Vlucht (deel 4)

Print Friendly, PDF & Email

‘Hoe is het?’ Justin stelde de vraag nadat hij me een kus gegeven had.
‘Goed,’ zei ik en gaf hem een kus terug, ‘de laatste loodjes hier.’
We zaten in de bezoekkamer, Justin was al twee maanden weg. Ik was blij verrast dat hij me op kwam zoeken. We hadden, vlak voor hij wegging, afgesproken dat we elkaar zo snel mogelijk zouden opzoeken als ik vrij zou komen. Hij kon het toch niet laten en had een bezoek aangevraagd. Daar zaten we dan, tegenover elkaar, aan een tafel. Onze voeten stevig tegen elkaar, mijn vingertoppen tegen die van hem. Ieder moment kon er iemand binnen komen.
‘Ik mis je,’ zuchtte ik.
Hij glimlachte. ‘Anders ik jou wel.’
‘Nog drie weken, dan ben ik vrij om je op te zoeken, en jij mij.’
Hij pakte mijn hand. ‘Ik kijk er naar uit.’
‘Maar hoe gaat het met jou?’
‘Gaat wel,’ zei hij serieus, ‘andere school is wennen.’
‘Ben je naar een andere school gegaan?’
Hij knikte. ‘Was ook wel beter. Mijn oude school zag het niet echt zitten dat ik terug zou komen, bovendien zouden ze me toch raar aangekeken hebben in de klas als ik er ineens weer zou zijn. Dit is beter.’
‘Beladen geschiedenis?’
‘Zoiets. Er gaan toch opmerkingen komen, je weet hoe dat gaat. Hier weten ze van niets. Nou ja, de leerlingen dan. De schoolleiding weten het natuurlijk wel. Maar ze willen me een kans geven.’
‘Da’s mooi.’
‘Zeker. Ze vertelden me dat ze een streng beleid hebben tegen pesten, dat zoiets bij hun nooit zo uit de hand kan lopen.’
‘Goed dat ze het bekijken vanuit dat standpunt, en jou niet bekijken als de jongen met de losse handjes.’
‘Voelt goed, eerste keer dat ze me zo bekijken.’
Ik glimlachte naar hem. Warm gevoel. Onze vingers speelden met elkaar. Het gevoel dat ik hier weg wilde was sterker dan ooit. Ik was hier klaar, ik kon niet wachten om mijn leven opnieuw te beginnen. Nog drie weken.

Het waren drie lange weken, de dagen kropen voorbij. Het enige voordeel was dat de leiding me wat meer vrijheid gaf. Het zat er tenslotte toch bijna op. Mieke was me nog een keer op komen zoeken. Ze zou contact met me blijven houden, iedere maand een evaluatiegesprek over hoe het er mee ging. Ik vond het wel een veilig idee, al was ik er van overtuigd dat ik het niet nodig zou hebben. Ik kon de hele wereld aan, alles zou goed komen. Ze stelde voor om mij op te komen halen en mij naar mijn nieuwe thuis te brengen. Ook mijn pleegouders wilden me op komen halen. Ik heb er vriendelijk voor bedankt. Ik wilde alleen weg, niet aan het handje. Deze grote stap wilde ik alleen doen. We spraken af dat ze me op het station zouden komen halen. En zo gebeurde het ook. Ik was zenuwachtig die ochtend. Voor de laatste keer ontbijtte ik aan de grote tafel met de groep. Voor de laatste keer haalde ik mijn beddengoed af en legde het netjes opgevouwen op het plankje bij de deur. Al mijn spullen had ik de avond er voor al in mijn tas gedaan. Het boek van Justin bovenop. Met de tas zwaar hangend op mijn schouder trok ik voor de laatste keer de deur van mijn kamer dicht. Ik keek nog een keer achterom en nam de kamer nog een keer goed in me op. Hier had ik een half jaar geleefd. Hier had ik betaald voor alles wat ik gedaan had de afgelopen jaren. Ik zuchtte en voelde mijn ogen branden. Dit viel me zwaarder dan ik had gedacht. Afsluiting van een tijdperk. Tegelijkertijd maakte het me vrolijk. De hele groep zat in de huiskamer. Stuk voor stuk gaf ik ze een hand, ze wensten me allemaal succes. De vrouw van de leiding liep met me mee naar de uitgang. Met een flinke handdruk wenste me succes. Ze had de klink van de deur en de sleutel vast. Ze keek me aan en liet het toen los.
‘Zelf doen?’ lachte ze.
Ik glimlachte. Ik pakte de sleutel in het slot en draaide die om. Het slot klikte voor mijn laatste stap naar de vrijheid. Mijn stem trilde, ik wilde wat zeggen maar zweeg.
‘Niet bang zijn,’ zei ze zacht. ‘Geniet er van. Je kunt het.’
Ik huilde. Haar hand duwde zachtjes tegen mijn rug.
‘Doe je Justin de groeten?’
Ik glimlachte. ‘Doe ik,’ zei ik zacht.
‘Nou, lopen, straks mis je de bus.’
Ik keek haar aan en sloeg mijn armen even om haar heen.
‘Ik ga het helemaal maken,’ zei ik trots.
‘Ik ga er van uit dat ik je hier nooit meer zal zien.’
‘Zeker weten,’ zei ik en liep toen de deur uit.
Ze zwaaide toen ik door het hek naar buiten ging. Daarna draaide ik me om en liep weg, om nooit meer om te kijken. Een kwartier later zat ik in de bus naar het station.

