Voorbeeld (deel 14)

Print Friendly, PDF & Email

Wijnand keek verbaasd. Ik herkende meteen de stem van Ralf. Ik wurmde me los en draaide me lachend om.
‘Ralf! Weer terug van vakantie?’
‘Ja, begin van de avond. Ik ben meteen hier naar toe gegaan.’
‘Goed gehad?’
‘Zeker. Wie is hij?’
‘Ow, dit is Wijnand. Wijnand, dit is Ralf.’
Ze knikten lachend naar elkaar, maar ik baalde. Ik kon Ralf er nu helemaal niet bij gebruiken. Ik was best blij om hem weer te zien, maar niet nu.
‘We gaan wat drinken,’ zei Ralf.
Hij nam ons mee naar de bar en betaalde. Ralf was een betere prater dan ik. Hij wond Wijnand om zijn vinger. Wijnand lachte, praatte vrolijk terug. Er werd nog een rondje gehaald. Ik baalde steeds meer. De manier hoe Ralf met hem omging… Ik herkende het. Zo had hij mij ook ingepakt de eerste avond.
‘Ik las dat je weer thuis was,’ zei Ralf toen Wijnand even naar het toilet was.
‘Ja.’
‘Goed zo. Hoe is het nu?’
‘Slecht. Hij wil het niet weten. Dank zij jouw ouders snapt hij nu wel dat ik mezelf zo niet gemaakt heb, maar er over praten is taboe. Hij wil er niets over horen, en hij wil het al helemaal niet zien.’
‘Da’s slecht.’
‘Tsja…’
‘Ze weten dus ook niet dat je hier bent?’
‘Nee. Feestje met vrienden.’
We grijnsden naar elkaar.
‘Nou ja, dat ben je toch ook? Waar ken je die jongen eigenlijk van?’
‘Hier tegengekomen.’
‘Vanavond?’
‘Ja, ik raakte er mee aan de praat. Hij was alleen, voor de eerste keer hier.’
‘Lief.’
Ik grinnikte. Wijnand kwam weer bij ons staan. Ralf begon meteen weer tegen hem te praten. Wijnand was vrolijk, zeker na nog een rondje. Hij had het duidelijk naar zijn zin. Vrienden van Ralf waren er ondertussen ook bij komen staan.
‘We gaan dansen,’ zei Ralf ineens. ‘Ga je mee?’
Wijnand twijfelde zichtbaar. Ralf trok aan zijn arm.
‘Kom op man, is leuk.’
Ik was al demonstratief tegen de bar aan gaan hangen. Wijnand zag het. Ik was benieuwd wat hij ging doen.
‘Nee,’ zei hij twijfelend, ‘ik blijf even hier.’
‘Zelf weten,’ zei Ralf. ‘Jij Jarno?’
‘Ik hang hier goed,’ lachte ik.
Ralf zwaaide en ging met de rest van zijn vrienden weg, richting de dansvloer. Ik keek ze na, samen met Wijnand. Hij was naast me komen hangen aan de bar.
‘Jij nog wat drinken?’ vroeg ik om maar iets te zeggen te hebben.
‘Nee, dank je. Even niet. Waar ken je die jongen van?’
‘Van de vorige keer dat ik hier was. Ik kende hem al langer, via internet. Profielensite voor homo’s. Hij vroeg me toen een keer of ik zin had om hier mee naar toe te gaan.’
‘Volgens mij probeerde hij me uit.’
Ik glimlachte.
‘Lijkt me zo’n typ die dat met iedereen doet.’
‘Misschien,’ zei ik maar.
‘Heeft hij dat met jou ook geprobeerd?’
‘Ander onderwerp,’ lachte ik.
‘Een cola dan,’ zei hij toen.
Ik klopte lachend op zijn schouders en draaide me om.
‘Goed idee.’

‘Ik ga zo naar huis,’ zei Wijnand een tijdje later.
Ralf hadden we al een tijdje niet meer gezien. Had ik zin om te gaan? Het was nog best vroeg.
‘Ik blijf nog even denk ik.’
Ineens stond Ralf weer bij ons.
‘Ga je?’ vroeg hij meteen.
‘Ja, ik ga naar huis.’
