Uitzicht (deel 1)

Print Friendly, PDF & Email

Ik lag op mijn bed en keek naar het plafond. Als ik mijn hoofd iets optilde kon ik naar buiten kijken, naar de flat die aan de overkant van de straat stond. Ver genoeg weg, er zat nog een parkeerplaats tussen, waardoor ons huis voor een deel in de schaduw stond. Echt heet werd het nooit in mijn kamer, zelfs midden in de zomer niet. De ramen stonden open. Er waaide een fris windje, op het hekwerk voor de open ramen zat een vogeltje dat door mijn hoesten meteen weer weg vloog. Ik had het naar mijn zin hier. In het begin zag ik het niet zitten maar we woonden hier nu een jaar of vijf en ik zou niet meer weg willen. Ik weet nog dat ik met een vies gezicht naar de flat keek, zo’n lelijke betonnen kolos van twaalf verdiepingen, in mijn ogen een oud ding. Het paste niet bij de nieuwe huizen waar we toen gingen kijken. Het rook er toen nog naar nieuwe stenen, cement. Raar dat ik me dat allemaal nog herinner. Ik was toen net tien geloof ik. Mijn kamer was groot, en in de schaduw. Ik voelde me bekeken in het begin, ik had het gevoel dat iedereen binnen kon kijken bij me vanuit de flat. De gordijnen zorgden ervoor dat dat niet kon. Sterker nog, ik had privacy, mijn kamer was mijn veilige haven. Ik had het een keer getest. Ik was een keer stiekem achter iemand aan de hal van de flat binnen geglipt en naar de tweede verdieping gegaan. Vanaf de galerij heb ik naar mijn kamer gekeken. Ik had een wit laken opgerold en op mijn donkere dekbed gelegd. Ook iets midden op de vloer. Je kon niks zien, ook niet vanaf de hogere verdiepingen. Als ik ’s avonds licht aan deed dan moest ik gewoon de overgordijnen dicht doen, geen probleem. Die lieten bijna geen licht door, dat wist ik.

Ik glimlachte. Dat ik dat toen allemaal uitgeprobeerd heb. Alsof ik toen al wist wat ik nu op dit bed ging doen. Mijn hand maakte mijn riem los, de knopen van mijn gulp volgden. Niemand in huis, mijn ouders zouden aan het einde van de middag thuis komen, dat was pas over twee uur. Tijd voor mezelf, alleen in huis. Al voelde dat niet zo als ik mijn ogen dicht deed. Ik stond op en schoof de vitrage dicht nadat ik de twee ramen dicht had gedaan. Mijn broek zakte naar mijn bovenbenen toen ik weer op bed ging liggen. Ogen dicht en ik was niet meer alleen. Mijn hand gleed over mijn buik, half om me heen over mijn rug. Daarna was het mijn hand niet meer maar die van Joris. Hij wreef mijn shirt omhoog. Ik trok het uit en sloeg mijn arm meteen weer om me heen. Joris was er meteen weer. In mijn fantasie was hij met me mee gegaan na school en hij wilde maar één ding. Bij mij zijn. Zonder kleren dicht tegen me aan. Ik kuste mijn bovenarm die voor mijn kin zat, mijn hand kroelde door mijn nek. Ik sloot mijn ogen opnieuw, de natte plek op mijn arm wreef vlak langs mijn mond. Zijn vochtige lippen op mijn mondhoek. Mijn voeten trapten mijn broek verder uit. Mijn, nee, zijn hand ging over de rand van mijn boxer en kneedde mijn erectie. Ik zuchtte in zijn nek en kreunde.
‘Jor.’