Het gaf me een raar gevoel. Ik dacht dat iedereen aan me kon zien waar ik vandaan kwam. Onzin natuurlijk, daar zat gewoon een jongen met een grote sporttas boven hem in het bagagerek. Ik herkende het gevoel van mijn reisjes naar Keulen en Brussel. Ook de conducteur keek niet argwanend. Ik keek naar buiten en moest van binnen lachen. Wat een onzin. Wat haalde ik me in mijn hoofd? Niets aan de hand. Ik sleepte met mijn tas door het centraal station van Utrecht, op zoek naar mijn volgende trein. In een hoek zag ik een groepje mannen staan. Ik zag meteen waar het om ging. Junks, die met de blauwe jas was de dealer. Snel liep ik door, stapte de volgende trein in en reisde door. Hierna nog één keer overstappen.

Ze stonden als een groot ontvangstcomité op me te wachten aan de zijkant van het kleine station. Het was rustig, stil bijna. Ik zwaaide naar ze, naast me reed de dieseltrein verder. Ik was er! Mieke gaf me een hand, mijn pleegmoeder sloeg een arm om me heen.
‘Ik ben blij dat je er eindelijk bent,’ zei ze.
‘Ik ook,’ zei ik vrolijk.
Mijn pleegvader gaf me een hand en legde zijn andere tegen mijn schouder.
‘Kom,’ zei hij, ‘de auto staat om de hoek.’
Ik gooide mijn tas achter in de kofferbak en plofte op de achterbank. Mieke zat naast me. Ze keek me met een schuine blik onderzoekend aan, glimlachend.
‘Hoe was de reis?’
‘Goed,’ zei ik, ‘schoot lekker op.’
‘Raar gevoel?’
‘Best wel.’
Ik werd weer stil. Het was allemaal nog een beetje onwerkelijk.
‘Mooi huis,’ zei ik toen we aangekomen waren. ‘Groot.’
Het was een vrijstaand huis, tuin rondom. Rustige straat, zoals het hele dorp. Beetje doods. Toen ik uitstapte hoorde ik alleen wat vogels fluiten. Heel in de verte hoorde ik vaag een auto.
‘Welkom thuis,’ zei mijn pleegmoeder toen ik over de drempel stapte.
Ik glimlachte, het raakte me. Aan de grote tafel in de keuken dronken we koffie. Mieke had nog wat dingen van mij die nog in het internaat lagen meegenomen, samen met mijn fiets. Daarnaast was nog een grote envelop met dingen die ik achter had moeten laten op het politiebureau. Sleutels waar ik niets meer aan had, buspasje, mijn telefoon die afgesloten was.
‘We hebben de laatste rekening betaald, maar ze hebben het afgesloten omdat je een paar maanden niet betaalde,’ zei Mieke.
Ik keek een beetje verbaasd.
‘Welkom terug in de bewoonde wereld,’ zei ze spottend. ‘Zo gaan die dingen.’
Ik haalde mijn schouders er bij op. Ik zorgde wel voor een nieuwe.
‘Maandag mag je, hoera, ook weer naar school.’
Mijn gezicht vertrok.
‘Dat zal toch ook weer moeten, Mathijs.’
‘Weet ik. Wil ik ook wel. Maar wat weten ze van mij?’
‘Ik heb ze moeten vertellen waar je het afgelopen half jaar geweest bent, daar ontkom je niet aan.’
Ik keek nog steeds bedenkelijk.
‘Alleen de directie weet het. Voor de rest hoef je je geen zorgen te maken. Er verhuizen wel eens vaker mensen halverwege het schooljaar.’ Mieke legde haar hand even op die van mij toen ze het zei.
‘Da’s waar,’ glimlachte ik weer.
‘De rest van de week gaan we eens kijken of we jouw kamer wat persoonlijker kunnen maken,’ zei mijn pleegvader.
‘Dat andere bed lag ook lekker toen hoor,’ zei ik.
‘Jawel, maar alleen een bed en een bureau is ook een beetje kaal.’
‘Jullie doen al genoeg voor mij,’ verontschuldigde ik me.
‘Zo duur is IKEA niet hoor,’ lachte hij, ‘maak je geen zorgen.’

