Spiegelbeeld (deel 4)

Print Friendly, PDF & Email

Ik ben pas laat in slaap gevallen, net als Frank trouwens. We hebben niet veel meer gezegd. Ieder zijn eigen gedachten. We worden allebei pas laat wakker. Onze ouders hebben al ontbeten, we gaan zwijgend tegenover elkaar zitten en smeren een broodje. Frank ziet er slaperig uit maar ook vrolijk. Hij heeft goede zin en dat slaat naar mij over. We kijken af en toe glimlachend naar elkaar. Die glimlach verandert in een dikke grijns bij ons als Thomas voorbij komt lopen en goedemorgen zegt. Pa en ma hebben niets in de gaten. Rogier komt er bij zitten en ziet aan mijn gezicht dat er iets is. Wijselijk vraagt hij niets waar mijn ouders bij zitten. Op een onbewaakt ogenblik geef ik hem snel een knipoog. Frank grijnst. Rogier kijkt steeds verbaasder. Pa en ma gaan een eindje wandelen.
‘Wat was dat net?’ vraagt hij als we even alleen zijn.
‘Je had gelijk. Frank vindt Thomas wel erg leuk.’
‘Meen je niet?’
‘Jawel. Hij begon er over toen ik vannacht terug kwam.’
‘En nu?’
‘Ik heb hem gezegd dat, als hij echt zo nieuwsgierig was, dat hij maar de sprong moest wagen.’
‘Is die Thomas homo dan?’
‘Geen idee,’ lach ik.
‘Kan nog spannend worden dan.’
‘Zeker weten,’ zeg ik. ‘Maar doe me een lol, we gaan ons er niet mee bemoeien. Hij zal het zelf moeten doen.’
‘Tuurlijk. Maar we kunnen toch wel een ideale situatie proberen te scheppen?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Gewoon, niemand verder er bij. Op het strand is het te druk. Bovendien is Anke weer vrijgezel. Die willen we dus zeker niet tegen komen. Zullen we voor vanmiddag een paar fietsen huren met z’n vieren?’

Mike en Rogier kijken naar me als ik terug kom van de toiletten. Ze glimlachen geheimzinnig.
‘Zin om mee te gaan fietsen vanmiddag? Mountainbike huren?’ vraagt Mike.
‘Leuk,’ zeg ik, ‘doen we.’
‘Zal ik even naar Thomas lopen en vragen of hij zin heeft om mee te gaan?’ vraagt Rogier gespeeld onschuldig.
Ik schiet in de lach. ‘Dit valt helemaal niet op, jongens. Maar ga je gang. Graag zelfs.’
Rogier slaat me lachend op mijn schouder en loopt weg. Ik kijk een keer veelbetekenend naar Mike en die grijnst alleen maar.
‘Wat weet hij allemaal?’
‘Alles zo’n beetje,’ zegt Mike schuldig. ‘Hij was er vannacht al over begonnen. Het was hem ook al opgevallen dat je Thomas wel erg leuk vond.’
Ik glimlach en voel dat ik een beetje een kleur krijg. Mike lacht alleen maar.
‘Zeg, ik weet echt nog niet of ik iets ga proberen hoor. Ik zie wel.’
‘Groot gelijk broertje,’ zegt Mike en houdt verder zijn mond als Rogier terug komt lopen.
‘Hij is om 12 uur hier,’ zegt Rogier.
‘Mooi,’ zeggen Mike en ik tegelijk.
Ik sta op en ga een eindje lopen. Even alleen alles op een rijtje zetten. Zie ik hem echt wel zitten? Draaf ik niet teveel door? Ik weet het niet. Bovendien is er één hele grote vraag waar ik helemaal geen antwoord op heb. Durf ik wel? De zenuwen gieren nu al door mijn keel. Ongemerkt ben ik naar het watervalletje gelopen en ga in het gras zitten. Ik denk aan Irma als ik naar het water kijk. Wat voel ik nog voor haar? Het is een te gekke tijd geweest maar Thomas voert nu de boventoon in mijn hoofd. Het lijkt er op of ik nu al verliefd ben. Ben ik dat? Onzin, hij is gewoon leuk. Erg leuk, dat wel. Maar dat is Mike ook en Rogier. Waarom knijpt mijn maag dan als ik er aan denk? Gewoon de zenuwen. Of toch meer? In gedachten loop ik weer terug. Op de camping kom ik Thomas tegen.
‘Ga jij ook mee straks?’ vraagt hij als we even stil staan.
‘Jazeker,’ zeg ik vrolijk.
‘Leuk,’ zegt hij en wil weer doorlopen.
‘Ik zie je straks,’ zeg ik.
Hij draait zich nog een keer om en steekt zijn duim omhoog. ‘Tot straks.’
Hij reageerde wel erg enthousiast toen ik zei dat ik ook mee ging. Zou hij daar iets mee bedoelen?

Ik bekijk ze eens van een afstandje als we de fietsen uitproberen voor we vertrekken. Frank blijft in de buurt van Thomas. Sterker nog, Thomas blijft ook in de buurt van Frank. Rogier staat nog wat te regelen met de man van de camping die de fietsen verhuurt. We hebben met Frank afgesproken dat we niet zullen laten merken dat we wat met elkaar hebben. Dat zien we zelf trouwens ook nog niet zitten. Eerst maar eens kijken wat voor iemand die Thomas eigenlijk is. Ik moet stiekem lachen van binnen als ik naar die twee kijk. Ze dagen elkaar uit, opscheppen over wie de beste conditie heeft. Rogier komt bij me staan en glimlacht.
‘Zullen we gaan, heren?’ vraagt hij lachend.
Ze kijken onze kant op en lachen terug. Rogier gaat voorop, ik rij achter hem. Ik zie dat Thomas mij volgt, Frank sluit de rij.

