Terence (deel 3)

Print Friendly, PDF & Email

Luc kwam met een veelbetekenende blik achter Terence op ons toe gelopen.
‘Dat heb je vaker gedaan,’ lachte Erik.
Terence haalde verlegen zijn schouders op.
‘Kun jij nog wat van leren, Luc,’ spotte Erik.
‘Ja, meneer de veteraan.’
Erik lachte en liep met Luc naar de kleedkamers.
‘Drinken we zo nog wat?’ Esther keek me vragend aan.
Ik keek even naar Terence en probeerde zijn gedachten in te schatten. ‘Is goed,’ besloot ik.
‘Mooi. Wachten we even op de jongens.’
Terence stond ondertussen naar de volgende wedstrijd te kijken. Hij bleef kijken, Esther en ik zochten een tafeltje buiten bij de kantine. Niet veel later kwamen Luc en Erik bij ons zitten. Ze praatten nog over de wedstrijd.
‘Waar is Terence?’ vroeg Luc.
‘Naar de volgende wedstrijd kijken,’ wees ik richting het veld.
Luc keek even die kant op en knikte.
‘Goeie voetballer,’ zei Erik. ‘Wat ik er zo van gezien heb tenminste.’
Luc knikte lachend. ‘Hij had me mooi te pakken ja.’
‘Is ook niet moeilijk,’ zei Erik schamper.
Luc sloeg hem lachend met de buitenkant van de hand tegen zijn arm.
‘Maar ik zou hem wel in ons team willen hebben,’ ging Erik verder.
Luc keek even mijn kant op. ‘We zullen zien,’ zei hij voor zich uit.
‘Rustig aan Erik,’ ging ik verder. ‘Bovendien, hij is maar tijdelijk bij ons.’
Erik liet het rusten, dronk van zijn glas. Het bleef even stil, iedereen met zijn eigen gedachten. Lieke sliep, Marleen begon zich te vervelen. Ze jengelde wat en trok aan Esther’s hand.
‘Marleen…’ Erik zei het een beetje bestraffend.
Marleen keek even om naar hem en begon toen Esther weer te vervelen. Ik zag Terence aan komen lopen. Beetje slungelig, ongeïnteresseerd. Slenterend. Alsof hij wilde uitstellen om bij ons aan tafel te komen zitten. Zwijgend pakte hij een stoel en ging zitten.
‘Wedstrijd afgelopen?’ probeerde Erik een gesprekje.
Terence schudde zijn hoofd. ‘Rust.’
Marleen had hem zien aankomen en hield hem van een afstandje weer in de gaten. Naar hem toegaan durfde ze niet helemaal, vooral ook door de uitdrukking op zijn gezicht. In de verte klonk een fluitje. Terence keek even naar me.
‘Ik ga weer even kijken,’ zei hij timide.
‘Is goed, als we gaan dan kom ik het wel zeggen.’
Terence vertrok weer. Slenterend.
‘Ik vraag me af wat er in zijn kop rondgaat,’ zei Esther.
‘Alles nieuw,’ zei Luc, hem even nakijkend.
‘Da’s niet alles volgens mij,’ zei Erik.
‘Het zou me niet verbazen,’ zei ik en dronk het laatste uit mijn glas.

Terence zagen we niet meer, tot we naar huis gingen. Toen ik ging kijken waar hij was zat hij in het gras, geboeid naar de wedstrijd te kijken. Luc en ik keken elkaar even aan.
‘Hoe lang duurt die wedstrijd nog?’ vroeg ik Luc.
Luc keek op zijn horloge. ‘Vijf minuten, misschien iets langer.’
We hoefden niets te zeggen om te blijven wachten tot het einde. Erik kwam er nog even bij staan. Het was een ander jeugdteam van hun club. Eén van de spelers stormde op het doel af. Ik keek naar Terence en zag dat hij rechter ging zitten. De jongen schoot net naast. Terence hing even achterover en keek kort omhoog.
‘Oeee,’ hoorde ik Erik teleurgesteld naast me.
Terence schudde even kort met zijn hoofd, afkeurend bijna.
‘Die had er gewoon in moeten zitten,’ zei Erik naast me tegen Luc.
