Op gevoel (deel 18)

Print Friendly, PDF & Email

Ik hield ze even in de gaten. Kenny liep ze voorbij, pakte een fles wijn uit de koelkast en ging de keuken weer uit. Schuine blikken. Ik bleef kijken, Damian ving mijn blik. Ik grijnsde, kon niet anders. William had niets in de gaten volgens mij. Ik liep naar ze toe, pakte grijnzend een glas uit de kast en griste naast ze de fles cola van het aanrecht.
‘Wat waren dat voor blikken?’ vroeg ik grinnikend.
Damian leunde tegen het aanrecht, hing iets achterover. ‘Was dat die jongen waar je het toen over had?’
‘Toen?’
‘Die avond stappen. Je vertelde dat Tineke je probeerde te koppelen aan een jongen bij haar in huis.’
Ik lachte. ‘Dat is ‘m.’
‘Hoe heet ie?’
‘Kenny.’
‘Oké.’
Ik keek Damian aan. ‘Leuk?’
‘Weet niet.’
Nu lachte ik echt. ‘Hou me niet voor de gek. Je staarde hem helemaal na.’
Damian keek me aan en glunderde balorig. Ik glimlachte en knipoogde. Kenny kwam weer terug de keuken in. Die was duidelijk de fles weg gaan brengen om zo snel mogelijk weer hier te zijn. Hij zag me en glimlachte.
‘Teun,’ zei hij, ‘gefeliciteerd met Truus.’
‘Dat hoorde ik!’
Kenny draaide zich even om, lachte naar Tineke en keek weer naar mij.
‘Dank je. Dit is mijn broer William.’
Kenny gaf hem een hand.
‘Die jongen waar je altijd die verhalen over hoort van mij en Tineke, weet je wel,’ zei ik er achteraan.
William keek me protesterend aan.
‘En zijn beste maat, Damian.’
‘Hallo,’ zei Kenny joviaal.
Damian gaf hem een hand, een stuk meer verlegen dan een minuut geleden tegen mij.
‘Gezellig druk,’ zei Kenny tegen mij.
‘Zeker.
‘Cola trouwens?’
Ik maakte een stuurgebaar. ‘Auto jongen.’
‘Ga je weer terug naar huis?’
‘Ja, we moeten weer terug.’
‘Ongezellig.’
Ik lachte. ‘Ik zeg ook niet dat we vroeg weggaan.’
Kenny sloeg me op mijn schouder. ‘Goed zo.’
‘Maak je geen zorgen.’
Hij keek naar William en Damian. ‘Hou hem tegen, als ie vroeg weg wil gaan.’
Hij verdween weer, nagekeken door mij. En Damian.
‘Die probeert je nog steeds te versieren,’ zei Damian droog.
‘Ik hoop het niet,’ zei ik. ‘Hij weet hoe ik er over denk.’
‘Echt?’
Ik grijnsde. ‘Heel verhaal. Maar het is oké zo.’
William pakte nog twee biertjes uit de koelkast. Damian stond te kijken naar het prikbord tegen de zijkant van het keukenkastje. Hij lachte om de puinhoop. Een vriendin van Tineke sloeg haar arm om mijn middel.
‘Tineke zei dat we dat vervoer niet meer af hoefden te rekenen.’
Ik glimlachte. ‘Neuh, is goed zo. Te lang geleden ook.’
Ik kreeg een kus op mijn wang. ‘Dank je. Lief van je.’
Kenny kwam weer terug.
‘Probeert een van de dames jou nou te versieren?’ lachte hij.
‘Ik hoop van niet zeg.’
Kenny grijnsde, sloeg even zijn arm om mijn middel. Blikken van William.
‘Nee, ging over de benzine van die zaterdag dat ik ze weggebracht heb.’
‘O ja.’
Ik nam nog een slok. ‘Vandaar. Niets achter zoeken. Geen paniek.’
Kenny lachte.
‘Voordat hij met een vrouw thuiskomt…’
Kenny en ik keken tegelijk naar de spottende blik van William.
‘Geen grote mond hè, broertje?’
William lachte.
‘Maar je hebt wel gelijk.’
‘Tuurlijk, ik ken je toch?’
Tineke sloeg tegen zijn arm.
‘Wil, kun je even helpen? Er staan twee kratjes in de tuin, die moeten naar binnen.’
‘Oké.’
William en Damian liepen achter haar aan. We keken ze na.
‘Leuke familie heb je.’
‘Dat heb ik zeker.’
‘Leuk dat Tineke ze heeft uitgenodigd.’
Ik glimlachte. ‘Vinden ze geweldig.’
‘Geen homo zeker?’
‘Wil?’ Ik lachte. ‘Nee, vergeet het.’
‘Ik had het over dat maatje van hem. Ik probeer mezelf wijs te maken dat ik er een soort radar voor heb, maar ik zit er te vaak naast.’
‘Bij mij had je gelijk.’
‘Da’s waar.’
‘Jouw radar werkt prima. Meer zeg ik niet.’
Zijn ogen werden even iets groter. Ik lachte van binnen. Ik ging me er verder niet mee bemoeien.