Ik zie hem voor me rijden. Zijn kuitspieren spannen, zijn voeten draaien de pedalen rond. Het wordt warm van binnen. Zijn Mike en ik dan toch hetzelfde? Ik laat het allemaal maar over me heen komen vandaag. Ik zie wel. De zandweg is hobbelig. Voor me schiet Thomas met zijn voet van zijn pedaal. Ik knijp meteen in mijn remmen. Thomas kan zich nog net staande houden en vloekt. Mike hoort dat er achter hem wat gebeurt en stopt. Hij roept naar Rogier. Die remt, kijkt achterom en draait. Rustig rijdt hij terug naar ons. Ik ben afgestapt en sta bij Thomas. Zijn scheenbeen heeft een gemene schaafplek.
‘Gaat het?’ vraag ik bezorgd.
Zijn gezicht heeft een vertrokken grimas. ‘Jawel,’ zegt hij en kijkt me even aan.
Ik leg mijn hand op zijn rug en kijk naar zijn been. De schade valt inderdaad mee. De stof van zijn shirt is klam van zijn zweet. Hij is warm. Rogier pakt zijn fles water uit zijn rugzak.
‘Spoel het even af,’ zegt hij en strekt zijn arm om hem de fles te geven.
Thomas stapt af en ik pak de fles. Thomas gaat in het gas zitten en ik kniel bij hem neer. Ik giet wat water op de schaafwond, zijn gezicht trekt even samen.
‘Het gaat wel,’ zegt hij dan. ‘Het valt allemaal wel mee. Kom, we gaan verder.’
Ik draai de fles dicht en geef hem terug aan Rogier. Ik strek mijn hand uit en trek Thomas weer omhoog.
‘Bedankt,’ zegt hij en kijkt me even diep in mijn ogen.
Ik knik een keer en hou zijn fiets voor hem omhoog. We stappen op en rijden weer verder. Rogier houdt het tempo net even wat lager als daarvoor, hij was toch wel geschrokken van het voorval. Na een uur stoppen we en gaan in het gras zitten.
‘Gaat het?’ vraagt Mike aan Thomas.
‘Ja, hoor,’ zegt hij luchtig. ‘Volgens mij is het al dicht.’
Ik zit vlak naast hem en kijk een keer naar zijn been. Het valt inderdaad nog al mee, het zag er net erger uit dan het is. We glimlachen een keer naar elkaar, wat mij weer een knoop in mijn buik oplevert. Mike en Rogier zitten vlak bij ons, maar het is duidelijk hoe de verdeling zit. Thomas en ik zitten dicht bij elkaar en Mike en Rogier zitten dicht bij elkaar. Het geeft me een goed gevoel. Thomas kijkt nog een keer naar zijn been. Voorzichtig strijkt hij met twee vingers over de schaafwond heen.
‘Doet het niet zeer?’ vraag ik bezorgd.
‘Valt wel mee,’ zegt hij terwijl hij zijn been nog bekijkt, ‘het trekt alleen een beetje.’
Zijn hoofd draait naar mij en hij glimlacht. Ik glimlach terug. Hij is leuk, ik kan het niet ontkennen. Rogier haalt me terug naar de werkelijkheid en stelt voor om weer door te rijden. Thomas staat op en pakt zijn fiets. In dezelfde volgorde rijden we verder. Op een verlaten weggetje gaan Mike en Rogier naast elkaar rijden. Ik versnel en hou naast Thomas weer in. Hij kijkt even lachend naar me terwijl we in hetzelfde tempo doorrijden.
‘Gaat ie?’ vraag ik.
‘Hij gaat lekker,’ lacht hij. ‘Het is mooi hier.’
‘Gaaf he?’
‘Hoe lang ben je al hier?’
‘Bijna twee weken. Komende zaterdag gaan we weer naar huis.’
‘Dan al? Jammer.’
Dat komt er teleurgesteld uit. Ikzelf vind het ook jammer. Overmorgen al. Het geeft me aan de ene kant ook een benauwd gevoel. Ik moet snel zijn met Thomas. Anders zijn alle kansen voorbij.

‘Ook zo nieuwsgierig naar wat er achter ons gebeurd?’ vraagt Rogier grijnzend.
Ik lach en kijk even achterom. ‘Ze praten.’
‘Ik vraag me af wat er allemaal door Frank’s hoofd heen gaat.’
‘Hetzelfde als bij ons toen we het nog niet wisten van elkaar, denk ik.’
Hij glimlacht.
‘Ik ben benieuwd hoe het afloopt. Hij is leuk.’
‘Thomas?’
Ik knik.
‘Leuker dan ik?’ Hij vraagt het spottend.
‘Tuurlijk niet,’ grijns ik terug en knipoog.