‘Jammer.’
Wijnand glimlachte verlegen.
‘Ik loop wel even mee,’ zei ik.
Voor Ralf kon reageren hadden we doei gezegd en waren we weg. In de foyer wachtte ik op Wijnand tot hij zijn jas terug had. Met zijn jas aan bleef hij nog even treuzelen.
‘Ik zie je hier de volgende keer misschien wel weer.’
‘Vast wel,’ zei ik.
Ik zag in de verte Ralf weer aan komen lopen. Die gaf nog niet op.
‘Nou, knuffel,’ zei ik tegen Wijnand.
We pakten elkaar vast, hielden elkaar even stevig tegen elkaar aan. Voelde goed.
‘Daar is ie weer,’ grinnikte hij vlak bij mijn oor.
‘Ik had hem al gezien.’
‘Straks wil hij nog met me mee.’
‘Nee, denk het niet, hij heeft zijn jas niet.’
‘Ik vind het een rare gast.’
‘Hij is wel aardig hoor.’
Hij keek me aan en glimlachte. Ik liet mijn duim heen en weer gaan tegen zijn zij. Alsof het vanzelf ging gaf ik hem een kus. Toen ik dat deed voelde ik zijn handen knijpen. Meteen daarna keek hij me weer aan, half glunderend.
‘Ik vond het leuk vanavond, echt.’
‘Ik ook,’ zei ik, ‘ik ook.’
Ik zag Ralf op een afstandje blijven, maar hij keek wel. Indringend, strak. Ik gaf Wijnand weer een kus. Nu kreeg ik er eentje terug. Mijn handen trokken hem dichter naar me toe, helemaal tegen me aan. Ik probeerde meer te voelen, maar zeker weten deed ik het niet. Hij had me door, en hij was net zo nieuwsgierig merkte ik. Hij kneep weer, ik voelde hem toen hij zich harder tegen me aandrukte. Ik kuste hem nog een keer, nu ik wist dat hij een stijve had wilde ik zoenen. Hij haperde even, alsof hij na moest denken, maar daarna voelde ik zijn lippen wat uit elkaar gaan en zijn zachte tong langs die van mij strijken. Daar werd ik zelf ook hard van. Ik sloot mijn ogen en ging helemaal op in het zoenen met Wijnand. Lang duurde het niet. Zijn tong gleed terug, zijn lippen sloten weer. Een laatste kus, toen liet hij me los.
‘Ik moet nu echt weg.’
‘Is goed,’ zei ik.
Ik liep nog een stukje mee naar de deur, daar liet mijn hand zijn vingers pas los. Hij glimlachte naar me en ging naar buiten. Ik bleef even staan, toen draaide ik me om, terug naar binnen. In de toiletten stond ik bij de pisbak naar de muur te staren. Hij was nog dik tussen mijn vingers. Leuke jongen. Hij zoende lief. Maar ik wist verder geen moer van hem. Helemaal niets. Geen adres, geen nummer. Wijnand. Dat was het. Stom.

Binnen in de zaal kwam ik Ralf weer tegen.
‘Goed voor elkaar,’ lachte hij.
‘Ik weet verder niets van hem,’ zei ik.
‘Geen nummer, geen adres?’
‘Nope.’
‘Vrijheid blijheid, jongen.’
Hij lachte en drukte me een beker bier in mijn handen. Hij keek verbaasd om mijn gezicht.
‘Wat? Ik meen het. Vrijheid blijheid. Een keer zoenen, daar is toch niets mis mee?’
‘Klopt,’ zei ik.
Hij kon ouwehoeren wat hij wilde, ik voelde me lullig. Zo wilde ik eigenlijk niet over Wijnand denken. Die maakte dit misschien wel voor de eerste keer mee, net als ik de vorige keer. Ik was teleurgesteld. Hij nu misschien ook.
‘Niet zo piekeren.’
Ik keek weer op van mijn beker. Ralf sloeg en arm om me heen en trok zich even tegen me aan. Naast hem, schouder aan schouder, keek ik de zaal door.
‘Ik zeg je eerlijk, als jij hem niet had gezoend dan had ik het gedaan.’
Mooi, hij was jaloers. Dat was de bedoeling. Had ik het daarom gedaan?
