Voorbeeld (deel 13)

Print Friendly, PDF & Email

Ik klopte mijn kleren uit voordat ik ze weer aan trok. Stijn deed naast me hetzelfde. We keken elkaar aan en glimlachten. Hij gaf me nog een kus, pakte me vast.
‘Blijf nog even.’
‘Ik moet eigenlijk naar huis.’
Stijn keek teleurgesteld. Ik wilde ook niet weg.
‘Wacht,’ zei ik.
Stijn glimlachte toen ik mijn telefoon pakte.
‘Hoi mam,’ zei ik niet veel later, ‘ik blijf in de stad hangen, ben een jongen van school tegengekomen.’
‘Is goed jongen. Jongen uit jouw klas?’
Ja hoor, controle. Even zeker weten.
‘Ja,’ zei ik, ‘Stijn. Zit bij mij in de klas. We gaan wat eten hier.’
‘Oké, hoe laat ben je dan thuis? Had je niet met Jorick afgesproken?’
‘Weet ik nog niet. Ik heb ook geen vaste tijd met Jorick afgesproken. Ik gooi zo mijn fiets nog even thuis af en ga dan naar hem.’
We hingen op. Stijn grijnsde.
‘Gaan we wat eten? Hoorde ik dat goed?’
‘Ja, en jij betaalt. Ik heb gehoord dat je flink verdiend hebt vandaag, Rich Boy.’
Hij lachte. ‘Is goed.’
‘Nee, grapje, hoeft niet.’
Hij zuchtte.
‘Station?’ vroeg ik zonder er op te reageren.
Hij kuste me weer. ‘Is goed.’

‘Ik ben zo blij met die fiets,’ zei ik. ‘Sinds ik al die dagen alles te voet heb moeten doen…’
Stijn zat achterop, zijn arm om mijn middel.
‘Wie is die Jorick eigenlijk?’
‘Jongen bij mij uit de straat. Ik had afgesproken met hem om te gaan zwemmen.’
‘Waar?’
‘Bij hem in de tuin.’
‘Bij hem in de…. Jezus. Rich Boys. Daarna nog in de sauna of zo?’
‘Nee, gewoon luieren in de tuin, af en toe het water in.’
Zijn hand die me stevig vast had verslapte wat. Ik glimlachte en trapte door. Bij het station zette ik mijn fiets op slot. Samen liepen we naar binnen. De bediening keek meteen. Er was niets met me aan de hand, niet meer, maar toch voelde ik me bekeken. We gingen aan ons vaste tafeltje zitten en bestelden. Ik keek naar hem. Bleef naar hem kijken. Ook toen het eten al op tafel stond en we zaten te eten. Raar.
‘Wat kijk je?’
‘Wat is er nou gebeurd vandaag?’
‘We hebben seks gehad,’ zei hij. ‘Twee keer zelfs.’
‘Ja, lolbroek, dat weet ik ook wel.’
Hij nam een hap. ‘En het was lekker.’
‘En verder?’
‘Verder zien we wel,’ zei hij. ‘Niet teveel over nadenken.’
‘Niet teveel over nadenken? Hoe bedoel je?’
‘Zoals ik het zeg.’
‘Ik dacht dat het meer was dan alleen seks,’ zei ik.
Ik kon mijn teleurstelling niet uit mijn stem halen.
‘Jarno… Niet verliefd worden. Niet op mij.’
‘Te laat,’ zei ik dwars.
Stijn zuchtte. ‘Kut. Ik was er al bang voor.’
‘Laat maar,’ zei ik. ‘Het is me wel duidelijk.’ Ik stond op. ‘Ik ga maar.’
‘Jarno, wacht.’ Hij keek verschrikt, haalde geld uit zijn zak. ‘Je krijgt jouw deel nog.’
‘Hou maar. Het was goede seks. Twee keer zelfs. Daar betalen ze je toch voor? Waarom ik dan niet.’