Het was een drukke dag. Een tafeltje naast mijn bed, een luie stoel. De kamer was er groot genoeg voor. Ik voelde me schuldig, vond dat ik het allemaal niet nodig had. Daarna, na lekker gegeten te hebben in een lunchroom, winkel in en uit. Spullen voor school, een tv en stereo voor op mijn kamer.
‘Dat kan ik toch helemaal niet betalen,’ zei ik schuchter toen mijn pleegvader me de elektronicawinkel introk.
‘Wij wel,’ zei hij droog.
‘Ja, maar…’
‘Niet over nadenken. We willen dit graag voor je doen.’
Ik zuchtte een keer en koos de meest goedkope dingen uit.
‘Bovendien, een computer staat er al, ik heb net zelf een nieuwe.’
Die computer had ik al gezien. Een laptop. Zo oud was die niet, wist ik als kenner die er wel eens eentje in zijn handen had gehad. Op de zwarte markt bracht die nog genoeg op.
‘Hebben we het zo?’
‘Ik moet nog een nieuwe kaart hebben voor mijn telefoon,’ zei ik.
Samen liepen we een telefoonwinkel binnen. Hij stond meteen bij de toestellen te kijken.
‘Die heb ik nog een,’ zei ik. ‘Gekocht toen ik bij jullie woonde. Ik zoek gewoon een goedkoop abonnement.’
Hij keek me even aan.
‘En die kan ik zelf betalen,’ zei ik er achteraan.
Hij glimlachte. ‘Je moet het zelf weten, zo duur vind ik ze niet.’
Ik zei niets meer, regelde een kaart en liep even later met hem de winkel weer uit, terug naar de auto.
‘Waarom nam je geen nieuw toestel?’ vroeg hij nog eens toen we weg reden.
‘Deze doet het nog, die wil ik nog niet kwijt.’
Hij keek me even aan met een vragend gezicht.
‘Die heb ik gekocht toen ik bij jullie woonde de eerste keer. Dat was het eerste wat ik ooit zelf had gekocht, met eerlijk geld. Geen gejat spul. Daar ben ik nog steeds trots op, op dat ding.’
‘Symbolische waarde?’
Ik glimlachte breed. ‘Zoiets.’
‘Ik snap het. Je hebt groot gelijk.’