Terence keek even achterom en keek naar Erik. Voor een halve tel glimlachte hij naar hem. Meteen daarna volgde hij de wedstrijd weer.
‘Hoeveel staat het eigenlijk?’ Erik vroeg het aan Luc.
‘2-1,’ zei Terence half over zijn schouder.
‘Dat ze het maar vasthouden,’ zei Luc.
Dat had hij niet meer hoeven zeggen. De scheidrechter floot af, het team vierde zijn overwinning. Erik klapte, Terence keek tevreden. Hij stond op en draaide zich naar ons.
‘We gaan zo,’ zei ik.
Hij knikte. Samen liepen we terug naar de kantine. Esther stond op en liep met ons naar de parkeerplaats. Erik hielp met de kinderen op de achterbank te zetten en de buggy in de kofferbak te leggen. Ze kusten elkaar.
‘Tot straks,’ zei Erik.
Esther gaf me een kus op mijn wang.
‘We spreken elkaar,’ zei ze en keek naar Luc en Terence. ‘Dag Terence.’
‘Dag,’ was de zachte reactie.
Marleen zwaaide vanuit de auto toen ze wegreden.
‘Zie je,’ zei Erik terwijl hij al op zijn fiets zat.
‘Later,’ glimlachte Luc.
‘Dag voetballer,’ probeerde Erik losjes tegen Terence.
Kort glimlachje.

Wat was het toch? De rest van de dag was hij stil, afwezig. Waar zat hij met zijn gedachten? Hij hing wat voor de tv, had de krant al helemaal uitgelezen. Nadat we gegeten hadden ging hij naar zijn kamer. Huiswerk. Dat klopte voor mijn gevoel al helemaal niet. Ik kende de verhalen van Marieke. Huiswerk was één van de problemen op school. Het interesseerde hem geen bal. Had het vaak niet af, kreeg daar weer strafwerk voor wat dan ook weer niet gemaakt werd. Later op de avond kwam hij weer naar beneden. Nadat we gezegd hadden dat hij wat te drinken kon pakken in de keuken deed hij dat ook. Luc en ik zaten verveeld onderuit in de bank naar de tv te kijken. Luc keek me even aan en pakte de afstandsbediening. Hij zette de tv op voetbal, samenvattingen van de wedstrijden die vandaag gespeeld waren. Ik probeerde niet te glimlachen. Slimme zet. Luc wist dat ik er geen bal om gaf, hij keek ook niet vaak als ik er bij was. Maar ik begreep waarom hij het deed. Kijken of we Terence geïnteresseerd konden krijgen. Dat hij dan meteen wat voetbal mee kon pikken was louter toeval. Tenminste, zo zou hij het me uitleggen. Vanaf het moment dat Luc het voetbal had opgezet, keek Terence anders. Net zo stil naar ons toe, maar zijn gezicht minder strak. Alsof het hem van zijn gedachten haalde. Luc was niet zo’n fanatieke voetbalkijker. Erik kon zijn mond nooit houden, gaf altijd commentaar. Terence bleek ook zo te zijn. Niet zoals Erik, maar dat kwam deze avond vooral omdat hij bij ons zat, volgens mij. Luc ging wat rechter zitten, begon zich er mee te bemoeien. Terence was het niet eens met de wedstrijd die op tv was. Er werd slecht gespeeld volgens hem en dat liet hij weten door af en toe demonstratief zijn hoofd te schudden, te sissen tussen zijn tanden en af en toe omhoog te kijken en te zuchten. Zou dat zijn favoriete club zijn, die nu speelde? Luc leefde zich in. Pakte afwezig zijn glas van tafel terwijl hij naar het scherm bleef kijken. Er werd gescoord. Door de tegenstander.
‘Buitenspel,’ zei Luc droog.
Er werd geprotesteerd bij de scheidsrechter maar hij keurde het doelpunt goed. Terence schudde zijn hoofd weer. De commentator op tv trok dezelfde conclusie als Luc. Er werd een vertraagde herhaling getoond.
‘Zuiver,’ zei Luc.
‘Duidelijk,’ zei Terence ineens.
