Uit beeld (deel 15)

Print Friendly, PDF & Email

Wijnand was al weg toen ik wakker werd. Ik rekte me uit en keek op mijn telefoon. Half elf. Dat viel niet tegen. Ik stuurde een berichtje naar Jurre. “Ook al wakker?” Het bleef even stil, maar daarna hoorde ik hem in de kamer naast me. Mijn telefoon piepte. “Koffie!” Ik grijnsde.
‘Kom maar halen,’ riep ik.
Niet veel later ging de deur open. Ik lag nog steeds in mijn bed.
‘Goeiemorgen,’ zei Jurre zachtjes.
‘Ook nog niet wakker?’
Hij gaapte. ‘Het kon minder.’
Ik wilde opstaan, maar was mijn boxer kwijt. Natuurlijk had Wijnand nog zin in seks gehad. Het kwam er niet echt van. Hij dacht dat het kwam omdat ik moe was. Dat klopte ook wel, maar ik zat nog met mijn kop vol van Stijn en alles vocht tegen elkaar in mijn hoofd. Ik hoorde Jurre lachen. Ik was onder mijn dekbed gedoken en kwam mijn boxer bij het voeteneind tegen. Ik trok hem snel aan en kwam weer tevoorschijn.
‘Lach niet,’ zei ik toen ik langs hem af liep naar het koffiezetapparaat.
‘Ik lach ook niet. Goed geslapen?’
‘Toen ik eenmaal sliep wel,’ zei ik.
Jurre keek veelbetekenend.
‘Laat maar, je snapt het zo ook wel.’
Hij knikte. De kamer vulde zich met de geur van koffie. Ik trok mijn shirt van de stoel en deed hem aan. Jurre had een stoel gepakt en was gaan zitten.
‘Wat een stilte eigenlijk,’ zei hij.
Ik glimlachte. ‘Heel verschil met de afgelopen dagen hè?’
‘Je hebt een leuke broer.’
‘Ruben is een schat.’
‘Hij is lief.’
‘Ie!’
Jurre lachte.
‘Ik mis hem een beetje eigenlijk, na die drie dagen.’
‘Ga je er vandaag nog naar toe?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘In het weekend denk ik. Wat wil je eten?’
‘Eitje bakken?’
‘Hebben we niet vrees ik. Kijk maar even.’
Jurre stond op toen ik demonstratief de koelkast open trok.

‘Aparte dagen,’ zei ik toen ik terug kwam van de douche, ‘en ik weet even niet wat ik er mee moet.’
‘Doe gewoon even rustig.’
‘Jij hebt makkelijk praten. Het maalt de hele tijd door mijn hoofd heen.’
‘Doe nou geen rare dingen. Het was intens, laat het even bezinken en kijk af hoe het verder gaat met Stijn. Neem nou geen overhaaste beslissingen of zo. Je moet er nu ook niets mee.’
‘Nee,’ zei ik half zuchtend.
Jurre stond bij de stoel waar ik op zat, hij aaide een keer over mijn rug. Hij had zijn tas al klaar staan.
‘Kan ik je wel alleen laten nu?’
Ik glimlachte. ‘Jawel.’
‘Dan ga ik zo.’ Jurre rekte zich uit. ‘Ze zullen thuis ook wel willen weten hoe het geweest is.’
‘Je gaat thuis gewoon verder slapen,’ lachte ik.
‘Ik sluit niets uit.’
Jurre had zijn tas in zijn hand. We pakten elkaar vast.
‘Bedankt voor de hulp,’ zei ik.
‘Het was leuk, echt. Als er weer eens zoiets is, laat me maar weten.’
‘Is goed.’
‘Let je een beetje op jezelf?’
Ik keek hem aan en knikte.
‘Heel goed.’
Met een laatste knuffel ging hij de deur uit.