De rest van de dag waren we druk met het inrichten van mijn kamer. De volgende dag moest hij weer werken. Die avond heb ik op mijn kamer mijn telefoon geïnstalleerd en het nummer van Justin er in gezet. Meteen maar even uitproberen.
‘Hey,’ zei hij blij, ‘ik heb je gisteren de hele tijd proberen te bellen, maar jouw nummer klopte niet.’
‘Die is afgesloten, de rekening had ik niet betaald op één of andere manier,’ grinnikte ik.
Ik hoorde hem lachen.
‘Hoe voelt het?’
‘Raar,’ zei ik, ‘ze doen echt heel veel voor me, ik voel me bijna schuldig.’
‘Lekker toch?’
‘We zijn vandaag bij IKEA geweest, daarna nog een tv en stereo gekocht. Ik ben de hele tijd bezig geweest mijn kamer verder in te richten.’
‘Ik wil je zien,’ verbrak hij mijn verhaal.
‘Ik jou ook.’
‘Zaterdag?’
‘Graag. Zeg maar waar en hoe laat.’
‘Utrecht? Lekker in het midden.’
‘Is goed. Hoe laat kun je er zijn?’
‘10 uur moet ik kunnen halen.’
‘Zie ik je daar om 10 uur. Bij de loketten in de hal boven?’
‘Doen we. Man, wat wil ik je graag weer zien.’
‘Ik heb je gemist, Justin,’ zuchtte ik.
‘Ik jou meer,’ zei hij zacht.
‘Praten we morgen verder? Ik moet weer naar beneden.’
Ik zie je morgen.’
Ik hoorde nog een kus en gaf er eentje terug.
Na het ophangen liep ik naar beneden. Ze zaten onderuit in de bank naar het nieuws op tv te kijken.
‘Pak je zelf wat te drinken?’
Ik knikte en plofte daarna in de andere bank.
‘Ik wou zaterdag graag naar Utrecht,’ begon ik voorzichtig.
‘Wat ga je daar doen?’ vroegen ze zo neutraal mogelijk.
Ik proefde achterdocht. Dat had ik ook wel verwacht. Gewoon eerlijk zijn, had ik mezelf voorgenomen.
‘Ik heb afgesproken met een vriend,’ zei ik.
‘Van vroeger, uit het internaat?’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Jongen uit de jeugdgevangenis. Ik heb hem al heel lang niet gezien. We hebben elkaar beloofd om een keer af te spreken als ik vrij zou komen.’
Ik zag de bedenkingen op hun gezicht.
‘Hij was de enige normale in de groep. We hebben veel met elkaar opgetrokken daar.’
‘Is dat nou wel verstandig, jongen?’
‘Waarom niet?’
‘Misschien is het beter helemaal opnieuw te beginnen. Geen banden met vroeger.’
‘Maar hij was het nieuwe begin daar. Al voor jullie mij op kwamen zoeken op mijn verjaardag. Ik wil hem heel graag een keer zien.’
‘Als je maar geen domme dingen doet, Mathijs.’
Met die laatste opmerking was de discussie gesloten. Voor even. Die zaterdagochtend zat ik al vroeg in de keuken te ontbijten.
‘Hoe heet hij eigenlijk?’ begon mij pleegmoeder.
‘Justin,’ zei ik.
‘Hoelang heeft hij daar gezeten?’
‘Drie maanden, hij is een week na mij daar binnen gekomen.’
‘Dus je hebt hem al drie maanden niet gezien?’
‘Paar weken geleden nog, hij is nog een keer op bezoek geweest.’
‘Leuk.’
Ik knikte. En of dat leuk was.
‘Waarvoor zat hij daar?’
Ik rook lont. Zie je wel. Achterdocht. Op zich niet gek natuurlijk.
‘Ze hebben hem lang gepest op school. Hij is een keer door het lint gegaan.’
‘Vervelend,’ zei ze en ik voelde dat ze het meende.
Ik stond op en pakte mijn jas. Ik glimlachte een keer.
‘Hij is echt heel aardig,’ zei ik.
‘Veel plezier,’ zei ze. ‘Ben je wel voor het eten thuis?’
Ik besloot niet te protesteren en beloofde het. Ik was al lang blij dat ze me lieten gaan.
‘Zal ik je even naar het station brengen?’
‘Hoe kom ik dan weer terug? Ik kan beter met de fiets gaan.’
‘Bel maar als je weet hoe laat je aan komt, dan kom ik je wel halen.’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Ik pak mijn jas even, ben je er zo.’
Met een trein te vroeg kwam ik aan in Utrecht. Een kwartier later zag ik Justin. Hij lachte breed naar me. Even sloegen we de armen om elkaar heen en lieten meteen daarna weer los. Teveel mensen om ons heen. Ik voelde me goed, ik voelde me uitstekend. Dicht bij elkaar liepen we de binnenstad in. We zochten een café dat al open was waar we onze vrijheid vierden met een kop thee en een punt gebak. Breed glimlachend zaten we tegenover elkaar. We praatten veel, vooral over onze tijd in de jeugdgevangenis. Bijna alle jongens uit de groep kwamen wel ter sprake, vooral Welten natuurlijk. Ik keek naar hem terwijl hij tegenover me zat. Hij was mooi. Zijn lach maakte me warm.
‘Ik had al stiekem een beetje bedacht om vanmiddag met je naar de film te gaan,’ zei hij.
‘Leuk,’ antwoordde ik.
‘Alles donker, niemand die iets ziet.’
‘Heb je al een film in gedachten?’
‘Nee, eentje die slecht is of al lang draait, dan is het niet zo druk.’
Ik glimlachte. En kon bijna niet wachten. Samen liepen we door de winkelstraten maar ik zag er weinig van. Justin leidde me af, hield me bezig. Af en toe hadden we elkaars hand vast. Zijn blik naar me op die momenten was om van weg te dromen. Ik wilde hem vasthouden, zijn wang tegen de mijne. Nadat we wat gegeten hadden tussen de middag zijn we een bioscoop in gelopen. We zochten een film uit en zaten achter in de zaal. Hij had een goede keuze gemaakt, het was erg rustig. Al snel zaten we dicht tegen elkaar. Toen het licht helemaal uitging en de film begon kreeg ik meteen een kus op mijn mond. Ik pakte zijn achterhoofd en zoende gretig terug. Hij ging verzitten en hing gemakkelijk tegen me aan. Onze tongen draaiden het ritme van de filmmuziek. Wat er op het scherm gebeurde, daar had ik geen idee van. Het maakte me ook niet uit. Traag gleed mijn hand onder zijn shirt, zijn huid was warm, gloeide bijna. Hij kreunde zachtjes en deed snel hetzelfde bij mij. Ik voelde dat dit uit de hand ging lopen. Het maakte me zenuwachtig maar het was spannend en opwindend tegelijk. Ik maakte de knoop van zijn broek los en wurmde mijn hand naar binnen. Onder de rand van zijn boxer ging ik door. Hij ging wat verzitten zodat ik er beter bij kon. Zijn schaamhaar kriebelde aan mijn vingers maar daar kwam ik niet voor. Ik voelde de warmte van zijn opgewonden kruis al dicht bij mijn hand. Ik pakte meteen vast wat ik wilde hebben. Hij zuchtte met een grijns op zijn gezicht. Traag trok ik hem af terwijl ik zijn hand in mijn broek voelde gaan. Ik deed mijn benen wat uit elkaar. In hetzelfde tempo trokken we elkaar.
‘Ik wil nu niet klaarkomen hoor, dat geeft een enorme rotzooi.’
‘Weet ik wel wat op,’ grinnikte ik.
Ik boog me voorover en nam hem in mijn mond. Hij zuchtte. Ik pijpte hem, snel. Zijn hand lag op mijn hoofd en bewoog mee.
‘Effe stoppen,’ zei hij en haalde mijn hoofd omhoog.
‘Maakt niet uit,’ zei ik.
Hij pakte zijn zakdoek en legde die op zijn buik. Ik snapte de hint en trok hem verder af. Met een zucht spoot zijn zaad op de zakdoek. We kusten elkaar weer. Zijn hand had me al weer vast en trok me snel af. Hij legde de zakdoek bij mij neer. Toen liet ik me gaan. Snel daarna trokken we onze broeken weer dicht. Grijnzend gaf hij mij een kus. Toen ging het licht aan. Pauze.