‘Ik ga ook maar eens,’ zei ik.
‘Nu al?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Leuk geweest.’
Ralf hield me nu helemaal vast. ‘Blijf nog even man.’
‘Nee, ik ga zo.’
Hij hield een vinger onder mijn kin en tilde mijn gezicht op. Hij keek in mijn ogen.
‘Zeker weten?’
‘Zeker weten.’
Hij glimlachte en gaf me een kus. ‘Rij voorzichtig dan.’
Of ik wilde of niet, ik kuste hem terug. ‘Doe ik.’
Hoe deed hij dat toch? Ik was als zachte klei in zijn handen. Ik kuste hem nog een keer. En nog een keer. Kwam het door zijn handen op mijn billen? We zoenden, zijn tong speelde rustig met die van mij. Hier was niets tegen bestand. Ik klaagde ook niet, vond het niet erg. Gewoon zoenen om te zoenen, verder niets. Lekker.
‘Dat toen bij jou in de tuin, dat moeten we nog eens doen,’ fluisterde hij in mijn oor terwijl hij met zijn heupen duwde.
‘Toch niet in mijn tuin,’ grinnikte ik.
‘Ik heb ook een huis,’ lachte hij zachtjes.
‘Doen we.’
‘Wanneer?’
‘Zien we nog wel.’
‘Ik heb er nu wel zin in.’
Langzaam duwde ik me van hem af. Ik kuste hem nog een keer.
‘Volgende keer. Doei.’
Hij lachte, kneep in mijn bil en gaf me een kus.
‘Hou ik je aan. Zie je.’
Ik glimlachte en ging. Jas aan, fiets zoeken en wegwezen. Het was fris buiten. In gedachte trapte ik naar huis. Met twee jongens gezoend op de tweede keer dat ik er was. Dat moest zo niet doorontwikkelen iedere maand, anders bleef ik zoenen na een jaar op die feesten. Thuis was alles al donker. Ik deed zachtjes, sloot voorzichtig de deur en trok mijn kleren uit. Meteen mijn bed in. Met een zucht ging ik liggen. Leuke avond. En ze hadden me niet thuis horen komen. Perfect.

‘Leuke avond gehad?’ vroeg mijn moeder de volgende ochtend.
‘Ja hoor.’
‘We hebben je niet thuis horen komen.’
‘Dan lagen jullie er ook vroeg in,’ blufte ik
‘Ja, drukke week gehad.’
Ik ging onderuit in de bank zitten en staarde naar buiten. Het was lekker weer, nog steeds.
‘Ik wou dat Jorick weer terug was,’ zei ik.
‘Volgend weekend toch?’
Ik knikte. ‘Meteen ook het laatste weekend voordat school weer begint.’
‘Je weet dat we dan een barbecue hebben?’
Ik keek verstoord naar mijn vader. ‘Daar hoef ik toch niet mee naar toe?’
‘Tuurlijk wel. Dat heb je altijd leuk gevonden. Laatste weekend van de zomervakantie een barbecue van mijn werk.’
‘Toen was ik nog klein.’
‘Je gaat gewoon mee. Het is traditie dat het hele gezin mee gaat.’
Ik zuchtte, waardoor mijn vader bestraffend keek. Goed, hij was verbaasd en dat snapte ik dan ook wel weer. Ik ging ieder jaar mee, en ik vond het altijd geweldig. Dat was het ook. Bandje er bij, veel eten. Ik kende er ook wel een aantal, veel kinderen bij mij uit de buurt. Meestal zaten de ouders bij elkaar en wij trokken ons eigen plan wel. Groot landgoed, balletje trappen. Vorig jaar nog met een kruisboog geschoten. Normaal had ik er ook wel zin in, maar nu? De hele dag weer net doen alsof er niets aan de hand was, de ideale zoon uithangen. Het voorbeeld van succes. Ik werd er dwars van.

‘Dan ga je toch niet?’ zei Jorick zaterdagavond.
Hij was weer terug van vakantie, we zaten bij de rest op het bankje. Ik keek naar twee auto’s die achter elkaar de wijk in reden. Hij had me net gevraagd of ik die zondag kwam zwemmen. Ik haalde mijn schouders op.
