Op gevoel (deel 9)

Print Friendly, PDF & Email

Ik schudde mijn hoofd, wilde mijn telefoon wegstoppen maar las de twee berichtjes nog een keer. Ik kon het niet geloven.
‘Wat is er?’ vroeg Tineke.
‘Niks,’ ontweek ik.
‘Niks. Je kijkt alsof de Paus homo is geworden.’
‘Berichtje van Elijah, laat maar.’
William keek naar me, nieuwsgierig, bezorgd. ‘Is er iets met Hester?’
‘Nee,’ zei ik. ‘Meneer wil alleen verder.’
Ik wilde er eigenlijk mijn mond over houden, maar dit was te sterk. Dit sloeg in als een bom.
‘Wat?!’ Dat waren Tineke en William tegelijk.
Ik keek nog een keer naar mijn telefoon. ‘Iets anders kan ik er niet van maken.’
‘Maar…’ zei Tineke.
Ik keek naar haar, mijn vader zette zwijgend mijn mok voor me neer, mijn moeder stond afwachtend in de deur naar de keuken naar me te kijken.
‘Ik weet het ook niet,’ zei ik.
‘Misschien begrijp je het verkeerd,’ zei William.
‘Wil,’ zei ik en keek naar mijn telefoon, ‘”Ik heb lang nagedacht maar ik denk dat het niet gaat werken tussen ons. Teveel afstand, teveel gedoe om iets vast op te bouwen.” Duidelijk genoeg lijkt me.’
‘Jezus, wat kut.’
‘William!’ Dat was mijn moeder.
‘Hij zegt er in een tweede berichtje wel “Sorry” achteraan, dat dan weer wel.’
William siste tussen zijn tanden. Die vond het allemaal maar niets. Ik keek naar Tineke, daarna naar mijn ouders. Ik haalde mijn schouders op, wist ook even niet wat ik moest. Ik zat bij mijn ouders, mijn zus en broer, wat kon ik? Even apart gaan staan en bellen? Ik voelde me machteloos, het gevoel even niets te kunnen doen. Ik besloot om me daar maar bij neer te leggen, ook geen berichtje terug te sturen. Ik kende hem, die zat te wachten. Ik wist niet zeker of hij kon nagaan of ik het al gelezen had of niet, maar dat maakte me niet uit. Eigenlijk wel. Ik wou dat hij dat wist. Maar ik stuurde even niets terug. Hij wachtte maar. Hij werd er maar even flink nerveus van. Godverdomme.

Gelukkig moest Tineke op tijd haar trein hebben. De sfeer was raar thuis, na dat berichtje van Elijah. Bedrukt. Ook niet gek natuurlijk, ik had een gezicht dat op onweer stond en ik was zwaar in gedachten. Wat bezielde hem ineens? Ik wilde het er verder niet over hebben. Wat konden we ook zeggen? Ik vond het gênant, met mijn ouders erbij. Alsof ik me schaamde. Dit soort dingen wilde ik ze best vertellen, maar niet op deze manier. Mijn moeder probeerde me een beetje te verwennen, even een hand op mijn schouder bij mijn tweede mok koffie. Mijn vader snapte me wel, die begon over iets anders, voorzichtig. TV aan, afleiding. William keek af en toe naar me, die baalde, het leek wel of hij boos was. Tineke had me de hele tijd in de gaten zitten houden. Bezorgde zus. En vooral nieuwsgierig. Ik verdacht haar er van een eerdere trein te nemen dan noodzakelijk. Ze zat naast me in de auto, we waren de straat nog niet uit of ze begon al.
‘Gaat het, Teun?’
‘Ik snap het niet. Echt niet.’
‘Geen aanwijzingen, dat je achteraf denkt: O, vandaar?’
‘Nee, niet echt. Het ging allemaal wel even snel, Wil die ineens binnen kwam, daarna belde Ivar nog of ik zin had in een barbecue. Maar dat hebben we niet gedaan, rustig aan.’
‘Maar hij had het over die afstand toch?’
‘Weet ik veel. Nou ja, het is voor hem op zich wel lastig om naar hier te komen, trein, zoeken met Hester.’
‘Hoe was hij dan de afgelopen keer bij je?’
‘Ik ben hem gaan halen en heb hem weer teruggebracht.’
Ze ging wat schuin zitten zodat ze me aan kon kijken. ‘Jij hebt er veel voor over.’