‘Die schaamt zich kapot als hij de beelden achteraf ziet.’
‘Moet toch niet kunnen, dit.’ Terence zei het protesterend.
Hij ging weer achterover in zijn stoel zitten en keek verder. Zijn club scoorde nog een keer.
‘Mooie,’ zei Luc.
Terence knikte een keer en keek naar de herhaling. ‘Niet te stoppen.’
Ze hadden de wedstrijd gewonnen, Terence keek tevreden. Luc zocht met zijn hand naast de bank naar de fles wijn. Hij schonk zijn glas nog een keer vol en keek naar mij.
‘Jij?’
Ik knikte. ‘Eentje nog.’
Luc grinnikte. ‘Dat ken ik van je.’
Ik had zin om tegen hem aan te hangen. Normaal zou ik dat ook doen, maar met Terence er bij liet ik het maar. Ik legde even mijn hand op zijn been en stond op.
‘Als je nog wat lust moet je het gewoon pakken, Terence.’
Hij keek me even aan en knikte. Hij stond op en liep met me naar de keuken. Ik pakte een zak nootjes en keek vanuit mijn ooghoek naar hem. Hij pakte de fles uit de koelkast en schonk zijn glas weer vol. Zonder verder iets te zeggen. Samen liepen we de kamer weer in. Zonder iets te zeggen. Terence keek alweer naar de tv terwijl hij zijn glas op tafel zette en weer ging zitten. De volgende wedstrijd was ondertussen bezig. Weer die gezichtsuitdrukkingen, het stille commentaar of goedkeuring. Ik werd er een beetje nerveus van. Alsof hij totaal in een andere wereld zat, alsof wij er gewoon niet waren. Langs elkaar af leefden. En daar maakte ik me zorgen over. Luc probeerde tijdens de reclame een opening te forceren.
‘Heb je zelf ook gevoetbald?’
‘Tijdje,’ was het ontwijkende antwoord.
‘Hoe lang?’
‘Vanaf mijn zesde denk ik, tot een jaar of zo geleden.’
‘Waarom ben je gestopt?’
Ik zag zijn gezicht vertrekken. ‘Geen zin meer,’ zei hij toen kort.
‘Je kunt aardig overweg met een bal, merkte ik vanmiddag.’
Terence haalde zijn schouders op.
‘Erik zei vanmiddag dat hij je misschien wel in ons team wilde hebben.’
Weer die schouders. Gespannen trek op zijn gezicht. Hij zat niet op zijn gemak. Luc merkte het ook.
‘Zonde van jouw talent,’ zette hij hem onder druk.
Onrustig geschuifel in de stoel.
‘Ik zou er nog eens over nadenken als ik jou was.’ Luc liet niet los.
‘Daar heb ik gewoon geen zin in.’ Het kwam er hard en fel uit. ‘Ik ga naar bed,’ zei hij toen zachtjes, alsof hij schrok van zichzelf.
‘Welterusten,’ zeiden Luc en ik tegelijk toen hij meteen opstond.
‘Welterusten.’ Hij zei het kort, geërgerd en verontschuldigend tegelijk.
De deur ging dicht, we hoorden zijn voetstappen op de trap. We keken elkaar even aan.
‘Ik vind dit allemaal moeilijker dan ik dacht,’ zuchtte Luc.

Met een zucht werd ik wakker van de wekker. Het was vroeg. Maandagochtend. In de kamer van Terence hoorde ik nog een wekker. Het duurde even voor die uitging. Ik wurmde mezelf onder het dekbad vandaan en ging naar de badkamer. Douchte snel en zocht mijn kleren in de slaapkamer. Luc mompelde wat.
‘Wakker worden, luiwammes,’ grinnikte ik.
Luc draaide zich op zijn rug en keek me met dikke ogen aan.
‘Nou al?’
‘Helaas,’ zei ik spottend.
In de kamer van Terence begon de wekker weer voor een paar tellen. Hij had nog een half uur voor hij weg moest. Ik zette water op voor thee, zette van alles op tafel voor het ontbijt. Boven bleef het stil. Voor een paar tellen ging de wekker van Terence weer. Verder geen geluid. Ik liep naar boven en klopte op zijn deur. Ik deed de deur open op een kier.
