Uit beeld (deel 10)

Print Friendly, PDF & Email

Hij keek niet alleen jaloers, hij keek getergd.
‘Floris, het zit anders dan je denkt.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Wijnand en ik gingen naar een gay feest, gaan we vaker naar toe. Sterker nog, daar hebben we elkaar leren kennen. Dat vertelden we Jurre en die vond het wel interessant. Ik wist niet of jij het wel zo interessant zou vinden.’ Ik wachtte even met praten. ‘Mag ik het je eerlijk zeggen? Ik weet niet eens zeker of je wel homo bent of niet. En als je dat niet bent vraag ik me af of je het daar wel zo leuk zou vinden.’
‘Vast wel.’
‘Dus je bent het wel?’ vroeg ik.
Floris keek me aan. ‘Ik dacht dat dat wel duidelijk was.’
‘Ik had er niet om durven wedden. Echt niet.’
‘Jurre weet dat wel. Hij wilde mij niet meehebben zeker?’
Ik zuchtte. ‘Nee, dat is het niet.’
‘Wat dan wel?’
‘Nou,’ zei ik.
Floris keek me ineens indringend aan.
‘Daar komt ie aanlopen. Vertel hem maar niet dat ik weet dat jullie uit zijn geweest daar.’
‘Eh, nee,’ zei ik verbaasd.
Floris draaide zich om en liep weg. Jurre sloeg tegen mijn arm waardoor ik me half omdraaide.
‘Wat heeft die ineens? Hij ziet me aankomen, trekt zijn gezicht op onweer en hij loopt weg. Je hebt hem toch niet verteld dat we uit zijn geweest hè?’
Ik zuchtte. Ik werd hier een beetje gek van. Floris mocht niet weten dat we uit waren geweest, maar dat wist hij wel en dat mocht Jurre weer niet weten. Als ze zo om elkaar heen bleven draaien dan werd het nooit meer wat. Goed, dat Floris het niet mocht weten dat was ook mijn idee. Maar hij was er wel achter gekomen. Hoe eigenlijk? Zou iemand ons gezien hebben? Moest haast wel. Maakte verder ook niet uit, hij wist het en dat was probleem genoeg. En dan vroeg hij me weer om niet tegen Jurre te zeggen dat… Ja, doei, daar had ik allemaal geen zin in.
‘We zijn gezien denk ik,’ zei ik tegen Jurre. ‘Hij weet dat we uit zijn geweest.’
‘Wat?’
‘Ja, meer weet ik ook niet. Ik heb maar gezegd dat we naar een gay feest zijn geweest en dat ik niet zeker wist of hij nou wel of niet homo was.’
Jurre lachte.
‘Ja, hallo, ik moest iets.’
‘Geloofde hij het?’
‘Half. Hij zei dat jij dat allang wist. Hij denkt dat jij hem niet mee wilde hebben.’
‘En verder? Zei hij daar verder nog iets over?’
‘Niets, toen kwam jij aangelopen.’
‘Kut,’ zei hij fel met een trek van zijn hoofd.
‘Doe met de informatie wat je wil. Ik weet het ook even niet meer.’
‘Hij zoekt het maar uit.’
‘Daar meen je niets van. Ik zeg nog maar één ding: hij reageerde jaloers. Meer zeg ik niet.’
Ik sloeg tegen zijn schouder en liep weg, Jurre bleef half verbaasd achter.

Gemeen van me, dat wist ik ook wel. Maar wat moest ik anders? Het was hun probleem, en daar ging ik niet tussen zitten. Ik wilde Jurre er best mee helpen, Floris ook, maar ik had geen zin om verstrikt te raken in dat gedoe, dan wrong ik me er mooi tussenuit. Ik liep naar de kantine en zocht Wijnand. Hij zat met een paar jongens aan een tafel. Hij stak zijn hand op, ik knipoogde terug. Ik kocht wat te eten en ging bij hem zitten.
‘Floris weet dat we uit zijn geweest,’ zei ik zachtjes tegen hem.
‘Hoe?’
‘Geen idee. Ik vertel je straks alles verder wel. Ik wou alleen even dat je dit wist.’
‘Weet Jurre dit?’
‘Ja, dat mocht ik niet zeggen van Floris maar ik blijf niet aan de gang.’
Wijnand schudde lachend zijn hoofd. Ik gaapte en rekte me uit.