Ik hoorde hem bijna gniffelen terwijl hij nog een keer kneep. Ik duwde mijn boxer naar beneden, mijn voeten deden de rest. Even keek ik snel naar mijn kamerdeur. Op een kier, als er toch iemand thuis zou komen zou ik dat horen. Ik pakte mijn ballen en draaide op mijn buik. Onze erecties zaten klem tussen ons in, ik reed tegen die van hem. Ik tilde mijn hoofd een stukje op en glimlachte, keek in zijn ogen. Ik kuste hem lang. Daarna kuste de plek op mijn arm me terug, plagerig op mijn mondhoek. Ik duwde met mijn bekken en kreunde. Mijn voorvocht maakte het glibberig. Terug op mijn rug greep ik hem vast en trok traag mijn voorhuid op en neer. Mijn andere hand kneep in het dekbed dat nog half onder me lag. Ik had geen zin meer om lang te wachten. Snel trok ik door en ontlaadde met samengeknepen ogen, Joris in beeld boven me, zijn zaad dat warm op mijn buik viel. We waren weer tegelijk klaar gekomen, hoe deden we dat toch? Ik ontspande en dreef langzaam vanuit mijn roes terug naar de werkelijkheid van mijn kamer. Altijd een beetje schuldgevoel. Ik stond na een minuut of tien op en liep naar de badkamer. Bij de wastafel bleef ik staan. Ik bekeek mezelf. Een paar dikke witte druppels liepen langs mijn buik naar beneden en bleven hangen in mijn schaamhaar. Daaronder mijn slappe lul, een beetje donkerder nog dan normaal, mijn voorhuid helemaal over mijn eikel. Ik draaide de kraan open, liet het water warm worden en waste met een natte hand het zaad van mijn buik. Ik trok mijn eikel bloot en ging er met een hand water overheen. Daarna droogde ik me af. Ik bekeek mezelf nog een keer, deed toen het licht uit en liep terug naar mijn kamer. Ik pakte mijn kleren aan het voeteneind van mijn bed en kleedde me aan. Liever was ik nog even bloot met hem blijven liggen maar hij was weg. Hij was altijd meteen weg. Met mijn kleren aan was alles weer normaal, voelde ik me weer veilig. Schudgevoel, alsof het heel verkeerd was wat ik deed. Altijd raar, als ik begon voelde het zo goed, zo natuurlijk, maar als ik klaargekomen was kwam de onrust. Dit mocht niemand weten. Mijn ouders niet, Joris niet. Niemand.

De dag erna was ik weer gewoon de normale jongen op school. Ik zag Freek al staan en liep naar hem toe.
‘Hey, Remco,’ lachte hij, ‘je bent vroeg.’
‘Jij niet dan?’
Hij lachte nu nog harder. ‘Niet goed geslapen?’
‘Hm, gaat wel.’
Hij had gelijk, ik had niet goed geslapen. Ik was nog lang wakker gebleven. Ik had met Joris onder de douche gestaan, zelfs zolang dat mijn moeder onder aan de trap stond te roepen dat warm water niet gratis was. Daarna ben ik mijn bed in gedoken en daar wilde hij nog een keer.
‘Lang zitten gamen zeker?’
Ik grijnsde. ‘Valt wel mee.’
Joris liep langs en zei goedemorgen. Ik kreeg het er warm van. Joris was eigenlijk altijd met zijn vrienden, Jan en Jeroen. Ze werden vaak lachend de drie J’s genoemd. Ik hoorde daar niet bij. Ik sprak hem maar af en toe, Freek wat dat betreft vaker dan ik. Ik sloeg ook dicht als ik bij hem in de buurt was, ik wist nooit wat ik moest zeggen. Als ik wel eens in de pauze bij hun stond wist ik ook niet waar ik moest kijken. Dat waren de momenten dat ik ieder detail van hem in me op kon nemen, maar ik was altijd bang dat ik zonder erg naar hem stond te staren. Wat ik misschien ook wel eens deed. Het was tot nu toe nog niemand opgevallen. Zijn gezicht, zijn oor, zijn handen. De bult in zijn spijkerbroek. Ik hoefde mijn ogen maar te sluiten en ik zag het levendig voor me.
‘Ga je mee naar binnen?’