William en Damian kwamen binnen, hun sjouwwerk werd met applaus begroet. Meteen nadat ze de twee kratjes neer hadden gezet zocht William de tafel op met stokbrood. Er moest gegeten worden. Met twee stukjes stokbrood kruidenboter en een handvol borrelnootjes kwam hij terug.
‘Lekkere combinatie Wil.’
‘Wat?’
Ik schudde lachend mijn hoofd. ‘Niks.’
Damian hielp Kenny met het vullen van de koelkast. Ik keek naar ze, ze lachten, praatten. William pakte een stoel, bij de tafel. Ik ging bij hem zitten, op mijn “eigen” stoel.
‘Gaaf huis,’ zei William.
Ik glimlachte. ‘De mensen erin ook.’
‘Die Kenny… Is die eh…?’
Ik knikte.
‘Ik dacht het al, dat is zeker die gast waar Truus jou toen aan probeerde te koppelen.’
‘Yep.’
‘Moeten we Damian waarschuwen?’
Ik lachte. ‘Kijk eens goed?’
William keek over zijn schouder. ‘Hm.’
‘Ik denk eerder dat we Kenny moeten waarschuwen.’
Ze stonden bij de koelkast, nieuw biertje, Damian leunde met zijn schouder tegen de deur. Kenny stond dicht bij hem, ze praatten. Lachten. William keek me aan en grijnsde.
‘Het zou me niets verbazen als die telefoonnummers gaan uitwisselen.’
‘Nee,’ zei ik nuchter, ‘mij ook niet.’

‘Teun,’ vroeg William een uur later, ‘jij nog een cola?’
We zaten een kamer verder, geen idee hoe we daar terecht waren gekomen. Praten met huisgenoten, hoe ging zoiets?
‘Ik haal wel, moet toch even naar het toilet.’
Ik ging de gang in, via het toilet naar de keuken. Het was nog druk, ik schonk een cola voor mezelf in en pakte een biertje voor William. De laatste. Ik keek om.
‘Tineke, heb je nog meer? Ik heb de laatste.’
‘Kenny is al halen.’
‘Mooi.’
‘Een minuut of vijftien geleden,’ zei ze er nadenkend achteraan.
Ik kek naar de deur. Nee… Ik liep er heen, keek naar buiten. Het was donker, flauw licht van een kamer op de eerste verdieping. Ik zag genoeg. Damian hing met zijn rug tegen de schutting, Een hand van Kenny naast zijn hoofd. Damian had een been om die van Kenny geslagen. Ze kusten, zoenden voorzichtig. Ik voelde ineens een hand tegen mijn rug, merkte toen pas het hoofd van Tineke naast me op.
‘Mijn god. Wist jij dit?’
‘Nee. Niet dat die twee zo buiten stonden in ieder geval.’
‘Ik wist niet dat Damian… Weet Wil dit?’
Ik knikte. ‘Ja, dat weet ie.’
‘Nou, daar gaat je Kenny…’
‘Truus, hou op.’
Ze grinnikte. Ze deed de deur open.
‘Hallo, bier…?’
Ik hoorde Kenny lachen. ‘Ja, we komen zo.’
‘Nu. Het is op.’
Damian keek dromerig langs Kenny naar de deur, hij zag me naast Tineke staan. Hij glunderde naar me.

Ze kwamen met een onschuldige blik terug naar binnen, Damian een kratje bier, Kenny een paar flessen wijn. Ik pakte mijn cola en het biertje voor William, en ging terug.
‘Waar bleef je?’
‘Even bier aanvullen,’ loog ik.
‘Waar is Damian eigenlijk? Nog in de keuken?’
‘Ja.’
‘Staat hij nog met Kenny te praten?’
‘Zoiets,’ grijnsde ik.
‘Nee…’
‘We hebben ze net betrapt, buiten.’
William grijnsde met het flesje al aan zijn lippen.