Ik sla dicht. Weet niet meer wat ik moet zeggen. Zwijgend rijden we naast elkaar door. Af en toe kijk ik naar zijn handen die losjes het stuur vasthouden. Zijn knieën die in een constant tempo op en neer gaan. Even kijk ik naar zijn kruis dat bol op het puntje van het zadel rust. Meteen kijk ik weer vooruit.
‘Hoe lang ben je hier geweest?’ vraagt hij dan ineens.
‘Twee weken. Hoe lang blijf jij?’
‘Hetzelfde. Volgende week gaan we naar de D-day stranden kijken. Die wil ik heel graag een keer zien.’
‘Die zijn erg indrukwekkend. Moet je zeker doen.’
‘Ben jij er al geweest?’
Ik knik en vertel. Opgelucht dat we een onderwerp hebben waar we mee vooruit kunnen. Hij wil er alles over weten, waar we geweest zijn, wat hij zeker moet gaan bekijken. Na een kwartier slaat Rogier een zandpad in en moeten we weer achter elkaar rijden. Hij rijdt weer voor me. Ik zie zijn benen ronddraaien, zijn billen op het zadel. Het beeld van zijn kruis flitst voorbij. Ik zucht. Liefde of lust?

We zijn eerder terug op de camping dan we hadden verwacht. Rogier stelt voor om de fietsen terug te brengen en om nog even naar het strand te gaan. Iedereen is het er mee eens en een kwartier later liggen onze handdoeken in het zand.
‘Even het stof er af spoelen,’ zegt Rogier en trek me mee het water in.
We lachen en laten ons in het water vallen. Frank en Thomas komen achter ons aan. Ze rennen naast elkaar en voor Frank er erg in heeft geeft Thomas hem een duw. Frank valt en komt proestend weer boven. Hij grijnst. Thomas zwemt door naar ons en wordt ineens onder geduwd door Frank. Ze stoeien, proberen elkaar iedere keer weer onder te duwen. Dat ziet er goed uit. Frank lacht en heeft een onbezorgde blik op zijn gezicht. Hij voelt zich prima, dat kan ik wel zien.

Thomas ziet er goed uit. Ik heb mijn ogen goed de kost gegeven toen hij naast me op het strand zijn shirt uittrok. Nu heeft hij zijn arm om mijn nek en probeert me onder water te duwen. Ik geniet van de blote huid van zijn zij tegen de mijne. Hij moest eens weten. Mijn hoofd druk ik tegen zijn borst, ik hoor zijn adem hijgend en lachend vlak bij mijn oor. Ik kijk naar zijn buik, het spoortje haar net boven de rand van zijn zwembroek. Ik ga onder. Ik verdrink bijna. Letterlijk en figuurlijk. Hij wint. Ik kom weer boven en zoek revanche. Nu heb ik hem bij zijn nek vast. Mijn arm klemt om hem heen. Hij lacht, worstelt. Kijkt hij nu ook naar beneden? Zijn hoofd wurmt onder mijn arm vandaan en meteen heeft hij mijn polsen vast. Hij staat vlak voor me en kijkt me aan. Hij glimlacht. Zijn ogen branden in die van mij. Zal ik hem kussen? Wil ik hem kussen, hier, nu? Ik laat hem los. Ik durf het niet. Twijfel.

Er gebeurt van alles met die twee en eigenlijk toch ook niet. Even dacht ik dat Frank hem een kus ging geven, ik hield mijn hart vast. Maar dat deed hij niet. Ze lopen voor mij uit het water. Rogier loopt naast me.
‘Straks douchen?’
Ik knik glunderend naar hem. Ik pak mijn handdoek van de grond, klop hem uit en droog me af. Rogier zegt dat hij gaat douchen. Thomas staat weer op.
‘Goed idee,’ zegt hij.
Frank staat mee op en met zijn vieren lopen we terug. Anke kijkt ons na.

Rogier gaat zijn douchegel halen, Mike en ik lopen samen met Thomas naar onze tent. Mike duikt de tent in en Thomas groet me terwijl hij doorloopt. Bij de douches komen we elkaar weer tegen. Ik zie de teleurstelling op het gezicht van Mike en Rogier, samen douchen zit er nu niet in. Ik grijns een keer naar ze. Als Thomas even niet kijkt, steekt Mike kort zijn tong naar me uit. Thomas gaat een douche binnen, ik pak die ernaast. Ik hoor hem naast me bezig, kleren uit, het water begint te stromen. Even denk ik aan het muurtje maar durf er deze keer niet overheen te kijken. Ik druk op de knop en laat het water over me heen stromen. Ik denk aan de douche naast me, probeer geluiden op te vangen. Ik hoor alleen maar water. Mijn kruis groeit een beetje, maar niet helemaal. Ik krijg haast, ik wil tegelijk met Thomas uit de douche komen. Hem nog even zien, even met hem praten. Snel was ik mezelf en droog me af. Als ik me aan het afdrogen ben hoor ik het water bij hem stoppen. Ik kleed me weer aan en hoor Thomas naast me. Hij droogt zich af.
‘Kut!’ hoor ik ineens.
‘Wat doe je?’ vraag ik.
‘Ik trek die wond weer open met mijn handdoek,’ klinkt het mopperend.
Ik heb mijn kleren aan en gooi de deur open.
‘Kun jij wat papier van die grote rol af halen?’ hoor ik vanuit zijn hokje.
Ik loop naar de toiletten en rol een flink stuk papier van de rol die buiten de toiletten hangt. Ik klop op zijn deur en hij haalt hem meteen van het slot. De deur valt open en hij zit op het bankje in zijn boxershort.
‘Bloedt het erg?’
‘Nee, valt wel mee, maar ik smeer mijn hele kleren onder zo.’
Ik kniel neer en dep voorzichtig op de wond met het papier.
‘Gaat het?’
‘Jawel, bedankt.’
Ik blijf nog wat deppen en kijk meteen vanuit mijn ooghoek tussen zijn benen. Via één pijp zie ik het begin van zijn kruis, meer niet. Het is meer dan genoeg.
‘Het gaat zo wel, bedankt,’ zegt hij.
Hij staat op en pakt zijn broek. Ik ga weer staan. Hij trekt hem voorzichtig aan om geen bloed aan zijn broekspijp te krijgen en draait zich dan om. Hij pakt zijn shirt, voor mijn ogen strekt hij zijn armen omhoog en trekt hem aan. Ik sta nog steeds met de prop papier vol bloedvlekken. Hij draait zich weer om en glimlacht naar me. Hij pakt het papier, bukt en dept er nog een keer mee op zijn scheenbeen.
‘Dat moet genoeg zijn, het stopt al weer.’
Voor de spiegel gaat hij een keer wild met zijn hand door zijn haar. Achter ons komen Rogier en, een paar tellen later, Mike uit de douche. We lopen samen weer terug.
‘Vanavond potje poolen?’ vraagt Rogier aan Thomas.
‘Is goed,’ reageert Thomas enthousiast, ‘hoe laat?’
‘Rond 8 uur?’
‘Prima,’ zegt hij vrolijk en loopt een zijpad in.
‘Bedankt,’ zegt hij nog lachend tegen mij en loopt dan door.
‘Mijn zorgzame broertje,’ zegt Mike spottend en slaat een arm om me heen.
Ik trek een overdreven grijnzend gezicht. ‘Eenzame douchert,’ lach ik en sla mijn arm bij hem om zijn schouders.
Rogier schiet in de lach. ‘Dat was even jammer, dat hij meteen mee ging.’
Ik grinnik. ‘Ik heb maar niet voorgesteld om samen met hem te gaan douchen, sorry.’
Rogier slaat een pad in naar zijn caravan. ‘Ik kom jullie vanavond wel halen,’ zegt hij.