‘Ik wil naar huis.’
‘Hoe lang nog?’
‘Drie uur.’
‘Ik nog langer.’
‘Kan ik weer gaan koken zeker?’
Wijnand grinnikte. ‘Als je eerst boodschappen doet wel ja.’
‘En bedankt,’ lachte ik.
Wijnand pakte onder de tafel mijn been vast. Ik duwde ze tegen elkaar, zijn hand zat klem, hoog tussen mijn dijen.
‘Ik ben zo blij dat wij het beter voor elkaar hebben.’
Ik glimlachte. ‘Gelukkig wel ja.’
Hij kneep, zijn pink wreef even langs mijn kruis.
‘Hou op, of we gaan nu meteen naar huis.’
‘Mij best.’
‘Zorg nou maar dat je straks zo snel mogelijk thuis bent.’
Wijnand lachte zachtjes. Ik pakte zijn hand, hield die even vast en liet toen los.
‘Ik zie je straks.’

Ik liep redelijk gehaast met mijn mandje door de supermarkt. Zoveel had ik niet nodig. Ik wilde naar huis, Wijnand zou een uurtje later thuis komen. Als laatste griste ik nog een fles wijn uit het schap en ging naar de kassa. Ik deed alles in een tas, pakte mijn fiets en reed naar huis. De wijn legde ik koud, al zou dat niet veel meer uitmaken voor die drie kwartier. Ik deed mijn gordijnen dicht, zette wat kaarsjes op tafel. Er werd op de deur geklopt, die daarna meteen open ging.
‘Hey, ik wou vrage… Zo,’ kan er meteen verbaasd achter aan.
Ik keek verschrikt om.
‘Iets goed te maken?’ vroeg Karlijn grinnikend.
‘Nee, niet speciaal. Gewoon zin om te verrassen.’
Ze lachte. ‘Ik ben al weer weg, sorry.’
‘Hij is er pas over een half uur, wat wou je vragen?’
‘Nee, niets bijzonders.’
‘Wegwezen dan,’ lachte ik.
‘Oké, doei.’
Ze knipoogde nog een keer, daarna hoorde ik haar de trap op gaan. Niet veel later klopte ze weer.
‘Hier,’ zei ze, ‘geurkaars. Succes verzekerd.’
Ik keek verbaasd.
‘Steek ik altijd aan als ik eh… bezoek heb. Werkt altijd voor de sfeer.’ Haar hoofd trok zich terug achter de deur. Ze stak haar hand nog even op. ‘Doei.’
Lachend zette ik hem op tafel en stak hem aan. Inderdaad, hij rook flink.

Niet veel later kwam Wijnand binnen. Hij keek verbaasd rond en lachte toen.
‘Kom hier,’ zei ik terwijl ik aan de kraag van zijn jas trok. Hij zette zijn rugzak neer, sloeg zijn armen om me heen.
‘Wij hebben het veel beter voor elkaar dan die twee.’
‘Zeker,’ zei hij terwijl hij zijn jas uit deed.
Mijn voet stond op zijn schoen. Ik wreef, mijn voet schoof in mijn sok heen en weer.
‘Uit.’
‘Wat?’
‘Alles.’
Hij schopte zijn schoenen de hoek in. Hij keek naar de tafel.
‘Hoe kom je aan die kaars?’
‘Karlijn.’
‘Sorry, maar wat meurt dat ding.’
Ik grinnikte. Wijnand liet me los en blies hem uit. Hij pakte hem van tafel en zette hem net buiten de deur op de gang. Lachend trok ik hem op bed. Zijn kleren verdwenen, samen met die van mij. Hij trok me naar zich toe, ik draaide me op mijn rug. Ik wilde hem bovenop me hebben. Zijn gewicht drukte me in het matras. Ik hield hem stevig vast, zoende wild.
‘Rustig, rustig,’ fluisterde hij.
‘Nee,’ zei ik gehaast.
‘Wat heb jij?’
‘Ik hou van je, sorry.’
Hij grinnikte. ‘Is niet erg.’
We zoenden, rolden door het bed heen maar iedere keer zorgde ik er voor dat hij weer op me kwam te liggen. Hij duwde met zijn bekken, ze zaten dicht tegen elkaar. Ik keek hem diep in zijn ogen, tilde mijn hoofd op en kuste hem zachtjes. Er kwam rust.
‘Even zo blijven liggen,’ zei ik.