Terug op mijn kamer liet ik me op mijn bed vallen. Ik lag op mijn rug en keek naar mijn telefoon. Stijn had nog geen berichtje gestuurd. Had ik dat verwacht? Nee, maar wel gehoopt. Jurre had gelijk, ik moest dit maar eens goed laten zakken. Mijn ogen zakten langzaam weer dicht. Ik wou dat Stijn hier was. Net zoals samen in die hangmat, gewoon tegen elkaar kruipen en liggen. Beetje praten, liggen. Ik miste hem. Dat liet ik hem maar niet merken, maar ik stuurde hem wel een berichtje. “Goedemorgen”, meer niet. Ik sloot mijn ogen, rekte me daarna uit en stond toch maar op. Als ik bleef liggen dan kwam ik deze dag nooit meer overeind. Ik ruimde mijn kamer een beetje op, trok mijn tas leeg en propte wat spullen in de wasmachine. Straks nog even boodschappen doen en dan kwam Wijnand al weer bijna thuis. Alles weer normaal.

Ik had boodschappen gedaan en me uitgesloofd in de keuken. Dat was toch wel het minste wat ik voor Wijnand kon doen.
‘Floris vroeg hoe het met jullie was,’ zei hij toen we zaten te eten.
‘Met ons of met Jurre?’
Wijnand grinnikte. ‘Jullie allebei. Hij vond het leuk wat jullie deden. Volgens mij dacht hij dat jullie samen…’
‘Wat?’ Ik lachte. ‘Nee…’
‘Hij zei het zo niet precies, maar je zag het hem bijna denken. Hij vroeg het allemaal heel voorzichtig.’
‘Hij is gek.’
‘Ik heb gevraagd hoe het met hem zelf ging.’
Ik keek vragend, dat antwoord wilde ik ook wel eens weten. We zagen hem nog maar weinig, vooral omdat Jurre vaak bij ons zat te lunchen.
‘Hij gaat naar Denemarken.’
Nu werden mijn ogen groot. ‘Naar die Morten?’
Wijnand knikte en lachte. ‘Naar Morten ja.’
‘Cool. Wanneer?’
‘Komende zomer.’
‘Tssk, dat duurt nog lang.’
‘Dat zei ik ook al tegen hem. Maar hij was er blij mee.’
‘Ik zou echt tussendoor al een keer gaan. Ik bedoel… Als je toch met elkaar afspreek om elkaar weer te zien, waarom zo lang wachten? Dat hebben ze toch afgesproken hè? Morten weet dat hij komt?’
‘Ja ja, volgens Floris mist Morten hem vreselijk.’
Ik lachte en schudde mijn hoofd.
‘Het mooie komt nog.’
‘En dat is?’
‘Ik heb gezegd dat ik het er gewoon met je over zou hebben, dus dat Jurre er vanzelf wel over zou horen.’
‘Lul. Dat lieg je.’
‘Oké, jij wint. Maar ik had het graag gedaan en dan had ik zijn gezicht wel eens willen zien.’
Ik lachte. ‘Klootzak die je bent.’

‘Wel jammer voor Jurre,’ zei Wijnand naast me in bed.
‘Eigenlijk is er niets veranderd.’
‘Nee, maar ik had echt zoiets van “dit is wel definitief nu”. Stiekem toch gehoopt dat Floris die Deen zou vergeten.’
Ik grinnikte. ‘Jurre komt wel iemand anders tegen.’
Mijn telefoon piepte. Ik was te nieuwsgierig om niet te kijken. Ik draaide me weg van Wijnand en strekte mijn arm om mijn telefoon te pakken.
“Sorry, lees het nu pas. Uhm, welterusten dan maar. xxx”
Stijn. Ik glimlachte, stuurde snel drie kruisjes terug en legde mijn telefoon weer weg.
‘Wie was dat?’ vroeg Wijnand.
‘Iemand van de begeleidingsploeg,’ zei ik. ‘Van het tehuis zelf.’
Wijnand glimlachte en kuste me. Ik kuste terug, kroop dichter tegen hem aan en sloot mijn ogen. Dat liegen ging me gemakkelijker af dan ik gedacht had. Mooi.