‘Ja,’ zei ik strak voor me uit. ‘Ik wel.’
Ze legde haar hand op mijn been. We keken elkaar even aan toen we stil stonden, daarna staarde ik weer vooruit, reed iets feller dan normaal. Ik zette mijn auto stil voor het station.
‘Je bent er. Hoe laat gaat jouw trein?’
‘Straks,’ glimlachte ze.
‘Lekker vaag Truus,’ glimlachte ik.
‘Ik heb de tijd.’
‘Ik mag hier niet te lang staan.’
‘Die tijd gaat pas gelden als je uitgestapt bent,’ lachte ze balorig. Daarna keek ze serieus. ‘Ik heb een beetje moeite om je nu alleen te laten.’
‘Geeft niet, ik red me wel.’
‘Als je wil praten, dan kan dat hè?’
‘Ik weet nu toch niet wat ik moet zeggen.’
‘Ik ben er voor je,’ zei ze met een kus op mijn wang.
Ik slikte. Ik had een lieve zus. Gruwelijk nieuwsgierig, maar lief en zorgzaam.
‘Dank je,’ zei ik met een kleine stem. Daarna glimlachte ik voorzichtig. ‘Weet ik toch?’
Ze keek naar me, veegde met haar duim over mijn wang, vlak onder mijn oog.
‘Ik kan met je meegaan naar je huis, pak ik morgen de vroegste trein.’
‘Nee, gek.’
Ze gaf me nog een kus. ‘Doe voorzichtig, Teun.’
‘Doe ik. Nou, ga je trein halen.’
Ze lachte, deed haar deur open. Ik stapte mee uit, tilde haar tas uit de kofferbak. Ik kreeg nog een knuffel.
‘Bel me als je wil.’
‘Doe ik.’
‘Ik bel jou sowieso morgen nog even.’
Ik lachte. ‘Ik had niet anders verwacht.’
‘Ga je hem nog bellen?’
Ik knikte. ‘Ik wil weten wat er aan de hand is.’
Ze kneep in mijn arm. ‘Succes.’
Ik keek haar na, zwaaide toen ze omkeek voordat ze in het station verdween.

Natuurlijk ging ik nog bellen. Ik was niet gek. Ik had veel voor hem gedaan, we hebben het alleen maar leuk gehad samen, vorige week was hij zelfs niet te houden geweest toen we weer in zijn huis waren. Ik snapte echt niets van deze plotselinge ommezwaai en dat ging hij me uitleggen. Ik remde, bijna piepend, ik zag nog net op tijd het stoplicht op rood springen. Achter me claxonneerde een auto. Ik keek even kort in mijn spiegel, er zat een opgefokt ventje achter het stuur. Ik kon de muziek in zijn auto horen. Toen het groen werd stuurde hij meteen naar de linker baan en stoof me voorbij. Hij keek nog even, daarna was hij weg. Ik zat met mijn gedachten alweer bij Elijah. Bij het volgende stoplicht stond hij stil, ik rolde naar hem toe zag dat het groen werd. Hij moest nog optrekken waardoor ik moest remmen en dicht achter hem reed. Ik drukte op mijn stuur, ik kon het niet laten. Lul. Heel even hield hij in, waardoor ik meteen spijt had van mijn actie. Hij reed gelukkig door. Ik kon mijn ergernis wel af gaan reageren op een wildvreemde, maar wat had ik daar aan? Ik zag hem wegscheuren, ik reed er zelf ook niet al te zachtjes achteraan. Ik draaide mijn straat in en parkeerde. Thuis trok ik eerst een biertje uit de koelkast. Ik pakte mijn telefoon en zocht zijn nummer. Zenuwachtig liet ik hem overgaan. Hij nam niet op. Na een paar keer overgaan kreeg ik zijn voicemail. Daar ging ik mooi niet op inspreken. Met een zucht liet ik mijn telefoon naast me in de bank vallen en nam een slok. Met de afstandsbediening zette ik de tv aan. Ik zapte, het kon natuurlijk zijn dat hij net even naar het toilet was. Ik belde hem nog een keer, maar hij nam niet op. Douchen dan, kon ook. Misschien belde hij nog terug. Douchen, dat wilde ik ook wel. Ik stond op, nam mijn telefoon mee. Die legde ik op de wastafel, het ging me niet gebeuren dat hij me belde als ik onder de douche stond met mijn telefoon een eind weg. Ik wilde snel douchen, maar ik dwaalde af met mijn gedachten terwijl ik onder het water stond. Wat was er nou gebeurd dat hij ineens het roer omgooide? Ik had hem een weekend niet gezien en ineens was alles anders? Vond hij dat niks, had hem dat aan het denken gezet? Ik had een verjaardag, hij had ook afspraken. We waren het er allebei over eens dat we dat zo gingen oplossen. Rustig aan. Dat kon het toch niet zijn? Ik bleef piekeren tot ik na een half uur de kraan dichtdraaide en me afdroogde. Mijn telefoon bleef stil. Nog voor ik weer wat aantrok belde ik nog een keer, maar ik kreeg weer zijn voicemail. Berichtje dan maar.