Ik schrok op uit mijn gedachten en zag dat iedereen al naar binnen liep. Was de zoemer al afgegaan? Ik had hem niet gehoord. Freek lachte.
‘Waar zit jij met je gedachten?’
‘Nergens,’ zei ik.
‘Ik merk het.’
Ik lachte maar mee. Ik kon hem toch moeilijk vertellen waar ik echt aan stond te denken. Samen liepen we naar binnen. Ik zuchtte. Dit ging een lange dag worden.
‘Ga je straks mee de stad in?’ vroeg Freek vlak voor de les begon.
‘Straks?’
‘De laatste twee uur natuurkunde vallen uit.’
‘Echt?’
Hij grinnikte. ‘Jij bent er echt niet bij vandaag hè? Staat op het bord in de hal.’
‘Niet gezien. Mooi. Ik kijk nog wel even of ik de stad in ga.’
Niet de stad in betekende extra vroeg thuis en tijd genoeg alleen. Ik kon al bijna niet wachten. Ik had ook nog genoeg huiswerk te doen, dus ik kon die extra tijd goed gebruiken.
‘Zie maar.’
Ik knikte en gaapte. Ik had echt slecht geslapen. En de saaie kost van economie hielp ook niet echt mee. Man, wat was dit dodelijk. Poppetjes tekenen dan maar, op een los blaadje. Ik moest toch proberen wakker te blijven. Deze leraar had er een soort antenne voor om wegduttende mensen te voelen en dan kon hij het niet nalaten om die meteen een vraag te stellen. Of hij nou met zijn rug naar je stond of niet. Die lol gunde ik de rest van de klas niet.

Ik twijfelde nog steeds toen we klaar waren en naar de fietsenstalling liepen. Joris stond er ook.
‘Ga je nog mee?’ vroeg Freek me.
Het dreigde te gaan regenen, ik had er weinig zin in.
‘Ik ga naar huis denk ik.’
De drie J’s stonden al klaar met hun fiets om weg te gaan.
‘Ah, kom op man, ga effe mee. We hebben twee uur extra.’
‘Wij gaan naar de stad,’ riep Jeroen naar Freek, ‘gaan jullie mee?’
Freek keek me aan. ‘Ga je echt niet mee?’
Ik haalde mijn schouders op voor ik er erg in had. Ik wist echt niet of ik dat nou wel of niet moest doen. Durfde ik dat? Met de rest mee? Met Joris? In de veiligheid van de pauzes op school was het nog wel te handelen, maar nu, zo vrij de stad in? Ergens wat snacken met Joris?
‘Kom op man, Remco. Ga mee!’
Ik hoefde niet te kijken wie dat riep. Zijn stem herkende ik uit duizenden. Het gloeide van binnen. Ik moest mee, ik kon niet anders. Als hij het zelf al vroeg… Nu niet te gretig reageren.
‘Oké,’ zei ik zo gewoon mogelijk, ‘ik ga wel even mee.’
‘Mooi,’ zei Freek. ‘Kom op.’
Ik wurmde mijn arm door de loshangende band van mijn rugzak, schudde hem met mijn schouders een keer recht en pakte mijn fiets. Joris reed voor me, Freek aan mijn zijde. Er werd gelachen, we waren uitgelaten, twee uur eerder vrij kwam niet vaak voor. We volgden Jan en Jeroen, ze reden meteen naar de Mc Donalds, stalden hun fiets in het rek en liepen voor ons naar binnen. Niet veel laten zaten we aan een ronde tafel met een zooi dienbladen met eigenlijk veel te veel eten erop. Halve liter beker cola. Dat kon niet goed gaan. Voor ik goed en wel zat schrok ik al van het papieren hulsje van een rietje. Jeroen had hem aan één kant los gemaakt en blies hem van het rietje af. Dat kon ik niet op me laten zitten en niet veel later schoot ik de mijne lachend terug. Joris grijnsde en zette zijn tanden in een broodje hamburger.