Frank en ik gaan na het eten samen afwassen. Het is er gelukkig niet druk.
‘Hoe gaat het broertje?’ vraag ik.
‘Goed,’ zegt hij lachend.
‘Het is een leuke jongen, Frank.’
‘Is het jou ook op gevallen?’
‘Nerveus?’
Hij kijkt me serieus aan. ‘Beetje.’
‘Gewoon rustig aan, Frank, zie maar wat er gebeurd.’
‘Rustig aan? Overmorgen gaan we weg. Twee kansen; ik vertel het hem vanavond en als hij mij ook ziet zitten hebben we een leuke dag morgen, of hij is niet zo en dan heb ik er spijt van dat ik het hem niet pas morgenavond verteld heb. Hoef ik hem ook niet meer onder ogen te komen.’
‘Nou kijk je me aan alsof je wilt dat ik nu ga zeggen wat je moet doen.’
Hij lacht.
‘Ik zou het niet weten, Frank. Kijk maar wat voor sfeer er hangt vanavond, niets vooraf plannen.’
‘Lijkt me het beste ja,’ zegt hij en laat bijna een pan tussen zijn afdroogdoek uit glippen.

Rogier is op tijd bij ons en met zijn drieën lopen we naar de bar. Thomas is er al. Hij zit op het muurtje. Ik schrik een beetje. Anke zit naast hem en praat honderduit tegen hem. Hij lacht. Naar haar, om wat ze zegt. Ik baal. Het is wel duidelijk zo, vrees ik.
‘Hmm, kapers op de kust,’ hoor ik Rogier zachtjes zeggen achter mij.
‘Hey,’ zegt Mike tegen Thomas als we vlak bij hem staan.
‘Hey,’ zegt hij tegen mij terug.
Rogier en Mike lopen naar binnen, ik weet even niet wat ik moet doen. Bij Thomas gaan zitten of achter hen aan naar binnen. Thomas geeft me een antwoord. Hij staat op en loopt naar binnen. Hij tikt een keer tegen mijn arm en ik volg.
‘Wat is dat voor een raar wijf?’ vraagt hij aan mij als we net binnen zijn.
‘Dat is Anke,’ lach ik.
‘Wat een ouwehoer. Ik was blij dat jullie aan kwamen lopen. Ik vroeg me al af waar je bleef.’
Ik schiet in de lach.
‘Je kent haar?’
‘Helaas wel.’
‘Iets mee gehad of zo?’ vraagt hij.
‘Nee, alsjeblieft zeg. Mike wel. Welgeteld een dag.’
Thomas schiet in de lach. ‘Ik weet genoeg.’
‘Kijk er maar voor uit. Ze probeert alles naar haar hand te zetten.’
We komen aan bij de pooltafel. Rogier heeft net de ballen in de driehoek gelegd.
‘Mike en ik tegen jullie?’ vraagt hij.
Ik grijns. Ze doen het er om. Thomas is meteen voor. Bij iedere beurt spelen we om en om.
‘Je hebt het genoegen al gehad kennis te maken met Anke?’ vraagt Mike spottend aan Thomas.
‘Helaas wel, ja. Hoe heb je daar ooit in kunnen trappen?’
‘Hmm, Frank heeft je alle details al verteld, merk ik?’
Thomas lacht.
‘Kijk maar uit voor haar. Volgens mij kan ze er ook niet om lachen dat je nu met ons rondhangt hier.’
‘Pech voor haar,’ zegt Thomas en buigt bij de tafel voorover om aan te leggen.
Ik sta vlak achter hem en kijk naar zijn gespannen broek.
‘Lekker kontje,’ hoor ik Rogier in mijn oor grinniken.
Ik lach en stoot hem een keer zachtjes in zijn maag. Thomas en Rogier bepalen het potje. Mike en ik doen aan de zijlijn ook wat mee, zonder enige invloed. Bijna zonder invloed dan. Af en toe weet ik er eentje te potten.

