Voorbeeld (deel 17, slot)

15 november 2015

Ik trapte flink door. Ik was nog op tijd zonder het gevaar van vragen. Ik dacht aan Stijn en aan Ruben en glimlachte. Ruben was lief. Ruben snapte me. Hij wel. Mijn ouders zouden dat nooit doen. Dan maar geen voorbeeldzoon. Ruben gaf me het gevoel dat hij Stijn accepteerde. Dat vond ik belangrijker dan mijn ouders. Stijn vond hem lief gelukkig. Dat was toch het belangrijkste. De rest kon me gestolen worden. Ik zong mijn tijd wel uit. Straks na school studeren en op [ verder lezen ]

Voorbeeld (deel 16)

15 november 2015

Ik slikte. Hij had echt alles gezien. ‘Een jongen van school,’ zei ik voorzichtig. ‘Wat moest hij hier dan? Ik kan me niet herinneren dat hij hier in de wijk woont.’ ‘Hij reed een stukje mee.’ ‘Jarno, zit hij echt bij jou op school?’ ‘Ja, dat zei ik toch? Ik ben gisteren nog met vrienden van school geweest.’ ‘En wat deden jullie nog zo lang in de garage?’ ‘Praten.’ ‘Ik heb niets gehoord.’ Had hij nou aan de deur staan luisteren? ‘We hebben zachtjes gepraat, [ verder lezen ]

Voorbeeld (deel 15)

15 november 2015

Ik keek verbaasd, beledigd. ‘Wat denk je?’ zei ik half boos. ‘Jarno… Niet doen. Niet op mij. Ik ben alleen maar problemen.’ Ik werd dwars. ‘Als ik jou nou gewoon leuk vind… Kan ik daar wat aan doen? Godverdomme zeg. Je bent leuk, mooi, lief…’ Stijn lachte spottend. ‘Ik? Lief?’ ‘Ja, jij ja!’ Hij grijnsde. Gespeeld, dat zag ik. Hij dacht na. ‘Sorry,’ zei ik voor mijn uitval. ‘Jij bent echt onverbeterlijk.’ Ik keek hem aan en zag dat hij glimlachte. ‘Je bent lief, echt.’ [ verder lezen ]

Voorbeeld (deel 14)

15 november 2015

Wijnand keek verbaasd. Ik herkende meteen de stem van Ralf. Ik wurmde me los en draaide me lachend om. ‘Ralf! Weer terug van vakantie?’ ‘Ja, begin van de avond. Ik ben meteen hier naar toe gegaan.’ ‘Goed gehad?’ ‘Zeker. Wie is hij?’ ‘Ow, dit is Wijnand. Wijnand, dit is Ralf.’ Ze knikten lachend naar elkaar, maar ik baalde. Ik kon Ralf er nu helemaal niet bij gebruiken. Ik was best blij om hem weer te zien, maar niet nu. ‘We gaan wat drinken,’ zei Ralf. [ verder lezen ]

Voorbeeld (deel 13)

15 november 2015

Ik klopte mijn kleren uit voordat ik ze weer aan trok. Stijn deed naast me hetzelfde. We keken elkaar aan en glimlachten. Hij gaf me nog een kus, pakte me vast. ‘Blijf nog even.’ ‘Ik moet eigenlijk naar huis.’ Stijn keek teleurgesteld. Ik wilde ook niet weg. ‘Wacht,’ zei ik. Stijn glimlachte toen ik mijn telefoon pakte. ‘Hoi mam,’ zei ik niet veel later, ‘ik blijf in de stad hangen, ben een jongen van school tegengekomen.’ ‘Is goed jongen. Jongen uit jouw klas?’ Ja hoor, [ verder lezen ]

Voorbeeld (deel 12)

15 november 2015

Ik stond als aan de grond genageld. Dit had ik niet verwacht. Ik zag de fles rum staan. Hij had gedronken. Ik pakte de fles en legde hem terug op de plaats waar die altijd verstopt lag. Daarna liep ik hem achterna, maar hij was nergens meer te vinden. Ik wist dat hij in de buurt moest zijn, maar hij had zich goed verstopt. Kut. Ik kon niet verder zoeken, de fiets van Diederik moest weer terug. Ik sloop naar de plek waar ik die [ verder lezen ]

Voorbeeld (deel 11)

15 november 2015

Stijn! Het was al middernacht. Kut. Ik kon niet meer naar hem toe. Mijn ouders zouden dat nooit goedvinden. Bovendien wist ik niet of hij in het park zou slapen of thuis. ‘Wat is er?’ vroeg mijn moeder verbaasd. ‘Heel verhaal. Ik weet waar mijn kleren zijn. Die zou ik vanmiddag ophalen, maar dat moet morgen dan maar.’ ‘Ophalen?’ ‘Ja, iemand zou ze voor me wassen.’ ‘Voor je wassen? Iemand?’ Ik zuchtte. ‘Ik trok veel op met een jongen die ik ken van school, die [ verder lezen ]

Voorbeeld (deel 10)

15 november 2015

Ralf draaide om en keek verbaasd. ‘Jarno. Hoe is het met je?’ ‘Kut,’ zei ik eerlijk. Ralf keek om naar zijn vrienden die ook gestopt waren en stonden te wachten. ‘Rij maar door, ik zie jullie morgen weer,’ riep hij. ‘Oude kennis van mij, even bijpraten.’ Ze zwaaiden en reden weg. Hij keek weer naar me. ‘Kut? Dat dacht ik al.’ ‘Hij is gek,’ zei ik, ‘echt. Totaal doorgeslagen, ik werd opgesloten in huis zo ongeveer.’ ‘Ik ben blij dat ik je zie.’ Ik glimlachte. [ verder lezen ]

Voorbeeld (deel 9)

15 november 2015

‘Sorry,’ zei ik. ‘Schuif op,’ zei hij kort. Ik maakte plaats, vouwde de deken verder open en ging op de rand zitten. Stijn ging in het midden liggen. ‘Kom liggen en hou die deken dicht. Ik krijg het koud.’ Ik ging liggen, trok de deken over ons heen keek hem aan. ‘Ik dacht dat het goed ging,’ zei hij. ‘En dan ontploft ie ineens toch weer. Kankerzooi.’ Zijn stem trilde. Ik lag op mijn zij en zag een traan lopen. Ik sloeg mijn arm om [ verder lezen ]

Voorbeeld (deel 8)

15 november 2015

Ging ik dit echt doen? Hij liep al twee stappen tussen de struiken. Ik keek beide kanten op of er niemand aankwam en ging toen achter hem aan. Ik herkende de plek wel, dat was blijkbaar het vaste plekje van Stijn. Of van hem. Hij draaide zich om en glimlachte. Ik bleef strak kijken. Daar ging mijn maag weer, mijn hart bonkte. Hij raakte mijn arm aan, streelde me. ‘Rustig maar, ontspan.’ Zijn hand ging in zijn broekzak. ‘Hier, twintig nu, twintig straks. Eerlijk is [ verder lezen ]

1 2