‘Het is altijd wel leuk.’
Hij glimlachte. Samen liepen we terug naar huis, het was al donker.
‘Nog iets van die jongen gehoord?’
‘Stijn? Nee. Die zwijgt in alle talen.’
‘Ga je die ooit nog wel weer eens zien dan?’
Ik grijnsde. ‘Die kan me niet langer ontwijken. Maandag zie ik hem. Op school.’
‘Ik spreek je morgenavond nog wel even. Veel plezier morgen.’
‘Ja, bedankt,’ zei ik alsof ik het zelf niet geloofde.

Oké, ik moest het toegeven, het was leuk. Er was weer veel werk van gemaakt. Moest een vermogen kosten, dat feestje. Ik zat bij mijn ouders aan een lange tafel, mijn vader zat tegen een collega op te scheppen over “hoe goed ik het wel niet deed op school”. Ik baalde er van. Ik stond op en ging op zoek naar leeftijd genoten. Even keet trappen. Je kon worstelen in een opgeblazen schuimrubber pak. Een jongen die ik daar altijd tegen kwam stootte me aan.
‘Wij tegen elkaar?’
Ik lachte. ‘Mij best.’
We wachtten tot we het pak aan mochten trekken. Het stonk, een muffe lucht van iedereen die het al aan had gehad. Hij ging meteen in de aanval en binnen een paar tellen lagen we over elkaar heen. Het ging hard, maar dat vond ik niet erg. De man die er bij stond zei dat we wel iets rustiger mochten doen. Daar lachten we om. Na vijf minuten moesten we er weer uit.
‘Doen we straks nog een keer,’ lachte hij toen we er naast stonden.
‘Zeker weten.’
Samen liepen we over het terrein heen. Hier en daar wat eten en drinken. Ik zag mijn ouders aan een tafel zitten met collega’s. Hij wenkte me. Met een zucht liet ik de jongen achter en ging naar mijn ouders.
‘Dat is nou mijn jongen,’ zei mijn vader tegen de man tegenover hem aan tafel Ik keek glimlachend en toen herkende ik hem pas. Ik slikte. Ook zijn gezicht vertrok. Meteen daarna keek hij weer vriendelijk, alsof hij me voor de eerste keer zag. Hij stak zijn hand uit.
‘Hallo.’
‘Hallo,’ zei ik.
Hij keek schichtig, was niet op zijn gemak. Niets meer te zien van die vieze begerige grijns. Maar hij was het wel. De man waar Stijn me nog voor gewaarschuwd had. Strak ik in het pak. Geslaagd zakenman. Nu zat hij hier in casual kleding van een duur merk, op het bedrijfsfeestje met zijn vrouw. Ik stond vlak naast mijn vader, hij klopte een keer tegen mijn rug.
‘Als hij zijn studie afgerond heeft dan wordt het een hele grote, dat weet ik zeker.’
De man lachte.
‘Net zoals jou,’ ging mijn vader verder. Hij keek naar mij. ‘Hij werkt nu ruim een half jaar bij ons, en wat hij allemaal al binnengesleept heeft…’
Ik glimlachte maar. Ik kon me er wel iets bij voorstellen. Als die iets wilde dan kreeg hij het ook. Maakte niet uit hoe.
‘Papa!’ hoorde ik achter me.
Nu keek hij echt ongemakkelijk. Er kwamen twee meisjes bij hem staan. Hij lachte en knuffelde ze. Ik wilde weg. Niet langer bij die mafketel aan tafel blijven staan. Ik glimlachte nog een keer naar mijn ouders en liep weer weg. Om maar iets te doen te hebben ging ik nog een keer naar de barbecue. Ik stond te wachten op mijn stukje vlees toen hij ineens achter me stond.
‘Dat is ook toevallig.’
‘Ja,’ zei ik.
Hij tikte tegen mijn arm en wenkte me mee. Ik griste nog net mijn bordje met mijn hamburger mee.
‘Als jij ooit iets laat merken dan heb je geen leven meer.’
‘Ik of jij?’ bitste ik terug.
‘Oké, fair. Maar ik vraag me af hoe jouw vader gaat reageren als hij hoort dat jij jezelf in de uitverkoop gooit in het park.’