Ik zie Frank kijken, ik zie Frank denken. Hij probeert relaxed te doen. Rogier en Thomas trappen daar misschien in, maar ik niet. Ik ken hem. Het is me te geforceerd. Niet gek natuurlijk, ik zou in zijn situatie ook zo nerveus zijn als wat. Waarom doet hij dit ook? Ik ga er nog steeds van uit dat hij iets zoekt wat er niet is. Met Irma was het wel duidelijk, hij valt gewoon voor meisjes. Alleen omdat hij heeft ontdekt dat ik iets met Rogier heb en omdat we tweeling zijn denkt hij ineens dat hij misschien ook homo is. Ineens voel ik me schuldig als ik naar hem sta te kijken. Hij stoot met zijn keu en pot twee ballen achter elkaar. Hij kijkt triomfantelijk naar mij, ik glimlach terug. Frank, mijn broertje. Wat doe ik hem aan? Nee, dat is onzin. Hij doet het zichzelf aan. Alsof ik er aan ga twijfelen of ik homo ben omdat hij een leuke tijd heeft gehad met Irma. Thomas klopt hem een keer op zijn rug. Als hij toch eens wist wat hem boven het hoofd hangt. Ik vraag me even af of ik hem moet waarschuwen maar dat zet ik heel snel weer uit mijn hoofd. Grote kans dat hij niet zo is. Maar wat nou als hij wel zo is? Zou het dan echt wat kunnen worden tussen hem en Frank? Wat nou als hij wel zo is maar Frank er al snel achter komt dat hij het allemaal maar in zijn hoofd heeft gehaald en toch hetero blijkt te zijn. Kan hij Thomas dat aandoen? Ik schrik van Rogier die me aanstoot.
‘Jij bent.’
Ik mompel wat en bekijk de situatie op de pooltafel. Die ene in de hoek moet lukken. Ik leg aan en stoot hem er in. Grijns. De witte bal komt precies goed te liggen om er nog een in te leggen. Daarna is het bekeken. Thomas gaat verder.
‘Waar was jij? Zonnige stranden, wuivende palmen hoop ik?’ Rogier kijkt me lachend aan.
‘Zoiets,’ zeg ik afwezig.
Hij stoot met zijn arm tegen die van mij. Ik kijk hem glimlachend aan.
‘He, laat het piekeren aan je broer over. Daar kun jij niets aan veranderen.’
‘Ik vraag me af waarom hij het allemaal doet.’
‘Om zeker te weten, wat anders. Uitgesproken hetero is hij zeker niet, anders zou hij wel meteen hebben gezegd dat hij zoiets nooit zou kunnen.’
‘En als het nou een fase is?’
‘Dan zal hij daar doorheen moeten. Uitproberen. Als hij dat niet doet zit hij straks op zijn tachtigste nog te twijfelen.’
Ik lach.
‘En als hij dat dan toch moet, dan ook maar met Thomas. Leuke gozer.’
‘Dat is hij zeker.’
‘Jullie blijven ook in alles een tweeling he?’
Ik kijk even vragend naar hem.
‘Jullie vallen voor hetzelfde. Zelfde kleur haar, grijze ogen. Straks blijkt hij ook nog dezelfde maat schoenen te hebben als ik.’
Ik lach, sla hem een keer zachtjes in zijn buik met de achterkant van mijn hand en loop naar de tafel. Thomas heeft hem al aardig leeg geveegd.