‘Zo, ook weer een beetje bijgeslapen?’
Ik lachte toen Jurre naast me kwam zitten. ‘Helemaal.’
‘Eigenlijk hadden we deze vrijdag ook nog wel kunnen skippen toch?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Eigenlijk wel ja.’
Jurre keek even rond. ‘Nog iets van Stijn gehoord?’
Ik glimlachte. ‘Hij sms’te me gisteravond.’
‘Oe, mooi.’
‘Toen Wijn en ik al in bed lagen.’
Jurre lachte. ‘Lekker. Wat zei Wijnand?’
‘Niets, die vroeg wie er zo laat nog iets stuurde. Ik heb maar gezegd dat het iemand van het tehuis was die ook meegegaan was.’
‘Nou, dan lieg je toch niet?’
‘Nee, op zich niet. De drie kusjes erbij zorgden toch voor een ongemakkelijk gevoel.’
Jurre grijnsde. ‘Ongemakkelijk? Omdat je liever bij hem had gelegen zeker?’
‘Hou op.’
‘Waar of niet?’
Ik zuchtte.
‘Duidelijk.’
‘Jij praat alsof het simpel is.’
‘Zo bedoel ik het niet. Hey, Wijnand.’
Wijnand was nog een paar stappen van onze tafel vandaan. Die had niets gehoord, maar ik had hem ook niet aan zien komen. Hij wreef even over mijn rug toen hij naast me kwam zitten.
‘Je ziet er nog steeds niet wakker uit,’ lachte hij.
‘Ik voel me gewoon fris hoor,’ zei ik glimlachend.
‘Je had hem vanmorgen op de rand van het bed moeten zien zitten,’ zei Wijnand tegen Jurre.
Ik sloeg hem plagerig op zijn been toen hij naast me zat. ‘Dat is iedere ochtend. En jij bent erger.’
Wijnand lachte.

‘Ik heb eigenlijk geen zin in dit weekend,’ zei Wijnand.
‘Ik ook niet.’
‘Wie familieweekend ooit uitgevonden heeft…’
Ik lachte en kroop uit bed. ‘Kom, opstaan.’
‘Het is nog vroeg,’ mopperde hij.
‘We moeten om half één bij jouw ouders zijn.’
Wijnand mompelde iets onverstaanbaars terwijl hij zich weer omdraaide. Ik kroop naast hem op bed, boog over hem heen en gaf hem een kus op zijn voorhoofd.
‘Ik wil echt van tevoren even langs Ruben. Je mag wel blijven liggen, dan zie ik je daarna op het station.’
Wijnand draaide zich weer om. ‘Nee, ik ga mee.’
Ik glimlachte en trok het dekbed weg. ‘Zelf weten.’
Hij trok het weer terug over zich heen. ‘Nog vijf minuutjes.’

Ruben was uitgelaten toen hij me zag.
‘Ja!’
Hij bleef me aankijken, graaide met zijn hand. Heel even keek hij naar Wijnand.
‘Hallo Ruben,’ zei Wijnand.
Hij wilde even zijn hand vastpakken maar Ruben had daar geen zin in. Hij keek weer naar mij.
‘Ja.’
Het klonk niet tevreden, beetje mopperend zelfs. Hij sloeg een keer op het tafeltje en draaide zich om schuin achter zich te kijken. Daar kwam net Lisanne uit de keuken.
‘Hey Ruben,’ lachte ze.
Hij stootte een klank uit, keek weer naar mij.
‘Beetje te vroeg voor yoghurt gekkie,’ zei ik.
‘Ja!’
Lisanne kwam er bij staan. Ze zei hallo tegen Wijnand. Ruben hield mijn hand vast. Lisanne aaide over zijn hoofd.
‘Hij heeft het leuk gehad deze week hè?’
‘Ja!’
Ze lachte. ‘Beetje dolle dag nog daarna, maar nu is hij weer gewoon vrolijk. Of niet, Ruben?’
‘Jaaaa!’
We lachten.
‘Jeroen is er ook van opgeknapt. Bedank Jurre nog maar een keer van mij.’
‘Doe ik.’
‘Ambiëren jullie geen carrière in de zorg? Jullie mogen hier zo beginnen van mij.’
‘Nou…’
‘Ze worden helemaal vrolijk van jullie.’
‘Komt omdat ze ons niet iedere dag zien. Jou vinden ze gewoon saai.’
‘Nee, bedankt weer, Jarno.’
Ik grinnikte.
‘Je hebt een gekke broer Ruben.’
‘Ja!’
‘Nooit patiënten tegenspreken,’ zei ze veelbetekenend en liep lachend weg.
Ruben bleef mij aankijken. Als ik lachte deed hij dat ook. Ik speelde een beetje met hem, af en toe beetje lachend pesten, terug laten slaan. Hij was af en toe fel, maar lachte toch met me mee. Toen we gingen wilde hij duidelijk een kus. Voor Wijnand kon er zelfs geen hand van af.