Hij zei nog iets maar dat kon ik niet meer verstaan. Ik beende met grote stappen de zaak uit. Ik morrelde mijn fiets open en reed kwaad weg. De lul. Ik ging naar huis, en daarna het zwembad in. Daar was ik tenslotte een Rich Boy voor, toch? Hij kon kapot vallen.
‘Zo, je bent nog snel terug,’ zei mijn moeder vrolijk.
‘Ja,’ zei ik, ‘even hapje doen nog. Ik pak mijn zwembroek en ben weer weg.’
‘Goed jongen. Veel plezier.’
‘Doeg,’ zei ik, toen ik snel mijn zwembroek had aangetrokken.
Toen ik bijna bij Jorick was ging mijn telefoon. Berichtje.
Laat me nou maar gewoon met rust. Ik ben niet goed voor je. Ik kan in deze situatie geen relatie hebben. Niet in deze shit.
Ik slikte, stond stil. Snel typte ik iets terug.
Ik ken jouw shit. Maakt mij niet uit. Ik kom je vanavond opzoeken als ik thuis weg kan.
Het bleef stil, hij reageerde niet meer. Maar ik had nu zijn nummer.

‘Ja hoor, daar is ie.’ Jorick lachte.
‘Nog iets nuttigs gedaan vandaag?’
‘Nee. O, wacht, jawel. Ik heb vanmorgen mijn tas uit de kast gehaald en wat dingen klaargelegd.’
‘Zo, toe maar,’ grijnsde ik toen ik naast hem ging zitten op de andere ligstoel. ‘Wanneer vertrekken jullie?’
‘Morgen.’ Hij rekte zich uit en zuchtte tevreden.
‘Hoe lang blijf je weg?’
‘Twee weken. Water in?’
Ik trok zonder iets te zeggen mijn shirt uit. Naast me deed Jorick hetzelfde.
‘Waar kom jij vandaan?’ vroeg hij toen hij achter me liep.
‘Hoezo?’
Hij wreef over mijn rug. ‘Er zit zand op je schouder.’
‘O ja, kan.’
Ik dook voor hem het water in, hij plonsde naast me.
‘Vertel,’ zei hij.
‘Kun je je mond houden?’
‘Tuurlijk,’ zei hij nieuwsgierig.
‘Ik ben vanmorgen even weggeweest,’ begon ik.
‘Die jongen van internet?’
‘Ralf? Nee, die is op vakantie.’
‘Waar ben je geweest dan?’
‘Park.’
Zijn blik schoot naar mijn schouder. ‘Park? Wat heb je daar gedaan?’
Hij keek een beetje verschrikt, bezorgd.
‘Die jongen die ik daar heb leren kennen.’
‘En?’
‘Ik kende hem al van school. Ik kwam hem daar tegen, beetje mee opgetrokken daar toen k er was.’
‘En verder?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Hij is leuk.’
‘Dat klinkt ook erg overtuigend.’
‘Hij slaapt af en toe in het park, als het thuis even niet kan.’
‘Thuis even niet kan?’
Ik maakte een drinkgebaar. ‘Zijn vader.’
‘Djeez.’
‘Ja. We hebben met elkaar opgetrokken daar.’
‘En afgetrokken.’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee. Tot vandaag ineens.’
‘Hoe kwam dat dan? Waarom vandaag wel?’
‘Weet ik veel. Het gebeurde gewoon.’
Jorick schudde zijn hoofd.
‘Ja, sorry,’ glimlachte ik.
‘En nu hebben jullie iets met elkaar?’
‘Weet ik niet. Denk het niet.’
‘Zou je het willen?’
Ik liet me op mijn rug drijven en maakte een paar slagen. Goeie vraag. Wilde ik iets met hem? Ik had er de hele tijd dat ik in het park sliep niet eens aan gedacht dat het wat zou kunnen worden tussen Stijn en mij. Stijn was gewoon een jongen die ik vaag kende van school en waar ik mee optrok in het park. We hielpen elkaar, in korte tijd goede maatjes. Maar nu? Na vandaag? Ik dacht in het begin bij André nog dat Stijn gewoon een toneelstukje aan het opvoeren was. Later voelde ik wel dat hij het niet zomaar deed. Er zat gevoel bij. Hij was af en toe zelfs teder geweest. Het liet me niet koud. Zijn houding, de manier waarop hij keek toen we terug op zijn slaapplek waren. Ik kreeg het er weer warm van.