Het huis liep langzaam leeg. De mensen die er nog waren zaten in de keuken, aan tafel. Tineke keek naar de kast.
‘Nee,’ zei William, ‘geen spelletje.’
‘Kun jij gedachten lezen?’
‘Ik ken dat gezicht van je.’
Een huisgenoot lachte om William. Achter me ging een deur open, Kenny kwam binnen.
‘Hey,’ zei Tineke.
Kenny schonk een glas wijn in voor zichzelf en pakte een stoel. Niet veel later kwam Damian binnen. Uitdrukkingsloos gezicht. Was er wat? Ik keek hem vragend aan, hij grijnsde als antwoord. Niets raars aan de hand dus. Die wilde gewoon niet teveel laten merken. Ik rekte me uit keek hoe laat het was. Half drie. Volgens mij moesten we zo maar eens vertrekken. Het berichtje van Elijah liet ik nog maar even ongelezen. Die zat al meer dan anderhalf uur in mijn broekzak.
‘Zo eens gaan?’ vroeg ik aan William.
Hij haalde zijn schouders op.
‘Je kunt blijven slapen hoor,’ zei Tineke.
‘Dat krijgen we nou niet meer geregeld denk ik. Bovendien, ik heb niet de hele avond voor niets cola zitten drinken.’
‘Ook weer gelijk in. Slaapt Wil bij jou?’
‘Nee, thuis.’
Ze keek me vragend aan. ‘Vindt mama dit wel goed?’
Ik lachte om haar spottende bemoederende stem.
‘Ze moet. Heb het haar vooraf gezegd.’
Mijn glas was leeg. ‘Gaan?’
Ik keek Damian aan, hij knikte. Ik gaf Tineke een dikke knuffel.
‘Was gezellig zusje. Zie je zondag.’
Wil werd protesterend fijngeknepen in haar armen.
‘Groeten allemaal,’ zei ik bij de deur.
‘Hoi, Teun!’
We liepen naar de deur, Kenny achter ons aan. William en ik liepen naar de auto, Kenny drentelde mee. Ze bleven nog even bij de auto staan. William en ik stapten in, zij bleven nog even buiten. Ik kon niet horen wat er gezegd werd, zag dat ze dicht tegen elkaar aan stonden, ze fluisterden wat. Niet veel later ging de deur open en zakte Damian op de achterbank.
‘Zo, loverboy,’ grijnsde ik in mijn binnenspiegel terwijl ik de motor startte, ‘leuke avond gehad?’
‘Ja hoor,’ hoorde ik lachend achter me.

