte. ‘Ondertussen weer wel.’
Hij keek me vragend aan.
‘Nick en ik zijn twee weken uit elkaar geweest en ik ben nu net terug van een weekje vakantie samen. Verder geen nieuws,’ zei ik spottend. ‘Hoe was jouw vakantie?’
‘Ho, ho, even terug. Jullie zijn uit elkaar geweest?’
Ik vertelde het hele verhaal van de tuin die helemaal omgegooid was, Nick die geknakt was, de advertentie en de vechtpartij.
‘Sensatie,’ zei Robert met een grijns. ‘Daar kan mijn vakantieverhaal niet tegenop, vrees ik. Hoewel…’
‘Vertel op jij,’ reageerde ik nieuwsgierig.
‘Nee, jij eerst. Hoe is dat afgelopen?’
‘Steven en Nick hebben een dagvaarding binnen, ze moeten voor de rechter komen.’
‘Jezus. Hoe gaan ze er mee om?’
‘Een beetje te luchtig, als je het mij vraagt.’
‘Het zal mij benieuwen,’ zei hij en schonk nog een keer in.
‘Maar hoe was jouw vakantie?’
‘Lekker,’ zei hij, ‘ik ben echt er tussenuit geweest. Mooi daar ook. Flinke tochten gemaakt.’
‘Foto’s?’
‘Ik wist dat je dat zou vragen,’ lachte hij en zette zijn laptop op tafel.
Hij had veel foto’s gemaakt. De meeste waren van ruig berglandschap. Hier en daar stond hij zelf ook op, of een vrouw.
‘Da’s Heidi?’ vroeg ik grijnzend.
‘Zoiets,’ ontweek hij een beetje.
‘Het is me wel duidelijk,’ lachte ik. ‘En hoe heet Heidi?’
‘Céline.’
‘Leuk,’ zei ik en keek naar weer een foto van haar.
‘Ja, leuk,’ reageerde hij droog.
Ik keek hem even aan en lachte.
‘Verdere details?’
‘Zij woont daar, ik woon hier. Dat is het wel zo’n beetje. O ja, volgende maand komt ze twee weken naar hier, ze wil Nederland wel eens zien.’
‘En jij mag een hotel voor haar regelen?’
‘Hu hu,’ grijnsde hij.
‘Leuk man,’ zei ik en stootte tegen zijn arm.
‘Ja. Maar de afstand blijft.’
‘Wie weet blijft ze wel,’ lachte ik.
‘Fat chance, ze werkt in het hotel van haar ouders. Gaat ze over een paar jaar overnemen.’
‘Klinkt bekend.’
Robert knikte. ‘We zien wel. Rustig aan.’
Ik sloeg een arm om hem heen en kuste zijn wang.
‘Waar heb ik dat aan verdiend?’ vroeg hij lachend.
‘Ik gun het je.’
‘Robert die zich gaat binden, zie je het voor je? Ik moet zelf nog even aan dat idee wennen, Wout.’
Ik lachte. ‘Je hebt er de leeftijd voor.’
‘Ja, bedankt dat je dat ook nog even inwrijft.’
We lachten. Hij glunderde. Ik had die blik nog nooit eerder bij hem gezien. Céline had hem diep geraakt.
‘Ik heb een aanbieding gehad om daar te gaan werken. Als gids in de bergen, groepswandelingen.’
‘Ga je dat doen?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Nu nog niet. Rustig aan, jongen. Ik moet het allemaal nog eens goed overdenken. Al is de verleiding wel erg groot.’
‘Echt iets voor jou, toch?’
Hij knikte.
‘Jij gids, jouw vrouw een hotel…’
Robert lachte. ‘Hou effe op. Bovendien, als ik die baan nu meteen zou gaan doen, ga ik toch niet meteen bij haar in het hotel wonen.’
‘Groot gelijk. Hoewel, meteen overnemen dat hotel. Voldouwen met Hollanders, apres ski, polonaise… Kun je vast iets leuks van maken.’