‘Kom je er uit, Terence? Het is tijd.’
Hij mompelde wat protesterend. Langzaam bewoog er wat onder het dekbed.
‘Over 20 minuten vertrekt je bus.’
‘Ik kom zo,’ mompelde hij.
Er stak een been onder het dekbed vandaan. Ik glimlachte en deed de deur weer dicht. Een paar minuten later hoorde ik hem in de badkamer. Luc had zijn badjas aangetrokken en zat wakker te worden aan tafel. Even later kwam Terence de kamer in. Met een plof liet hij zijn rugzak bij de deur op de grond vallen en ging zwijgend aan tafel zitten.
‘Goeiemorgen,’ zei hij zacht.
‘Goeiemorgen jongen.’
Meer werd er niet gezegd. Luc staarde wat naar de voorpagina van de krant. Terence staarde voor zich uit terwijl hij zijn boterham naar binnen zat te kauwen. Afwezig nam hij een slok melk. Hij keek een keer naar de klok en pakte zijn schoenen. Met een uitdrukkingsloos gezicht trok hij ze aan, pakte zijn jas uit de gang en deed die aan. Hij voelde in zijn zak en keek even naar zijn busabonnement. Met een zwaai ging zijn rugzak over zijn schouder.
‘Dag,’ zei hij.
‘Tot vanmiddag jongen.’
‘Heb je ons nummer?’ vroeg Luc.
Terence schudde zijn hoofd.
‘Zet ze anders even in je mobiel,’ zei Luc.
‘Heb ik niet.’
Luc keek even verbaasd en schreef toen onze nummers op een briefje.
‘Hier,’ zei hij met gestrekte arm.
Terence pakte het aan en stopte het in zijn achterzak van zijn spijkerbroek.
‘Altijd handig als er iets is, of als het later wordt.’
Terence knikte een keer en vertrok.
‘Dag.’
‘Succes,’ zei ik.
Luc keek me nog een keer aan toen de voordeur dicht ging.
‘Volgens mij is hij de laatste 15 jarige die geen mobiel heeft.’
Ik glimlachte een keer.
‘Ik vind dat hij er eentje moet hebben. Als er iets is kan hij bellen. Of wij hem, als we willen weten waar hij zit.’
‘Ik ben op tijd weer weg vandaag,’ zei ik. ‘Ik regel wel iets.’
Ik aaide een keer door zijn haar toen ik vlak achter hem stond. Hij hing even met zijn achterhoofd tegen mijn buik.
‘Hoe laat moet je weg,’ vroeg hij terwijl hij achter zich in mijn been kneep.
‘Zometeen,’ lachte ik.
‘Jammer,’ mompelde hij grinnikend.

Op mijn werk belde ik Marieke.
‘Hey, Lau. Hoe gaat het?’
‘Stroef.’
‘Had je anders verwacht?’
‘Nee, maar hij is erg gesloten.’
‘Jullie moeten nog wennen aan elkaar.’
‘Ik heb even een vraagje.’
‘Eentje maar?’ Ze lachte. ‘En dat is?’
‘Luc wilde zijn mobiele nummer, voor het geval er iets is, maar die heeft hij helemaal geen. Is daar een reden voor?’
‘Nee, hoezo?’
‘We waren een beetje verbaasd. Misschien dat hij er geen heeft vanwege eerdere problemen met de rekening of zo.’
‘Nee, hoor.’
‘Problemen mee als we die eentje voor hem aanschaffen? Vinden we wel een veilig idee eigenlijk.’
‘Tuurlijk, moet je doen.’
‘Als de rekening te veel oploopt, dan kijken wel dan wel weer.’
‘Lau,’ zei ze serieus, ‘zoveel vrienden heeft hij niet. Eigenlijk helemaal geen een. Echte goede dan. Vage kennissen misschien. Hij zal daarom ook wel geen telefoon hebben, niet nodig.’
Het raakte me, wat ze zei. ‘Oké,’ zei ik een beetje zacht.
‘Hij heeft een beetje lopen voetballen, hoorde ik?’
‘Esther gebeld?’