‘O ja,’ mompelde Wijnand toen een tante van hem vrolijk op ons af kwam.
We zaten op een groot terras, achter een hotel. Ik grinnikte.
‘Altijd overdreven de acceptatietante uithangen, maar ondertussen… Het maakt natuurlijk helemaal niets uit dat je homo bent, maar toch blij zijn dat haar zoon een vriendin heeft.’
‘Hallo,’ zei ze overdreven vrolijk. ‘Leuk dat jullie er ook zijn. Jouw vriend is ook meegekomen, leuk. Jeroen was het niet?’
‘Jarno.’
‘O ja. Mooie naam hoor. Voor zo’n mooie jongen zeker, ha ha ha.’
Ze hand mijn rechterhand vast, haar linker lag op mijn onderarm.
‘Nou, maak het je gezellig, we hebben over een uur een GRS-fietstocht.’
‘GRS?’ wou ik vragen, maar ze was al weer door. Ik keek Wijnand aan.
‘GPS,’ zei Wijnand, ‘het is ook moeilijk.’
Ik grijnsde. ‘Kom Wijn, eerste biertje. Anders komen we hier helemaal nooit doorheen.’
Er kwamen wat neven en nichten bij zitten. Wijnand praatte met ze, ik zat vooral met mijn telefoon in mijn hand. Stijn had een berichtje gestuurd met de vraag hoe het met Ruben ging. Daar had ik snel een berichtje op teruggestuurd: “met hem goed, met mij minder. Familieweekend.”
Ik kreeg een lachende smiley terug. Daarna ging hij door.
“Sterkte, ik zit met mijn huisgenoten lekker onderuit. Weekendgevoel!”
“Rub it in, lul. Dat wil ik ook.”
“Kom maar hierheen dan. Laat je ouders het lekker uitzoeken.”
“Het is de familie van Wijnand. Weggaan zonder hem is geen optie.”
“Jammer.”
“Erg jammer zelfs.”
“Had het wel gezellig gevonden.”
Wijnand sloeg tegen mijn arm. ‘Kom je? We gaan fietsen.’
“Ik ook,” typte ik nog snel. ‘Ik kom,’ zei ik tegen Wijnand terwijl ik opstond.
Er waren vooraf al groepjes samengesteld. Geen partners of naaste familie bij elkaar. Jammer. Iedere groep kreeg een A4-tje met een beschrijving, “met leuke opdrachten onderweg”. Zucht. Ik stopte mijn telefoon in mijn broekzak na nog één berichtje van Stijn en stapte op. Rijden maar. Ik zag Wijnand nog net met zijn groepje wegrijden. De fijne gezellige tante waar ik de naam al weer van vergeten was reed voorop.