Het potje is afgelopen. Mike en Rogier spelen er nog een, Thomas is aan een tafel gaan zitten. Hij heeft voor hem en mij wat te drinken gehaald en zit nu tegenover mij. Hij begint over zijn school en vraagt wat ik ga doen. Langzaam kabbelt ons gesprek voort, af en toe kijken we naar Mike en Rogier.
‘Hoe is dat nou, om een tweeling te zijn?’ vraagt hij.
‘Hoe is het om het niet te zijn?’ lach ik terug. ‘Gewoon, ik weet niet anders. We zijn al bij elkaar vanaf onze geboorte.’
‘Goh, nee,’ zegt hij spottend.
Ik glimlach naar hem.
‘Lijken jullie in alles op elkaar?’
‘Zo’n beetje wel. Dezelfde school, dezelfde vriendenkring. Zelfde voetbalteam.’
‘Ik vind jullie toch anders.’
Ik trek mijn wenkbrauwen op en kijk hem verbaasd aan.
‘Karakter. Hij is anders dan jij.’
Ik denk na. Hoe komt hij daar nou bij? Waarschijnlijk omdat Mike meer met Rogier optrekt en ik toch wel erg veel met hem bezig ben. Zou het opvallen?
‘Hij is wat losser, makkelijker inde omgang dan ik,’ zeg ik dan. ‘Hij legt makkelijker contacten.’
‘Had ik het toch goed gezien.’
‘Je hebt mensenkennis.’
‘Af en toe. Nee, daar heb je haar weer.’
Ik kijk om en zie Anke op ons tafeltje af komen. Ze komt er bij zitten.
‘Alles goed, Frank?’
‘Ja hoor,’ zeg ik verveeld.
‘Wanneer gaan jullie naar huis?’
‘Overmorgen,’ antwoord ik kort.
‘Ik ook.’
‘Ik heb lekker nog twee weken,’ zegt Thomas dan uitdagend.
‘Ga je straks Irma opzoeken als je thuis bent?’
Dat snijdt door me heen. Daar wil ik het helemaal niet over hebben waar Thomas bij is.
‘Denk het wel,’ zeg ik ontwijkend.
‘Zover wonen jullie niet uit elkaar toch?’
‘Nou,’ zeg ik.
Thomas kijkt me lachend aan maar zegt niets.
‘Jullie hebben de hele vakantie iets met elkaar gehad,’ ratelt ze verder, ‘dan ga je haar toch wel opzoeken met de trein?’
‘Dan kun jij wel een maandkaart kopen om ze allemaal achterna te reizen,’ denk ik maar hou wijselijk mijn mond. ‘Doe ik ook wel,’ zeg ik dan.
Ik kijk een keer naar Thomas en trek een verveeld gezicht. Anke moet gevoeld hebben dat we niet op haar zaten te wachten en gaat bij de pooltafel kijken.
‘Wat hoorde ik daarnet?’ vraagt Thomas spottend. ‘Vakantieliefde?’
Ik grijns. ‘Zoiets.’ Ik hou me oppervlakkig.
‘Vertel eens wat meer.’
‘Ze heette Irma. Ze is deze week naar huis gegaan, eergisteren.’
‘Mis je haar?’
‘Beetje,’ ontwijk ik.
Beetje? Ik mis haar behoorlijk. Maar als vriendin of als maatje?
Thomas lacht. ‘Beetje veel zo te zien.’
Ik haal mijn schouders op en sta op van tafel. Ik kijk naar zijn lege blikje en hij knikt. Met twee volle kom ik terug. Ik zet die van hem voor zijn neus en ga zelf ook weer zitten.
‘En jij? Jij nog ergens een liefde rondlopen?’
‘Nee,’ zegt hij, ‘zoveel leuke meisjes lopen er bij ons niet rond.’
‘Helemaal niets?’
‘Echt niet, geloof me. Maakt me ook niet zoveel uit eigenlijk.’
Er gaat een bel af achter in mijn hoofd. Zou hij dan toch?

Rogier en ik hebben het potje afgemaakt. We proberen ongezien weg te komen maar Frank heeft het gezien. Hij zit aan tafel met Thomas te praten. Hij knipoogt een keer als hij ons naar buiten ziet gaan. Die snapt wel wat we gaan doen. Twee vliegen in één klap, wij zijn alleen en hij wordt door ons niet gestoord met Thomas. Er zijn meer mensen op het strand. We lopen iets verder door. Het is toch donker, niemand ziet wie wij zijn. Ik zit tussen zijn benen, mijn rug tegen zijn borst. Hij slaat zijn armen om me heen en kust mijn nek.
‘Nog een dag,’ zucht ik.
‘Nog twee nachten, pessimist,’ grinnikt hij.
Ik lach. Hij heeft gelijk.
‘Ik ga je missen,’ zeg ik na een korte stilte.
‘Nee hoor,’ zegt hij nuchter.
Ik draai me verbaasd om.
‘We hebben vakantie. Als het aan mij ligt stap ik de eerstvolgende dag op de trein naar je toe. Je krijgt de kans niet om me te missen.’
Ik nestel me weer in zijn omhelzing. Kus in mijn nek. Hij is lief.
‘Hoe zou het met Frank gaan,’ fluistert hij in mijn oor.
‘Interesseert me even geen bal,’ zeg ik en draai me om.
Ik kus hem en hou vast. Zijn tong heb ik snel gevonden. Mijn armen houden hem stevig vast. We vallen achterover in het zand en ik lig zwaar boven op hem. Ik voel zijn harde kruis tegen me aan. Ik kreun tevreden. Niet denken aan overmorgen. Nu genieten.

Ik voel de spanning oplopen. Ga ik het hem vertellen of niet? Niet hier in ieder geval. Teveel mensen om ons heen.
‘Waar zijn Mike en Rogier eigenlijk gebleven?’ vraagt Thomas terwijl hij rond kijkt.
‘Geen idee,’ zeg ik, ‘misschien op het strand.’
‘Zullen we daar even gaan kijken?’
Ik heb spijt dat ik het gezegd heb en haal mijn schouders op.
‘Geen zin? Lijkt me gaaf, het strand als het donker is.’
Hij staat al op en ik ga mee. Geen idee of we ze gaan betrappen. Ze zullen toch wel zo verstandig zijn om niet midden op het strand te gaan zitten? We lopen naast elkaar het pad af. Af en toe raken onze schouders elkaar. Daagt hij me nou uit of is het toeval?

We horen ze tegelijk aan komen. Ze lachen.
‘Recht zitten,’ zegt Rogier en laat me los.
Ik geef hem nog een kus. En nog een. Rogier grinnikt.
‘Het is donker, ze zien ons toch niet. Als ze nog dichterbij komen kunnen we altijd nog braaf blijven.’
Rogier wrijft een keer over mijn been en knijpt dan zachtjes in mijn kruis.
‘Straks in de tent, gek,’ fluister ik.
‘Kun jij zien wat ze doen?’ vraagt Rogier.
‘Nee, volgens mij zijn ze ergens in het zand gaan zitten.’
‘Ik ben blij dat ik jouw broer niet ben op dit moment.’