‘Wat dacht je?’
‘Volgens Erik en Luc is hij een goede. Heb jij een idee waarom hij daar mee opgehouden is?’
‘Nee. Hij had er geen zin meer in. Sinds hij is gaan puberen ging hij zich steeds meer afsluiten. Daar hoorde dat voetbal ook bij, blijkbaar.’
‘Ik zou zo graag eens in dat hoofd willen kijken,’ zuchtte ik.
‘Wij allemaal, Lau, wij allemaal.’
‘Ik ga vanmiddag een telefoon regelen.’
‘Is goed. Als er wat is, dan bel je hè?’
‘Doe ik,’ zei ik en hing op.
Ik staarde nog even voor me uit en ging toen weer aan het werk.

Op weg naar huis regelde ik een kaart voor een telefoon. Hij kon mijn oude wel hebben. Terence was er al toen ik thuis kwam. Hij zat op zijn kamer, beneden zocht ik mijn oude telefoon en deed de kaart er in. Ik programmeerde onze nummers er in en zette zijn nummer in die van mij. Ik hing het ding aan de oplader en legde het op tafel. Terence kwam naar beneden. Hij pakte wat te drinken.
‘Goed gegaan vandaag op school?’
Ik had een hekel aan mezelf. Herinnerde me maar al te goed dat ik daar ook jeuk van kreeg als mijn moeder dat aan me vroeg als ik thuis kwam.
‘Gewoon,’ was het antwoord.
Ik glimlachte. “Wen er maar aan, jongen,” dacht ik.
Terence keek even naar de telefoon op tafel.
‘Is voor jou,’ zei ik.
Hij keek me even met grote ogen aan.
‘We willen je gewoon kunnen bereiken als dat nodig is,’ zei ik. ‘En als je een keer een bus mist dan kan je bellen dat je wat later thuis komt.’
Terence knikte, maar liet de telefoon gewoon liggen. Durfde hij niet of was het desinteresse?

Langzaam kabbelde de week verder. Terence begon te wennen aan ons huis, kon zijn weg vinden in het dagelijkse ritme. Ik eerst in de badkamer, daarna hij. Luc had meer tijd. Hij werd ook wat vrolijker tegen ons, niet meer zo aftastend. Maar verder hadden we geen toegang. Gesloten. Dat had gewoon zijn tijd nodig. Als we er ooit doorheen konden breken. Op vrijdag kwam hij wat later thuis. Zonder te bellen. Luc zei er wat van, waar hij geïrriteerd op reageerde. Hij was toch op tijd thuis voor het eten? Luc liet het er niet bij zitten. Normaal was Terence al thuis als wij van ons werk kwamen, maar nu was hij later. Luc had zich meteen zorgen gemaakt en dat liet hij merken ook. Het liep hoog op. Zo had ik Terence nog niet gezien. Vuur uit zijn ogen, onverschilligheid ook. Alsof hij uitstraalde dat we hem toch niet konden raken. Ik hield me even buiten de discussie.
‘Ik ben toch nog gewoon op tijd?’
‘Later dan anders.’
‘Nou en?’
‘Wij willen gewoon dat je belt als het later wordt.’
‘Jullie waren zelf nog niet eens thuis.’
‘Doet er niet toe.’
Wat maakt dat nou uit?’
‘Je was er niet toen we thuiskwamen. Dan willen we gewoon weten wat er aan de hand is.’
Terence zuchtte een keer overdreven. ‘Er was helemaal niets aan de hand.’
‘Waar was je dan?’
‘Op school blijven hangen,’ was het korte antwoord. ‘Mag dat niet?’
‘Als je belt wel.’
‘Ik ben even douchen,’ kapte Terence de discussie af en verdween.
Luc kookte. Hij keek me onzeker aan.
‘Ging ik te ver?’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, je was gewoon duidelijk.’
‘Ik trek even wat anders aan.’
Ik gaf hem een kus. Luc liep naar boven en ik kon horen dat hij even later Terence was tegengekomen. Met een harde knal klapte de deur van zijn slaapkamer dicht. Een paar tellen later kwam Luc de woonkamer weer in. Bleek gezicht.