“Bel me, ik wil met je praten. Ik snap er niets van. xxx”
Het was al na twaalven toen ik naar bed ging. Elijah liet niets van zich horen. Ik had moeite om in slaap te komen, maar tegen twee uur sliep ik dan toch. Ongeveer dan, dat was de tijd toen ik wakker schrok van een piepje en het trillen van mijn telefoon op het nachtkastje. Ik was meteen wakker, griste hem naar me toe en keek. Het was van Elijah.
“Sorry, echt, maar ik kan niet anders. Kan het moeilijk uitleggen. Alsjeblieft niet bellen.”
Ik zuchtte. Ja, doei. Ik liet hem overgaan maar hij nam echt niet op. Nu was ik er klaar mee, ik bleef bellen, dan moest hij wel opnemen. Toen hij niet meer overging bij de vierde poging maar ik meteen een voicemail kreeg snapte ik het: hij had zijn telefoon uitgezet. Lul. Kwaad draaide ik me om. Ik miste hem.

Natuurlijk had ik hem overdag nog proberen te bellen, maar het haalde allemaal niets uit. Ik had hem nog een flink aantal berichtjes gestuurd, maar het bleef stil aan de andere kant. Ik reed na mijn werk naar huis, haalde wat te eten bij de afhaalchinees, geen zin om te koken. Ik had het net op toen de deurbel ging. Mijn licht brandde, dus ik moest wel kijken wie er was. Ik had geen zin in bezoek, maar net doen of ik niet thuis was, was geen optie. Toen ik de gang in liep zag ik door het glas van de deur William staan, met een serieus gezicht.
‘Wil,’ zei ik verbaasd toen ik de deur open gemaakt had.
‘Hey.’
‘Kom binnen, wat kom je doen?’
‘Gewoon, even langs komen.’
In de keuken zette ik mijn koffieapparaat aan en keek naar hem, hangend in het kozijn. ‘Jij cola zeker?’
Hij grijnde waardoor ik glimlachte.
‘Vertel, wat kom je doen, er is iets, dat zie ik aan je.’
‘Heb je nog iets van Elijah gehoord?’
‘Nee,’ zei ik half verstopt achter de koelkastdeur. ‘Helemaal niets.’
‘Helemaal niets?’
‘Ja, een berichtje met sorry en dat ik hem niet moest bellen,’ zei ik droog terwijl ik hem aankeek toen ik de deur weer dicht liet vallen. ‘Maar dat was na een berichtje van mij en verschillende contacten met zijn voicemail.’
‘Jezus, wat een lul.’
‘Jij zegt het.’
‘Ja, niet dan?’
Ik schonk zijn glas in en keek naar hem. Hij was echt verontwaardigd. Ik haalde mijn schouders op.
‘Het is zo, Wil. Ik ben er ook niet blij mee.’
‘Kut, wat heb ik me in die gast vergist. Hij leek zo aardig.’
Ik lachte verbaasd. ‘Ik ook Wil. Hier.’
Hij pakte zijn glas aan. Ik zocht een mok, wachtte even tot het apparaat klaar was.
‘Maar waarom kwam je langs?’
‘Hierom. Ik wilde weten hoe het ging.’
‘En daarvoor kom je naar hier gefietst?’
‘Ja, ik vind het kut. Ik wilde weten hoe het met je was.’
‘Jij komt apart naar hier om…?’ Ik glimlachte. ‘Jezus Wil…’
Ik liep naar hem toe, pakte hem vast en gaf hem een kus op zijn voorhoofd.
‘Je bent een lieve broer, weet je dat?’
‘Ja, duh…’
Ik lachte. ‘Ik meen het. Kom hier,’ zei ik terwijl ik hem nog steviger vastpakte.