Eigenlijk zou ik nou zo nerveus moeten zijn als wat. Het verbaast me dat ik nog zo rustig ben. Thomas zit naast me, zijn benen opgetrokken, zijn armen er omheen. In het licht van de maan zie ik de contouren van zijn gezicht.
‘Gaaf dit,’ zegt hij.
‘Mooi,’ zeg ik.
‘Zeker vaak gezeten hier met die Irma?’
‘Af en toe, niet vaak,’ zeg ik.
‘Mike en Rogier zijn hier ook niet,’ zegt hij en kijkt een keer rond.
‘Nee.’ Ik lach van binnen. Hij moest eens weten.
‘Als ik een vriendin had zou ik hier iedere avond met haar zitten.’
Ik glimlach. Hij kijkt nog een keer rond.
‘Er zitten meer verliefde stelletjes hier,’ zegt hij.
‘Waar?’
‘Daar,’ zegt hij en wijst schuin voor ons.
Er zitten een jongen en een meisje tegen elkaar aan over het water te staren.
‘En daarachter,’ zegt hij en wijst.
Ik kijk en heb moeite mijn lach in te houden. Ik herken Mike en Rogier. Ze liggen in het zand en zoenen elkaar. Flink.

Ik maak Rogier helemaal gek. Hij heeft het opgegeven zich er tegen te verzetten. We liggen weer in het zand, ik heb hem boven op me getrokken. We zoenen, zijn harde kruis wrijft langzaam over die van mij. Ik zucht en knijp in zijn rug. Hij kreunt. Niemand die ons stoort. Frank redt zichzelf wel. Ik streel met mijn handen door zijn haar. Zijn tong gaat wild rond. Hij ademt snel.
‘Kom je bijna klaar?’
‘Bijna,’ zucht hij.
‘Niet doen,’ zeg ik, ‘wacht.’
‘Wat ga je doen?’
Stomme vraag. Dat kan hij wel raden. Ik draai hem op zijn rug en ga met mijn hand in zijn broek. Ik trek het elastiek naar beneden en kus hem op zijn harde paal.
‘Mike, doe narmaal.’
Ik luister niet en ga door. Langzaam laat ik hem mijn mond in glijden. Ik zuig zachtjes, ga traag met mijn hoofd op en neer. Rogier grinnikt en verzet zich niet meer. Hij ligt plat op zijn rug, zijn handen kneden mijn haar. Hij ademt steeds sneller. Even hou ik stil en kijk in de richting van Frank en Thomas. Ze kijken voor zich.
‘Ga door,’ kreunt Rogier.
Ik gniffel en lik langs de hele lengte voor ik hem weer naar binnen laat gaan. Ik ga steeds sneller. Zijn vingers drukken hard op mijn hoofd. Hij houdt even zijn adem in en met een diepe zucht komt hij klaar in mijn mond.

Ik kijk even snel en besluit niet meer te kijken. Ik moet er niet aan denken dat Thomas nog een keer hun kant op kijkt. Hij ligt hem te pijpen! Het windt me wel op en voel iets vreselijk groeien in mijn broek. Ik probeer me een voorstelling te maken hoe dat met Thomas zou zijn en dat helpt niet echt in mijn broek. Het zit nu echt strak. Komende paar minuten maar blijven zitten. We zitten vlak naast elkaar, onze armen raken elkaar licht.

Rogier trek me tegen zich aan en kust me. We zoenen weer, zijn tong raakt ieder plekje van de mijne. Zijn handen zijn overal. Hij draait me op mijn rug.
‘Straks in de tent,’ fluister ik.
‘Hou ik je aan,’ grijnst hij en kust me weer.

Djeez,  ze hebben er zin in. Kijk ik toch weer. Thomas kijkt gelukkig niet.
‘Wie weet kom je hier nog wel iemand tegen,’ breng ik het gesprek weer op gang.
‘Ja, wie weet,’ lacht hij.
‘Je weet maar nooit,’ zeg ik.
‘Het is jou ook gelukt,’ lacht hij.
‘Ja,’ zeg ik droog.
‘Zit je niet helemaal lekker?’
Ik zucht. ‘Nee. Toen ze weg ging zei ze dat ze niet verwachtte dat het zou blijven. Ze vroeg zich af of het wel zou werken. We wonen niet echt vlak bij elkaar.’
‘Jammer?’
‘Best wel. Ik vond het ook wel meer dan zomaar een vakantieliefde.’
‘Is er zoveel gebeurd dan?’
Ik knik glimlachend als hij me aankijkt.
‘Ook ehh?’ vraagt hij veelbetekenend.
Ik knik weer.
‘Hier op het strand?’
‘Onder de douche.’
‘Gaaf man. Lijkt me te gek.’
‘Zullen we?’ denk ik maar hou mijn mond.
‘Zou ik ook wel eens mee willen maken.’
‘Wie weet,’ lach ik geheimzinnig.

Hoe komen we hier weg zonder dat ze ons zien?’ vraag ik.
‘Hier achter door de struiken heen,’ zegt Rogier, ‘het is wel even klimmen.’
Ik kijk achter me en vraag me af of dat lukt in het donker.
‘Volg mij maar,’ fluistert hij en sluipt richting de struiken.
Ik kijk nog een keer naar Frank en Thomas maar die kijken strak voor zich uit. Het valt mee, de struiken zijn een stuk minder dicht dan ik had gedacht. We klauteren over wat stenen en voor we er erg in hebben lopen we alweer op het pad terug naar de camping. Hij knijpt een keer in mijn hand en laat hem dan weer los. Ik kijk even om en geef hem dan een kus op zijn wang. Hij loopt de ingang van de camping voorbij en loopt een donker bospad in. Hij trekt me van het pad af en zet me met mijn rug tegen een boom. Hij hangt tegen me aan en kust me. Ik verdrink in een lang zoen. Mijn handen liggen los op zijn heupen. Ik voel zijn handen langs mijn armen glijden. Ze strelen mijn heupen en glijden dan mijn broek in. Meteen heeft hij mijn ballen te pakken. Ik sta helemaal strak en geniet.