Meteen na de film ben ik weer terug gegaan naar het station. Ik had nog een leuke reis te gaan. Op het perron gaf hij me weer een kus. Ik kuste hem terug en pakte hem even vast. Toen waren we niet meer te houden. Een beetje verstopt achter een pilaar zoenden we, lang. Mijn hand onder zijn jas, knijpend in zijn rug.
‘Zie ik je volgende week weer?’
‘Tuurlijk,’ zei ik. ‘Zullen we in Utrecht een filmpje pakken?’
Hij lachte. Met die lacht op mijn netvlies gebrand reed ik terug. Bij mijn laatste overstap belde ik naar huis.
‘Ja, het was leuk. Tot straks.’

Ik was nerveus. Onwennig stapte ik het schoolplein op. Ik had het idee dat iedereen me aan zat te kijken. Ik melde me bij de conciërge. Die bracht me bij de directeur. Hij legde me mijn rooster uit, noteerde nog wat persoonsgegevens, gaf me een sleuteltje voor een kluisje en vertelde me in het kort hoe de schoolregels er uit zagen.
‘Knoop die goed in de oren,’ zei hij, ‘want we zijn er erg streng op. Op die manier houden we het gezellig op school en dat willen we graag zo houden.’
Hij zei het erg nadrukkelijk. Ik knikte. Ik was niet anders van plan.
‘Ik heb van jouw mentor het hele verhaal gehoord en ik moet je eerlijk zeggen, ik had even mijn bedenkingen. Het is niet niks wat ze vertelde. Ik waarschuw maar liever van tevoren, dat soort dingen tolereren wij absoluut niet op onze school. Ik heb je het voordeel van de twijfel gegeven en jouw mentor heeft flink op me ingepraat, maar als je weer over de schreef gaat is het einde oefening voor jou hier. We houden je in de gaten.’
Ik knikte weer. Wat een eikel. Hij had zijn oordeel al klaar, dat was wel duidelijk. Van binnen moest ik ook wel lachen. Ik kon me helemaal voorstellen hoe Mieke hem met mooie praatjes heeft zitten bewerken. Inspelen op de verantwoordelijkheid die we als maatschappij hebben om iemand een tweede kans te geven en meer van dat soort clichés.
‘Ik heb de leraren moeten vertellen wie je bent, dat zul je begrijpen en die zullen je in de gaten houden. De leerlingen vertellen we niets en het lijkt me duidelijk dat jij dat ook niet doet.’
Ik knikte weer, mompelde iets van ‘uiteraard’.
‘Mooi,’ zei hij terwijl hij opstond. ‘Dan breng ik je terug naar de conciërge, die geeft je de boeken die je nodig hebt. Ik hoop dat je de beloftes van jouw mentor waar gaat maken hier.’
Hij nam me mee door de lange gangen terug naar de ingang en gaf me nog een hand voor hij weer wegging. De conciërge was een stuk aardiger. Hij gaf me een enorme stapel boeken en hielp me mee dragen om alles in mijn kastje te leggen.
‘Als je iedere dag mee naar huis neemt wat je de volgende dag nodig hebt kun je ze voorzien van beschermend kaftpapier en dan heb je binnen een week alles onder controle zonder rugklachten.’
Ik glimlachte. Hij keek op zijn horloge. Over 5 minuten begint de volgende les, ik zal je brengen. Ik introduceer je even bij de leraar en dan kun je vooruit.’
‘Dank u wel,’ zei ik zacht.
Ik was onder de indruk. Baalde ook wel van de hoogdravende houding van de directeur met zijn vooroordelen. Nog een paar dagen, dan zag ik Justin weer. Toen ik die middag thuiskwam moest ik mijn verhaal kwijt. Ik vertelde alles over de directeur. Mijn pleegmoeder was kwaad maar probeerde het ook te relativeren voor me. Gewoon laten lullen en laten zien wat ik waard was. Eigenlijk had ze nog gelijk ook.