‘Joehoe, Jarno?’
Ik kreeg een pets water over me heen en in mijn gezicht. Jorick lachte.
‘Ik was even in gedachten.’
‘Dat merkte ik. Hoe heet hij eigenlijk?’
‘Stijn.’
‘Leuke naam. Leuke jongen?’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Ja dus.’
‘Weet ik niet.’
‘Je had net een stijve, Jarno. Mij maak je niets wijs.’
‘Hij heeft gewoon problemen, dat zei hij zelf. Hij kon nu geen relatie hebben als hij in deze shit zat.’
‘O? Hij heeft er dus serieus over nagedacht.’
‘Ja,’ besefte ik ineens. ‘Daar kun je wel eens gelijk in hebben.’
Jorick schudde zijn hoofd. ‘Kijk uit Jarno.’
‘Waarvoor?’
‘Laat je niet gek maken.’
‘Doe ik ook niet.’
‘Als hij regelmatig in dat park slaapt… Geen idee in wat voor wespennest je jouw neus steekt. Rare figuren die daar rondlopen. Stuk voor stuk.’
‘Dank je. Daar was ik er ook eentje van,’ zei ik strak.
‘Tijdelijk. Dat is anders.’
‘Van hem is ook tijdelijk.’
‘Zeker weten?’
Ik maakte weer een paar slagen van hem vandaan. Nee, dat wist ik niet zeker. Maar ik wilde het wel geloven. Ik hoorde Jorick lachen.
‘Je bent echt verliefd hè?’
‘Weet ik niet,’ zei ik. ‘Het overviel me vandaag.’
Dat deed het zeker. Ik was echt niet van plan om mee te gaan naar André. Al helemaal niet om er aan mee te doen. Maar het ging vanzelf. Stijn hoefde me achteraf gezien eigenlijk helemaal niet over te halen. Het ging vanzelf. Hij en ik samen.
‘Hé, als je hem echt zo leuk vindt, maak er dan werk van. Ik zeg alleen dat je uit moet kijken.’
‘Ja, weet ik ook wel. Maar hij wil nu niks.’
‘Weten ze thuis iets?’
‘Wat denk je zelf? Nee, natuurlijk niet. Ik ben niet gek.’
Jorick zwom naar de kant en klom het water uit. Het water liep in straaltjes van zijn zwemshort af.
‘Dorst!’
Ik lachte en zwom hem achterna.
‘Cola?’
‘Ja, is goed,’ zei ik terwijl ik me op de rand onhoog duwde.
Ik slingerde mijn been op de rand en klom toen verder de kant op. Jorick kwam terug naar buiten met twee blikjes.
‘Hier.’
‘Dank je.’
We trokken ze tegelijk open. Het geluid deed me denken aan de bank van André. Stijn die zich uitkleedde.
‘Jezus, man. Ga naar hem toe, regel het. Jij bent echt van de kaart.’
Ik glimlachte.
‘Echt. Doen. Ik ben twee weken op vakantie, als ik terug kom dan kom je hem voorstellen als je vriendje.’
Ik grinnikte. ‘Tuurlijk, gek.’

Jorick ging niet meer naar het bankje die avond. Dat wist ik, hij had nog genoeg in te pakken. Bovendien vertrokken ze midden in de nacht al. Ik nam mijn fiets maar mee. Geen zin om lang bij ze te blijven hangen. Lang bij ze te blijven hangen? Ik zwaaide naar ze toen ik doorreed. Ik wilde Stijn nog even zien. Zoekend reed ik door het park. Ik kon hem nergens vinden. De nachtploeg was nog lang niet compleet, ze zaten verspreid. Hier en daar zag ik er eentje zitten. Ik zwaaide af en toe, maar mijn ogen zochten Stijn. Op zijn slaapplek was hij ook niet. Zou hij weer naar huis zijn? Ik moest het opgeven, hij was er echt niet. Teleurgesteld reed ik naar de uitgang. Ik remde. In de verte kwam hij aanfietsen. Fietsen? Ik wachtte op hem. Hij zag me pas laat. Even dacht ik dat hij meteen om zou draaien maar hij kwam toch naar me toe.