‘Je viel vanmorgen bijna in slaap volgens mij,’ zei Jan tegen mij, ‘bij economie.’
Ik lachte. ‘Man, wat is dat saai.’
‘Kan best leuk zijn hoor,’ reageerde Joris, ‘maar van Aspen vertelt zo enorm droog.’
We lachten allemaal om zijn imitatie met monotone stem door zijn neus. “Déééébet, créééédit.”
Ik verslikte me bijna maar kon mijn slok cola binnen houden. Joris keek me balorig aan. Ik lachte terug. Ik was op mijn gemak. Tot mijn eigen verbazing. Ik was vrijer dan normaal. Meestal was ik een redelijk teruggetrokken jongen, Freek was een van de weinigen die me anders kende. Buiten school, met hem was ik anders. Losser, meer humor. Dat gevoel kreeg ik nu ook.
‘Dus, onder de stréééép,’ zei ik door mijn neus.
Joris schaterde. ‘Hoe vaak zegt hij dat wel niet per uur?’
Jeroen grinnikte. ‘Vaak. Veel te vaak. Hij eindigt er bijna elke zin mee. “En wat krijgen we dan onder de stréééép?”’ Hij wees ineens naar mij. ‘Nou? Rèèèmco? Wat is de balans?’
Ik gaf geen antwoord, ik lachte alleen maar. Iedereen lachte mee. Ik schoof mijn dienblad wat meer naar het midden, ik had genoeg gegeten.
‘Spekkie iemand?’ vroeg Jan.
‘Na dit?’ vroeg Joris verbaasd. ‘Gadverdamme. Jij bent echt een vuilnisvat geloof ik.’
‘Och,’ zei Jan schouderophalend, ‘valt wel mee hoor. En waarom kan dit niet nu?’ Hij lachte en stak er eentje in zijn mond. Hij hield de zak voor zich uit. ‘Nog iemand?’
Ik dacht niet na en stak mijn hand uit.
‘Nog zo eentje,’ lachte Joris.
Ik grijnsde, stak de zoete spek half in mijn mond en keek naar hem, alsof ik mijn tong uitstak met een geel roze tong. Hij lachte en hield zijn telefoon voor zich. Hij keek naar het schermpje en lachte. Daarna liet hij hem aan Freek zien.
‘Mooie foto, Rem.’
‘Laat zien.’
Joris stak grijnzend zijn hand uit.
‘Die wil ik hebben.’
‘Pak je telefoon maar, stuur ik hem door.’
‘Ik heb er geen bluetooth op zitten.’
‘Dan geef je MSN adres maar.’
Ik bukte om in mijn tas een stukje papier te zoeken.
‘Hier,’ hoorde ik.
Ik keek op en zag Joris voorover gebogen over tafel, onder zijn uitgestrekte hand een stukje deksel van zijn hamburgerdoosje en een pen. Ik pakte het. Het sidderde over mijn rug, ik raakte zijn hand aan. Mooie vingers en nagels. Zonder verder iets te laten merken schreef ik het op het stukje karton en schoof het terug.
‘Vanavond online?’
‘Ik denk het.’ Onzin antwoord, proberen nonchalant te blijven doen. Natuurlijk zou ik zorgen dat ik online was vanavond!
‘Stuur ik het je dan wel even door.’
Ik glimlachte als dank. Vanavond zou ik hem online hebben, vanaf vanavond stond hij in mijn lijst. Stond hij tussen mijn vrienden. Ik slikte. Hij had wel gelijk, zoete spekjes waren smerig na een cheeseburger. Ik zoog het laatste beetje cola door het rietje en trok een raar gezicht. Joris lachte naar me.
‘Gesmolten ijs, waterige cola.’
Ik knikte. ‘Ranzig.’
‘Nee, die spekjes niet,’ lachte hij.
Jan rekte zich uit. ‘Zullen we nog iets gaan halen?’