Hij grinnikte. ‘Dat is dus iets wat we zeker niet gaan doen, mafkees. Bovendien, het blijft de zaak van de familie, daar moet ik dan niet teveel aan willen veranderen. Weet jij alles van. Sorry, zou je alles nu van moeten weten.’
Ik knikte. ‘Misschien over een tijdje wel.’
Hij keek me met een ruk aan. ‘Hoe bedoel je?’
‘Nick en ik willen misschien de zaak overnemen.’
Hij glimlachte breed. ‘Meen je niet?’
‘Jawel. Nick begon er ineens over. Hoe langer ik er over nadenk, hoe meer ik het vind kloppen.’
Ik kreeg ineens een kus terug op mijn wang.
‘En dat gun ik jou nou,’ lachte hij.

Maandagochtend kwam Jan meteen mijn kantoor binnengelopen. Hij vroeg me hoe de week was geweest en moest erg lachen toen ik hem vertelde hoe het vertrek was gegaan. Ik vertelde hem niets van onze plannen met de zaak. Toen ik alleen zat en de meest dringende dingen had afgehandeld ben ik gaan zoeken. Ik wilde zoveel mogelijk informatie hebben over de dingen waar we rekening mee moesten houden als we de stap wilden maken. Aan het eind van de ochtend had ik een stapel papier en een opperbest humeur. Dit kon zomaar eens gaan lukken.

Het was een grotere voorstelling dan ik had gedacht. Steven en Nick moesten tegelijk voorkomen. We waren er allemaal, op de publieke tribune. Ik had meteen een hekel aan de officier van justitie, die de zaak flink dramatiseerde. De rechter zelf was een stuk nuchterder. Hij was het met de officier eens dat Steven buiten zijn boekje was gegaan, maar had begrip voor de situatie. Jurgen zat zich uiteraard vreselijk aan te stellen. Nick werd vrijgesproken, Steven had een boete aan zijn broek. Tijdens de uitspraak kon de rechter het niet laten Jurgen een steek onder water te geven dat hij het ook wel vooral aan zichzelf te danken had. Ik grijnsde toen ik Jurgen zijn gezicht zag. Ik kon er mee leven. En het gaf me moed voor de zaak die dezelfde dag later op de middag zou volgen. Ons verzoek voor een straatverbod. Andere officier van justitie, dezelfde rechter. Hij keek op toen hij ons weer zag verschijnen. Hij hoorde het verhaal van de officier aan en trok snel een conclusie. Straatverbod voor de komende twee jaar. Rondom mijn huis en het dorp van Nick.
‘Voor uw eigen veiligheid,’ permitteerde hij zich er nog achteraan te zeggen.
Jurgen trok een protesterend gezicht.
‘U bent het er niet mee eens?’ vroeg de rechter geërgerd.
Jurgen zei niets, haalde een keer zijn schouders op.
‘Ik had gehoopt dat u het wel zou begrijpen. Dat u zelf in zou zien dat het allemaal een beetje uit de bocht was gevlogen. U mag nog blij zijn dat het hier bij blijft, als ze een zaak hadden gemaakt van die advertentie dan had het er wel eens heel ander uitgezien kunnen hebben. Er is misschien geen blijvende materiele schade waar we u voor verantwoordelijk kunnen stellen, maar de psychische schade die u heeft aangericht, nog niet eens bij de aanklagers maar bij de ouders van de overleden man zelf, die is niet mis, kan ik me zo indenken. U komt er in mijn ogen nog makkelijk van af.’
Jurgen zweeg nog steeds, de rechter maakte een gebaar waarmee hij de volgende zaak wilde starten. Klaar. Duidelijk.

Naderhand zaten we bij Jack en Suzanne thuis.
‘Die boete betalen wij,’ zei Nick tegen Steven.