Goed, dat was teveel, daar werd hij verlegen van. Ik liet hem los, schonk mijn mok vol, hij liep voor me uit de kamer in. Wil ging weer in de stoel zitten, net als de vorige keer, ik in de bank. Alleen nu. Zonder Elijah. Dat was de zondagochtend ook, toen hij zijn ei kwijt moest, maar nu voelde ik het drie keer zo hard.
‘Hoe is het met Damian?’ vroeg ik.
Hij haalde zijn schouders op. ‘Raar.’
‘Raar?’
‘Ja, Raar. Ik weet niet. Hij verwijt me niks hoor, hij baalt alleen erg dat hij mijn signalen verkeerd opgevat heeft.’
‘Jullie hebben gepraat dus?’
‘Ja, dat moest wel, we zien elkaar elke dag op school.’
‘Hoe ging het?’
‘Maf.’
‘Mooie samenvatting Wil.’
‘Ja, nou… Hij was nog helemaal happy, kwam glunderend naar me toe, even hand tegen mijn rug. Godzijdank niets meer, maar de rest mag niets weten dus daar hoefde ik niet zo bang voor te zijn.’ Hij keek naar me en lachte. ‘Stel je voor dat ie me meteen op mijn bek zou kussen. Maar goed, ik kreeg er wel buikpijn van. In de tweede pauze had ik hem alleen. Hij weer blij, we stonden uit het zicht van iedereen, dus volgens mij wilde hij weer zoenen of zo, weet ik veel. Maar toen heb ik hem toch even strak aangekeken en gezegd dat we moesten praten. Dat het allemaal een misverstand was enzo. Teun, het zweet stond op mijn rug, echt. Ik voelde me echt niet goed. Maar hij snapte het wel, dat zegt ie tenminste. Hij keek echt verdrietig Teun, zielig.’
‘Dus jij hem weer een knuffel geven…’
‘Ja, natuurlijk. Ho, als goede vriend hè?’
‘Ja, ja…’
‘Wat?’
‘Nee, gewoon als vriend,’ zei ik spottend.
‘Je zit me te fucken, lul.’
Ik lachte hard, stond op en aaide een keer door zijn haar.
‘Colaatje?’
‘Lekker.’
Ik man mijn mok mee voor kop twee. Ik glimlachte in de keuken, toen ik zijn glas volschonk.
‘Maar, hoe nu verder?’ vroeg ik.
‘Hij’s cool. Snapt het, schaamt zich een beetje, dat hij zich zo heeft laten gaan.’
‘Kan ik me ook wel weer iets bij voorstellen.’
‘Ik ook.’ Hij keek naar me, balorig. ‘Het is stiekem ook wel een giller natuurlijk. Hij. Verliefd op mij.’
‘Dat snap ik dan ook wel weer.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Dat een jongen verliefd op je kan worden.’
‘Wat bedoel je daar mee? Ik zie er toch niet uit als een homo?’
Nu lachte ik. ‘Nee, daarom juist. Maar je bent wel zorgzaam, het blijkt dat je lekker kunt zoenen…’
‘Lul.’
Ik glimlachte overdreven over mijn mok heen en nam een slok. Mijn telefoon ging, ik verslikte me bijna. Het zou toch niet…? Ik zette mijn mok neer, pakte mijn telefoon. Ook William keek nieuwsgierig. Ik keek voordat ik opnam.
‘Het is Truus,’ zei ik licht teleurgesteld tegen William.
Hij zakte net zo teleurgesteld terug in zijn stoel.
‘Zus.’
‘Hey, Teun. Hoe is het?’
‘Gaat. ‘
‘Nog iets wijzer geworden?’
‘Nee. Hij neemt niet op, reageert nergens op. Nou ja, één berichtje, met sorry en dat ik niet moet bellen.’
‘Jezus.’
‘Dus… Dat was het.’
‘En nu?’
‘Doorgaan met mijn leven, blijven bellen, berichten sturen, mailen…’
Ik hoorde haar zuchten. Wil tilde zijn glas op en keek me vragend aan. Ik knikte, maakte met mijn hand een gebaar naar de keuken.
‘Doe mij er ook eentje.’
‘Oké.’
‘ Dus ja,’ zei ik tegen Tineke. ‘Meer nieuws heb ik niet.’
‘Wie is er bij je?’
‘Wil.’