‘Joris heeft gelijk Jan,’ zei Jeroen voor zich uit. ‘Je bent een vuilnisbak.’
Jan protesteerde, iedereen lachte. Langzaam gooiden we alles op een dienblad en stapelden ze op elkaar. Jeroen was de snelste, hij schoof de stapel naar Joris.
‘Succes.’
Voor Joris iets kon zeggen was iedereen al opgestaan.
‘Ja, bedankt,’ mopperde hij.

Met zijn allen liepen we door de winkelstraat, af en toe een winkel binnen. Meestal waren het winkels met computers, stereo’s of telefoons. Joris stond op zijn gemak de vitrine te bekijken.
‘Kijk,’ zei hij lachend tegen mij, ‘bluetooth.’
Ik grinnikte en gaf hem een duwtje. ‘Leuk, Joris. Ik zit nog even vast aan deze. Volgend jaar neem ik een ander abonnement.’
Hij keek opzij, naar mijn gezicht. Ik lachte terug, sloeg tegen zijn arm en liep weer verder. Man, wat was hij mooi van dichtbij.

Aan het einde van de middag reden Freek en ik weer terug naar huis. Joris moest de andere kant op, wist ik. Ik zei niet veel meer onderweg. Ik wilde naar huis. Het was al laat. Mijn ouders, in ieder geval mijn moeder, waren al thuis wist ik. Ik had spanning in mijn lichaam en ik wist waar die vandaan kwam. Freek groette me en reed rechtdoor, ik sloeg linksaf. Alleen fietste ik verder. Ik wilde nu eigenlijk op bed gaan liggen, kleren uit en ogen dicht. Dat het daar te laat voor was begreep ik ook wel. Ik zette mijn fiets in de garage, liep naar binnen en zei hallo tegen mijn moeder.
‘Wat ben je laat?’
‘Ja, we waren twee uur eerder uit.’
Ze lachte. ‘Logisch.’
Ik grijnsde terwijl ik iets te drinken pakte uit de keuken.
‘We zijn de stad even in geweest.’
‘O. heb je straks wel gewoon zin in eten?’
‘Misschien,’ zei ik en liep de kamer uit, naar boven. Ik moest iets doen. Ik liet mijn tas naast mijn bureau vallen, zette het glas erop en ging voor het raam staan. Er liep een bejaarde vrouw over de galerij van de eerste etage. Tweede huis van links, wist ik. Ze stopte bij de deur die ik voorspelde en zocht naar haar sleutels. Drie etages hoger liep aan de andere kant een jongen, met een rugzak. Dik, duidelijk van schoolboeken. Ik bleef even kijken, meest rechter flat. Ik trok de vitrages dicht. Nog voor ik me had omgedraaid maakte mijn hand mijn riem al los. Ik moest gewoon. Dat kon ik niet tegen houden. Joris stond de hele tijd op mijn netvlies. Ik zocht in de bovenste bureaula naar het pakje met papieren zakdoekjes. Ik ging zitten, duwde mijn boxer aan de voorkant naar beneden en greep hem vast. Hij was al bijna hard van het idee. Ik trok me snel af. Ik keek hoe mijn voorhuid over mijn eikel heen en weer schoof. Zijn hand, zijn vingers met die nagels. Met mijn andere hand hield ik het papieren zakdoekje eronder klaar. Het tintelde, ik zag zijn gezicht weer, naast me in de winkel. Zijn ogen, zijn wimpers. Ik kreunde zachtjes. Ik wist nu alles van hem zo’n beetje, alle details. Op eentje na. Ik probeerde me al een hele tijd een voorstelling te maken hoe zijn pik er uit zou zien. Slap en stijf. Er flitste een beeld door me heen, zoals ik me hem al een tijdje voorstelde. Dat deed het. Met een zucht liet ik alles op het zakdoekje vallen.