‘Geen sprake van,’ reageerde hij verontwaardigd. ‘Ik heb het gedaan, dus ik betaal die boete zelf.’
‘Steven, kom op,’ zei ik, ‘je bent door ons in deze zooi terecht gekomen.’
‘Ik heb er lol genoeg van gehad. Als ik naar een pretpark ga of de bioscoop moet ik daar ook voor betalen,’ zei hij.
‘Steven,’ protesteerde ik.
‘Oké, verkeerd voorbeeld. Maar laat me dit nou gewoon doen. Ik ging te ver. Ik heb het gedaan. Voor Jeroen.’
Er viel een stilte. Nick keek me even aan. We moesten zo eens verder. We hadden nog wat te doen. We hadden ondertussen niet stil gezeten. Bij de bank geweest, veel gepraat, veel dingen uitgezocht. We waren op een punt gekomen waarbij we niet verder konden, tot we wisten wat er voor de winkel betaald moest worden. En daar konden we maar op één manier achter komen.

‘Ah, zijn jullie het,’ zei Jeroen’s vader toen we de winkel binnen liepen. ‘Ik was al bang dat het weer zo’n irritante klant was die net 5 minuten voor sluitingstijd nog van alles wil hebben.’
We lachten.
‘Marie,’ riep hij naar achteren, ‘bezoek!’
Ze kwam uit het keukentje en glimlachte toen ze ons zag.
‘Waar hebben we dit aan te danken zo midden in de week?’
‘Hebben jullie zin om uit eten te gaan?’ vroeg Nick.
‘Wanneer? Nu?’
We knikten.
‘Hebben we wat te vieren?’
Ik lachte. ‘Zoiets. Stevens boete viel mee, Nick is vrijgesproken en Jurgen heeft een straatverbod.’
Ze glimlachte voorzichtig. ‘Da’s mooi,’ zei ze zacht.
‘Kom,’ zei Nick, ‘laat je eens verwennen.’
‘Maar ik ben er niet op gekleed,’ protesteerde Jeroen’s moeder.
‘Zeg, jullie denken toch niet dat we jullie meenemen naar een hele chique tent als we zelf aanbieden om te betalen, of wel?’ zei ik lachend.
‘Gek,’ zei ze lachend en sloeg tegen mijn arm.
‘Volgens mij hebben we geen keus Marie,’ lachte Jeroen’s vader.
We sloten de winkel en reden naar een dorp verderop. Nick’s idee. Niemand hoefde te horen waar we het over gingen hebben. Het werd gezellig, al was ik nerveus. Zowel Nick als ik zocht naar een geschikt moment om er over te beginnen. Durfden we niet? Het duurde tot aan het dessert.
‘Al kopers gevonden voor de winkel?’ vroeg Nick onschuldig.
‘Toevallig vorige week,’ zei Jeroen’s vader. ‘Geen idee hoe ze wisten dat we het willen verkopen in de toekomst. Het roddelcircuit werkt nog steeds. Ze wilden er een restaurant van maken, maar ze moesten teveel verbouwen, ze boden veel te weinig voor het pand.’
‘Wat moet het eigenlijk opbrengen?’ vroeg ik.
Ze moesten het gehoord hebben aan de toon waarop ik het vroeg. Ze keken elkaar aan met een blik van verstandhouding.
‘Willen jullie het kopen?’ vroeg Jeroen’s vader voorzichtig.
‘We hebben alles uitgezocht, met de bank gepraat en het moet te doen zijn om de zaak over te nemen,’ zei Nick.
‘Wat willen jullie met het pand gaan doen?’
‘U hebt me niet goed gehoord,’ zei Nick.
‘We willen niet het pand overnemen,’ zei ik, ‘maar de zaak.’
Pa was ontroerd, keek naar zijn vrouw.
‘Marie, hoor je dat?’
Marie zei niets. Ze pinkte alleen maar een traan weg.
© 2006 Oliver Kjelsson