‘Wil? Zit die bij jou?’
‘Ja, die kwam even kijken hoe het met me ging.’
‘Lief.’
Ik glimlachte terwijl ik naar hem keek.
‘Wat zegt ze?’ vroeg William.
‘Dat je lief bent.’
Ik hoorde Tineke lachen in mijn oor. ‘Hij wordt eindelijk volwassen, zeg hem dat maar.’
‘Ja, dag, zeg hem dat zelf maar,’ zei ik.
Ik gaf mijn telefoon aan William.
‘Truus voor je.’
‘Dat hoorde ik!’ hoorde ik haar nog net roepen.
William lachte, ik ging naar de keuken om mijn mok weg te zetten en een zak nootjes te pakken. Ik kwam met mijn mond vol terug, liet de zak op tafel vallen.
‘Doe ik,’ zei William en gaf de telefoon terug aan mij.
‘Hey zus.’
‘We hebben echt een lieve broer.’
‘Uhu.’
‘Maar, lieve schat, ik ga hangen, je hebt bezoek, je bent in goede handen.’
Ik lachte. ‘Zeker.’
‘Even serieus, hou me op de hoogte. Je gaat hem toch wel nog een keer bellen?’
‘Ik maak hem helemaal gek. Ik wil uitleg.’
‘Is goed. Geef Wil een kus van mij.’
‘Doe ik.’
Ik drukte mijn telefoon uit en glimlachte naar William.
‘Ik moest op je letten.’
‘Dat deed je al Wil.’
Hij glimlachte verlegen en keek op zijn horloge. ‘Ik moet zo naar huis.’
‘Morgen weer school jongen.’
‘Ja. Maar…’
‘Maar?’
‘Hoe gaat het nu verder?’
‘Weet ik niet. Ik ga door tot ik een antwoord van hem heb. Ik wil dat hij het uitlegt.’
‘Dat moet ie wel doen ja.’
Hij trok zijn jas aan en liep naar de deur.
‘Komt wel denk ik. Leuk dat je langs kwam, Wil.’
Hij keek weer onhandig. Ik pakte hem vast en gaf een kus op zijn voorhoofd.
‘Die kreeg je nog, van Truus.’
‘Oké. Nou, doei.’
‘De groeten Wil. Leuk dat je er was. Bedankt.’
Ik keek hem na, op zijn rammelende fiets en glimlachte.

Terug in de kamer ruimde ik William zijn glas op, schonk de mijne nog eens vol. Ik pakte mijn telefoon, keek er naar. Ging ik weer een poging wagen? Het was al wat later. Slapen deed hij vast nog niet. Ik tikte zijn nummer aan en wachtte. Hij ging over, maar hij nam niet op. Ik wachtte tot ik zijn voicemail hoorde. Inspreken dan maar, misschien maakte het een klik als hij mijn stem hoorde. Ik luisterde het vaste riedeltje af, mijn hart klopte toch sneller.
‘Elijah, met Teun,’ zei ik toen het stil was. ‘Alsjeblieft, neem op of bel me. Ik wil met je praten, ik snap er niets van.’ Ik zuchtte. ‘Ik mis je,’ zei ik er nog achteraan en klikte toen weg.
Ik liet de telefoon naast me in de bank vallen en sloot mijn ogen. Hier moest hij toch iets mee doen. Dit kon hij toch niet zomaar voorbij laten gaan? Ik nam een flinke slok en sloot mijn ogen. Dat het allemaal voorbij was deed zeer, maar als er dan nog een fatsoenlijke reden voor was… Als hij een ander had leren kennen, so be it. Maar dan moest hij me dat gewoon vertellen. Ja, dat zou een schop tegen mijn ballen zijn, maar dan wist ik tenminste hoe het zat. Hoe dan ook, hier werd ik gek van. Die afstand was grote onzin, daar was ik van overtuigd. Ik reed met alle plezier heen en weer, en we hadden het er vaak genoeg over gehad. Dat kon het gewoon niet zijn. Ik had er al aan zitten denken om het stuk een keer samen met hem met de trein te doen, zodat hij en Hester wisten hoe het zat. Eén keer overstappen, kom op, dat kon het probleem toch niet zijn? Nee, er zat meer achter. Maar wat?