Ik tilde mijn benen op, sloeg ze om hem heen. Hij trok zijn knieën op en probeerde zoveel mogelijk van mij aan te raken met zijn lichaam. Het was warm tussen ons in. Ik streelde langzaam over zijn rug, af en toe een kus. Zijn ellebogen steunden, zijn vingers aaiden door mijn haar en over mijn gezicht. Ik kreunde zachtjes tevreden. Ik bewoog mijn lichaam onder hem. Het was wel duidelijk wat ik wilde. Ik graaide naar het kastje naast het bed maar kon er niet bij. Wijnand pakte het. Ik trok mijn benen weer op en kreunde zachtjes toen hij naar binnen wilde. Traag duwde hij door.
‘Langzaam,’ fluisterde ik.
‘Lang geleden dit.’
Ik glimlachte. ‘Daarom langzaam. Niet te snel.’
Hij gleed traag naar binnen en nog trager weer terug. Hij bewoog zijn lichaam bijna niet, ik voelde hem alleen diep in mij heen en weer gaan. Af en toe kusten we elkaar. Ik hield hem stevig tegen me aan, hij verborg zijn gezicht in mijn nek, half in het kussen. Ik had mijn ogen dicht, mijn handen op zijn rug en in zijn nek. Ik merkte amper dat hij klaar kwam. Een korte kreun in mijn oor, zijn handen die even knepen. Daarna voelde ik hem schokken terwijl hij hem nog iets dieper duwde. Hij bleef even zo liggen, daarna gleed hij langzaam uit me.
‘Blijf,’ zei ik zachtjes, ‘Nog even. Hou hem hard.’
Ik begon mezelf langzaam af te trekken. Hij nam het van me over. Ik kneep in zijn pik die redelijk hard bleef. Ik kwam zuchtend klaar, hij kreunde omdat ik met schokjes in hem kneep. Hij duwde nog een keer diep wat een extra laatste tinteling door mijn lichaam stuurde. We ontspanden, bleven dicht tegen elkaar liggen. We zoenden kort. Niets zeggen, alleen elkaar aankijken. Ik doezelde wat, zwaar bewust van het lichaam van Wijnand dicht tegen me aan. Hij bewoog. Ik deed mijn ogen open, glimlachte naar hem. Hij aaide mijn wang en gaf me een kus op mijn voorhoofd. Hij wilde opstaan.
‘Niet weggaan,’ zei ik terwijl ik hem opnieuw vastpakte.
‘Ik ga niet weg,’ suste hij. ‘Ik wil iets drinken.’
Hij stond op en liep naar de koelkast.
‘Wijn?’ vroeg hij toen hij naar me omkeek.
‘Ja,’ zei ik, ‘daar had ik eigenlijk mee willen beginnen.’
Hij lachte, pakte de fles en maakte hem open. Met twee glazen kwam hij terug. Hij was nog steeds een beetje gevuld zag ik, niet helemaal slap. Ik ging op mijn knieën staan, kreeg een glas in mijn hand. Ik kuste zijn borst en streelde langs zijn piemel. Zijn hand trok mijn hoofd tegen zich aan. Mijn wang lag tegen zijn borst. Hij kuste mijn kruin. Ik keek omhoog, hij bukte en kuste me nog een keer. Ik glimlachte. Ik nam een slok. Mijn andere hand streelde zijn bil. Hij kroelde door het haar achter op mijn hoofd.
‘Kom liggen,’ zei ik.
We doken weer onder het dekbed. De glazen stonden op de grond. Ik wilde weer zoenen. Nu lag ik boven op hem. Hij lachte en pakte mijn hoofd tussen zijn handen.
‘Ik ga het bed niet meer uit vandaag.’
‘Ik vrees dat we nog moeten koken,’ zei Wijnand.
Ik kreunde mopperend. ‘Geen zin in.’
Hij lachte. ‘Het is al donker buiten, kom op.’
‘Oké,’ zei ik met tegenzin.
‘Kom, koken we samen, gaan we daarna terug het bed in.’
‘Is goed.’
We stonden op, trokken wat kleren aan en gingen de kamer uit.
‘Hé, de kaars is weg,’ zei Wijnand toen hij de deur open deed.
Er lag een briefje, duidelijk het handschrift van Karlijn.
“Hij stonk zeker? Stelletje onromantische klojo’s.”