De dag erna belde Kenny me.
‘Zo, weer wakker?’ vroeg ik. Ik lachte. ‘Nog laat geworden?’
‘Ja, Tineke zat me nog even uit te horen.’
‘Ow? Waarover?’
‘Leuk Teun.’
‘Je kent mijn zus ondertussen wel. Had je anders verwacht?’
‘Nee. Hoe goed ken jij Damian?’
‘Redelijk. Vriend van William. Hoezo?’
‘Gewoon.’
‘Hallo… Dat vraag je niet zomaar. Wat is er gebeurd gister?’
‘Dat heb je gezien.’
‘Jullie zijn ook nog even weggeweest terwijl wij in de keuken waren.’
‘Niet veel, hij wou mijn kamer zien. Meer dan wat zoenen is er niet gebeurd.’
‘Maar?’
‘Nou ja, ik heb zijn nummer, meer niet. Geen verdere afspraak dan “we bellen”.’
‘Zou je dat dan niet doen?’
‘Jawel…’
‘Oké, voor de draad ermee. Waar twijfel je over?’
‘Is hij niet een beetje jong?’
‘Hij is zestien. Dus nee. Jij bent achttien.’
‘Oké.’
Ik lachte. ‘Wat is dit?’
‘Nou ja, het overviel me, zag het niet aankomen.’
‘Je hebt zijn nummer. Berichtje sturen kan altijd. Gek. Gewoon doen.’
Mijn deurbel ging.
‘Kenny, er staat iemand voor mijn deur. Ik moet even hangen.’
‘Oké, zie je!’
Ik drukte hem glimlachend weg, en glimlachte nog meer toen ik zag wie er voor mijn deur stond.
‘Hé, Damian.’
‘Hoi.’
‘Kom binnen. Wat brengt jou hier? Al kan ik dat wel raden.’
Hij ging in de bank zitten.
‘Laat me raden,’ zei ik toen ik zijn glas neerzette, ‘Kenny?’
Hij knikte. ‘Uhu.’
‘Wat wil je weten?’
‘Hoe goed ken jij hem?’
‘Redelijk.’
‘Wat is er gebeurd tussen jullie?’
‘Niets.’
‘Ik kreeg het idee dat er meer gebeurd was.’
‘Zo, lekkere directe vragen stel je.’ Ik keek hem aan en lachte. ‘Nee, er is niets gebeurd. Veel heen en weer zitten typen, meer niet. Oké, we hebben elkaar een beetje gek zitten maken, Tineke hielp daar ook wel lekker in mee. Maar er is niets gebeurd.’
‘Hoe oud is hij eigenlijk?’
‘Achttien. Dus nee, dat is niet te oud.’
Hij keek betrapt, ik had zijn gedachte goed gelezen.
‘Wat moet ik nog meer zeggen? Leuke jongen, Damian. Verder weet ik het ook niet.’
Ik zag hem nadenken.
‘Wat is er gebeurd gister? Ja, ik heb jullie zien zoenen.’
Damian glimlachte. ‘Dat weet ik. Het gebeurde vanzelf eigenlijk. We zijn later nog op zijn kamer geweest.’
‘Dat konden we met zijn allen wel raden. We zaten nog maar met een paar mensen allemaal in de keuken, en jullie waren nergens te bekennen.’
‘Ik heb zijn nummer.’
‘Da’s handig.’
‘Meer niet.’
Ik keek vragend.
‘Geen verdere afspraak of zo.’
‘Dan moet je hem bellen.’
‘Zag hij het niet als gewoon leuk voor een avond?’
‘Geen idee,’ loog ik.
‘Daarom. Ik weet het niet.’
‘Ik zou daar nog even over nadenken, niet meteen bellen,’ zei ik spottend. ‘Dan kom je daar nooit achter en blijft het zo.’
Damian keek me verbaasd aan.
‘Gewoon bellen, lul. Of een berichtje sturen. Maar doe iets. Als je blijft afwachten en hij ook dan gebeurt er nooit iets. Als hij het als een avontuurtje voor een avond zag dan kom je daar snel genoeg achter. Jammer, maar dan is het maar zo. Misschien twijfelt hij net zoals jij. Als hij dan ook af gaat wachten dan schiet het lekker op.’
‘Misschien.’
Ik lachte. ‘Misschien? Ik weet het wel zeker. Gewoon een berichtje sturen.’
Ik hoorde zijn telefoon trillen en glimlachte. Als dat Kenny niet was dan wist ik het ook niet meer. Ik stond op, pakte zijn lege glas en liep naar de keuken. Nog voor ik daar was had hij zijn telefoon al uit zijn broekzak gehaald. Hij glimlachte toen ik terug kwam.
‘Leuk?’
‘Kenny texte me.’
‘O? En nu?’
Zijn telefoon trilde weer. Tegelijk ging die van mij over. Ik keek, nam toch maar even op.
‘Hey,’zei ik vrolijk tegen Elijah.
‘Hey. Hoe is het?’
‘Beetje gaar van vannacht, laat geworden.’
Elijah lachte, wilde een heel verhaal afsteken, maar ik onderbrak hem.
‘Ey, ik ben even heel ongezellig, maar ik heb bezoek.’
Ik keek naar Damian, die was druk in de weer met zijn telefoon, af en toe gingen zijn duimen over het scherm heen. Hij keek even op en toen meteen weer naar zijn handen.
‘O, sorry,’ hoorde ik.
‘Ik bel je deze week nog wel even.’
‘Is goed.’
Ik keek Damian aan. ‘Druk aan het typen?’
‘Ja…’ antwoordde hij rustig.
‘Laat maar,’ lachte ik, ‘volgens mij zit dat wel goed.’
Damian las op zijn toestel. ‘Hij wil een keer wat gaan drinken.’
‘O jee, kijk je uit? Straks wil hij meer van je.’
Damian lachte. ‘Van mij mag hij.’
‘Doen dan,’ grijnsde ik.