Weer een hele dag geen reactie, nog geen berichtje. Geen mail. Ik begon nu echt kwaad op hem te worden. Als hij me nu zou bellen, zou zeggen “sorry, misverstand, ik heb er nog eens over nagedacht, ik had het niet moeten afkappen, ik wil je zien dit weekend”, dan vroeg ik me af of ik dat zou doen. Niet zomaar in ieder geval. Dan zou er toch even heel diep gepraat moeten worden. Aan de andere kant… Ik kende mezelf, natuurlijk wilde ik hem weer terug. Het was allemaal veel te leuk geweest. Gek genoeg was het die middag met William die me compleet over de streep had getrokken. Het was gezellig, het voelde zo normaal en gewoon aan. Ik zette bord, bestek en pannen in de vaatwasser, dit werd weer een avond mijn telefoon in de gaten houden. Het beheerste me, en daar baalde ik ook weer van. Natuurlijk had ik nog een berichtje gestuurd. Hij moest toch een keer toegeven, al begon ik daar aan te twijfelen. Ik zat al met de gedachte om zaterdag naar hem toe te rijden, gewoon aan te bellen. Grote kans dat hij niet thuis was natuurlijk, of nog erger: niet open doen. Met dat intercomsysteem was dat heel makkelijk. Het was wel een heel eind rijden, en weer terug, om een paar minuten voor lul te staan voor een gesloten deur. Ik zuchtte, daar moest ik nog eens goed over nadenken. Ik keek naar mijn bank toen ik uit de keuken kwam. Ik had geen zin in nog zo’n avond voor de tv met een telefoon binnen grijpafstand. Ik pakte hem, en bladerde door de namen. Er was maar één iemand waar ik zin in had. Ivar.

‘Hey,’ zei hij vrolijk toen ik binnen kwam.
‘Hey.’
Hij keek me onderzoekend aan. ‘Is er iets?’
‘Ik verveelde me thuis, muren kwamen een beetje op me af.’
‘Oké…,’ zei hij twijfelend.
Ik keek hem aan en zuchtte. ‘Elijah heeft er een punt achter gezet.’
‘Je zegt wat?’
Ik keek hem aan en knikte. Voor het eerst kreeg ik zin om te janken. Ivar deed nog steeds rare dingen met me. Ik was week in zijn handen.
‘Jezus,’ zei hij toen hij me vastpakte.
Ik liet het gebeuren, hing tegen hem aan, voelde zijn armen om me heen. De fijnste armen die er waren, nog steeds. Hij knuffelde me, ik voelde zijn handen over mijn rug gaan. Hij rook ook nog steeds hetzelfde.
‘Maar,’ hoorde ik vlak bij mijn oor, ‘wat is er gebeurd dan?’
‘Ivar, ik heb geen idee,’ mompelde ik in zijn nek, voorhoofd op zijn schouder.
‘Niet? Gewoon, ineens punt er achter?’
‘Ja. Via een tekstberichtje.’
‘Jezus.’
Ik hoorde achter me een deur open gaan en Simone kort in de lach schieten.
‘Niet goed?’ hoorde ik haar daarna serieus aan Ivar vragen.
‘Nee.’
Ik voelde zijn armen wat strakker trekken.
‘Mag ik weten wat er is?’
‘Hij is gedumpt,’ zei Ivar.
‘En het ging zo goed?’
Ik strekte langzaam mijn rug. Zo tegen Ivar aan hangen waar Simone bij was bleef toch raar.
‘Koffie?’ vroeg ze.
‘Sterke.’
We gingen de kamer in, Ivar griste twee tijdschriften weg uit de bank.
‘Zit.’
Ik glimlachte.
‘Net gebeurd?’ vroeg hij.
Ik schudde mijn hoofd. ‘Zondag, ik zat bij pa en ma toen het binnen kwam.’
Hij grijnsde. ‘Fijne omgeving ervoor.’
‘Truus was er ook,’ grijnsde ik.
Ivar lachte. ‘Nog beter. Was ze nieuwsgierig?’
‘Wat dacht je? En lief.’
‘Maar waarom?’
Ik deed het hele verhaal, van Wil die op bezoek kwam, de uitnodiging voor de barbecue, tot aan het berichtje en mijn pogingen contact met hem te krijgen.’
Simone keek van mij naar Ivar.
‘Als je mij dat ooit geflikt had,’ zei ze tegen hem, ‘dan was je nog niet jarig geweest.’
Ivar schudde zijn hoofd.