Ik kijk nog een keer voorzichtig en zie dat ze weg zijn. Ik heb ze niet weg zien gaan of achter ons horen lopen. Geen idee hoe ze dat gedaan hebben.
‘Denk je dat het nog goed gaat komen tussen jullie als je weer thuis bent?’
‘Geen idee,’ zeg ik kort.
‘Ik hoop het voor je,’ zegt hij en slaat kameraadschappelijk een arm om mijn schouder.
Ik glimlach een keer terwijl ik hem aankijk. Ik smelt, zou hem nu ter plekke willen kussen. Hij laat kort daarna zijn arm zakken en kijkt weer voor zich uit over het water.

Zijn tong likt langs mijn paal, ik sta met mijn rug en mijn achterhoofd tegen de boom aan. Ik kijk schuin omhoog. Ik doe mijn ogen dicht en voel alles zo nog beter. Hij knijpt in mijn billen en duwt mijn heupen wat naar voren. Ik kreun. Niet in de tent maar hier. Spannend is het wel. Ik verbaas mezelf. Twee weken geleden had ik nog nooit iemand verteld dat ik op jongens val, laat staan dat ik er ooit iets mee gedaan had. Ik was al blij geweest met een simpele kus. En als ik er dan aan denk wat ik nu allemaal doe. Dat had ik nooit van mezelf gedacht twee weken geleden. Ik wil meer, veel meer. Ik wil dat dit nooit meer stopt.

‘Zullen we zo eens terug gaan?’ vraagt Thomas.
‘Mij best,’ zeg ik.
Eigenlijk wil ik niet terug. Wil ik nog even met hem alleen blijven. Aan de andere kant vind ik het prima. Ik vraag me af of ik het hem ooit durf te vertellen. Ik heb echt geen idee hoe hij zal reageren. Hoewel, het lijkt me niet het type dat er heel lullig over gaat doen. Maar is hij nou zo of niet? Ik weet het echt niet. De onzekerheid slaat toe. Thomas slaat tegen mijn schouder en ik kijk op. Hij staat al, klopt het zand van zijn broek. Hij strekt zijn hand. Ik pak hem vast en trek me omhoog. Ik val bijna tegen hem aan, hou zijn hand wat langer vast. Hij zegt er niets van. Dan laat hij los. Ik klop wat langs mijn broek en loop met hem terug naar de camping. Zo langzaam mogelijk.

Dit mag voor mij nog lang duren, maar dat hou ik niet vol weet ik. Ik knijp in zijn haren en kreun. Hij kijkt een keer omhoog terwijl hij gewoon doorgaat. Ik zucht, hijg bijna. Ik trek hem omhoog en geef hem een kus.
‘Ik wil je nooit meer kwijt,’ fluister ik.
‘Lukt je ook niet,’ grinnikt hij en kust me terug.
Hij zakt weer door zijn knieën en kust me over de hele lengte. Ik voel zijn warme mond weer om me heen sluiten. Zijn lippen en tong glijden heen en weer. Ik begin sneller te ademen en hij versnelt. Langzaam voel ik mijn hoogtepunt naderen. Met een kreun laat ik me gaan. Hij kreunt zachtjes mee als ik klaar kom. Traag laat hij me uit zijn mond glijden en doet mijn broek weer terug op zijn plaats. Dan kust hij me.

‘Overmorgen naar huis,’ zeg ik als we terug slenteren.
‘Terug naar Irma,’ zegt hij.
‘Misschien.’
‘Gewoon er voor gaan, man.’
‘Weet niet.’
‘Is er nog iemand anders dan?’
Ik zeg niets. Hij kijkt me lachend aan. Onderzoekend.
‘Is er nog iemand anders?’ vraagt hij dan lachend nog een keer.
‘Misschien,’ zeg ik grijnzend. Ik word balorig.
‘Heb je daar ook iets mee gehad?’
‘Nee,’ zeg ik.
‘Maar dat zou je wel willen?’
Ik haal mijn schouders op.
‘Hoe heet ze?’
Mijn maag trekt in een knoop. Ga ik het wel zeggen of niet? Ik moet wel. Ik vertrouw hem. Eigenlijk ben ik er ook van overtuigd dat hij ook zo is. Ik voel het. Ik haal een keer diep adem.
‘Jij,’ zeg ik dan met een zucht.
Hij staat meteen stil en kijkt me ongelovig aan. ‘Ik?! Meen je niet.’
Ik kijk hem doordringend aan en dat zegt hem genoeg. Hij weet niets meer te zeggen.
‘Sorry,’ zeg ik.
‘Nee, je hoeft geen sorry te zeggen, het is oké.’
Mijn hart maakt een sprongetje. Zie je nou wel. Hij is ook zo. Ik strek mijn arm en raak die van hem aan. Even blijven we zo staan. Dan beweegt hij en legt zijn hand tegen de zijkant van mijn schouder. Warme gloed door mijn lichaam.
‘Misschien moet ik wel sorry zeggen,’ zegt hij dan, ‘maar ik ben geen homo.’
© 2005 Oliver Kjelsson