Ik kon niet van hem loskomen. We hadden gegeten, alles op tafel laten staan en weer terug in bed gaan liggen. We hadden tv gekeken, belachelijk veel geknuffeld. Seks, in slaap gevallen. Het was ondertussen de volgende ochtend en ik had geen zin om op te staan. Wijnand maakte zich los van mij maar ik trok hem terug.
‘We komen zo te laat, Jarno.’
‘Nou en? Blijf hier.’
‘We moeten er uit.’
‘Wedden dat ik je hier kan houden?’
‘Jarno, kom op,’ zei hij zonder veel overtuiging.
Ik duwde hem op zijn rug, kuste zijn buik en nam hem in mijn mond. Hij werd snel hard.

‘Waar waren jullie vanmorgen?’ vroeg Jurre.
‘Beetje laat,’ zei ik balorig.
‘Verslapen?’
‘Nee, dat niet. Ik had geen zin om hem te laten gaan,’ lachte ik.
‘Ik meende net al een gelukzalige glimlach op zijn gezicht te zien.’
‘Af en toe heb ik er teveel zin in,’ grijnsde ik.
‘Ik ben jaloers op jullie.’
Ik duwde even met mijn schouder tegen hem aan.
‘Hij ontwijkt me als een idioot,’ zei Jurre toen.
‘Echt?’
Jurre knikte.
‘Ga met hem praten. Leg het hem uit.’
Jurre haalde zijn schouders op.
‘Of laat het zo. Dan ben je er ook van af. Kun je Tom gaan bellen.’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Dat gaat ‘m niet worden.’
‘Waarom niet? Mooie jongen, volgens mij is hij wel aardig.’
‘Hij is vijftien, Jarno, kom op.’
‘Nou en?’
Jurre keek me alleen maar aan.
‘Volgende keer gaan we daar weer gewoon stappen en dan kom je hem vanzelf weer tegen. Komt goed.’
Hij lachte en schudde zijn hoofd. ‘Vergeet het. Te groot leeftijdsverschil.’
‘Nog geen vier jaar.’
‘Dat is veel in dit geval.’
‘Ben je gek.’
‘Jarno, ik spreek hem nog regelmatig. Zijn hele manier van denken… We liggen te ver uit elkaar. Vind hij zelf ook.’
‘O?’
‘Hoop ik dan. Ik heb hem alles over Floris verteld.’
‘Wat vond hij er van?’
‘Hij zegt er niet zoveel over.’
‘Nee, die is zo jaloers als het maar zijn kan waarschijnlijk.’
‘Misschien, maar ik wilde wel eerlijk zijn. Zeker nadat hij me vroeg waarom ik hem niet zoende daar die avond.’
Floris liep langs, ik zag hem kijken. Jurre keek terug. Floris liep gewoon door. Karlijn kwam ook voorbij. Ze grijnsde naar me.
‘Nog wakker geworden vanmorgen?’
‘Ja hoor, op tijd zelfs.’
‘Heeft die kaars toch zijn werking gehad.’
‘Hij stonk, Karlijn.’
‘Niet. Jij weet niet wat lekker is.’
‘Wijnand zette hem buiten.’
‘Jullie zijn erg.’ Ze schudde haar hoofd. Ze lachte. ‘Mannen…’
‘Zeg, zeg, zeg…!’
Ook Jurre protesteerde. Karlijn lachte en wreef hem even over zijn wang. Daarna liep ze door.
‘Waar ging dat nou weer over?’
‘Over een kaars,’ lachte ik. ‘Vertel ik je nog wel eens.’

Ik kwam Floris later nog tegen.
‘Zei Jurre nog iets?’ vroeg hij meteen.
‘Genoeg. Hij vroeg waarom ik zo laat was vanmorgen.’
Ik zag de blik op zijn gezicht.
‘O, over jou? Weet je wat? Vraag het hem zelf. Leg hem dan ook meteen uit wat jij nou eigenlijk wil. Je vraagt steeds aan mij wat hij zegt, wat hij denkt, wat hij voelt… je gaat me niet wijsmaken dat je niets voor hem voelt. Er is nog iets, waar ik geen idee van heb wat het is. Maar ik denk dat je hem dat eens uit moet gaan leggen. Anders spreken jullie elkaar nooit meer denk ik.’
‘Alsof dat zo makkelijk is.’
‘Nee, dit werkt Floris.’