‘Ik ken hem verder niet natuurlijk,’ zei hij, ‘maar ik vind het raar dat hij helemaal niets van zich laat horen verder.’
‘Hij heeft zich helemaal afgesloten.’
‘En je blijft toch proberen.’
‘Yup.’
Hij lachte. ‘Daar ken ik je goed genoeg voor.’
Ik glimlachte verlegen, dat wist hij wel ja.
‘Ik denk dat je er geen zin in hebt, maar komend weekend gaan we gewoon met zijn allen de kroeg in. Even de gedachten eraf.’
‘Kan ik wel gebruiken ja.’
‘Deal.’
Ik glimlachte, misschien had ik er nog wel zin in ook. Even gewoon weg met mijn vrienden.

Het was misschien gek, maar het werd nog een heel gezellige avond. Ivar deed gekke dingen met me. Nog steeds. Ik was er even helemaal met mijn gedachten vanaf. Misschien ook wel omdat ik mijn telefoon op stil had gezet. Ik had er geen zin in dat Elijah zou bellen terwijl ik bij Ivar was. Als hij zou bellen dat wist hij ook maar eens hoe dat voelde om steeds een voicemail te krijgen. Ik ging pas laat naar huis, met een stevige knuffel van Ivar en een kus op mijn wang. Voor ik wegreed checkte ik wel in de auto of hij nog gebeld had. Niets.

Nou ja, niets… Tineke had me drie keer proberen te bellen zag ik. Ze had nog een berichtje gestuurd met “waar ben je lul?”. Ik lachte, stuurde snel terug dat ik een avondje Ivar achter de rug had en reed toen naar huis. Onderweg piepte mijn telefoon weer. Dat moest Tineke zijn, kon niet anders. Dat bleek ook wel toen ik keek nadat ik mijn auto uit had gezet in mijn straat. “Goed zo. Knuffel!” Eenmaal binnen klapte de leegte weer tegen me aan. Ik voelde me alleen. Niet alleen door Elijah. Ik dacht weer terug aan vroeger, de tijd voordat Ivar Simone had leren kennen. Ik vond het ineens weer gruwelijk jammer dat hij niets voor me voelde. Dat was niet waar. Niet op die manier voor me voelde om een relatie te hebben. Hij voelde wel degelijk wat voor me. Het was de beste vriend die ik had. Oké, ik had er geen seks mee, maar ik was niet alleen. Ivar zou me nooit laten vallen.

Ik bleef volhouden met berichtjes en zijn telefoon over te laten gaan, maar ik begon er aan te wennen dat er niets terug kwam. Die ging niets meer van zich laten horen. Ik vond één belpoging en één berichtje per dag ook wel genoeg nu. Ik deed het ook meer nog om hem een schuldgevoel aan te praten dan dat ik er daadwerkelijk iets van verwachtte. Als mijn telefoon ging dan was het toch Ivar, over het avondje stappen, of Tineke, om te vragen hoe het ging. En William had me nog een keer gebeld. Zomaar, niets bijzonders, maar ondertussen snapte ik wel waarom hij dat deed. Lief, bezorgde broer, al wilde hij me ook wel op de hoogte houden over Damian. Niet dat er veel gebeurde op dat gebied, maar hij zat er wel mee. Zoeken naar een goede balans. Toen mijn telefoon ging verwachtte ik dan ook dat het Tineke zou zijn, die had nog niet gebeld deze avond. Ik schrok dan ook toen ik Elijah’s naam zag staan.
‘Met Teun?’ probeerde ik te spelen alsof ik gewoon de telefoon op nam.
‘Hoi, met Elijah.’
‘Dat je belt zeg,’ kon ik niet na laten om te zeggen.
‘Hoe gaat het?’
‘Gangetje.’
‘Gelukkig.’
Ik ergerde me. Dacht hij nou werkelijk…
‘Nee, niet zijn gangetje, Elijah. Het gaat kut. Ik snap er helemaal niets van.’
‘Dat snap ik.’
‘Leg het me eens uit dan?’ zei ik rustig.
‘Ik weet niet of ik dan kan. Ik… Teun, het ligt niet aan jou. Je bent een leuke gast, echt. Maar… Nou ja, Ik heb veel na zitten denken, en de afstand is wel erg groot.’
‘Dat maakt toch niet uit?’
‘We kunnen elkaar alleen maar in de weekenden zien, en jij hebt jouw vrienden, ik de mijne…’
‘Ik denk dat we dat best kunnen combineren.’