‘Op de fiets?’ deed ik lollig.
‘Ja, ik kom van thuis af. Het is weer veilig, ik kom wat spullen halen om te wassen.’
‘Mooi,’ zei ik.
‘Ja, dus ik heb even haast.’
Hij wilde verder, dat was duidelijk.
‘Even helpen?’
‘Nee, hoeft niet.’
Ik reed met hem mee, duwde mijn fiets achter die van hem de struiken in. Stijn negeerde me half. Hij trok de deken onder de bladeren vandaan en ging er met zijn knieën op duwen. Hij probeerde het zo klein mogelijk te maken.
‘Stijn… Sorry voor vanmorgen.’
‘O, toch wel?’
‘Sorry.’
Hij stond op en keek me aan. Achter hem bolde de zak met de deken weer op.
‘Je mag van me zeggen wat je wil, maar je noemt me geen hoer.’
‘Sorry.’
‘Die hoertjes hier doen het altijd, ik doe alleen wat als ik geld nodig heb.’
Het klonk zo idioot als het maar kon, maar ik snapte wat hij bedoelde.
‘Sorry, echt.’
‘Mooi,’ zei hij en draaide zich om.
Hij zakte weer door zijn knieën en begon de deken opnieuw samen te persen.
‘Was een lief berichtje dat je stuurde,’ zei ik.
Meteen keek hij over zijn schouder.
‘Ik was er blij mee,’ zei ik.
‘Maar het verandert niets aan de situatie.’
‘Ik heb schijt aan de situatie.’
Hij grijnsde en stond weer op. ‘Dat is leuk. Lief zelfs. Maar dom.’
Ik zag de zak weer groter worden.
‘Dat zeg jij. Ik denk daar anders over.’
‘Dat mag,’ zei hij.
Hij draaide zich weer om. Poging drie.
‘Waarom zou het niet kunnen?’
‘Daarom niet.’
‘Volgens mij wil jij verder gewoon niets met mij.’
Zijn hoofd boog voorover, hij zuchtte. Ik keek naar zijn rug die rechtte. Hij stond op en draaide om.
‘Je moet eens ophouden met te bepalen wat ik denk.’
‘Wat denk je dan?’
Hij keek naar de grond naast me met een schuin hoofd. Toen keek hij me recht in mijn ogen.
‘Ik denk dat het niet gaat werken. Ik weet zeker dat het nu niet kan.’
‘Gelul!’
‘Sst, zachtjes, gek.’
‘Gelul,’ fluisterde ik.
Hij glimlachte om mijn opmerking. ‘Kom op, Jarno, denk na. Ik leef hier, vlucht thuis vaak weg. Ik doe rare dingen om in leven te blijven en te eten af en toe. En dan, hoe jij leeft… Ik pas niet bij je…’
‘En nu?’ onderbrak ik hem.
‘Nu niets meer. Jij gaat gewoon naar huis. We zien elkaar op school wel weer denk ik. Maar daar kunnen we waarschijnlijk niet laten merken dat we elkaar kennen.’
‘Ik heb er schijt aan.’
‘Je hebt wel aan een hoop dingen schijt zeg. Jarno, alsjeblieft. Ik vraag het je nu nog vriendelijk. Ga. Weg.’
‘Maar…’
“Godverdomme. Ik meen het Jarno. Opzouten. Nu!’
Hij kwam dreigend op me af.
‘Eerst mijn deel van het geld,’ zei ik dwars. ‘Ik help alleen vrienden.’
Hij keek zuchtend omhoog, haalde geld uit zijn broekzak en sloeg het bijna in mijn uitgestrekte hand.
‘En nou wegwezen.’
Hij draaide zich weer om en duwde op zijn deken. Ik had spijt van mijn opmerking.