Ik had mijn huiswerk nagekeken en snel afgewerkt wat ik moest doen voor de volgende dag. De rest kwam later wel. Ik startte mijn MSN op en wachtte. Freek was er niet. Het was rustig, maar het was ook nog vroeg. Ik wachtte en wachtte en werd steeds nerveuzer. Ik zat wat op een website over games te kijken toen er ineens een bericht in beeld kwam. Joris wil je toevoegen als vriend. Ik zuchtte, het gloeide door me heen. Hij kon nog niet zien of ik online was of niet. Ik wachtte even, zat moed te verzamelen. Toen klikte ik op “accepteren”. En wachtte. Hij begon.
‘Hey!’
‘Hoi hoi!’
‘Komt ie…’
Ik klikte op accepteren en zag hoe mijn computer de foto binnen haalde. Ik keek toen hij binnen was en lachte.
‘Gaaf!’
Joris stuurde een lachende smiley. ‘Goed gelukt hè?’
‘Zeker. Dank je.’
‘Was gezellig vanmiddag.’
‘Ja, was lachen.’
‘Jan is echt een vuilnisbak.’
‘Met zijn spekjes.’
‘Net zoals jij.’
‘Valt wel mee hoor.’
Het bleef even stil. Ik wist niet meer wat ik moest zeggen, ik sloeg volledig dicht. Freek kwam online, Ik klikte hem aan en had weer gespreksstof genoeg. Wat was dat toch? Het balkje van Joris kleurde oranje onderaan mijn beeldscherm. Ik klikte het aan.
‘Wat ben je stil. Druk bezig?’
‘Nee, valt wel mee. Freek is online.’
Ik kreeg weer een lachende smiley terug. ‘Voeg hem eens toe dan.’
Ik glimlachte en zei tegen Freek dat Joris online was. Ik voegde hem toe en samen praatten we verder. Het werd gezellig, we lachten. We roddelden over anderen op school, Van Aspen kwam weer voorbij. Twee uur later sloot ik tevreden af. Gelukzalig gevoel. Ik was weer een stuk dichter bij Joris gekomen.

Stom eigenlijk. Wat was nou de kans? Hoeveel jongens zouden zo zijn? Freek was het niet, dat wit ik zeker. Hij had al wel eens een tijdje een vriendin gehad. Leuk meisje trouwens, dat wel. Het had nog best lang geduurd tussen die twee. Samen een keer naar de Efteling geweest, met een vriendin van haar. Rare meid. Het klikte meteen, we hebben de hele boel flink op stelten gezet die dag. Maar verliefd was ik niet geworden. Freek had me er nog voorzichtig naar gevraagd toen. Tijdens het wachten in de rij bij de Vliegende Hollander. Maar dat was ik niet. Nee, natuurlijk niet. Beetje jongensachtig was ze wel, maar het bleef een meisje. Ik kende Joris toen al. Alleen van gezicht. Mooie jongen, nog steeds. Maar nu had ik de eerste stappen gezet. Niet via iemand anders, maar gewoon direct met hem gepraat. Goed, met een beetje hulp van Freek nog. Die van niets wist. Niemand wist het. Ik zuchtte en ging voor mijn raam staan. Het was al lang donker. Tijd om te gaan slapen. De flat tegenover me was een strak net van lampen, boven iedere deur eentje. Er liep iemand van zijn auto naar de ingang. Ik probeerde te zien wie het was. Daar maakte ik af en toe een sport van. Ik herkende hem, die woonde te hoog. Die kon ik niet zien door de bomen die tussen ons stonden. Geen idee op welke verdieping precies. Vlak voor ik me omdraaide om nog even snel te douchen zag ik de jongen op de vierde verdieping lopen met een sporttas over zijn schouder. Bij de meest rechterdeur bleef hij staan. Binnen een paar tellen was hij binnen en was alles weer stil. Er bewoog niets meer. Ik ging douchen, trok mijn slaapboxer aan en kroop mijn bed in. Licht uit, ogen dicht. Ik dacht weer aan Joris en het gesprek dat we hadden op MSN, samen met Freek. Ik deed verder niets. Raar, nu had ik meer contact met hem gehad en vroeg ik me ineens af waarom ik er zoveel tijd in stak. Het had toch allemaal geen nut. Lang lag ik niet wakker. Ik wilde slapen, nergens meer aan denken.