Ruim drie uur later waren we terug. Jolige sfeer, er werd veel gelachen om de opdrachten onderweg. Vooral door de ouderen. Ik kon nog steeds niet in de stemming komen. De terrasverwarming was aan gelukkig. Ik ging zitten met een biertje, Wijnand was nog niet terug. Ik grijnsde naar hem toen hij het terras op kwam lopen. Met een zucht kwam hij naast me zitten.
‘Zeg maar niets,’ grinnikte ik.
‘Twee keer verkeerd gereden. Daarna heb ik dat GPS-apparaat overgenomen van d’r.’
Ik lachte.
Wijnand schudde met zijn hoofd. ‘Echt…’
We hoorden haar lachen.
‘Als we Wijnand niet hadden gehad, die kon gelukkig heel goed met dat ding overweg,’ zei ze verbaasd.
‘Dat is techniek, dat is voor de jeugd, tante Audrey,’ lachte een neef van Wijnand.
‘Ja, ik snap niets van die dingen,’ zei ze, ‘het is ook iets voor jonge mannen. Maar dat hij er ook mee overweg kon, knap hoor.’
Ik voelde de ondertoon en zag dat Wijnand’s ouders dat ook deden.
‘Dat wij homo’s het kunnen wil toch eigenlijk zeggen dat vrouwen er toch ook gewoon mee om moeten kunnen gaan,’ mompelde ik.
Wijnand schopte even zachtjes tegen mijn enkel. Een nicht van hem die aan de andere kant naast me zat had het toch gehoord en grijnsde. Ik was er klaar mee. En dan moest de avond nog beginnen.

“Hoi.”
“Nog wakker?”
“Ik wil hier weg.”
“Ha ha ha, volhouden Jarno.”
“Erg dit, echt.”
“Waar is Wijnand?”
“Slaapt.”
“Waar ben jij dan?”
“Naast hem in bed. Kan niet slapen.”
“Even bellen gaat dus niet?”
“Nee. Lekker laten slapen.”
“Jammer.”
Dat vond ik ook. “Ja, had je wel even willen horen. xx”
“Ik jou ook. xxx”
“Ik moet gaan slapen, morgen weer op tijd op. Leuke dingen doen.”
“Lekker slapen dan jij.”
Ik drukte half geërgerd op de letters. “Wil ik niet.”
“Wat wil je dan?”
“Ik ben ook wel moe hoor, maar toch. Geen zin. Wat ik wil kan toch niet.”
“Ha ha, weg daar zeker?”
Ik glimlachte. “En bij jou zijn. xxx”

“Van mij mag je.”

“Jarno?”

“Jarno?”

“Slaap lekker. xxx”

De laatste vier berichtjes las ik de volgende ochtend pas, toen Wijnand naar de badkamer was. Het had ook even geduurd voordat hij “Van mij mag je.” typte. Ik drukte snel wat op mijn toetsjes.
“Sorry, was in slaap gevallen. xx”
Ik legde mijn telefoon op het kastje naast het bed en ging douchen. Wijnand kwam er net onderuit. Ik douchte snel, kwam stil terug op de kamer en kleedde me aan. Klaar voor ontbijt.

Ik sleepte me door de dag heen. Nog een paar uur, dan konden we weg. Wijnand vond me stil, chagrijnig.
‘We zijn zo weg hier,’ zei hij toen hij naast me zat.
‘Weet ik.’
Hij glimlachte. Aan het einde van de middag bleven er nog een paar hangen aan de bar van het hotel. Wij wilden weg, de ouders van Wijnand gelukkig ook.
‘Zo, dat zit er op,’ zei Wijnand veelbetekenend toen we wegreden.
Zijn moeder keek even achterom. ’Het is toch ook wel gewoon gezellig.’
‘Jawel, ik heb genoeg gelachen. Nadat de verplichte nummers voorbij zijn.’
‘Je moet iets organiseren, als je met zo’n groep alleen maar bij elkaar gaat zitten dan komt er niets van terecht.’
‘Hm.’
‘Het is toch ook gewoon leuk om iedereen weer te zien. Vroeger speelden jullie altijd met elkaar, nu zie je elkaar bijna nooit meer.’
Ik zat naast Wijnand achterin en staarde naar buiten. Ik zat met mijn gedachten helemaal ergens anders.
‘Is ook wel zo mam,’ ging Wijnand verder. ‘Maar verder…’
‘Tante Audrey is nou eenmaal apart. Dat moet je langs je af laten glijden.’
‘Beetje lastig als ze zo nadrukkelijk aanwezig is.’
‘Wat mijn broer daar ooit in gezien heeft…’ zei zijn vader.
Wijnand lachte.
‘Je kunt zeggen wat je wil, maar ze organiseert het allemaal wel,’ zei zijn moeder.
‘Het blijft een raar mens,’ mokte Wijnand, ‘met d’r opmerking dat “een jongen zoals ik” ook niet met die apparatuur om zou kunnen gaan.’
Ik keek hem aan. ‘Dat GRS ding?’
Wijnand grijnsde.
‘Gaan we nog ergens uit eten met z’n vieren?’
Wijnand haalde zijn schouders op naar zijn moeder. ‘Lekker.’
Ik staarde alweer naar buiten.