‘Teun, het is ruim tweeënhalfuur rijden.’
‘Nou en? En wat heeft dat met vrienden te maken? Ze zijn nieuwsgierig naar je, je bent gewoon welkom hoor. Bij mij thuis ook.’
‘Teun, daar gaat het niet om.’
‘Waar gaat het dan wel om?’
‘Wat ik zei, de afstand. Laatste keer ben je me komen halen, ik heb even uitgerekend, dat is bijna duizend kilometer!’
‘Je had het over de trein, als je dat teveel vindt.’
‘Dat is niet zo makkelijk, dat weet jij ook.’
‘Je gaat vaker met de trein toch? Ik zat er al aan te denken om de eerste keer met je mee te gaan, zodat jij en Hester weten hoe en wat. Oké, ik zal vaker bij jou zijn dan jij bij mij. Nou en?’
‘Teun…’
Ik had geen zin om hem uit te laten praten, het zat me hoog.
‘Elijah, ik snap het echt niet. We hebben het er over gehad, plannen gemaakt, we zagen het allebei zitten. De laatste keer dat we elkaar zagen heb je me bijna het bed ingesleurd! En dan ineens een week later betekent het allemaal niets meer blijkbaar. Ik snap het echt niet Elijah.’
‘Dat is niet eerlijk Teun, je betekent heel veel voor me.’
‘Niet genoeg om die afstand te overbruggen blijkbaar.’
‘Zo zit het niet.’
‘Hoe dan wel? Wat kan ik voor je doen om het te laten werken? Hoe kan ik die drempel wegnemen?’
Elijah zuchtte.
‘Wat is er dan ineens gebeurd, dat je van gedachten bent veranderd?’
Het bleef stil.
‘Elijah?’ vroeg ik voorzichtig.
‘Ja?’
‘Is er iemand anders? Dichter in de buurt?’
‘Nee, nee,’ zei hij snel, ‘dat is het echt niet. Er is niemand anders.’
‘Weet je wat? Ik kom zaterdag naar je toe. Gewoon op tijd, ik wil met je praten. Bij jou thuis, of een terrasje, jij mag het zeggen.’
Daar bleef het even stil van. Ik had het idee dat ik ging winnen.
‘Zeg maar hoe laat,’ zei ik.
‘Nee, Teun. Dat moet je niet doen. Zou niet eerlijk zijn. Jij zou dan dat hele stuk naar hier rijden, en waarvoor?’
‘Ik wil je zien,’ zei ik. Dat klonk verkeerd. ‘Ik wil je voelen,’ zei ik er achteraan.
‘Ik jou ook.’
Ik trok mijn wenkbrauwen omhoog.
‘Zeg maar hoe laat. Ik kan ook vrijdag na mijn werk komen.’
‘Dat moeten we niet doen, Teun. Dat maakt het alleen maar moeilijker. Het gaat toch niet werken.’
‘Dan geef je niet genoeg om ons,’ mokte ik.
‘Dat moet je niet zeggen,’ klonk het geërgerd.
‘Ik geef het op.’
‘Niet doen, Teun, niet doen.’
‘Niet?’ vroeg ik hoopvol.
Het vlamde door me heen. Zei hij dat echt?
Hij zuchtte. ‘Ik ga zo ophangen. Teun, echt, sorry. Maar ik kan het niet. Het gaat niet werken.’
Er klopte iets niet. Wat wilde hij nou? Wat zat hier nou achter?
‘Dus jij zegt dat je nog veel om me geeft? Verliefd bent?’
‘Ja.’
‘En toch zet je er een punt achter.’
‘Ja,’ zei hij beslist, hij wilde er echt een punt achter zetten.
‘Ik snap dit niet.’
‘Toch is het zo. Teun, sorry, maar dit was het. Ik hoop dat het goed met je gaat.’
‘Maar…’
‘Teun, stop.’
‘Jezus. Echt. Je bent gestoord, echt.’
‘Ik heb nooit gezegd dat ik normaal was.’
Dat klonk spottend, hij wilde echt ophangen. Klaar. Punt. Ik had nog steeds het idee dat ik niet het hele verhaal had, maar daar ging ik nooit meer achter komen.
‘Dus hou op met zeuren,’ zei hij er nog achteraan.
‘Zak in de stront,’ mokte ik en drukte hem weg.
© 2014 Oliver Kjelsson