‘Heb ik dat gedaan dan? Volgens mij was jij het die mij een voorstel deed, niet andersom. Volgens mij ben ik er ook niet op ingegaan, of wel?’
‘Je houdt gewoon je mond.’
Ik begon er lol in te krijgen, zeker toen er wat druppels op zijn voorhoofd stonden.
‘O?’ vroeg ik cynisch.
‘Jij vraagt er om dat ik het je vader vertel, met zo’n houding.’
‘Jij ook. Hoe ga je dat trouwens vertellen, zonder jezelf verdacht te maken? Nog een keer, jij stelde mij wat voor, ik zei nee. Weet je nog? En ik weet wat jij daar doet. Moet ik de Rooie er bij vragen?’
‘Je houdt gewoon je bek, anders weet ik je te vinden.’
Ik moest er moeite voor doen, maar ik keek hem smalend aan.
‘Oké, wat moet je er voor hebben om jou te laten vergeten dat wij elkaar in het park gezien hebben?’
‘Wat heb je bij je?’
‘Twintig euro.’
‘Lieg niet. Wat heb je er voor over?’
‘Vijftig?’
‘Niet genoeg,’ blufte ik. ‘Jouw baan, jouw gezin…’
‘Honderd, verder ga ik niet.’
Ik deed of ik nadacht. Hij werd er ongeduldig van. Ik keek hem aan en knikte kort.
‘Maar dan wel nu meteen.’
Hij draaide met zijn rug naar de mensen toe, haalde zijn portefeuille uit zijn jasje en haalde er twee biljetten van vijftig uit. Ik keek even rond en griste ze toen uit zijn hand om ze meteen in mijn broekzak te proppen.
‘Dus toch meer dan twintig bij,’ zei ik.
‘Je bent een harde. Jouw vader heeft gelijk. Jij maakt het wel.’
Ik grijnsde.
‘Wat deed jij eigenlijk in dat park? Ik zie je er de laatste tijd ook niet meer.’
‘Niets bijzonders.’
‘Toch vraag ik me af hoe jouw vader zou reageren als hij weet dat zijn enige zoon in dat park rond loopt.’
‘Zijn wát??!’
‘Hoe bedoel je?’
‘Laat maar.’ Ik liep bij hem weg maar draaide nog een keer om. ‘En ik vraag me dan af hoe mijn vader zou reageren als hij weet dat zijn gewaardeerde collega het met jongetjes doet in het park.’
Zijn gezicht stond op onweer.
‘Wij begrijpen elkaar. Wij hebben elkaar daar nooit gezien.’
‘Precies.’
‘En je gedraagt je naar de Rooie toe. Als je hem ooit iets flikt, we weten je te vinden.’
Hij zei niets meer maar draaide zich om en liep met een omweg terug naar de tafel. Ik keek hem na. Mijn hamburger was al bijna koud. Ik gooide hem in een prullenbak en ging naar het toilet. Het zweet brak me ineens uit. Ik sloot me op en ging op de wc zitten, mijn gezicht in mijn handen. Daar kwam ik goed weg. Langzaam werd ik weer rustig. Waar had ik het lef vandaan gehaald om het zo te spelen? Stijn had het me geleerd. “Ik heb wat jij wil.” Dat was nu ook zo. Er stond heel wat op het spel voor hem. Zijn baan, zijn gezin… Wat bezielde die gek? Raar om te zien, in het park speelde hij het hard, zelfverzekerd, maar daar was hier niets van te zien. Hij probeerde het wel in het begin, maar daar bleef weinig van over. Waarom ging hij dan ook naar het park in zijn eigen stad? Niet teveel extra kilometers op de teller van zijn auto waarschijnlijk. Loser. Wat een eikel. Ik haalde het geld uit mijn broekzak en keek er naar. Flink bedrag, daar kon Stijn een hele tijd mee vooruit. Ging ik dit aan hem vertellen? Misschien. Als hij me nog wilde spreken. Geen idee hoe hij nu over me dacht. Ik wilde hem weer zien. Morgen, dan waren we weer op school. Met alle dingen die er bij hoorden. Groepjes, twee werelden. Ik wreef een keer met mijn handen over mijn gezicht. Kut. Ik wilde terug. Naar het park. Met hem slapen, samen naar school. Ik keek op en staarde naar de deur. Waarom dacht ik dat nu weer? Hoe lang kon ik hier blijven zitten? Ik moest weer eens terug, naar buiten. Anders ging het misschien opvallen. En dat wilde ik zeker niet. Vooral die vent niet laten merken dat ik geschrokken was. Ik had hier de leiding, niet hij.