Achteraf viel het nog wel mee. De leraren waren een stuk normaler dan de directeur. Stom idee dat ze wisten wie ik was en dat ze er niets van lieten merken. Aan de ene kant was ik er wel blij om, maar aan de andere kant gaf het een raar gevoel. Ze wisten wat er aan de hand was, maar ze zeiden er niets over. Op die manier kwam ik er ook niet achter hoe ze er over dachten. De klas zelf was afstandelijk. Ik had moeite om contacten te leggen. Dat zal ook wel aan mijn houding gelegen hebben. Dat had ik in het verleden wel geleerd, niet opvallen. Ik hield afstand, bouwde een scherm om me heen. Verder was het een normale klas. Stille teruggetrokken figuren tegenover macho’s met hanengedrag. Op mijn vorige school, in het internaat, in de jeugdgevangenis, het was daar niet anders geweest. Ik trok mijn eigen plan wel. De tweede ochtend dat ik naar school fietste zag ik een jongen uit mijn klas voor me rijden. Bij het stoplicht stonden we naast elkaar. Hij glimlachte en knikte een keer naar me maar zei niet veel meer dan ‘hoi’. Ik wist ook niet veel meer te zeggen. Het was een van de stille jongens uit de klas. Toen het licht op groen sprong reden we als vanzelf naast elkaar verder en dat bleef zo.
‘Ik wist niet dat je ook in dit dorp woonde,’ probeerde ik het ijs te breken.
‘Ik ook niet van jou. In welke straat woon jij?’
‘Achteraan, laatste straat voor de brug rechts.’
‘Die nieuwe huizen?’
Ik knikte.
‘Ben jij die jongen die bij die mensen uit het westen is komen wonen?’
‘Ja,’ zei ik verbaasd. Jezus, dat nieuws ging ook snel.
Hij moet mijn gezicht gezien hebben want hij glimlachte.
‘Nieuws gaat snel bij ons in het dorp.’
‘Ik merk het.’
‘Wen er maar aan. Alles weten ze. En het gaat nog snel rond ook.’
‘Leuk,’ zei ik spottend.
‘Nee, maar wat doe je er aan?’
‘Helemaal niks, lijkt me.’
‘Gewoon uitkijken met wat je doet, dat is het beste.’
Ik was er even stil van. Ik moest er niet aan denken dat mijn geschiedenis zou uitlekken in dit dorp. Dat was binnen een dag bekend bij iedereen, vreesde ik.
‘Hier rechts, dat is korter,’ haalde hij me uit mijn gepieker.
Op school merkte ik dat hij niet echt goed in de groep lag. Hij stond overal een beetje buiten. Omdat we samen naar school gefietst waren bleef ik bij hem buiten staan voor de lessen begonnen. Ook in de pauzes zaten we bij elkaar. Hij vertelde me een hoop over het dorp waar we woonden en dat was af en toe interessante informatie. En ergerlijk tegelijkertijd. Doordat ik bij hem bleef was het oordeel van de rest over mij ook al snel gevormd. Nerd. Buitenbeentje, ik was niet anders gewend. Ze deden maar.