‘Wat was dat?’ vroeg ik bezorgd.
Luc schudde even zijn hoofd. ‘Hij kwam net de badkamer weer uit.’
‘Hij had toch wel wat aan, hoop ik?’
‘Boxershort. Maar ik heb zijn rug gezien. Onder de blauwe plekken. En geen kleine.’
‘Jezus.’
‘Hij voelde zich betrapt, en vluchtte meteen zijn kamer in, half omgedraaid.’
‘Wat moeten we nu?’
Luc haalde zijn schouders op. ‘Geen idee. Hij weet dat ik het gezien heb. Als ik er niets van zeg, dat klopt ook niet. Dan blijft het knagen.’
‘Zal ik met hem gaan praten?’
‘Moeten we samen doen. Of ik alleen.’
Ik zuchtte. Conflict nummer 1. En ik had meteen geen idee wat ik er mee moest. Het eten was klaar, maar Terence was nog steeds niet beneden. Luc riep hem, staand onder aan de trap, maar er kwam geen reactie. Ik besloot naar boven te gaan. Zachtjes klopte ik op zijn deur en deed die open. Terence lag op zijn bed, op zijn buik, zijn gezicht onzichtbaar.
‘Kom je eten? Het staat klaar.’
‘Geen honger,’ mompelde hij in zijn kussen.
‘Je moet wat eten.’
‘Geen hong-er,’ zei hij nog een keer nadrukkelijk.
‘Terence…’
Hij zweeg.
‘Terence? Je moet wat eten. Je kunt je niet blijven verstoppen hier op je kamer. Luc heeft je rug gezien en hij maakt zich zorgen om je.’
‘Er is niets.’
‘Ook goed. Kun je ook gewoon komen eten.’
‘Nee.’
Ik zuchtte. ‘Je komt gewoon eten,’ zei ik dwingend.
Als antwoord drukte hij zijn gezicht dieper in zijn kussen.
‘Terence, je komt eten. NU!’
Hij draaide zijn gezicht naar de muur. Ik kon hem nog steeds niet zien.
‘Terence,’ zei ik wat zachter. ‘We maken ons zorgen, da’s alles. Alsjeblieft, praat eens een keer.’
‘Ik kom zo,’ zei hij toen zacht.
Ik vertrouwde er maar op, sloot de deur zachtjes en ging naar beneden. Luc keek me onderzoekend aan.
‘Hij komt er aan,’ zuchtte ik.
We gingen al aan tafel zitten. Een paar tellen later ging de deur voorzichtig open. Hij kwam stilletjes binnen. Hij probeerde te doen of er niets aan de hand was, maar ik zag aan zijn ogen dat hij gehuild had. Ik zei er niets van. Zwijgend ging hij zitten. Langzaam begonnen we te eten, Terence met tegenzin. Hij had blijkbaar echt geen honger.
‘Sorry van daarnet,’ zei Luc, ‘dat ik je tegenkwam boven toen je uit de badkamer kwam.’
Terence haalde een keer zijn schouders op.
‘Was je daarom zo laat vanmiddag?’
Hij staarde strak voor zich uit.
‘Wie heeft dat gedaan?’
‘Doet er niet toe.’
‘Kom op zeg, dat zijn niet zomaar wat blauwe plekken.’
‘Hij heeft genoeg terug gehad.’
‘Dus hij was begonnen?’
Stilte.
‘Terence?’
Ik keek een keer naar hem en naar Luc, die hem aan bleef kijken nadat hij het vroeg.
‘Er is niets aan de hand,’ zei Terence ineens fel. ‘Hij had gewoon een grote bek, en die kan hij terugkrijgen. Klaar.’
‘Niet klaar. Het ziet er uit alsof ze je geschopt hebben.’
‘Heb je zijn gezicht nog niet gezien.’ Hij zei het stuurs.
‘Ik wil het niet weten.’
Terence zweeg. At traag door, met tegenzin.
‘Als er problemen zijn dan willen we dat gewoon weten,’ zei ik. ‘We willen je daar mee helpen. Maar dan moet je er wel over praten.’
‘Er zijn geen problemen,’ reageerde hij en stond op van tafel om naar zijn kamer te gaan.