‘Stijn…’
‘Weg!’
Ik bleef staan. Stijn trok een spanband om zijn deken en stond toen op, gebalde vuist.
‘Ik ga je slaan hoor. Je staat te drammen als een verwend rijkeluiszoontje. Ow, wacht, dat ben je ook.’
Ik aarzelde.
‘Ik ga de rest van de nachtploeg waarschuwen als je blijft. Echt, als ik zeg dat je me lastig valt dan heb je een groot probleem. En niet alleen hier in het park.’
Ik zuchtte en draaide me om. Ik kon echt beter gaan.

‘Hé ben je al weer thuis?’ vroeg mijn moeder toen ik binnenkwam.
‘Ja, niet veel aan vanavond. Ik ga douchen.’
Ik zag twee glimlachende gezichten toen ik weer de kamer uit ging. Ik draaide de kraan van de douche open en trok mijn kleren uit. Ik smeet ze richting de wasmand en ging onder het stromende water staan. Ik was kwaad. Kwaad op Stijn, kwaad op mezelf. Hij had me een drammerig rijkeluiszoontje genoemd. Was ik dat ook? Ik had het verknald. Maar hij deed ook zo moeilijk. Sinds ik weer thuis was wilde hij me niet meer zien. Hij vond het lekker met mij bij André, dat wist ik zeker. Ook daarna in het park. Ik ging met mijn rug tegen de muur hangen en zuchtte. Ik had zin om te janken. Dat liet ik niet gebeuren. Ik draaide de kraan dicht en griste een handdoek van de wastafel. Ik droogde me ruw af, trok een boxer aan en ging in bed liggen. Ik draaide me op mijn zij en sloot mijn ogen. Kut. Jankte ik toch nog.

Ik verveelde me. Jorick was op vakantie, Stijn wilde me niet meer zien. Ik moest mezelf tegenhouden om hem niet te gaan zoeken. Hij sliep nu thuis, dus in het park zou ik hem niet vinden. En wat had het voor nut? Hij was kwaad op me. Misschien ook wel terecht. Ik had me als een lul gedragen. Ik had hem vernederd, hem weggezet als één van die hoertjes in het park. En dat was hij niet. Hij was anders. Hij zat in een kutsituatie. Ik wou dat ik hem kon helpen. Ik wou dat hij zich liet helpen, kon ik beter zeggen. Hij was dwars, wilde niet dat ik hem hielp. Ik ging op de rand van mijn bed zitten en stond op. Ik had al ontbeten, maar ik was daarna weer terug in mijn bed gaan liggen. Geen zin, in niets. Mijn vader was naar zijn werk, mijn moeder had nog vakantie. Het begon me allemaal steeds meer te ergeren. Ze deden alsof er niets aan de hand was. Ik voelde me genegeerd, niet serieus genomen. Ik ging me toch mooi niet aanpassen aan zijn ideaalbeeld. Voorbeeldfunctie mijn reet. Zijn carrière ging dan misschien precies zoals hij wilde, aan Ruben kon hij niets veranderen, maar als hij dacht mij te kunnen smeden tot de ideaalzoon in zijn ogen, dan kon hij het mooi bekijken. Op mij had hij niet zoveel invloed. Wat wilde hij nou eigenlijk? Dat ik met een meisje thuis zou komen, ook al had ik daar helemaal geen zin in? Waarschijnlijk dan wel een meisje dat hij voor me uitgezocht had, eentje van stand, ouders met veel geld en succes. Ik grijnsde naar mezelf in de spiegel van de badkamer. Zijn zoon was homo. Zijn zoon had zich laten zuigen voor geld, door een volwassen vent. Ik ging er nog bijna trots op worden ook. Als hij dat allemaal wist dan werd hij gek. Ik stak mijn kop onder de kraan en deed mijn haar in model. Sinds ik thuis was maakte ik me daar weer zorgen om. In dat park kon het me allemaal niet schelen. Even vroeg ik me af hoe het er uit zou zien met rode punten. Ik trok een shirt aan en mijn schoenen. Ik ging naar Ruben.