Uitgelaten zat ik in de trein naar Utrecht die zaterdag. Op weg naar mijn Justin. De hele zaterdag herhaalde zich weer, hetzelfde café, dezelfde bioscoop. Na de film bleven we ergens eten. Ik had thuis voor elkaar gekregen dat ik later thuis kon komen. Aan het eind van de middag gingen we ergens eten. Tijdens het eten begonnen we te praten over ons verleden. Op een gegeven moment vertelde hij me waarom hij altijd gepest werd. Ze scholden hem regelmatig uit voor homo. Waarom wist hij ook niet, hij had ze nooit wat verteld. Mij verbaasde het, eerlijk gezegd kon je niets aan hem merken. Maar dat bleek dus de reden te zijn geweest waarom bij hem nadat Welten over kleine jongetjes begon de stoppen doorsloegen. Zo was het ook op zijn school gegaan, flauwe opmerkingen over de jongetjes in de brugklas. Hij keek weer strak met die aparte blik toen hij het vertelde. Op een of andere manier schrok ik er van. Het zat diep.

Na twee weken kwam Mieke op bezoek. Kijken hoe het ging. Niet dat er problemen waren, in tegendeel zelfs. Ik moest wel mijn verhaal kwijt over de directeur. Ze trok haar wenkbrauwen op toen ik het vertelde.
‘Dat soort mensen heb je nou eenmaal, Mathijs. Ik praat het niet goed, maar je kunt het niet veranderen. Het enige wat je kunt doen is ze laten zien dat het ook anders kan. Laat hem maar eens voelen dat hij het bij het verkeerde eind had.’
‘Dat ga ik ook zeker doen,’ zei ik strijdbaar.
‘Goed zo,’ glimlachte ze en gaf me een klap op mijn schouder.

Niet dat het moeilijk was. Ik zat in een compleet andere omgeving, alles wat me er aan herinnerde was ver weg, op veilige afstand. Ik probeerde ook om Rico te vergeten, wat me niet lukte. Al was ik bang om hem ooit weer te zien, bang om weer in mijn oude gewoontes gelokt te worden. Mijn verliefdheid voor hem was ook ver over, het was iets van lang geleden, ik moest verder. Bovendien had ik Justin. Iets waar Mieke ook de nodige vragen over had. Ik merkte aan haar dat ze het al wist, en aan de leiding van de jeugdgevangenis had gevraagd wie die Justin eigenlijk was. Ik vroeg me af of ze wist dat we iets met elkaar hadden. Dat liet ze in ieder geval niet merken.
‘Maar ik ben blij dat het goed gaat,’ besloot ze het bezoek. ‘Gewoon lekker zo doorgaan, ik ben trots op je.’

Dat lukte ook wel. Iedere week en ieder weekend gingen als een kopie van de vorige voorbij. Ik had voorgesteld aan Justin om eens naar mij thuis te komen maar dat wilde hij niet. Ik naar zijn thuis was al helemaal onbespreekbaar. Ik kon er niet achter komen waarom eigenlijk niet. Mijn pleegouders waren nieuwsgierig naar hem, ik had al zoveel over hem verteld. Maar hij bleef het ontwijken. Ieder weekend hetzelfde rondje; café, bioscoop, eten, zoenen achter de pilaar en weer naar huis. Ik baalde er een beetje van. Ik wilde meer. Justin hield er aan vast, hij werd onrustig van veranderingen.

De jongen van school was al wel een paar keer bij mij thuis geweest en ik ook bij hem. Samen maakte we af en toe huiswerk en ik merkte al snel dat hij helemaal niet de nerd was waar hij voor versleten werd. Superverlegen was hij wel. Ik kwam er pas een dag nadat we voor het eerst met elkaar naar school fietsten achter dat hij Ward heette. Rare naam. Mijn pleegmoeder vond hem aardig. Hij haar ook. Hij was verbaasd toen hij mijn kamer zag. Eigen tv, eigen computer met internetaansluiting, die na een paar weken eindelijk geregeld was. Ik deed er niet veel mee, af en toe zat ik online met Justin, maar dat waren ook altijd dezelfde gesprekken. Maar het waren dingen die hij niet had. Waar zijn ouders ook tegen waren. Wat me het meeste beviel aan Ward was dat hij weinig vragen stelde. Hij wilde uiteraard weten waarom ik bij pleegouders woonde, want dat had hij wel door. Mijn antwoord dat ik geen ouders meer had was voldoende. Hij vroeg nog of het door een ongeluk kwam en daar heb ik vaag op gereageerd, er een beetje omheen gepraat. Hij vroeg niet verder. Het gaf me een rustig gevoel, bovendien was hij de eerste die dicht bij mij in de buurt kwam en daar was ik toch bang voor geweest. Maar het was goed gegaan zonder al te veel vragen. Aardige jongen, met een rare kijk op het leven. Hij ging onwennig om met mijn redelijk vrije manier van leven, mijn vrije manier van denken. Daar hadden er meer last van op school. Maar hoe dan ook, niemand herinnerde me aan mijn verleden. Er waren zelfs dagen dat ik er niet aan dacht. Heerlijk.