De volgende ochtend stonden we met zijn vijven bij elkaar. Lachen, weer hadden we het over de spekjes van Jan.
‘Heb je die foto nog gekregen?’ vroeg Jeroen.
Ik knikte en lachte.
‘Ben er maar trots op.’
‘Hé, het was een leuke foto hoor,’ protesteerde Joris.
Warm gevoel. Joris verdedigde me. En hij zei dat hij het een leuke foto vond. Zou hij dan misschien… Ik zou ook meteen een foto gemaakt hebben van hem als ik die kans had gekregen. Ik had al veel beelden in mijn hoofd, maar een foto zelf had ik nog niet.
Jeroen grijnsde. ‘Net als in de vakantie in de trein zeker?’
Jan lachte. Joris kreeg een brede grijns op zijn gezicht.
‘Waren mooie meisjes, moet je toegeven.’
Ik slikte. Mooie wàt? Zie je nou wel.
‘Wat hebben jullie nou weer uitgevreten?’ vroeg Freek.
‘Wij? Ho even. Hij,’ wees Jeroen. ‘Niet wij. Joris maakt stiekem foto’s in de trein, niet wij.’
‘Omdat jullie de kans er niet voor kregen.’
Jeroen en Jan lachten.
‘En jullie wilden ze meteen hebben.’
Ze lachten nog harder.
‘Beetje thuis achter de pc gaan zitten rukken,’ maakte Joris het verder af.
Ze grijnsden, ik grijnsde mee. Meteen dacht ik aan mezelf, wat zou ik gedaan hebben? Hetzelfde. Als het jongens geweest waren dan. Maar ze maakten er grappen over, bij mij was het bijna dagelijkse kost. Ik had het internet al afgezocht, verder dan zijn Hyves was ik niet gekomen. Geblokkeerd, alleen voor vrienden. Het enige wat ik kon zien was zijn profielfoto en die was van een dikke vette bak van een auto. Ik keek regelmatig, maar het veranderde nooit. Bijna nooit. Een week of twee geleden had hij hem nog veranderd. Daarvoor was het maanden lang een voetballer. De zoemer zeurde, het was tijd om naar binnen te gaan. Ik zette de knop om in mijn hoofd. Normaal doen, alsof er niets aan de hand was.

Wat twee uitgevallen lesuren kunnen doen. Sinds die middag stonden we eigenlijk altijd met zijn vijven bij elkaar in de pauzes. Ik begon aan de nieuwe situatie te wennen, ik sloeg niet meteen dicht als Joris in mijn buurt stond. Freek keek me af en toe aan, ik zag hem denken. Ik merkte het ook aan me zelf, ik was vrijer, zelfverzekerder. Joris hoorde nu tot mijn vriendenkring en dat gaf me een enorme lift. Ik hoorde nu ook tot zijn vriendenkring. Vaak sprak hij me als eerste aan op MSN, ik deed dat een stuk minder. Stom dat je, door niet te opdringerig te willen zijn, jezelf juist afsluit van iemand als je niet uitkijkt. Ik vroeg me af wat hij nu van me dacht. Het moest wel goed zijn, want hij deed altijd vrolijk tegen mij. Jan en Jeroen ook, maar toch anders. Met Joris begon ik een apart soort band op te bouwen: dezelfde humor, dezelfde interesses. Hij was altijd in voor een geintje. Jan en Jeroen stonden wat te grinniken en keken naar mij.
‘Wat?’ vroeg ik.
‘Niets,’ zei Jeroen opvallend onschuldig.
Nu grijnsde Joris ook.
‘Wat?’