‘Hey,’ zei Lisanne toen ik binnen kwam, ‘hoe gaat het?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Gaat.’
Ze wenkte me naar de keuken.
‘Vertel op. Ik zie aan je gezicht dat het niet goed gaat.’
‘Och.’
Ze pakte een thermosfles en een beker. Ze schonk thee in die ze naar me toe schoof op de tafel.
‘Zitten. Jij gaat me nu vertellen hoe het gaat.’
Ik schoof de stoel wat naar achteren en ging met tegenzin zitten. Ik hoorde Ruben kraaien in de grote kamer en draaide mijn hoofd om.
‘Eerst praten jij, eerder mag je niet naar hem toe van mij.’
Ik keek weer terug en zag Lisanne naar me staren. Ze keek bezorgd.
‘Ze doen net alsof er niets is. We hebben het er over gehad. Hij keurt het allemaal nog steeds af, maar hij snapt wel dat ik mijn gevoelens niet kan veranderen.’
‘En dus?’
‘En dus niets. Hij wil er niets over horen, er niets van zien.’
‘Wat je niet ziet bestaat niet?’
‘Zoiets.’
Ze schudde haar hoofd.
‘Ik ben nou net weer thuis, maar ik word er nu al gek van. Alsof ik mezelf niet mag zijn. Ik kan het niet hebben over Ralf, niet over Stijn…’
‘Stijn?’
‘Jongen die ik heb leren kennen.’
Ze glimlachte.
‘In het park,’ ging ik verder. ‘Hij slaapt daar vaak, als het thuis niet kan. Hele aardige jongen, hij heeft me echt geholpen.’
‘Daar kun je toch wel over vertellen? Of willen ze ook niets weten van jouw dagen van huis?’
‘Stijn is meer,’ zei ik voorzichtig.
Weer een glimlach.
‘In het begin niet hoor, maar later wel.’
‘Verliefd?’
‘Ik wel.’
‘Maar hij niet?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Weet ik niet. We hebben wel wat gedaan samen, maar hij wil verder niets. Hij past niet bij me, zegt hij.’
‘Liefde kun je niet dwingen, Jarno.’
‘Weet ik.’
‘Je kijkt down.’
‘We zijn met een beetje ruzie uit elkaar gegaan gisteren.’
‘Goedmaken dan.’
‘Hij wil me niet meer zien.’
‘Je verzint wel iets. Geef het de tijd.’
Ik knikte en nam een slok. Ik verslikte me en hoestte.
‘Rustig aan jij. Ik heb al genoeg aan de mensen hier om gezichtjes te poetsen.’
Ik lachte. In de kamer hoorde ik iemand op een tafel slaan.
‘Ja-o!’
Lisanne en ik keken elkaar aan.
‘Hij heeft je gehoord geloof ik.’
Verbaasd liep ik de kamer in. Ruben hing schuin in zijn stoel, starend naar de deur van het keukentje. Zijn hand graaide in mijn richting.
‘Ja!’
Lisanne liep met me mee. Ik ging naast hem zitten en gaf hem een kus. Ik kreeg meteen een natte terug. Hij was wild, onrustig. Ik streelde met mijn duim in zijn nek, om hem wat te kalmeren. Dat lukte. Lisanne glimlachte.
‘Ik snap niet dat die Stijn verder niets met je wil.’

Ik had op internet gezien dat het maandelijkse homofeest er weer was. Ik hoefde er niet over na te denken, daar ging ik naar toe. Ging ik nog een smoes verzinnen thuis, of ging ik gewoon zonder ook maar iets te zeggen? Beter van wel, dat ging laat worden. Ik kon maar beter een alibi hebben. Maar ik ging wel. Zeker weten. Ik had mijn kleren die ik aan wilde doen al klaar liggen. Van Stijn had ik al een paar dagen niets gehoord. Ik had nog wat sms-jes gestuurd, zelfs een keer proberen te bellen, maar hij reageerde nergens op. Dan ging ik maar zonder hem. Ik had hem graag meegenomen, maar als hij zelf niet wilde dan bekeek hij het maar.