Ik schudde mijn hoofd en liep door. De groeten. Ik was er klaar mee.

Ik werd er chagrijnig van. Dat was duidelijk aan me te merken, ook toen ik thuis kwam.
‘Zo, wat een verschil met gisteren,’ zei Wijnand droog.
‘Ik ben Jurre en Floris tegengekomen vandaag.’
‘Tegelijk?’ vroeg Wijnand verbaasd.
‘Nee, tuurlijk niet.’
Wijnand pakte me vast en kuste me.
‘Laat gaan die twee.’
‘Makkelijk gezegd. Ze komen de hele tijd naar mij met hun verhaal. Dat Jurre dat doet, dat snap ik. Prima. Maar als Jurre even met mij heeft zitten praten dan komt Floris weer naar me toe met vragen.’
Wijnand lachte.
‘Lach niet. Ik word er gek van.’
‘Hier, pak wat te drinken.’
De bel ging. Van mijn kamer. Ik keek verbaasd naar Wijnand.
‘Wie kan dat nou weer zijn?’
‘Karlijn die haar sleutel vergeten is waarschijnlijk.’
‘Die kwam ik net tegen op de trap.’
‘Of Gijs. Als je gaat kijken dan weet je het.’
Ik lachte en hobbelde de trap af. Door het geribbelde glas zag ik iemand staan, maar kon niet helemaal zien wie het was. Ik deed de deur open en keek in het strakke gezicht van Floris.

‘Hey,’ zei ik verbaasd.
‘Hoi.’ Hij drentelde. ‘Heb je even tijd?’
‘Tuurlijk, kom binnen.’ Ik zette een stap achteruit. ‘Wijnand is er ook.’
‘O,’ zei hij een beetje terughoudend.
‘Die kent het hele verhaal hoor,’ zei ik.
‘Je snapt waar ik voor kom.’
‘Dat is niet zo moeilijk, Floris.’ Ik maakte een gebaar naar de trap. ‘Je weet de weg.’
Hij glimlachte en liep voor me de trap op.
‘Wijn!’ riep ik. ‘Kleren aan! We hebben bezoek. En trek maar alvast een biertje open.’
Wijnand stond nieuwsgierig in de deuropening.
‘Hé, Floris, kom je even wat drinken?’
Wijnand klonk joviaal, behandelde het als gewoon gezellig dat Floris langs kwam. Misschien ook wel de juiste aanpak, besefte ik. Doen alsof er niets aan de hand was. Als hij wilde praten dan begon hij er vast zelf over. Wijnand ruimde nog even snel mijn jas op van een stoel, trok het bed recht.
‘Bier?’ vroeg hij.
‘Lekker.’
Floris ging zitten, kreeg een beugel Grolsch in zijn handen. Ik zag hem kijken naar het bed. De tube glijmiddel lag er nog naast. Ik grijnsde, deed er verder niets mee. Die ruimde ik nog wel op als hij even niet keek.
‘Eet je mee straks?’ vroeg Wijnand.
Floris haalde zijn schouders op. ‘Als het kan.’
‘Gezellig,’ zei Wijnand. ‘Moeten we wel even Karlijn waarschuwen.’
‘Doe ik wel even,’ zei ik.
Ik ging naar boven en klopte op haat deur.
‘Karlijn?’ vroeg ik terwijl ik de deur open deed. ‘We hebben nog een extra eter.’
‘O, eet Floris mee?’
‘Ja,’ zei ik verbaasd.
‘Ik hoorde hem net,’ lachte ze. ‘Hoe laat denken jullie uitgepraat te zijn?’
‘Uitgepraat?’
‘Jarno… Ik zie ook wel wat er allemaal gebeurt. Hij, Jurre… Ik ben niet gek.’ Ze stond op en duwde me weer haar kamer uit. ‘Half zeven goeie tijd? Ik kook, ik roep jullie wel als het klaar is. Gijs is er toch niet.’
‘Niet?’
‘Nee, die blijft bij zijn vriendin. Nou hop, naar beneden. Ga maar eens bemiddelen jij.’
Ik lachte en zag de deur voor me dicht gaan.
‘Karlijn is een schat,’ zei ik toen ik weer terug mijn kamer in liep. ‘ Zij kookt, ze roept als het klaar is. Half zeven.’
‘Wat een luxe,’ lachte Floris.
Hij was duidelijk wat meer op zijn gemak. Hij zat half onderuit op de stoel.