‘We zijn nog niet klaar met eten,’ zei Luc nors.
‘Ik wel.’
‘Zitten!’
Terence liet de klink van de deur los en ging zuchtend terug naar zijn stoel. Ik keek hem alleen maar strak aan en ruimde alles van tafel. Ik kwam terug met drie schaaltjes en twee soorten yoghurt. Zwijgend goot hij wat in zijn schaaltje en gaf het pak aan Luc.
‘Alsjeblieft,’ fluisterde hij.
‘Dank je wel,’ zei Luc.
Het klonk allemaal geforceerd. Luc was duidelijk kwaad, maar wilde ook begrip tonen. Terence voelde zich duidelijk schuldig. Hij at snel. Ik hield het pak omhoog en keek hem aan.
‘Jij nog wat?’
Hij knikte. Ik boog een beetje over tafel en liet het in zijn schaaltje stromen.
‘Zeg maar stop.’
Toen het schaaltje halfvol was hield hij kort zijn hand op.
‘Dankjewel.’
Hij at weer snel, staarde voor zich uit. Nadat we allemaal klaar waren schoof hij zachtjes zijn stoel naar achteren en verdween naar zijn kamer. Luc wilde hem nog aan tafel houden maar ik legde mijn hand op zijn arm voor hij wat kon zeggen. Toen Terence weg was stond ik op en zette alles in de vaatwasser. Luc bleef nog even aan tafel zitten, met zijn eigen gedachten. Ik zette koffie, Luc kwam de keuken in.
‘Waarom liet je hem nu gaan?’ vroeg hij geërgerd.
‘Ik vond het even genoeg.’
‘O, dus je vond dat ik te ver ging?’
‘Dat zei ik niet.’
‘Meneer komt thuis nadat hij gevochten heeft, en jij vindt dat wel best?’ Hij praatte wat harder.
‘Nee, dat vind ik niet best,’ bitste ik terug.
‘Maar je laat hem wel gaan. Hij komt er zo mooi mee weg.’
Ik keek hem even dwingend aan, hij praatte nu echt te hard.
‘Geef het de tijd,’ zei ik.
‘Hij gaat gewoon door waar hij mee bezig is,’ schreeuwde hij bijna, ‘en jij laat hem maar gewoon doen.’
‘Zeg, het zit mij ook dwars,’ zei ik nu ook hard, ‘maar wil je dat niet op mij afreageren?’
Luc was even stil. Kwam achter me staan en sloeg zijn armen om me heen. Ik schonk ondertussen koffie in.
‘Sorry,’ kuste hij mijn nek. ‘Maar ik maak me zorgen om hem.’
‘Ik ook, Luc, ik ook. Maar we kunnen hem niet in een weekje veranderen.’
Luc zuchtte en liet me los. ‘Weet ik ook wel.’
We liepen samen de kamer in en gingen zitten. Ik zat in de hoek, Luc hing tegen me aan terwijl hij naar de tv keek.
‘Waarom heb ik het idee dat die vechtpartijen niet zijn schuld zijn, ook al denkt iedereen daar anders over?’
Ik streelde door zijn haar. ‘Omdat je een zwak voor hem hebt?’
‘Even serieus, Maarten. Ik meen het. Diep van binnen is hij er het typ niet voor.’
‘Ben ik helemaal met je eens. Maar hij doet het wel.’
‘En ik reken hem daar zwaar op af,’ zuchtte Luc.
‘Voel je je schuldig?’
‘Beetje.’
‘Niet doen. Hij moet voelen dat het niet kan. Dat terugslaan niet de oplossing kan blijven. Hij zal toch een keer moeten komen met te vertellen wat er aan de hand is.’
‘Ga jij nog met hem praten, Maarten? Jij bent daar beter in dan ik.’
‘Ik zal wel moeten, anders kunnen we hem straks gaan zoeken in Oostenrijk.’
Luc gaf me een por in mijn zij met zijn elleboog. ‘Die was laag, die opmerking.’
‘Maar je snapt wel wat ik bedoel.’
Luc draaide zich even om en gaf me een kus. Ik dronk mijn mok leeg en duwde hem van me af.