Ik zag mijn ouders kijken toen ik naar de andere kant van het veld liep. Die vent zat nog steeds bij hun aan tafel. Ik grijnsde. Mijn vader moest eens weten. Ik wilde er niet langer naar kijken. “Zijn enige zoon” galmde weer door mijn kop. Hij had het echt zo gezegd. Mijn vader verzweeg Ruben dus maar gewoon. Hoe kon hij dat doen? En dan dat ophemelen van mij, ik werd er niet goed van. Zijn grote voorbeeld, het bewijs van zijn succes. Ik was bijna in staat om die vent gewoon te vertellen hoe het zat. Dat kon ik beter niet doen tegen die gluiperd, dat wist ik ook wel. Vroeg of laat maakte hij er misbruik van. Maar gewoon om mijn vader dwars te zitten. Het leek me heerlijk. We hadden Ruben gewoon mee moeten nemen. Dat was helemaal niet “onmogelijk” of “lastig”. Ik zou wel voor hem zorgen, mijn vader kon gewoon de geweldige vent uithangen bij zijn collega’s. “Hij zou er toch niets aan hebben”? Volgens mij best wel. Hij zou het geweldig vinden. Weer eens wat anders dan die eeuwige woonkamer en af en toe daar de tuin in. Ik ging op een bankje zitten, kijken naar een springkussen. Kon ik hier weg? Ik wilde naar Ruben toe. Het was veel te ver weg van huis, te ver om te lopen. Ik strekte mijn benen, ging onderuit zitten. Ik zat mijn tijd wel uit.

Aan het begin van de avond gingen we naar huis. Toen we de stad ik reden gaapte ik.
‘Kunnen jullie me afzetten bij Ruben?’
‘Hoe kon je dan thuis?’ vroeg mijn moeder.
‘Te voet.’
‘Doe niet zo gek. Bovendien ligt Ruben al in bed waarschijnlijk.’
‘Dan pak ik thuis mijn fiets wel.’
Mijn vader hield me via de achteruitkijkspiegel in de gaten.
‘Je kunt beter morgen gaan,’ probeerde mijn moeder.
‘Ik wil nu nog even.’
‘Zelf weten, maar het is morgen wel weer gewoon school.’
‘Eerste dag, dat begint niet zo vroeg.’
Mijn vader ging zich er mee bemoeien. ‘Je gaat morgen na school maar gewoon.’
‘Wat maakt het nou uit of ik nu nog even ga?’
Mijn moeder voelde de discussie tussen hem en mij al oplopen.
‘Waarom wil je dan nu nog per se?’ vroeg ze.
‘Omdat het familiedag is,’ zei ik betekenisvol en half verwijtend.
Mijn vader zei niets meer.

Ik was niet meer gegaan. Mijn moeder had ook gelijk, hij lag waarschijnlijk al te slapen. Maar ik had mijn punt gemaakt, ik had hem geraakt. Hij had er niets meer over gezegd. De school ging weer beginnen. Alles weer bij het oude. Had ik er zin in? Meer dan anders, maar dat kwam vooral omdat ik zo Stijn weer kon zien. In de gaten kon houden. De rest kon me gestolen worden. Toch was ik nerveus toen ik het schoolterrein op reed. Wat kon ik doen? Wel of niet naar hem toe gaan? Wel of niet iets zeggen? Ik wist het echt niet. Ik zou wel zien. Ik werd toch meteen afgeleid door Bram en mijn andere schoolvrienden. Algemeen gepraat, over hoe de vakanties waren geweest. Veel kon ik er niet over zeggen, maar dat liet ik niet merken. Met een beetje ontwijken kwam ik al een heel eind. We stonden bij elkaar, maar ik keek de hele tijd rond. Stijn had ik nog niet gezien. Kut. Hij ging toch wel komen? Ik keek hoe laat het was. Hij had nog vijf minuten. De rest ging naar binnen. Ik kon niet anders dan meegaan. Ik treuzelde, bleef de poort in de gaten houden. Toen ik echt niet langer buiten kon blijven zonder dat het opviel zag ik hem. Hij was te voet. Dat was een slecht teken.