‘Als je wilt kun je ook nog blijven slapen,’ zei Wijnand.
‘Nee, ik ga wel naar huis hoor, denk ik.’
Ik keek naar hem. Hoe hij een beetje onderuit gezakt zat. Ik dacht aan de opmerkingen van Jurre. Flinke bult inderdaad.
‘Wat je wil,’ zei Wijnand.
Hij trok een zak nootjes open, liet die op tafel vallen. Met een gebaar van zijn hand nodigde hij Floris uit om te pakken als hij zin had. Floris keek me even aan.
‘Sorry voor mijn uitval vandaag,’ zei ik.
‘Ik had ook niet zo moeten zeuren.’
Ik glimlachte. ‘Ik werd een beetje gek van alles. Jij die me vraagt wat Jurre zegt, hij die mij weer uithoort als ik met jou heb staan praten… Echt, doe dat eens met elkaar. Eigenlijk gaat het mij of Wijnand ook helemaal niets aan.’
‘ Vraagt Jurre daar naar?’ vroeg hij, half verbaasd en half hoopvol.
‘Ja,’ zei ik. ‘Hij vind je leuk, dat moet je opgevallen zijn.’
Ik ging maar gewoon open kaart spelen, de knuppel erin. Dan zei ik maar teveel, maar dit was volgens mij de enige manier om het los te trekken.
‘Laatste tijd was daar niet veel van te merken,’ zei Floris.
‘Zelfbescherming. Hij heeft genoeg geprobeerd volgens mij. Als jij dan niet reageert… Of in ieder geval niet zoals hij hoopte… Er kwam niets terug, er kwam niets uit.’
‘Nee, en dat is mijn schuld.’
‘Hij weet niet wat jij wil. Nou ja, hij denkt dat jij niets wil.’
Floris keek me aan.
‘En daar is niets mis mee, maar dan moet hij wel verder. Hij wil geen valse hoop meer.’
Floris zuchtte. Wijnand keek naar hem en daarna naar mij.
‘Zal ik even op mijn kamer gaan zitten?’
Floris schudde zijn hoofd. ‘Nee, maakt niet uit.’
‘Wat vind jij nou eigenlijk van Jurre?’ vroeg ik.
‘Mooie jongen. Leuk ook.’
‘Verliefd?’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Denk het wel,’ zei hij toen.
‘Maar er is iets wat alles tegenhoudt.’
‘Ja.’
‘Ik hoop dat het niet hetzelfde is als bij mij.’
Hij keek op van zijn handen.
‘Weten ze het thuis van je?’
‘Ja.’
‘En?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou, bij mij thuis viel het verkeerd. Willen ze er niets van weten. Sterker nog, die weten niet eens dat Wijnand bestaat.’
‘Ho,’ zei Wijnand, ‘ze heeft me een keer een hand gegeven hier. Jouw vader ook.’
Ik grijnde. ‘Ja, de huisgenoot. Maar ze weten niet dat we hier samen op twee kamers leven.’
Floris keek verbaasd. ‘Echt?’
Ik knikte.
‘Nee, dat is het probleem niet bij mij. Afgelopen vakantie wisten ze ook alles van mij.’
‘Afgelopen vakantie?’
Wijnand ging wat achteruit zitten. Die had besloten zich verder niet in het gesprek te mengen als het niet nodig was. Misschien ook wel de beste zet, Floris kwam tenslotte ook altijd naar mij als het om Jurre ging, en andersom.
‘Ja, ik had daar een jongen leren kennen. Hele vakantie mee opgetrokken.’
‘Gaaf.’
‘Tot je weer naar huis moet.’
‘Waar woont hij?’
‘Denemarken.’
‘Oe, blond haar blauwe ogen,’ kon Wijnand niet na laten om te zeggen.
Floris lachte. ‘En hoe.’
‘Zit daar jouw probleem?’ vroeg ik.
Floris keek weer serieus en knikte. Hij keek naar de grond, dacht na. Daarna werd hij een waterval.