‘Ik ga even naar boven.’
Luc streelde een keer langs mijn been.

Ik liep voorzichtig de trap op. Ik had geen idee wat ik aan zou treffen. Ik klopte zachtjes op zijn deur maar kreeg geen reactie. Ik deed de deur open en zag hem op zijn bed liggen. Hij lag op zijn rug, zijn handen achter zijn hoofd. Stuurs gezicht. Toen hij me opmerkte draaide hij zich om, gezicht verborgen.
‘Terence?’
Geen reactie. Ik ging op de rand van zijn bed zitten.
‘Terence, kijk me eens aan,’ zei ik zacht.
‘Nee.’
‘Dit kan zo niet, jongen. Wil je niet vertellen wat er nou gebeurd is?’
‘Heb ik al gedaan.’
‘Was het iemand van school?’
‘Hmm.’
‘Hebben ze van school gezien wat er gebeurd is?’
‘Nee, het was bij de bushalte.’
‘Wat is er gebeurd dan?’
‘Niks bijzonders. Wat maakt het ook uit. Het is gebeurd, klaar.’
‘Het maakt wel uit.’
‘Ga weg. Het is toch allemaal mijn schuld.’
‘Dat heb ik niet gezegd.’
‘Luc vindt van wel.’
‘Dat vindt hij niet.’
‘Goed, dan niet.’
‘Terence…’
‘Als ik er ben, dan zijn er problemen, thuis, op school en nu hier.’
‘Die kun je oplossen. En hier zijn geen problemen.’
‘Wel.’
‘Volgens mij niet hoor.’
Hij was stil, zei niets meer. Zijn hoofd drukte dieper in zijn kussen. Ik zag aan zijn ademhaling dat hij het moeilijk had. Huilde hij nou?
‘Altijd ligt het aan mij,’ klapte hij ineens uit elkaar. ‘Zo ben ik. Ik ben een week hier en jullie hebben al ruzie om mij.’
Ja, hij huilde.
‘Luc en ik hebben geen ruzie.’
‘Heb ik toch net zelf gehoord? Luc heeft toch gewoon een hekel aan mij?’
‘Dat is niet waar,’ protesteerde ik. ‘Hij maakt zich zorgen om je, net zoals ik.’
‘Doe geen moeite.’ Hij snifte. ‘Moet ik nu weer weg hier?’
‘Van ons niet.’
‘Als jullie dit aan Marieke vertellen dan haalt ze me hier weer weg.’
‘Nee hoor.’
Ik streelde een keer over zijn rug. Hij verkrampte even.
‘Sorry,’ zei ik. ‘Doet het zo zeer?’
‘Alleen als je er aan komt.’
‘Mag ik even kijken?’
Hij haalde zijn schouders op. Traag trok ik aan de onderkant van zijn shirt en bekeek zijn rug. Terence voelde zich niet gemakkelijk. Het waren flinke blauwe plekken, ik schrok er van. Geen wonden gelukkig, alleen flinke bulten en plekken. Hij verkrampte weer.
‘Mijn onderrug doet zeer.’
‘Daar zie ik geen plekken.’
‘Ik heb een verkeerde draai gemaakt, denk ik.’
‘Zal ik Luc vragen of hij dat komt masseren? Is hij goed in.’
Terence haalde zijn schouders op en keek me even aan. Er spoot wanhoop uit die ogen.
‘Wacht maar,’ zei ik en aaide een keer over zijn achterhoofd.
Beneden stuurde ik Luc naar boven nadat ik verteld had hoe het ging. Luc pakte een tube uit zijn tas die al klaarstond voor de wedstrijd van de volgende dag en ging naar boven. Even later luisterde ik onder aan de trap en hoorde ze zachtjes praten. Luc gaf aanwijzingen hoe hij zijn rug moest ontspannen. Na een half uur ging de kamerdeur weer open. Terence voorop, Luc achter hem aan. Terence wilde naar de keuken lopen maar Luc legde een hand op zijn schouder. Hij aaide een keer door zijn haar.
‘Ga maar zitten, jongen, ik schenk het wel even voor je in.’
© 2006 Oliver Kjelsson