Met een zooi boeken en een nieuw rooster ging ik anderhalf uur later weer naar buiten. Ik liep met een heel groepje naar de fietsenstalling. Ik treuzelde, ik wilde Stijn nog spreken. Hij liep alleen naar buiten. Kon ik nu naar hem toe gaan? Mijn vrienden waren er nog, wat zouden die zeggen als ik ineens met Stijn ging praten? Wat moest ik zeggen als die naderhand vragen gingen stellen? Ik kon beter niets doen. Maar kon ik dat maken tegenover Stijn? Hij keek naar me, even staarden we elkaar aan. Ik zette een stap in zijn richting, automatisch. Dan stelden ze maar vragen. Stijn zag het en keek strak. Hij schudde zijn hoofd. Na die ene stap bleef ik staan. Stijn keek weer voor zich en liep door, het terrein af. Mijn hart bonkte in mijn keel. Ik baalde, was verdrietig. Stijn wilde me echt niet spreken. Bram stootte me aan.
‘Kom, we gaan.’
‘Ja,’ zei ik afwezig.
Als een halve robot pakte ik mijn fiets en reed naast Bram weg. Hij praatte maar ik was er met mijn gedachten niet bij. Ik keek nog rond maar zag Stijn nergens meer.

Bram had nog gevraagd of ik zin had om met hem mee naar huis te gaan. Maar ik zat nu op mijn kamer, voor me uit te staren. Ik speelde met mijn telefoon tussen mijn vingers. Ging ik een berichtje sturen? Hij reageerde er toch niet op. Hier kon ik niet tegen. Ik stond op, pakte mijn fiets en reed naar het park. Ik moest hem zoeken, of ik wilde of niet. Tegen beter weten in reed ik langs alle plekken waar we samen kwamen. Geen Stijn. Hij had ook gewoon zijn hele zooi boeken bij zich toen hij wegging. Dat liet hij niet in het park liggen, dat wist ik. Dan was er maar één mogelijkheid: hij was gewoon naar huis. Ik was een beetje opgelucht maar teleurgesteld tegelijkertijd. Die ging ik niet meer zien. Ik moest die avond nog maar eens in het park gaan kijken. Misschien sliep hij er wel. Ik was net op tijd terug voor het eten. Mijn moeder stelde gelukkig geen vragen waarom ik zo stil was. Ik nam daarna mijn fiets mee naar het bankje. Iedereen was er weer, ook Jorick. Die keek wel verbaasd dat ik mijn fiets bij had, maar stelde geen vragen. Hij kon het wel raden. Hij kon ook niet nalaten om “kijk uit” te zeggen toen ik wegging.

Het park was leeg. Zo leek het, maar ik wist waar ik moest zoeken. Eerst zijn slaapplek maar. Hij was er niet. Ik controleerde zijn spullen, maar ik kon er niet uit opmaken of hij er zou zijn of niet. Dan maar een rondje maken. Er was nog niemand van de nachtploeg. Dat zou geen uur meer duren, wist ik. Daarna reed ik het verboden gebied in. Er waren veel jongens. Hier en daar stonden ze te wachten, te kijken. De meesten keken me vuil aan. Ze kenden me wel. Ik was nog een concurrent erbij. Verderop zag ik hem zitten, op een hekje. Zijn rode haar zag ik als eerste. Ik trapte door en stopte naast hem.
‘Kom je doen?’ vroeg hij zakelijk.
‘Kijken hoe het met je gaat.’
‘Goed hoor, ik slaap thuis vanavond. Als alles meezit tenminste.’ Hij had een wrang lachje op zijn gezicht. ‘Ideaal rooster voor dit jaar,’ ging hij verder, ‘vind je niet?’
‘Ja,’ zei ik.
‘Lekker vroeg uit iedere dag.’
‘Behalve woensdag.’