Ik zat nerveus in de trein naar Utrecht. Ik had me voorgenomen om Justin voor het blok te zetten. Ik wilde meer dan wat gerotzooi achter in de bioscoop en achter een pilaar van het station. Hij keek zoals altijd vrolijk toen hij me zag. Maar het was al een tijdje een andere blik dan die hij had toen we nog samen op de afdeling woonden. In de bioscoop hing hij weer meteen tegen me aan.
‘Heb je zin om volgende week naar mij toe te komen?’ begon ik.
‘Dat komt nog wel.’
‘Ja, maar wanneer?’
‘Weet ik niet,’ was het eerlijke antwoord.
‘Waarom niet?’
‘Dat heb ik je al zo vaak verteld.’
‘Nee.’
‘Omdat ik dat nog niet zie zitten.’
‘Ja, maar waarom zie je dat nog niet zitten?’
‘Durf ik gewoon nog niet, om jouw pleegouders te zien, of om je aan mijn ouders voor te stellen. Die zien meteen wat er aan de hand is.’
‘Leuk, ik heb het omgekeerde probleem.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Die vertrouwen me onderhand niet meer omdat ik iedere week met jou naar Utrecht ga en ze jou niet te zien krijgen. We hoeven ze toch niet te vertellen dat we ook zoenen? Gewoon een goede vriend.’
‘Mathijs, alsjeblieft.’
‘Justin, alsjeblieft,’ antwoordde ik balorig.
Hij had me los gelaten en zat weer rechtop.
‘Dit gaat niet werken zo, hè?’ vroeg hij.
‘Nee, niet echt.’
‘Dat had je vooraf al bedacht zeker?’
Ik knikte in het donker van de film.
‘Ik ook.’
Met een ruk keek ik hem aan. De helft van zijn gezicht was flauw verlicht door de film die onverstoord doorging.
‘Ik wist dat dit zou gaan gebeuren,’ zei hij serieus.
Ik was even stil. Ik had me vooraf bedacht dat ik er een punt achter zou zetten als het zo zou blijven, maar nu het zo dichtbij kwam raakte ik licht in paniek.
‘We kunnen het toch wel blijven proberen,’ zei ik voorzichtig.
‘Dat gaat niet werken, Mathijs. Jij wilt meer en dat is jouw goed recht. Alleen kan ik het niet. Sorry.’
Ik kuste hem. ‘Ik wil je niet kwijt, Justin.’
‘Ik jou ook niet, maat hier worden we allebei gek van.’
De lichten gingen aan. Pauze. In de film en in ons gesprek. Ik stond op, ik wilde weg. Samen liepen we de bioscoop uit, zonder het te bedoelen naar het station.
‘Laatste kus,’ zei hij bij de pilaar.
Het werd een heftige zoen. Afgesloten met een kleine kus. De laatste.
‘Maar ik wil wel contact met je houden.’
Achter me stond de trein al klaar.
‘Doen we,’ zei ik en draaide me toen om.
Instappen, even kort zwaaien en wegwezen. Volle trein, ik hield me groot. Op de fiets naar huis liep het in stromen over mijn wangen. Mijn pleegmoeder zag het.
‘Wat ben je vroeg?’
‘Laat maar,’ zei ik.
‘Ruzie gehad?’
‘Zoiets,’ ontweek ik.
‘Komt wel weer goed,’ zei ze.
‘Nee, dat denk ik niet,’ zei ik met vuurrode ogen. ‘Ik ben even naar mijn kamer.’
Ze wreef een keer over mijn rug en drukte een kus op mijn voorhoofd.
‘Je vindt wel weer iemand anders,’ hoorde ik haar zeggen toen ik de deur achter me dicht trok.
Op de tweede tree van de trap stond ik even stil. Had ik dat goed gehoord? Wat bedoelde ze daar mee? Wist zij meer?
© 2006 Oliver Kjelsson