Ik rekte me uit toen we eindelijk thuis waren. Ik had al eerder thuis willen zijn, maar we waren lang bij zijn ouders blijven hangen. Laatste trein naar huis. Ik gaapte en begon al dingen klaar te leggen voor de volgende dag. Ik wilde slapen. Wijnand pakte nog twee biertjes uit de koelkast.
‘Voor mij niet hoor,’ zei ik.
‘Niet?’
‘Wijn, ik ben moe, ik wil slapen.’
Hij keek verbaasd maar zette ze allebei weer terug. Ik trok mijn kleren uit en dook in bed. Ik was echt moe, wilde echt slapen. Gewoon slapen, even niet nadenken, niet piekeren en even geen rekening houden met wat dan ook. Ik wilde slapen.

Wijnand was nog even naar zijn kamer gegaan en kroop daarna naast me. Hij sloeg zijn arm om me heen en kuste mijn wang.
‘Heb je het nog wel een beetje leuk gehad, ondanks alles?’
‘Jawel.’
‘Voor mij is het toch anders, het is familie, voor jou zijn het hoofdzakelijk vreemden.’
‘Jouw neven en nichten zijn best gezellig.’
‘Ja, op een rare tante na.’
‘Je zou eens met mijn familie mee moeten gaan,’ zei ik, ‘kun je nog wat meemaken.’
‘Is dat zo erg?’
‘Hetzelfde als bij jou denk ik.’
‘Kan dat?’ lachte hij.
‘Wijn, iedere familie heeft zo’n maf mens rondlopen. Ontkom je niet aan. Leer er maar mee leven.’
Zijn hand wreef over mijn zij, langzaam naar beneden.
‘Wijnand,’ zei ik terwijl ik zijn hand vastpakte, ‘ik wil echt slapen.’

Ik was nukkig de volgende ochtend. Slecht geslapen, gedroomd ook. Geen idee meer waarover, maar ik was er doodmoe van. Ik was niet echt spraakzaam, reed stil naast hem naar de universiteit. Jurre kwam naar ons toe, vrolijk, leuk weekend gehad. Ik reageerde lauw, vond het allemaal wel best. Hij keek een beetje verbaasd maar vroeg niet verder zolang Wijnand er bij was. We dronken samen koffie. Mijn telefoon in mijn broekzak brandde. Hij had getrild maar ik durfde niet meteen te kijken. Toen Wijnand opstond om verder te gaan en ik alleen met Jurre achterbleef pakte ik hem en klikte hem aan. Berichtje van Stijn.
“Maandag. Alles weer normaal?”
Ik glimlachte. “ Gelukkig wel.”
Jurre keek me aan. ‘Stijn?’
‘Hoezo?’ vroeg ik onschuldig.
‘Ik zie het aan je.’
‘Is het zo duidelijk?’
Jurre grijnsde, keek me diep in mijn ogen. ‘Jarno… Het is zo duidelijk allemaal.’
‘Hij heeft afgelopen weekend de hele tijd zitten texten.’
Jurre’s wenkbrauwen gingen omhoog.
‘Oké, volgens mij ben ik begonnen. Weet ik niet meer. Wijnand sliep al, ik lag nog wakker.’
Jurre lachte en schudde zijn hoofd.
‘Ik weet niet wat ik er mee moet.’
‘Dat weet je al sinds die kampeerboerderij niet.’
‘Wat zou jij doen?’
‘Een knoop doorhakken,’ zei Jurre veelbetekenend. ‘Hier word je gek van.’