‘Ik was echt over de zeik toen we naar huis moesten. We hadden afgesproken om contact te blijven houden, ik zou nog naar hem toe gaan, je kent die beloftes wel. Maar de eerste twee weken hoorde ik niets. Daarna kwam er een mail, en nog eentje. Maar daar bleef het bij. Ik kreeg hem gewoon niet uit mijn kop. Toen kwam de intro. Ik zag Jurre en wist meteen: die is leuk. Ik voelde het, hij mij ook. Gewoon de manier waarop hij naar me keek, die glimlach ook meteen.’ Hij rekte zich even uit en glimlachte bij de herinnering aan zijn vakantie. ‘Hij was echt mooi. Ik zag hem al meteen de eerste dag daar. We hadden een vakantiehuisje gehuurd, hij woonde er naast. Nou ja, contact is snel gelegd op zich. Ik had in het begin niet echt het idee dat hij zo zou zijn, maar misschien moet ik dat onderbewust toch gevoeld hebben. Ik hoopte het in ieder geval wel. Hij voetbalde veel, speelde ook best hoog daar geloof ik. Nou ja, ik heb wel het een en ander van hem geleerd.’ Floris lachte. ‘Ik en voetbal… Maar ik vond het niet erg,’ zei hij er balorig achteraan.
Wijnand en ik lachten.
‘Zou ik ook niet erg hebben gevonden met zo iemand,’ zei Wijnand.
Floris pakte zijn telefoon. Hij zocht even en gaf ons toen zijn toestel.
‘Mooie jongen,’ zei ik.
Dat was hij ook. Inderdaad blond haar, blauwe ogen, lieve lach. Vrolijk, open gezicht. Wijnand hing tegen me aan.
‘ Zo…,’ lachte hij goedkeurend. ‘Naam?’
‘Morten.’
‘Nog iets geworden tussen jullie?’ vroeg ik voor de zekerheid.
Floris keek ondeugend. ‘Zeker weten.’
Wijnand rekte zich uit. ‘Twee weken alleen maar seks denk ik.’
‘Zoiets,’ lachte Floris.
Ik gaf hem zijn telefoon terug. ‘Ik kan me voorstellen dat je hem mist.’
Floris haalde zijn schouders op. ‘In het begin zeker. Maar toen ik even niets van hem hoorde… Dat werkte wel ontnuchterend. Goed, hij mailde wel opeens, maar ook niet veel.’
‘En toen kwam Jurre voorbij.’
‘Ja.’ Hij lachte. ‘Ik probeerde bij hem in de buurt te blijven en dat lukte wel. Toen Karlijn voorstelde om bij jullie te slapen…’
‘Eerst stelde ze alleen voor om jou mee te nemen.’
‘Kwam goed toch? En toen hadden jullie ook nog eens een kamer voor ons alleen.’
Ik grijnsde.
‘Ik was zenuwachtig, niet normaal. Ik wist het ook niet zeker van Jurre. En… Nou ja, Morten zat ook nog in mijn kop.’
‘Ook normaal toch?’
Hij knikte. ‘Ik wist even niet wat ik moest doen. Ik wilde wel, maar aan de andere kant wilde ik ook weer niet. Nou ja, rustig aan doen in ieder geval.’
‘Is er nog wat gebeurd op die kamer?’ vroeg ik. Niet laten weten wat Jurre al verteld had.
Floris grijnsde.
‘Ik weet genoeg,’ lachte ik.
‘Nou ja, de eerste nacht nog niet eens hoor, de tweede wel.’
‘Klinkt als ideaal,’ zei ik. ‘Waar ging het dan fout?’
‘Morten sms’te me ineens die nacht. En daarna bleef hij dat doen. Hij miste me, was zelfs plannen aan het maken om me op te komen zoeken.’
‘Is hij nog hier geweest?’ vroeg ik verbaasd.
Floris schudde zijn hoofd. ‘Nee. Misschien moet ik wel zeggen “natuurlijk niet”.’
Hij keek me aan. Karlijn riep vanuit de keuken dat het over een paar minuten klaar zou zijn. Wijnand en ik stonden op en ruimden de tafel leeg. Ik zette vier borden klaar.
‘Vakantieliefdes,’ zei Wijnand.
‘Ja,’ zei Floris.
De kamerdeur klapte open, Karlijn kwam met een grote pan de kamer in gestormd.
‘Heet! Heet! Heet!’
Ze zette hem met een klap op tafel.
‘Zo, even de rest halen en we kunnen eten.’
Floris keek haar na.
‘Maar snap je nu dat ik… Ik krijg hem niet uit mijn kop. Als ik Jurre zie dan zie ik binnen een minuut Morten voor me.’

© 2012 Oliver Kjelsson