Hij haalde zijn schouders op. ‘Als dat het enige is.’
‘Maar je slaapt thuis vanavond?’
‘Ja.’
‘Wat doe je hier dan?’
Hij keek me spottend aan. ‘Ga nou onderhand eens leren een krant te lezen. Vanaf morgen slaat het weer om. Kutweer. Regen en zo. Ik heb niet veel geld meer, dus moet ik nu even een reserve opbouwen. Als het regent is er verrekt weinig handel.’
‘Geld hebben?’
Hij zuchtte. ‘Nee, niet van jou.’
‘Het is ook niet van mij.’
Nu had ik zijn interesse. ‘Van wie dan?’
‘Dat zakenmannetje, die met die foute grijns.’
‘Godverdomme Jarno.’ Hij sprong op en kwam vlak tegenover me staan. ‘Ik heb je nog zo gezegd dat je met hem niets moest doen.’ Hij keek verstoord. ‘Waarom doe je dit eigenlijk? Geld zat, en dan ga je een beetje vrijwillig met zo’n goorlap lopen rotzooien? Jij bent echt gek hè?’
‘Ik…’
‘Nooit gedacht dat je het nog lekker zou vinden ook. Rot op.’
Hij duwde me.
‘Stijn…’
‘Wegwezen.’
‘Ik heb niets met hem gedaan.’
‘En hoe kom je aan zijn geld dan?’
‘Ik kwam hem tegen op het personeelsfeest van mijn vader.’
Zijn mond viel open. ‘Vertel?’
‘Ik werd voorgesteld, ik herkende hem meteen. En hij mij ook. Naderhand kwam hij bij me staan, dreigde dat ik mijn mond moest houden.’
‘Alsof jij jouw vader gaat vertellen wat je hier deed.’
‘Ik heb die gek gevraagd hoeveel hij er voor over had.’
Stijn lachte. ‘En?’
‘Hij bood twintig euro, maar dat vond ik niet genoeg.’
‘Hoeveel…’
Hij stopte met zijn zin toen ik de honderd euro uit mijn broekzak haalde. Hij grijnsde. Daarna sloeg hij zijn arm om mijn nek en gaf me een kus op mijn wang.
‘Ik ben trots op je. Afpersen die lul.’
‘Ik heb tegen hem gezegd dat hij jou nooit iets moest flikken, dat wij hem wel wisten te vinden.’
Stijn lachte. ‘Zakenmannetje jij.’
Ik strekte mijn arm. ‘Pak aan.’
Hij liet me los. Zijn gezicht stond weer strak. ‘Nee.’
‘Kom op man. Pak aan.’
‘Jarno, flikker op. Ik neem van jou geen geld aan.’
‘Het is ook een beetje jouw geld.’
‘Nou begin je echt uit je nek te lullen. Opzouten nou, ik heb nog meer te doen en dat lukt niet echt als jij hier bij mij in de buurt staat.’
‘Niet?’
‘Nee, want dan willen ze een trio en dat laat ik niet toe. Zijn ze weer teleurgesteld en zo… Wegwezen.’
‘Ik ga pas weg als je dit aanneemt.’
Stijn zuchtte en liet zijn hoofd zakken. Schuin opzij keek hij me weer aan.
‘Je wordt irritant. Ik wil dat je gaat.’
Ik dacht er over na om te zeggen dat ik seks met hem wilde en daar voor wilde betalen met honderd euro, maar daar werd hij waarschijnlijk nog kwader van.
‘Dan ga ik maar,’ zei ik. ‘Zelf weten.’
‘Doei.’
Ik pakte mijn fiets en liep bij hem vandaan. Kwaad. Nee, teleurgesteld. Ik liep langzaam weg, fiets aan de hand.
‘Jarno, wacht!’
Ik draaide me om en zag Stijn naar me toe komen. Als hij nu nog dat geld dacht te krijgen dan had hij het mooi mis. Hij bleef een paar stappen van me vandaan stilstaan. Hij maakte een gebaar alsof hij het allemaal niet snapte. Hij keek twijfelend. Alsof hij niet wist of hij het kon vragen. Toen zei hij het toch.
‘Waarom doe je dit? Voor mij, bedoel ik?’
© 2011 Oliver Kjelsson