Makkelijk gezegd, een knoop doorhakken. Welke knoop moest ik dan doorhakken? Wilde ik Wijnand kwijt? Nee, ik had het goed zo, niets mis mee. Maar ik vond het leuk dat ik Stijn weer was tegengekomen. Daar had ik genoeg mee beleefd, we waren afhankelijk van elkaar geweest. Dat kon ik niet vergeten. Ik was blij dat het nu goed met hem ging, vond het fijn om weer contact met hem te hebben. Stijn was en bleef speciaal voor me. We hadden een band die niemand anders kon begrijpen, eentje die ik ook met niemand anders kon hebben. Eigenlijk wilde ik dat het bleef zoals het was, ik had iets met Wijnand, en gewoon contact met Stijn. Als maatje.

Daar ging Wijnand nooit blij mee zijn. Die ging jaloers worden, het niet vertrouwen. Ik kon er niet boos om worden, hij had nog gelijk ook. De keren dat ik met Stijn was geweest was het uit de hand gelopen. Hij had iets waar ik geen weerstand tegen kon bieden. Het lag ook helemaal aan mij, Stijn had zijn gevoel beter onder controle dan ik. Ik vroeg me ook serieus af of een relatie met Stijn zou werken. Hij was en bleef apart. Jongen met een flink verleden, hij had genoeg rare dingen gedaan. Meeste mensen zouden me voor gek verklaren als ik dat deed. Waarom hield ik daar eigenlijk rekening mee? Wat maakte het uit wat andere mensen dachten? Mijn kop was een puinhoop als ik er aan dacht. Mijn gedachten sprongen van het ene uiterste in het andere. Dat moest opvallen en dat deed het ook. Jurre zag het aan me, maar ook voor Wijnand kon ik het niet verborgen houden.

Om het allemaal nog verder op de spits te drijven ontving ik nog een paar berichtjes van Stijn, die ik ook meteen beantwoordde. Ik was eerder vrij dan Wijnand, in mijn laatste pauze sprak ik met hem af dat ik alvast langs de supermarkt zou gaan. Eenmaal thuis ruimde ik alles op en ging op mijn bed zitten met de tv aan. Proberen even niet na te denken. Wijnand kwam een uur later thuis.
‘Hey,’ zei hij vrolijk.
‘Hoi.’
Hij liep naar me toe, boog voorover en gaf me een kus.
‘Ik kwam Floris nog tegen net. Begint nog serieus te worden met die Morten.’
‘O?’
‘Ja, dat idee van de zomervakantie vonden ze zelf ook wat te lang duren. Waarschijnlijk straks in december.’
‘Leuk.’
Wijnand keek me even onderzoekend aan en trok de koelkast open.
‘Heb je cola meegenomen?’
‘Wat? Cola? Oh, nee, vergeten.’
‘Had ik je vanmiddag nog gevraagd.’
‘Ja, sorry, niet meer aan gedacht.’
Hij keek weer naar me. ‘Gaat het wel goed?’
‘Ja hoor. Gewoon dom vergeten.’
‘Jarno…’
Ik keek alweer naar de tv. Wijnand pakte de afstandsbediening en zette hem uit. Hij stond voor de tv en keek me aan.
‘Jarno, wat is er?’
‘Niets.’
‘Je bent al onderhand een week stil en afwezig. Afgelopen weekend, eigenlijk al sinds je terug bent van die vakantie met Ruben. Gaat het niet goed met hem?’
‘ Jawel, dat heb je zaterdag toch gezien.’
‘Is er iets gebeurd dan met hem?’
‘Nee, hij heeft het goed gehad.’
Wijnand bleef staan. Ik keek ongemakkelijk terug.
‘Jarno, dit is niet normaal. Er is iets en dat kun je niet ontkennen.’
Ik zuchtte.
‘En daar gaan we nu over praten,’ zei hij er stellig achteraan.
© 2012 Oliver Kjelsson