‘Ik ga zo weg,’ zei ik tegen mijn ouders toen ze naar het nieuws zaten te kijken.
‘Waar ga je naar toe?’ vroeg mijn moeder.
‘Naar vrienden, van school. Ik weet niet hoe laat het wordt.’
‘Niet te laat hè?’
Nee…,’ zei ik zuchtend.
Mijn vader keek even bestraffend. Dat deed hij altijd als ik begon te protesteren. Niet op reageren, anders ging hij een discussie aan en had ik een “en-zo-en-zo-laat-ben-je-thuis” aan mijn broek hangen.
‘Is goed,’ zei ik.
Mijn moeder glimlachte naar me. Ik glimlachte terug met de beste pokerface die ik in huis had en ging. Via mijn kamer. Ik trok snel mijn andere kleren aan, deed nog een lekker luchtje op en griste toen mijn jas van de kapstok in de gang. Ik dook snel de garage in en pakte mijn fiets. Mooi. Geregeld.

Het was goed vol, maar toch minder druk dan de vorige keer. Laatste weken vakantietijd. Ik herkende wat gezichten van de vorige keer. Ik voelde me ook meer op mijn gemak. Mensen lachten, praatten, dronken. Ik haalde een biertje en ging aan de rand van de dansvloer staan kijken. Lekkere muziek ook. Ik keek rond. Verderop stond een jongen alleen. Of ik wilde of niet, ik bleef hem in de gaten houden. Er kwam een oudere jongen bij staan. Die zei wat tegen hem, maar meer dan een verlegen glimlach kwam er niet uit. De andere jongen gaf al snel op. Hij stond weer alleen en bleef naar de dansvloer kijken, een lege beker in zijn hand. Hij was van mijn leeftijd volgens mij. Veel jonger kon ook niet, dan lieten ze je hier niet binnen. Zou hij met iemand afgesproken hebben? Even kruisten onze blikken elkaar. Uitdrukkingsloos gezicht. In mijn ooghoek zag ik dat hij weer naar me keek. Als ik echt zijn richting uit keek draaide hij zijn blik snel ergens anders naar toe. Of ik wilde of niet, ik moest glimlachen. Dat had hij gezien. Er kwam een verlegen glimlach, hij werd een beetje rood zelfs. Ik verdween tussen de mensen achter me, om met een omweg bij hem te komen.
‘Ook alleen?’ vroeg ik toen ik naast hem stond.
Hij keek opzij en herkende me. Weer die rode wangen.
‘Ja,’ zei hij toen.
‘Leuk hier toch?’
Hij knikte.
‘Eerste keer dat je hier bent?’
‘Ja.’
‘Voor mij de tweede keer.’
‘Echt?’
Ik knikte. ‘Ik ken hier verder ook niemand.’
‘Ook via internet dit gevonden zeker?’
Ik lachte. ‘Ja, zoiets.’
‘Ik vind het wel leuk. Jammer dat ik verder niemand ken.’
‘Wil je nog wat drinken?’ vroeg ik met een blik op zijn lege beker.
‘Ja, lekker.’
‘Kom,’ zei ik, ‘gaan we wat halen.’
Hij volgde me naar de bar waar ik twee biertjes bestelde. Ik gaf er eentje aan hem en zag hem kijken.
‘Sorry, ik heb helemaal niet gevraagd wat je wilde.’
Hij glimlachte. ‘Maakt niet uit.’
Hij nam een slok. Zo te zien zijn eerste slok bier. Hij keek naar me en lachte.
‘Ik ben Jarno,’ zei ik.
‘Wijnand.’
We tikten de plastic bekers tegen elkaar en dronken. Zijn tweede slok ging al makkelijker. Hij glimlachte weer. We stonden vlak bij elkaar. Hij kwam met zijn hoofd weer dicht bij die van mij, om elkaar te verstaan.
‘Hoe lang weet jij het al van jezelf?’
Daar moest ik even over nadenken. ‘Paar jaar.’
‘Weten jouw ouders het?’
‘Ja, die weten het.’