Tineke lachte toen ik binnen kwam. Ik feliciteerde haar nog een keer, gaf haar een cadeau wat wat meer was dan alleen een fles wijn.
‘Dank je,’ zei ze met een kus.
‘Nog wat gehoord?’
‘Kenny was redelijk vrolijk. Ik geloof dat ze afgesproken hebben.’
William had met een schuin oor mee zitten luisteren.
‘Ja,’ brak hij in, ‘vanmiddag.’
Dat wist ik, maar dat kon ik niet laten merken. Ik zat er bij toen de date gemaakt werd.
‘Zo,’ zei ik lachend. ‘Gaat lekker.’
‘Hij had het gisteravond nergens anders over,’ zei William spottend.
‘Kenny ook niet,’ grinnikte Tineke. Ze keek naar William. ‘Lieve broer,’ zei ze toen met een kus.
‘Wat?’
‘Dat jij dat wist van Damian. En dat je daar normaal mee doet.’
‘Hallo, waar slaat dat nou weer op? Waarom zou ik dat niet doen?’
‘Veel jongens zouden zich niet meer op hun gemak voelen als hun beste vriend homo blijkt te zijn.’
William haalde nonchalant zijn schouders op. ‘Ik zie het probleem niet. Ik voelde me er compleet comfortabel bij hoor.’
Ik zag zijn schuine blik naar mij, en zijn grijns. Ik kon het niet laten, ik lachte. Hard.

‘Daar ben ik weer,’ zei ik vrolijk maandagavond.
Elijah lachte.
‘Sorry voor zaterdag, ik had bezoek, en gister de verjaardag van Tineke.’
‘Spannend bezoek?’
‘Best wel. Damian was hier. Die vriend van Wil.’
‘O, ik dacht een of andere date. Of hebben jullie…?’
‘Nee,’ lachte ik. ‘We waren vrijdag naar het studentenhuis van Tineke, William en Damian waren mee. Die heeft wat staan zoenen met Kenny, die moest even zijn verhaal kwijt.’
‘De vriend van William, staan zoenen met die jongen die jij leuk vond?’
‘Ho, ho, gewoon een leuke jongen. Hij vond mij leuk, niet andersom.’
‘O ja.’
‘Hou op met lachen jij.’
Elijah grinnikte. ‘Oké.’
‘Wat heb jij gedaan dit weekend?’
‘Zaterdagavond en gisteren bij mijn ouders geweest.’
‘Gezellig. Hoe was het?’
‘Gewoon.’
‘Het klinkt niet echt enthousiast.’
‘Nee, het was wel gezellig. Nicole was een weekend weg met Rob.’
‘Leuk.’
‘Ja.’
‘Iets speciaals?’
‘Hotelletje aan de kust.’
‘Gaaf. Zou ik ook wel weer eens willen.’
Elijah lachte kort. ‘Ja.’
Zijn hele manier van praten, zijn stiltes. Die was jaloers. Nicole had wat hij graag wilde hebben.
‘Komt vanzelf,’ zei ik opbeurend.
Ik schudde mijn hoofd. Die zat zichzelf in de weg. Misschien maar goed ook, als het nog meer ging frustreren dan deed hij misschien eens wat. Hakte hij eindelijk eens een knoop door.
‘Vast wel,’ zei hij iets vrolijker.
Iets vrolijker, niet veel.
‘Echt, dat weet jij ook wel. Je komt het vanzelf een keer tegen.’
‘Ja, nou… Weet je… Nee, laat maar.’
‘Wat?’
‘Nee, laat maar.’
‘Elijah, vertel op.’
‘Nee. Nou. Ja.’
Ik zei niets. Er was iets.
‘Weet je… Ik heb een paar keer heen en weer zitten mailen met een jongen, woont hier in de buurt.’
‘Joh…’
Meer kon ik niet uitbrengen. Dit kwam even binnen.
‘Ja, nou. Wel leuk hoor. Maar wat moet ik er mee?’
‘Geen idee. Dat is aan jou.’
‘Weet ik ook wel.’
‘Weet hij dat je blind bent?’ Ik zei het vrolijker dan ik me voelde.
Hij grinnikte. ‘Ja. Die fout maak ik niet nog een keer.’
‘Dat scheelt.’
‘Hij wil een keer afspreken, maar ik weet niet of ik dat wel wil.’
‘Tsja…’
‘Jij snapt het wel. Ik weet het echt niet. Aan de ene kant misschien wel, maar aan de andere kant…. Wat heeft het voor nut?’
‘Volg je hart,’ was het enige dat ik kon uitbrengen.
‘Misschien moet ik dat eens doen.’
‘Meer kan ik niet zeggen.’
‘Je hebt meer dan genoeg gezegd. Misschien moet ik dat gewoon doen.’
Ik staarde naar mijn sokken. Oké, we hadden afgesproken gewoon vrienden te blijven, maar moest hij nu uitgerekend deze vriend uitkiezen om het hier over te hebben? Ik vond het leuk voor hem, maar ik wilde het eigenlijk niet horen. Ik vermande me. Ik moest niet zeuren, blij voor hem zijn. Als goede vriend.

Maar dat viel me even niet mee.
© 2014 Oliver Kjelsson