‘Niks,’ zei Jan.
Ik snapte er niets van en haalde mijn schouders op. Ik zou er nog wel achter komen. Het maakte me wel onrustig, maakte me een beetje zorgen. Het leek wel of ze me uitlachten. Maar ik kende ze goed genoeg om te weten dat ze me nooit een smerige streek zouden leveren. Ze wilden er nu in ieder geval niets over kwijt.

Eenmaal thuis dacht ik er al niet meer over na. Ik startte mijn computer op en bekeek eerst mijn mail. Ik had een nieuw bericht op Hyves, zag ik. Daar keek ik straks wel naar. Verder stond er niet zoveel interessants tussen. Ik besloot toch maar even naar mijn Hyves te gaan. Het was een berichtje van Koen, een andere jongen uit mijn klas. “Leuke foto!” Erachter stond een link naar een pagina van iemand anders. Ik klikte en grinnikte. Mijn foto met de roze gele tong stond er op. Dat kon maar één iemand zijn. Joris. Zijn profiel kon ik nog steeds niet bekijken. Daar ging ik eens verandering in brengen. Ik deed een vriendenverzoek en ging daarna naar een gamesite. Geen MSN, dat leidde af als ik midden in een game zat. De tijd vloog altijd als ik met die games bezig was. Binnen een kwartier, voor mijn gevoel dan, was het al twee uur later. Afsluiten dan maar, het werd eens tijd om te gaan slapen. Nog even snel kijken of Joris me al toegevoegd had. Dat had hij. Ik kreeg het warmer, eindelijk zou ik zijn privéfoto’s kunnen zien. Ik dacht na. Eerst douchen, aankleden om te gaan slapen en dan die foto’s bekijken. Daar ging ik goed van slapen, dat wist ik zeker. Ik rende bijna de trap af, zette mijn glas in de keuken en wenste mijn ouders welterusten. Daarna spurtte ik de trap weer op, trok mijn kleren uit en douchte. Sneller dan anders. Op mijn slaapkamer trok ik een boxer aan en deed het licht alvast uit, op een lampje naast mijn bed na. Ik zag mijn blote bovenlichaam weerkaatst in het scherm dat ondertussen zwart was. Ik schoof mijn muis even heen en weer om de computer uit zijn stand-by stand te halen en klikte mijn Hyves weer aan. Ik zocht zijn naam in de lijst, klikte en wachtte. Mijn hart bonkte. Ik bladerde door de krabbels die hij had gekregen de afgelopen dagen. Het mooiste ging ik voor het laatst bewaren. Hij had maar een paar fotoalbums. Eerst keek ik bij “vrienden”. Ik kwam mezelf tegen, met roze gele tong. Er waren al wat reacties onder gezet door bekenden van school. Ze vonden het leuk. Verder nog wat foto’s van Jan en Joris in de trein of in de stad. Daarna kon ik mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. De map met foto’s van hem zelf. Het waren er maar een paar. Maar wel hele mooie foto’s. Rechter muisklik, opslaan. Ik zuchtte. Mooie jongen. Ik keek nog even verder, er was nog een album met “van alles”. Zijn foto’s bekeek ik straks nog wel een keer, als laatste. Het laatste album, met de titel “Mooi”. Ik slikte. Meteen was er ook berusting. Ik had het kunnen weten. Een flink aantal foto’s met vrouwen. Beyonce, Yolanthe Cabau van Kasbergen, Shakira… Ze kwamen allemaal voorbij. Daarnaast nog meer schaars geklede vrouwen of in bikini. Ik zuchtte. Dat was wel duidelijk. Ik sloot Hyves af, zat voor een paar tellen stil en sloot toen mijn hele computer af. Ik dook mijn bed in, knipte het lampje uit en sloot mijn ogen. Ik luisterde naar mijn computer en zuchtte mee toen de ventilator tot stilstand kwam.

Kut, dit deed toch zeer.
© 2010 Oliver Kjelsson