‘Gaaf. Die van mij nog niet.’
Ging ik het hem vertellen, wat er bij mij gebeurd was? Nee, dat liet ik maar zo. Als hij mijn verhaal hoorde dan durfde hij het thuis nooit meer te vertellen.
‘Vonden ze het prima?’ vroeg hij toen.
Ik haalde mijn schouders op. ‘Ze waren er niet echt blij mee. Maar ik ben hier, kan redelijk doen wat ik wil.’
‘Ook goed toch?’
Ik glimlachte. ‘Ja.’
Hij nam weer een slok.
‘Komt vanzelf een keer, om het thuis te vertellen.’
‘Ja, dat denk ik ook wel.’
Ik bekeek hem nog eens. Leuke jongen. Aan de praat blijven. Ik had alleen geen idee wat ik moest zeggen. Hij duidelijk ook niet. Af en toe keken we naar elkaar en glimlachten, voor de rest keken we rond. Af en toe nam ik een slok. Ik hield zijn beker in de gaten. Niet te snel drinken, een beetje in zijn tempo blijven.
‘Waar woon je?’ vroeg hij toen ineens. ‘Hier in de buurt?’
‘Aan de rand van de stad,’ zei ik.
‘Die nieuwe wijk?’
Ik lachte. ‘Zo nieuw is hij niet meer hoor.’
Hij glimlachte. Ik hing naar hem toe.
‘En jij?’
‘Hier niet ver vandaan, vlak bij het centrum.’
Toen hij me antwoordde had ik mijn hand losjes tegen zijn zij gelegd en stond dicht tegen hem aan. Hij vond het goed geloof ik. Blijven praten nu, anders moest ik hem weer loslaten.
‘Al leuke jongens gezien hier?’ grapte ik.
Hij haalde zijn schouders op. ‘Beetje.’
Het gesprek stokte weer, we stonden weer gewoon naast elkaar. Ik had mijn bier al weer op.
‘Ik ga wat te eten halen, ga je mee?’
‘Is goed,’ zei hij.
We liepen naar de foyer, ik bestelde een broodje.
‘Jij ook?’
‘Nee, hoeft niet.’
Ik kreeg mijn broodje en wenkte hem mee naar dezelfde betonnen rand als waar ik met Ralf gezeten had. Ik nam een hap.
‘Lekker hoor.’
Hij lachte,
‘Ook een hapje?’
‘Nee, hoeft niet.’
Ik hield het broodje voor zijn gezicht. ‘Kom op, het is echt lekker.’
Hij keek weer verlegen, maar hij nam wel een hap.
‘Lekker,’ zei hij.
‘Uhu, doen ze goed hier.’
Ralf had dat toen slim aangepakt. Het werkte. Wijnand ontdooide een beetje.
‘Nog een hapje?’
Hij haalde lachend zijn schouders op. Ik voerde hem, voorzichtig. We zaten vlak naast elkaar. Mijn knie raakte die van hem. Ik had mijn broodje op en bleef met het servetje in mijn hand zitten.
‘Ik haal nog wat te drinken,’ zei hij.
‘Is goed. Ik loop wel even mee.’
We stonden op en keken naar elkaar.
‘Er zit nog een kruimel naast je mond,’ zei ik.
Nog voordat hij iets kon doen was mijn gezicht vlak voor die van hem. Ik veegde het weg met het servetje. Hij kleurde. Kon ik hem nu een kus geven? Ik durfde wel, maar ging dat niet te snel voor hem? Hij keek naar me, glimlachte. Daarna waren we toch weer een stap uit elkaar. Ik wilde hem aanraken, gewoon even een hand tegen zijn arm of zo. Ik moest dat gewoon doen, gewoon even vriendschappelijk. Ik wilde hem dan wel aan blijven kijken. Ik keek in zijn ogen, hij bleef terug kijken. Toen werd alles zwart. Ik had ineens twee handen voor mijn ogen. Ik werd een stuk achterover getrokken.
‘Hey! Jarno! Wat doe jij hier?’

© 2011 Oliver Kjelsson